De koers was in de maanden juli en augustus zuid-oost: GRIEKENLAND                     

Lange zwoele zomeravonden, slenterend op een verlaten strand. Pittoreske dorpen met een gezellig restaurant. Prachtige plekken in de bergen. Een oude cultuur vol van verhalen. Een land dat in alle opzichten bijzonder is.

 



Start

Op 8 juli zijn we vertrokken richting Griekenland. Via Oostenrijk, Kroatië en Albanië zijn we in ruim een week daar aangekomen.


Zondag 16 juli

Grieks camperen moet je leren.

We naderen Plataria en Pio geeft strak aanwijzingen. De camper draait het parkeerterrein op. Twee grote bussen uit Nederland en een hele serie auto’s gapen ons aan. Het is niet wat je zegt een fantastische verblijfplaats.

 

Na de lunch gaan we aan de slenter. In de jachthaven ligt een complete vloot huurzeilboten die vandaag van bemanning wisselen. De haven is niet groot en ons volgende loopdoel wordt het strand. We ploffen neer op een picknick-set onder een plataan.

Op het strand is veel vertier.

Gezinnen hebben de auto op de weg langs het strand geparkeerd en zitten heerlijk onder de bomen op de groenstrook tussen strand en weg terwijl de nazaten in het water spelen. Na een tijdje komt er een camper aanrijden. Handig wordt die geparkeerd in de ruimte tussen twee auto’s.

Dat is slim, zeggen wij tegen elkaar; zo heb je de spullen bij de hand. Hij zal daar wel niet blijven staan, is onze volle overtuiging.

Ik tuur over de baai en denk op het strand aan de overzijde ook een camper te zien. De dag is nog lang en we besluiten een eindje die kant op te lopen. Niet veel later krijgen we in de gaten dat langs de strandweg veel meer campers staan geparkeerd. Vanuit hun karretje leven die gasten heerlijk onder de palmen. Zullen die allemaal voor de nacht vertrekken?

Wij zijn eruit, na een drankje op een terras halen we onze camper op. Er zijn wat auto’s weggereden en aan de strandweg is nog plaats. Zo, nu staan we koninklijk. De koelkast bij de hand en in de schaduw op het strand.

 

Vanmorgen eerder zijn we vanuit Albanië naar Griekenland gereden.

Bij de veerpont bij Butrint zijn we onbeschaamd afgezet. Een oude bak die onze camper net-aan kan dragen brengt ons met behulp van een elektrische lier naar de overkant, een stukje van nog geen 25 meter. Meneer, de hulp-veerman, meldt dat de transsportkosten 10 euro zijn. 10 euro!, daar voor zetten ze je in Nederland vier keer over de Waal. Maar goed, we komen droog over.

De Albanese grenswacht onderwerpt ons karretje aan een grondige inspectie, even later is zijn Griekse college veel schappelijker, maar de passage gaat vlot.

 

Even na de grens bij Sagiada hebben we feestelijk ons kopje koffie gedronken. We staan met de camper in Griekenland, een idyllische droom is werkelijkheid.


Maandag 17 juli

We hebben het kasteel van Ali Pasja veroverd. Dat is een hele prestatie want Ali is een bruut. Met zijn krijgers heeft hij een volledig Frans vreemdelingenlegioen over de kling gejaagd en door zijn toedoen hebben 22 vrouwen hun kinderen en zichzelf van een klif geworpen.

Het is een hele klim van 1300 meter steil de berg op.

We zijn gewapend met bergschoenen en een rugtas met flessen water. Het weer is mild voor ons; ‘slechts’ 25 graden, bewolkt en zo nu en dan een spettertje. Hoog, boven op de heuvel, ligt het kasteel. Het is 200 jaar na zijn beruchte bewoner vervallen geraakt tot een ruïne. Maar nog voldoende in takt om een goed beeld van het bastion te krijgen.

 

Een rondje boodschappen halen in een Grieks dorp is een fantastische beleving. Als we voor vertrek in Plataria de voorraden wat willen aanvullen, zien we in het centrum allemaal kleine winkeltjes op rij. Degene die zich supermarkt noemt, heeft bijna niets maar wel is er zuivel te vinden. Achter deur twee zit een bakker waar we weer voor een dag brood halen.

Een paar panden verder zetelt de groenteboer. In zijn kleine zaakje staat een beperkt aantal soorten fruit uitgestald. Met appels, sinaasappels en nectarines hebben we hem een goede start van de nieuwe week bezorgd.

Rijden door Anthoussa en Parga vraagt opperste concentratie. De nauwe straatjes zijn vol met auto’s en scooters. Zo nu en dan wringt zich er een bus of vrachtwagen tussendoor. Met veel geduld en passen en meten is uiteindelijk iedereen schadevrij op de plaats van bestemming gekomen.

Ammoudia biedt aan ons weer een pracht plek.

We staan vlak op het strand met de zee op nog geen 100 meter. Het voortdurend ruisen van de golven is een prettig achtergrond geluid.

Het is overigens ook hier uitkijken. De rivier Acheron stroomt vlak langs de camper. Hier waart de geest rond van Charon, de veerman. Hij brengt de ziel van de overledenen tegen betaling over deze rivier naar de onderwereld. De zielen van de ongelukkigen die onvoldoende geld hebben, blijven rondzweven in het mistige moeras. Niemand anders kan dit rijk van Hades binnenkomen. Cerberus, de driekoppige hellehond, bewaakt de toegang tot dit binnenste van de aarde.


Dinsdag 18 juli

We hebben het aanbod van Charon, de veerman, afgeslagen en zijn zelf op de fiets gestapt om de loop van de Acheron te verkennen. Rondom de monding is een grote delta ontstaan en we kunnen tot ruim vier kilometer het binnenland in fietsen op vrijwel een vlakke weg.

Dan stuiten we op de eerste forse heuvel. Hier ligt een stuk van de oeroude Griekse geschiedenis; het Nekromanteion. We hebben ons eerste orakel gevonden. Op de top van de heuvel staat een vervallen nederzetting uit de vijfde eeuw voor Christus. Hier kon men de doden om raad vragen. Niet persoonlijk maar via een priester.

 

Deze priesters huisden in het orakel en voerden regelmatig een occulte op. In de ondergrond waren onderaardse waterstromen wat een kakafonie aan vreemde geluiden opleverde. De oude Grieken hadden het idee dat het de stemmen van de overledenen waren. Een priester, geheel in trance gebracht door allerlei stoffen, kon de bezoeker een vertaling leveren. Deze openbaringen werden gedaan in de onderaardse kerker met gebogen gewelven slechts spaarzaam verlicht met een enkele fakkel.

De bezoekers werden overigens geblinddoekt aan- en afgevoerd. De plek was heilig en niemand mocht weten hoe het te bereiken was.

Wij mogen zonder blinddoek weer terug fietsen.

 

Het is een stralende dag en we staan schitterend aan zee en strand. We kunnen bij een zacht zeewindje heerlijk onder de bomen zitten voor verkoeling. Voor ons voldoende reden om niet te vertrekken en nog een dag in Ammoudia te blijven. Meerdere campereigenaren denken er trouwens zo over.

De Acheron wordt druk bevaren en de meeste bootjes vertrekken naar zee. Een enkele vissersman, de meeste aardig volgepakt met toeristen die een tochtje langs de kust gaan maken.

We worden aangesproken door een Nederlands stel wat zich erover verbaast dat we met een camper vanuit Nederland hier naar toe zijn gereden.

 

Zij zijn gevlogen.

Nog groter is hun verbazing als ik ze vertel dat er het hele jaar door honderden Nederlandse campers dit land bezoeken.


Woensdag 19 juli

De bevolking van Souli is verontrust.

Ondanks hun afspraken heeft de Turkse krijgsheer Ali Pasja (juist, die van het kasteel) toch de aanval op hun dorp geopend. Een groep van 60 inwoners, vrouwen en kinderen vlucht weg richting Zalongo. Daar in de bergen denken ze veilig te zijn. Maar ze worden ontdekt door de fanatieke strijders. De groep komt vast te zitten voor de rand van een ravijn. Angst staat in hun ogen te lezen.

Tot nu toe hadden ze een vredig leven en een goed bestaan gehad maar ze weten wat hun nu te wachten staat; gevangenschap, slavernij en vernedering. Vanaf de bergrug zien ze de soldaten snel naderen. Dan begint er één vrouw te zingen en neemt een ander bij de hand. Even later dansen en zingen alle 22 vrouwen hand in hand. Al dansend leiden ze hun kinderen naar de rand van de klif en dan duwen ze alle 38 kleintjes het diepe ravijn in. Nog eenmaal bezingen ze hun mooie leven om daarna zichzelf eveneens in het honderden meters diepe ravijn te storten. Zo blijven ze vrij en kan niemand hun knechten.

Deze tragedie vond plaats in 1803 tijdens de Turkse veldtochten in Griekenland. In 1961 heeft de Griekse regering uit respect voor de moed van de vrouwen op de beruchte klif een monument opgericht.

 

Hanna en ik beklimmen nu de honderden traptreden die knap uit de rotsen gehouwen zijn. Stapje voor stapje gaan we naar boven, langs de helling waar 60 opgejaagde burgers eens de dood vonden. Boven staat een reusachtig monument en kunnen we de eindeloos lijkende diepte in staren.

 

 

In de loop van de middag komen we in Mytikas aan. Volgens de legende is deze plaats gesticht door Alyzeus, de zoon van Icarus. Weer hebben we niet te mopperen over de nachtplek. Op een veldje staan al een aantal campers. Recht tegenover de zee die middels een prachtige baai met blauw water weer voor een prachtig panorama zorgt.

’s Avonds bezoeken we het dorp. Het is een authentiek Grieks dorp met weinig toerisme. Mooie en bouwvallige woningen wisselen elkaar af. Het centrum is autovrij. Het is een gezellige straat met veel winkels en restaurants. Bij een van deze lopen we naar binnen.

Heel romantisch komen we aan een tafeltje op het buitenterras te zitten op nog geen vijf meter van de zee bij een ondergaande zon. We krijgen een prima Griekse maaltijd geserveerd en achteraf blijkt de totale rekening op € 16,-- uit te komen.

Waar krijg je zoveel luxe nog voor dit geld?


Donderdag 20 juli

Bij Astakos liggen de ruïnes van een Venetiaans kasteel volgens de folder. Nadat we het stadje zijn gepasseerd, wat bijzonder fraai in een baai ligt, zitten we beiden met de neus tegen het raam geplakt.

Dit willen we niet missen.

Dan rijden we voorbij een kinderkasteel. De muren met kantelen zijn zo laag dat zelfs een koe er met gemak overheen kan springen. Speciaal voor de meisjes zijn er een paar ronde torens tegenaan gezet.

Omdat er daarna veel te zien is maar geen restanten van een roemrucht kasteel, bekruipt ons het gevoel dat het bouwvalletje het beschermhuis is geweest van de Venetianen. Geen wonder dat ze uiteindelijk de slag om Griekenland hebben verloren van de Turken.

De wegen worden er niet beter op alhoewel ze nog nooit goed zijn geweest. Weg- en waterbouw doen goed hun best want hier en daar ligt een plak nieuw asfalt. Dit lapwerk komt ons bekend voor van Zuid-Italië. Wel ligt er tussen Mesolongi en Patras een gloednieuwe autosnelweg welke via tol terug verdiend gaat worden.

We stoppen in Etoliko. Deze stad ligt op een eiland en is met twee bruggen met het vaste land verbonden. Omdat het best warm is, zien we af van een stadswandeling. We hebben niet de indruk dat we iets geweldig moois hebben gemist.

 

Rond het middaguur stranden we in Makinia. Letterlijk. Via een paar kruip-door-sluip-door weggetjes komen we pal aan zee te staan. Het zeewater is nog geen vijf meter van de camperdeur verwijderd. Het blijft bij pootjebaden want er ontbreekt een stranddouche.

De gehele middag is er de nodige reuring. Wij liggen in de luie stoelen onder de eucalyptus-boom het allemaal te aanschouwen. Boeiend is het om te zien hoe vissen uit het rustige water omhoog springen. Het water kabbelt de hele tijd aan de oever.

Vanaf de luie stoel hebben we uitzicht op Peloponnesos. We zien de fraaie brug liggen die Antirrio met Rio verbindt. Even verder ligt Patras. Is het overdag met al z’n witte huizen al een prachtplaatje, als het avond wordt verandert het in een sprookje. 

Duizenden lichtjes glimmen ons tegemoet vanaf de heuvels over zee. Door een bepaald effect lijkt het of ze voortdurend knipperen. Als je graag van je stress af wilt dan lukt dat zeker op dit plekje.


Vrijdag 21 juli

Tussen het Griekse vasteland en het schiereiland Peloponnesos is vrij recent een brug gebouwd. Pas in 2004, het jaar dat de Olympische spelen in Athene waren, is de oeververbinding tot stand gekomen. Het kunstwerk moet twee kilometer zee overbruggen.

Het is een heel bijzonder exemplaar geworden, een soort Erasmusbrug in het kwadraat. Vier grote pijlers zorgen voor draagkracht welke met stevige lijnen wordt ondersteund. Vooral als het zonlicht er goed opvalt staat er een enorm pronkstuk.

De brug verbindt de steden Rio en Antirra. Wel moeten we als gebruiker tol betalen; € 13,50 voor een enkele oversteek.

 

We staan in Kalamia aan het strand.

Het is een beetje thuiskomen. Het is een zandstrand met duinvorming op de rand welke met helmgras wordt versterkt. Een groot pré voor deze locatie ten opzichte van Schoorl is het weer. Iedere dag strak blauw bij een lekker temperatuurtje van rond de dertig graden. Als de warmte in de middag meer voelbaar wordt, steekt er een windje op vanuit zee die er voor zorgt dat het prima te harden is. Ook mist onze kust de idyllische eilanden op de achtergrond die met hun bergruggen een prachtige horizon tonen. Of die akelige Noordzee-windmolenparken dat kunnen compenseren, waag ik te betwijfelen.

 

Waarschijnlijk omdat er een luxe resort vlakbij ligt, is het strand voorzien van een houten trottoir. Deze leidt langs een lange rij gratis strandstoelen, ieder voorzien van een eigen parasolletje. Er staat een kiosk met een ruim assortiment lekkernijen. De hele dag is het een komen en gaan van badgasten zonder dat het erg druk wordt.

Aan het eind van de dag is het parkeerterrein leeg op vijf campers na. Niemand die ze een strobreed in de weg legt.


Zaterdag 22 juli

Minstens de helft van alle Grieken rijdt in een pick-up. Deze conclusie durven we wel te trekken na een week rondrijden hier. Weinigen kunnen zich een nieuw exemplaar veroorloven. Van sommige vraag je je echt af hoe het door de keuring is gekomen.

Maar de Griek houdt van de laadbak.

Nu zijn verreweg de meeste van die laadbakken die we in kunnen kijken leeg. Het zal dus vooral om het gevoel gaan van kijk eens wat ik allemaal zou kunnen meenemen.

Op weg naar Olympia zijn we langs een tomaat-verwerkende industrie gereden. Wat de suikerbiet is voor Groningen dat is de tomaat voor deze streek. Tientallen tractoren met enorme aanhangwagens, afgeladen met tomaten, stonden voor de poort hun beurt af te wachten.

Vandaag is het wasdag.

Als je lang op stap bent, moet de was wel op gezette tijden gebeuren. Gelukkig hebben de meeste campings een wasmachine en zo zijn we op camping Alphios beland. Maar als Hanna het vervuilde goed in de machine wil dumpen, blijkt dat het apparaat defect is. Een oudere mevrouw runt het kampeerveld en deze denkt in oplossingen.

Haar in het dorp wonende dochter wordt gebeld en als na overleg blijkt dat het apparaat pas maandag te repareren is, wordt er besloten dat onze was mee naar het huis van de Griekse dame gaat en daar in een privé-machine wordt gewassen. Het herhaalt zich nog een keer want ook de donkere was  moet worden gedaan.

Ondertussen vermaken wij ons in het zwembad en schuiven later aan in het restaurant.

Morgen wacht een bezoek aan de opgravingen van het oude olympische dorp.


Zondag 23 juli

In 776 BC besloot Herakles dat ter ere van twee geweldige mythologische overwinningen het tijd werd hiervoor dankbaarheid en blijdschap te tonen.

Hij besloot Olympia te stichten.

Het moest een groot centrum ter ere van de goden Zeus en Pelopon worden en van een uitbundigheid dat de twee de Grieken goed zouden gedenken in hun oorlogen. Dappere soldaten moesten hun beste kunnen laten zien en ze zouden zich in Olympia hiervoor goed kunnen voorbereiden. Er kwam een reusachtige tempel voor Zeus te staan.

 

Eens in de vier jaar werden alle Griekse gewesten opgeroepen hun beste mannen te selecteren om voor Zeus te tonen wat ze konden. Er werden sporten beoefend die in de training van een strijder pasten. Boogschieten, zwaardvechten, speerwerpen, boksen, worstelen, hardlopen, paarden mennen en een race met strijdwagens.

Nadat de Romeinen het Griekse rijk hadden veroverd, bleef de traditie onder Romeinse leiding doorgaan. Het was zelfs een van de belangrijke gebeurtenissen, zodat keizer Nero persoonlijk het schouwspel kwam bezoeken.

Strijders moesten voor Zeus de eed van sportiviteit en gehoorzaamheid afleggen, anders mochten ze niet deelnemen.

Er was altijd een grote belangstelling voor de spelen. In het stadion pasten 45.000 toeschouwers en die zaten er ook altijd. De atleten verbleven maanden in het complex om zich te bekwamen, de uiteindelijke wedstrijden duurden maar vijf dagen.

Toen Rome in 393 AC een christelijke keizer kreeg, was het met dit heidense gebruik afgelopen. De gebouwen en tempel werden gesloopt. Honderd jaar later deed een aardbeving de rest.

 

Voor € 24,-- mogen Hanna en ik de opgravingen en restauraties van Olympia bewonderen. Wat hebben de Grieken hier ongelooflijk veel stenen naar toe gesleept destijds. Hoewel niet veel meer overeind staat, krijgen we een aardige indruk van het sportgebeuren van weleer.

 

Een museumbezoek zit bij de prijs in. Veel opgegraven schatten hebben hier een plaats gekregen. Vooral de in redelijke staat bevindende beelden geven een goed idee van hoe Olympia er uit heeft gezien.

Bij Kalo Nero zoeken we de zee weer op, want het is warm in Griekenland met zo’n 34 graden. Omdat het gedeelte waar met grind een stevige ondergrond is gecreëerd vol lijkt te staan, rijden we een zandplaat op. Dat gaat een tien meter goed maar dan blijft de camper staan hoewel ik nog flink gas geef.

De voorkant ligt plotsklap een stukje lager.

In de achteruit is een eerste reactie met als resultaat weer een stukje dieper maar geen centimeter terug. Het zand op de plaat blijkt nogal mul te zijn. Door te graven en de oprijblokken als gripblokken te gebruiken krijg ik onze vier-tonner zowaar weer enkele meters terug maar het dreigt een lange strijd te worden.

Dan verschijnt een bezorgde mede-camperaar; hij heeft het een tijdje aangekeken en besloten dat we wel wat hulp kunnen gebruiken. Een pick-up en een sleeptouw maken een einde aan ons lijden.

We vinden toch nog een plaats op het verharde deel en staan weer prachtig over de zee te turen. Bomen bieden schaduw en een zwoele zeewind brengt mijn fors opgelopen temperatuur weer naar normaal.


Maandag 24 juli

We wonen voor één dag in een camperstraatje. Dat is niet vervelend want er gebeurt van alles. Zo hadden we gisteravond een bruiloft. Het bruidspaar is eerst vijf maal luid toeterend door ons straatje gereden, daarna op het strand schuin tegenover in de echt verbonden en heeft ons toen het donker was op een vuurwerkshow getrakteerd. En we kennen het paar niet eens……  

 

Vanochtend hebben Hanna en ik eerst boodschappen gedaan in een piepklein winkeltje maar alles wat we nodig hebben, is aanwezig. Onze buurvrouw voor een dag komen we er ook tegen.

Daarna installeert iedereen van de straat zich onder de bomenrij die onze campers scheidt van strand en zee. Het is vrij warm, rond de 33 graden, maar onder de bomen met een lekkere zeewind in het gezicht sta je daar niet eens bij stil.

 

De straat heeft ook een burgemeester, zelf-benoemd dat dan weer wel. Als zich kort na het middaguur zich een nieuwe bewoner tussen ons en de buren perst, is er niet veel ruimte meer over.

 

Onze deur kan nog net open maar je moet wel op je vingers letten. Onze buurman, tevens de burgemeester, zint dit niet en gaat aan het regelen.

Via zijn netwerk komt hij erachter dat verderop in de straat iemand op het punt staat om te gaan vertrekken.

Met de tussenperser wordt een gesprek aangeknoopt.

Beiden Italiaan dus dat communiceert wel. De bedoeling is nu dat als er straks ruimte komt, de kersverse bewoner daar naar toe verhuist. Na een uur vertrekt inderdaad een camper. De burgemeester verwittigt persoonlijk de nieuweling dat het tijd voor actie wordt maar deze lijkt niet onder de indruk.

Echter er komt een autochtoon zwemmen en parkeert zijn oude pick-up op de open plek. Als deze na de zwempartij vertrekt, parkeert vrijwel onmiddellijk een andere streekgenoot met hetzelfde doel de auto op de plaats. Tegen het eind van de middag is deze ook uitgezwommen maar er heeft zich een nieuwe camper gemeld.

Naast burgemeesters heb je ook wethouders (Duitsers in dit geval) en deze regelen onderling dat de pas aangekomen camper op de plek van de personenwagen mag staan. De burgemeester staat in z’n hemd en druipt bescheiden af.

 

Op het strand hebben zeeschildpadden hun eieren gelegd. Daarmee is de moederrol klaar en neemt de zon de taak over. Om nu te voorkomen dat strandgangers de eieren tot moes trappen, hebben dierenvrienden de nesten gemarkeerd en afgedekt met een rooster.

Het werkt want de strandgasten blijven keurig uit de buurt van zo’n nest. Wij verblijven te kort om de geboortes mee te maken.

Morgen gaat onze reis weer verder.

Wij vermoeden dat een aantal van onze buren zowat een vaste standplaats hebben en uiteindelijk wel op kraamvisite zullen moeten.



Dinsdag 25 juli

Camperen is niet altijd leuk.

Als we Kalo Nero verlaten, veroorzaakt een laaghangende tak fikse schade aan het exterieur. Misschien fijn voor een schadeherstelbedrijf maar niet voor ons.

Het wil toch al niet lekker meezitten in het eerste deel van de rit. Een bezoek aan Agrili Filiatra om het aldaar beruchte sprookjeskasteel te bewonderen is niet echt een succes. We zien het bouwwerk aan de kust staan maar het toegangspad ziet er allerbelabberdst uit. Na de ervaring in Albanië kan ik dit Hanna niet aandoen.

Door naar het onoverwinnelijke fort van de Venetianen op de landtong bij Methoni. Door onduidelijke verkeerssituatie krijgen we het ding slechts op grote afstand, vaag achter de huizen te zien. Op dat moment rijden we vol door een wegkuil  zodat ik op het minst een klapband verwacht. Op z’n ergst denk ik het hele voorwiel te verliezen maar gezien we normaal verder toeren, blijkt dit allemaal mee te vallen.

Ter informatie: wegkuilen zijn forse gaten in het wegdek die niet worden aangekondigd. Van een chauffeur in Griekenland (en meerdere zuidelijke staten) wordt verwacht dat hij doorlopend met z’n ogen op het wegdek voor hem tuurt. In Griekenland komt deze verkeersoplossing minder vaak voor dan in Albanië maar is daarom juist verraderlijker.

De beoogde camperplaats even voorbij Methoni blijkt stampvol personenauto’s te staan waarvan de berijder tijdelijk in de zee of op het strand ligt. Een tweede optie een dorp verder levert alleen maar hogere-school-stuurmanskunst op maar geen beschikbare parkeerplaats.

 

Wij plannen een nieuwe plek in. Dit keer is de hoop gevestigd op Agios Andreas. De rit gaat over bergachtig terrein zodat er hier en daar een haarspeldbochtje genomen moet worden, in goed overleg met tegenliggers passages worden uitgevoerd, naast het bekende stijg en daal werk.

Uiteindelijk komen we aan op de bestemde plek. Maar het lijkt niet op het plaatje wat we ervan gezien hebben. Niks geen campers gezellig onder de bomen maar een lelijk parkeerterrein op asfalt vol personenwagens.

Ik ga wat rondlopen en ontdek een openstaand hek.

Na een vijftig meter verder te zijn gelopen, zie ik het aan ons voorspelde panorama: bomen, kust en een ruisende branding. Als ik Hanna het goede nieuws kom brengen, wil ze het amper geloven.

Zo maken we weer een voortreffelijke middag mee, heerlijk in de schaduw van bomen met uitzicht op zee. Het is een rustig strand met douche. We gaan meerdere keren lekker zwemmen, afspoelen en dan weer languit in de stoel.

Hebben we het karma toch weten te keren.


Woensdag 26 juli

De eucalyptus-bomen verleiden ons met hun heerlijke frisse geuren om nog een tijd in Agios Andreas te blijven. Een heel krekelkoor steunt de actie van het ruikende lover.

De afgelopen nacht hebben wij Franse buren gekregen. Ik maak een praatje met hen en krijg te horen dat zij ook voor de eerste keer Griekenland aandoen. Het is nog een jong gezin met vier kinderen maar al helemaal verknocht aan het reizen per camper.

In de loop van de middag willen we toch verder. In de buurt moet een idyllische plek liggen. Enkele bergmeertjes met verscheidene rivierstroompjes met meerdere watervallen. Volgens verkregen informatie kun je met de camper hierbij overnachten. Het is weer eens wat anders dan strand, zee en zon.

Volgens Pio is het slechts 21 kilometer rijden, dus wij zijn er zo.

Denken wij.

Maar we zijn in Griekenland en dat besef wil in ons enthousiasme wel eens een beetje op de achtergrond raken. Aanvankelijk is er niets mis. Dan slaan we af, de bergen in. Volgens het voorstel van Pio. Na een tijdje verslechtert de toch al niet beste weg. Zo erg dat er feitelijk niet meer sprake is van een weg.

 

Het pad gaat langs de rand van de afgrond en heeft een aardig stijgingspercentage. Maar we zijn er bijna. Ik peil opnieuw de coördinaten. Dan blijkt dat we helemaal fout zitten. De gegevens niet goed ingevoerd? Dezelfde weg terug, kruipend. Via de bewoonde wereld wordt ons een andere route aangeboden.

Maar ook deze strandt in een klein dorpje waar we onvrijwillig rondjes beginnen te rijden.

Een oudere Griekse vrouw die alleen zuiver Grieks spreekt, legt ons met handen en voeten uit dat de toegangsweg naar de watervallen opgebroken is en bovendien veel te smal voor een camper. De bijzondere plek zal voor ons geheim blijven.

Wij druipen af naar Analipsi. Een lang breed strand en een uitgestrekte zee is nu het beeld waar we het mee moeten zullen doen.


Donderdag 27 juli

Een brullende branding komt dreigend met witte koppen telkens op ons afgestormd. Schuim vliegt door de lucht. Het donderend geraas van instortende golven overstemd het geluid van de sprekenden.

We zijn in de middelvinger.

We zijn in het midden van de middelvinger van Peloponnesos om helemaal precies te zijn. De rit hier naar toe was adembenemend mooi. Zelfs de beste ooit gemaakte promotiefilm voor een tropisch eiland is maar amateurwerk vergeleken met de beelden die de natuur ons vandaag heeft gebracht. Helder blauw water met tegen de kust lichtblauwe bijna fluorescerende variaties.

 

Kleine eilanden, geheel uit rots gemaakt die uitdagend tegen een groene landtong aanliggen tegen een achtergrond van een baai met een wit strand. Kneuterige dorpen met witte huizen met oranje daken hebben zich ertussen gewrongen.

Het geheel is gevangen door hoge bergen die eindeloos lijken te variëren in kleur en vorm. Niet alleen op waterniveau want de weg brengt ons op grote hoogten zodat we de schitterende kustlijn vanuit vogelperspectief mogen waarnemen.

 

Gedonder, kort na het opstaan.

Zwarte luchten uit het noorden beloven niet veel goeds. 

Licht getik op het dak verandert in zwaar geroffel. Zelfs lichte hagelstenen komen naar beneden. Het vertrek stellen we maar even uit. Bliksem en donder geven aan dat in Griekenland niet altijd de zon schijnt. Maar al snel verschijnt het eerste blauw in de lucht en gaan we rijden. Niet veel later is het weer zon overgoten.

 

Strandgangers beleven een spektakel.

Zo staan ze tot hun knieën in het water om even later te worden verzwolgen door een mans hoge golf. Nea Itylo ligt aan een prachtige baai, gevormd door een zee-inham, en de wind stuurt de golven in hoog tempo naar het strand. Stoer proberen jongens en meiden overeind te blijven maar het kolkende water duwt hen met gemak naar de kant.

Wij hebben de camper strak langs het strand geparkeerd. Op een brede parkeerstrook langs de twee meter hoog liggende weg. Vanuit onze geïnstalleerde zomerzit bekijken we de gewaagde strijd van de mens tegen het water. 

Ook als de schemer is gekomen en de laatste badgasten afgedroogd zijn, hangen we nog lekker onderuit om van het mooie golvenspel te genieten.


Vrijdag 28 juli

De gondelier geeft aan dat we kunnen instappen. Voorzichtig manoeuvreren we over de smalle bankjes tot voor in het bootje. Als  zeven personen zijn ingescheept, steken we van wal. De grot is spaarzaam verlicht en bij de gloed van de lampen tonen de stalactieten zich als  dikke wormen vanaf boven. De Dilos-grotten liggen op zeeniveau en de gondelier vaart behendig het ranke bootje door de gangen en zalen. Hij geeft in accentloos Grieks tekst en uitleg van de wonderbare schepping van de natuur.

 

Het is verbazingwekkend hoe er ondergronds zulke ruimten bestaan vol met bizarre vormen, ontstaan door eeuwenlang druppend kalksteen. We worden niet bij de uitgang afgezet. Nadat we zijn ontscheept kunnen we op eigen gelegenheid nog een heel eind wandelen langs prachtige creaties voor we weer het daglicht zien.

We rijden naar het zuiden. We komen nu door het gebied met de Mani-cultuur. Dit volk wat eeuwen in de zuidpunt van de middelvinger van Peloponnesos heeft gewoond, kenmerkt zich door hoge woontorens te bouwen. Een hoge toren betekent meer status. Vooral bij het dorp Vathi zien wij de torens gebouwd op rotsen, prachtig afsteken tegen de bergwand en de donkerblauwe zee.

 

Als klimmend en dalend door indrukwekkende landschappen komen we aan in Porto Kagio.  Het havenplaatsje ligt aan een omsloten baai waardoor schepen in de luwte voor anker kunnen gaan. Het plaatsje bestaat enkel uit een vijftal restaurants die aan een onverharde weg tegen de havenkom aanliggen en een aantal woningen welke daar achter een plekje gevonden hebben. Het zal ons zuidelijkste punt van de vakantie zijn, beseffen wij. Vanaf nu gaan we weer stapje voor stapje noord-oostwaarts.

’s Avonds gaan we uit eten in het restaurant op wiens parkeerterrein we mogen verblijven. We krijgen een prachtig plekje vooraan op de veranda. We overzien de baai waar meerdere zeilschepen en enkele zeer dure motorjachten voor anker liggen.

 

Terwijl we genieten van een heerlijke Griekse maaltijd, zien we hoe twee rijke dames van een van de jachten zich vermaken op het terras. Terwijl twee nanny’s de zorg over een drietal kinderen hebben, kunnen de dames zorgeloos een fles wijn verwerken. Als het hoofdgerecht wordt geserveerd, schuift iedereen aan en moeten de oppasvrouwen het eten op de borden scheppen. Na de maaltijd komt een luxe bijboot het gezelschap halen en worden ze teruggebracht naar het jacht.

In de avond is het een mooie aanblik. De verlichte schepen in de baai met de gezellig lampen van de  boulevard op de voorgrond. We wandelen terug naar de camper en voelen ons onderdeel van een bijzonder plaatje.


Zaterdag 29 juli

We krijgen gedaan dat we voor €24,-- beiden naar binnen mogen. Dan staan we in de oude stad Mystras. In de 13e tot en met de 15e eeuw was het belangrijke stad in het Byzantijnse rijk. Het werd bestuurd door een Despoot. Direct na de hoofdingang staren we tegen een trap aan. Al gauw blijkt dat de oude stad geen andere verbindingsweg heeft dan trappen.

 

Van veel van de oude woningen is weinig meer over. Enkele gebouwen stelen de show. De Byzantijnen hadden een kenmerkende bouwstijl. Met rode en grijze stenen metselden ze de meest prachtige gebouwen. Door deze in de rand van de gevel om en om te gebruiken krijgen alle bouwsels dezelfde stijl.

Het zijn aanvankelijk vooral de kerken en kloosters die de tand des tijds redelijk hebben doorstaan. In de kerkjes zijn de oude fresco’s nog vaag en gedeeltelijk te zien. Als we diverse trappen zijn opgeklommen komen we bij het paleis. In verband met de restauratie mogen we alleen de buitenkant bezien. Dan volgt de ultieme uitdaging. Hoog boven op de berg ligt de ruïne van het kasteel.

Het is met 36 graden niet het meest ideale klimweer. Toch gaan we. Trap na trap. In de schaduw zitten en water drinken. Dan weer verder klauteren.

Hoog boven het dal en fier boven de oude stad bereiken we de burcht. Het levert een fantastisch uitzicht op over het brede dal waar onderaan de voet de stad Sparta ligt. Met verbazing constateren we dat er veel Nederlanders onder de bezoekers zijn. Hanna vraagt zich af of we soms Byzantijns bloed in de aderen hebben. Na de lange afdaling, tree voor tree, te hebben volbracht, komen we uitgeblust bij de camper aan.

Vanmorgen zijn we uit Porto Kagio vertrokken en hebben kaap Matapan achter ons gelaten. Volgens de mythologie is 

Herakles via de grotten van Matapan doorgedrongen in de onderwereld, het dodenrijk van Hades. Met zijn blote handen is hij erin geslaagd de driekoppige hellehond Cerberus te verslaan. Bij het vertrek horen wij inderdaad drie honden blaffen.

We passeren vandaag twee keer Sparta. Het aloude Sparta waar een deel van de Griekse cultuur haar ontstaan heeft beleefd. Van het roemruchte verleden is in het moderne Sparta niets meer terug te vinden. Er is zelfs een Lidl-vestiging gekomen. Zo kunnen we onze voorraden weer aanvullen. Omdat we enigszins verdwalen, hebben we een flink deel van de stad kunnen zien.

Onze nachtplaats vinden we in Kosmas. Na een prachtige rit door de bergen waar bijzondere landschappen aan ons voorbij trekken komen we op een picknick plaats terecht. We staan er prachtig midden in de natuur op 1200 meter hoogte. De heerlijke koele berglucht doet ons goed na een warme dag.


Zondag 30 juli

Hoog in de bergen ligt het Elonis-klooster. Als teken van toewijding en absolute afzondering is een kleine 100 jaar geleden op een richel van een steile berg dit klooster gebouwd.

Er is later langs de rots een bescheiden pad uitgehouwen om het wat bereikbaarder te maken. Via dit pad loop ik naar het gebouw. Uit luidsprekers klinken kerkelijke gezangen. Na het pad en enkele trappen op en af sta ik in het klooster.

Er is een dienst gaande in het veel te kleine kloosterkerkje. Gelovigen en toeristen hangen op het buitenplein om. Ze passen bij lange na niet in het zaaltje. Sommigen zitten stil en luisteren heel devoot. Zo nu en dan wordt er een kruisje geslagen. Ik kijk met bewondering naar het bouwwerk. Zo in het absolute niets gebouwd. Toch is er veel belangstelling. Beneden staat een bus en zijn talloze auto’s geparkeerd. 

Zowel beneden als boven wordt er handel gedreven. Marskramers hebben hun handel uitgestald. Aan niets zal het u ontbreken.

 

We dalen 1200 meter.

Dat gaat met behulp van vele haarspeldbochten. Het is weer een schitterende weg om te rijden. We moeten dwars door Kosmas. De weg is net-aan breed genoeg voor de camper. De buitenspiegels scheren vlak langs de gevels. Het plein in het dorp ligt dankzij gebladerte volledig in de schaduw. Dorpelingen hebben zich er verzameld en kijken nieuwsgierig toe hoe ik de camper door de straatjes pers.

Een tijdlang rijden we door een kloof. Dan komt de zee weer in zicht. De weg ligt hoog ten opzichte van de kust. Een plek aan het water vinden, valt in de omgeving van Tyros nog niet mee. 

Dan dient zich een ruime parkeerplaats aan. Er staan bomen en een prieeltje op. We parkeren de camper met z’n neus naar de zee. Heerlijk in de schaduw van de bomen brengen we de rest van de dag door. Nog te bekomen van de grote inspanning gisteren.

 

Als amateurarcheoloog is het prettig toeven in Griekenland. Afgelopen nacht stonden we geparkeerd bij een ravijn, evenals vanmiddag bij de plek aan zee. Wanneer je over de rand tuurt, zie je allerlei cultuurschatten liggen uit de periode van gisteren tot tien jaar geleden. Hier en daar uit nog eerdere perioden maar de vergankelijkheid dwarsboomt hier mijn onderzoek. Het mooie is dat je zo het alledaagse leven van de Griek goed in kaart kan brengen. Zo weet ik welke tijdschriften ze lezen, van welk hout hun kozijnen zijn gemaakt, op welk type matras ze de nacht doorbrengen en wat hun favoriete vorm is van de toiletpot.

Dan is het in Nederland maar karig gesteld inzake de omgang met onze erfschatten. Latere archeologen zullen nooit onze levensgewoonten kunnen achterhalen vanwege ‘afvalverwerking’. Een gemiste kans.


Maandag 31 juli

We gaan noordwaarts over de fraaie kustweg die soms op zeeniveau is om even later toch weer tot grote hoogten te stijgen. Zo komen we in Paralia Astros terecht. Althans op het strand van deze plaats. Er staat een heerlijk strakke zeewind en er is voldoende schaduw.

Geen beroerde dag dus.

We houden ons bezig met lezen, eten en zo nu en dan even zwemmen. Het is rustig op dit toch wel fraaie strand. Dat het maandag is, mag geen excuus zijn, ook de Grieken hebben massaal vakantie.

Niet ver hier vandaan ligt het moeras van Lerne. Het heeft geen goede reputatie. Volgens de oude Grieken heeft het moeras geen bodem. Je zakt er zo weg naar de onderwereld. Ook wordt beweerd dat er in de natte brei een slang huist. Een enorme slang. En het beest heeft negen koppen. Bewoners noemen met enige huiver het beest Hydra van Lerne. Nog niemand is ooit terug gekeerd vanuit deze onheilzame plek.

Herakles heeft, toen hij tot waanzin werd gedreven, zijn eigen gezin uitgeroeid. Om weer in het reine te komen met de goden, heeft hij van Zeus twaalf onmogelijke opdrachten gekregen. Eerder hebben we hem in dit kader al de hellehond Cerberus zien vangen. Nu heeft hij de taak om af te rekenen met Hydra van Lerne.

Onbevreesd loopt hij het moeras in, slechts gewapend met een zwaard. In het onvermijdelijke gevecht met de slang toont Herakles zijn behendigheid. Hij slaagt er in om alle negen koppen van het dier af te slaan en daarmee heeft hij ook deze taak volbracht.


Dinsdag 1 augustus

Een camper is zelf voorziend. Alle benodigde zaken zijn aan boord en dat geeft je de vrijheid om iedere fraaie plek te gaan staan. Anders wordt het als het water opraakt. Dan moet je gericht op zoek naar een waterkraan.

Gelukkig hebben we een app.

 

En deze verwijst naar een naburig dorp. Daar aangekomen vinden we inderdaad een kraan. Nadat de slang is uitgerold, kan het vullen beginnen. Als ik mijn oor te luister leg, hoor ik zo nu en dan een druppel vallen. Inspectie van de waterkraan leert ons dat alle druk is weggevallen.

Geen nood, de app weet raad.

Deze brengt ons naar Nafplio. Op een prachtige plek, mooi onder bomen, zou een toilet en waterkraan aanwezig zijn. Als de navigatie aangeeft dat de bestemming is bereikt, zien we een groot asfaltplein, stampvol met geparkeerde auto’s. Na te hebben dubbel geparkeerd, gaat Hanna op onderzoek uit. Dat doet ze degelijk. Achter ieder muurtje wordt gekeken, menige autochtoon wordt aangesproken. Van een waterkraan geen spoor en om te parkeren met een camper is totaal geen ruimte.

Een nieuwe bestemming met waterkraan wordt gevonden in de app.

Pio leidt ons weer vakkundig door de straten van Nafplio. De bestemming is nog vele kilometers weg. Dan roept Hanna plots dat ze een waterkraan heeft gedetecteerd. Na vakkundig gedraai komen we naast een fontein te staan waar een waterkraan op zit gemonteerd met voldoende druk. De tank kan gevuld.

Grieken zijn bijzonder aardig en correct. Of dit voor iedere Griek geldt, durf ik niet mijn geld op te verwedden maar in ieder geval de man die we vanochtend ontmoeten. Als we bij de drukloze kraan staan aan te modderen, komt deze meneer ons er op wijzen dat we verkeerd geparkeerd staan en dat we langs de weg behoren te gaan staan. Ik voer de orders van de plaatselijk duidelijk bekende meneer uit.

Ik sta net weer te prutsen met het water of opnieuw komt de man mij iets zeggen. De camper staat voor een uitrit en zou beter iets naar voren kunnen, is de boodschap. Maar hij heeft ook een zak met vruchten bij zich. Het zijn geen pruimen; ze lijken er wel op. Hij overhandigt de zak aan mij. Prachtig, wat een aardige man.

Even voorbij Nafplio komen we onder de eucalyptus-bomen aan een strand in een baai te staan. De oevers zijn met diverse palmbomen getooid. In de baai liggen enkele schepen voor anker. Op de horizon worden we omringd door prachtig berglandschap.

In de schaduw met een stevig maar zwoel windje proberen wij de dag zo om te krijgen. Het is een voorrecht om hier zo te mogen staan bij een plaatsje met de bijzondere naam: Xiropigado.


Woensdag 2 augustus

De meters dikke muren verbazen ons. We hebben erover gelezen maar als je zelf ziet over welke enorme brokken steen het gaat dan snap je de verwondering van archeologen. De prestatie is geleverd door de bevolking van de stadstaat Tirikatho (Tiryns) in het jaar 1200 BC. Het was toen de tijd van moorden of vermoord worden. 

Dus probeerden de samenlevingen een zo veilig mogelijke plek te realiseren.

In Tirikatho hebben ze op een 18 meter hoge heuvel een onneembare stad voor dat doel gebouwd. Om de vijandige buren alle moed te ontnemen hebben ze hoge maar vooral dikke muren om hun Akropolis getrokken. Er is een boven- en een benedenstad. De hoog gelegen bovenstad was voor de koning en zijn paleis want hoe klein de gemeenschap ook was, er was altijd wel iemand die koning wilde zijn. De benedenstad, zeker niet groter dan dat bovendeel, was voor de bevolking. Vele huisjes, winkels en werkplaatsen moesten er een plekje zien te krijgen.

Als Hanna en ik vandaag over de ruïnes lopen, proberen we het beeld van 3200 jaar terug voor te stellen. Feitelijk zien we een enorme hoop stenen op een heuvel in het platte deltalandschap achter Nafplio liggen. Gelukkig staan hier en daar nog stukken muur overeind om je fantasie wat te ondersteunen.

De stadstaat heeft 600 jaar bestaan. Door aardbevingen, plunderingen en verwoestingen hebben de laatste bewoners in het jaar 600 BC de boel de boel gelaten en zijn vertrokken. Sinds 1850 is er door archeologen hernieuwde belangstelling voor dit stukje oergeschiedenis.

 

We zijn naar het Kondili strand gereden vlakbij het vissersdorpje Vivari. Daarmee zitten we in de duim van Peloponnesos. Op het hele strand staat één boom(pje) Niemand heeft deze nog opgeëist zodat wij de camper er pardoes voor parkeren. Zo we hebben voor vanmiddag zon, zee, strand en schaduw. Het strand ligt in een mooie baai. In de verte liggen de bergruggen. De heuvels rondom zijn bedekt met groene bomen. De zee is kalm en helder.

Wij staan prima.


Donderdag 3 augustus

Wij staan prima. Dat was het gevoel van gisteren.

Maar toen kwam vannacht. Ergens hadden we het kunnen weten.

Het broeide.

 

Eigenlijk al vanaf 5 uur ’s middags. Wij staan bij de enige boom op het strand. Niet zo heel ver van een strandtent. Nu is daar overigens niet aan te ontkomen want er staan drie strandtenten op ons kleine stukje strand. Maar bij deze strandtent stond iets te gebeuren. Er werd test gedraaid. Luide muziek knalde uit de boxen en kon ook zomaar weer stoppen.

Dan weer was een technicus de installatie aan het testen met korte onduidelijke uitstoten.

Toen het donker was geworden brak de pleuris uit. Laserlights flitsten door de lucht, een enorme spotlight brandde het strand schoon en het geluidsvolume ging op maximaal. Alsof ze in onze camper ‘life’ stonden op te treden.

Wij dachten ‘het stopt wel een keer’.

Tegen twaalven kruipen we in ons warme bed. De temperatuur is dan nog steeds boven de dertig graden. Zelfs het dunne laken doen we niet over. Ondertussen knalde de muziek gewoon door. Wij hopen dat het tegen enen, vooruit half twee klaar is. Om toch tot rust te komen, dichten we onze oren af met een stuk kussen.

Helpt niet.

‘Laat het dan om twee uur stoppen’ is onze vurige wens. Vijf uur, het gaat door tot vijf uur in de vroege ochtend. Geen moment slaap kunnen vatten tot dan. Je wordt letterlijk wakker geschreeuwd, zeker toen er plots een echt ‘life’optreden plaats vond.

Met een zwaar hoofd en een brak gevoel rollen we tegen negenen uit bed. De zon staat langer verblijf in het slaapgedeelte niet toe. Het is warm in Griekenland en het wordt de komende dagen nog warmer. De strandtent ligt er voor dood bij. De ochtendzwemmers liggen alweer in het water en langzaam komt de dag weer opgang.

Wij staan prima bij het schaarse boompje. De lucht is strakblauw. De zee is vlakbij. Het strand is vrij. De stranddouche staat op vijftig meter. De koelkast zit vol met koele drankjes. Ondanks de piepende oren hebben we het nog niet zo slecht. Vandaag blijven we op het strand van Kondili.


Vrijdag 4 augustus

Een ezel stoot zich in het algemeen, geen tweemaal aan dezelfde steen.

Bijna zijn wij die ezel die dat wel doet. Tegen de avond is gisteren een collega-camper naast ons komen staan. De beruchte strandtent toont activiteit maar is absoluut niet luidruchtig. Er speelt muziek wat als vaag achtergrond geluid kan worden afgedaan.

 

Dan start buurman zijn motor en verhuist naar de andere zijde van ons. In een keer klinkt de muziek een stuk luider, de buren hadden als buffer gediend. Tegen middernacht gaan we slapen. In de stille nacht klinkt achtergrond muziek ineens toch weer behoorlijk hard. Een uur mogen we meedeinen op de supergezellige en voor Grieken meezingmuziek. En dan stopt het, om één uur al!

Wat volgt is een aangename slaapnacht.

Vanmorgen worden we fit en kwiek wakker en installeren ons weer prinsheerlijk onder de wonderboom.

We bestuderen een Grieks-verdienmodel omdat we niets beters te doen hebben. Voor onze neus exploiteert een Grieks gezin een strandterras. Zo’n 75 setjes hebben ze uitgestald. Een setje bestaat uit een parasol en twee ligbedden. Voor zeven euro kun je een dag je met zo’n setje vermaken. Het loopt niet storm.

We hebben de cijfers van drie dagen en het is geen vetpot. Gemiddeld zijn er per dag tien setjes verhuurd. Veel leegstand dus. In tegenstelling tot haar collega’s op dit strand heeft ze geen handel in koele drankjes en ijsjes.

Dit is dan ook onze verbetertip.

 

De directrice zit onder verweg de grootste parasol. Ze mist duidelijk ‘klantenempathie’. Met een stuurs en verveeld gezicht loert ze de voorbijkomers aan. Wel maken Hanna en ik gebruik van ‘haar’ stranddouche als we gezwommen hebben. Zonder ons een blik waardig te gunnen, laat ze dit toe. Toch een beetje aardig?

 

Als het weer donker wordt is het uit met de pret. We vertrekken van Kondili-beach. Morgenvroeg willen we in verband met de hitte vroeg bij de kassa van het Epidavros staan dus rijden we vanavond naar het parkeerterrein om daar te overnachten.

Pio stuurt ons over een superslechte bergweg, en dat in het donker. Maar we komen behouden aan. Tot onze verbazing staat het hele parkeerterrein tjokvol. Kennelijk wordt in het theater een stuk opgevoerd.

 

Het lijkt compleet uitverkocht.

Achter op het terrein vinden we een plekje waar we morgenochtend afwachten.


Zaterdag 5 augustus

De oude Griekse goden namen het niet zo nauw met de normen.

Zoon Apollo van oppergod Zeus en godin Hera had meerdere kinderen bij aardvrouwen. Zo is na een gezellig samenzijn met Krononis de halfgod Asklepios geboren. In een godengezin opgroeien was ook niet alles want z’n ouders keken niet naar hem om. Dankzij een zorgzame centaur is het toch nog goed gekomen. Deze leerde de jonge Asklepios van alles over de geneeskunde.

 

Zo werd hij een expert in de chirurgie en kruidentherapie. Dat ging zo goed dat hij zelfs doden kon opwekken. Maar dat zinde Zeus niet. Kleinzoon of niet, doden opwekken was voorbehouden aan de goden. Met een felle bliksemschicht doodde hij Asklepios. De betreurde werd begraven in Epidaurus.

Dit leidde ertoe dat de oude Grieken een heiligdom oprichten in deze plaats. Er kwam een grote ziekenzaal en op de huiden van geofferde beesten mochten zij de nacht doorbrengen. Priesters gaven de volgende dag uitleg van de dromen en zetten dat om in therapieën en behandelwijzen. Hierbij moest soms ook lichaam en geest worden geprikkeld. Daarom kwam bij het heiligdom een sportstadion en een theater. Zo konden patiënten meedoen aan hardloopwedstrijden en voordracht-talentenjachten.

Zo’n 2300 jaar later lopen Hanna en ik door het enorme theater van Epidavros. We voelen de mystiek die al die tijd om dit bouwwerk heeft gehangen. Om z’’n geweldige akoestiek is dit gebouw bekend en we zien hoe toeristen dit uittesten. Er valt een muntstuk, een steentje ketst op een plank, een gedichtje wordt gefluisterd en twee meisjes doen zelfs een ingestudeerd dansje. Het is boven in het theater, die plaats bood  en biedt aan ruim 12.000 duizend toeschouwers, allemaal goed te horen.

Van de meeste heiligdommen is niet veel meer over. Hier en daar staan nog wat zuilen en restanten van oude muren tekenen de oude situatie nog goed uit. Afbeeldingen van Asklepios (in het latijns Aesculapius) zijn op oude panelen terug te vinden. We zien een bebaarde man met een wichelroede waar twee slangen omheen kronkelen. De huidige artsen gebruiken deze afbeelding nog als hun herkenningsteken (=esculaap)

In de middag zijn we naar het strand van Palea Epidavros gereden. Via zeer nauwe steegjes komen we op een ruim stukje strand. Wat weer een mooi plaatje. Een kraakheldere zee waarvan je de rotsige bodem goed kunt zien. Bergruggen met groene bomen bedekt omsluiten een prachtige baai waar motorboten en zeiljachten voor anker liggen. Dat alles onder een strak blauwe lucht en een temperatuur van 35 graden.

Hanna ziet de vissen onder haar door zwemmen als we ter verkoeling het zilte zeewater opzoeken.


Zondag 6 augustus

We leven in een sprookje.

De fraaie baai van Palea Epidavros is het decor waarin het zich allemaal afspeelt. Het is warm en nagenoeg windstil. De luifel is maximaal uit voor maximale schaduw.

 

Zwemmers en strandgasten komen.

Ieder met z’n eigen ding. In het water wordt met een bal gegooid. Drie snorkelaars speuren in het heldere water naar de onvindbare schat. Een surfplank wordt bevochten door een jong stel.

Op het strand is het minder actief. Een enkeling, waarschijnlijk met een asbest-huid, ligt pal in de zon. De meesten liggen roerloos in de schaduw van de eigen parasol of van de palmbomen die her en der op de strandlijn staan.

Op het water ligt een hele vloot pleziervaartuigen voor anker. De rotsachtige kust steekt prachtig af bij het helder blauwe water. Er is een voetpad naar een tweede strand. Deze is schitterend gelegen in een stukje teruggetrokken rotsen-oever.

Wij zijn betoverd en vergeten te vertrekken.

Het strand waar volgens een bord niet mag worden gekampeerd, loopt aardig vol met campers. Er melden zich drie grote Italianen. Twee Grieken staan pal aan de zee. Twee buscampers voegen zich daarbij. Wij staan bescheiden achteraan maar met volledig zicht op het hele gebeuren.

Grieken leven lekker vrij. Er is in dit land vast wel een regel over helmen dragen tijdens het rijden op scooter of motor. Maar niemand past hem toe. Motoren melden zich op het strand. De berijder draagt een korte broek met shirt en slippers. Zijn vriendin zit in bikini achterop. Beiden de haren lekker in de wind.

Badgasten tonen respect voor elkaar. De stranddouche is bijna continue bezet maar ieder wacht vredig z’n beurt af. Men neemt het leven zoals het is. Geen schreeuwers, geen harde muziek, geen jengelende kinderen. Iedereen lijkt tevreden met wie hij is en wat hij heeft.


Maandag 7 augustus

De kustweg naar Isthmia is prachtig rijden. Van de hoog gelegen weg zien we ver weg over de zee. Beneden liggen leuke inhammen met rotsen en strandjes, op zee liggen vrachtschepen klaar voor een nieuwe lading.

We hebben de coördinaten van een plek in de natuur. Via een klein weggetje wat naar de kust leidt, komen we op een onverhard pad. Er is een mooie plek pal op de kust. Heerlijk geurende dennenbomen zorgen voor een aangenaam welkom. Onze oever stopt abrupt. Een steil rif van zeker 25 meter hoog, scheidt ons van de zee. Er staat een stevig briesje wat bij 38 graden heel aangenaam is.

 

Zittend in de stoel en turend over zee gaan mijn gedachten over de onvoorstelbare mogelijkheden die je hier hebt als camperaar. We staan zomaar ergens. Een klein weggetje, leuk plekje, fantastisch uitzicht en niemand vindt het raar dat daar zomaar twee Nederlanders gaan staan. We worden vriendelijk begroet door een spaarzame passant. Het weer is heerlijk, zon en zee altijd bij de hand. En als je op een beetje normale manier je wagen parkeert en je ook fatsoenlijk gedraagt kun je gaan en staan waar je wilt.

Het strand ligt een 700 meter verderop. Als het mij te warm wordt, loop ik door het dennenbos naar het water waar een frisse duik en een koele stranddouche dan weer wonderen verrichten. Hanna blijft bij de camper en zit heerlijk verdiept in een boek te lezen.

Vanaf onze positie hebben we zicht op de ingang (of de uitgang….) van het kanaal door Korinthe. Keizer Nero is ooit begonnen te graven maar bij gebrek aan goed gereedschap is hij vroegtijdig gestopt. Pas eind 19e eeuw is met zwaar materiaal het kanaal gerealiseerd; 25 meter breed, 80 meter diep tot het wateroppervlak en 6,5 kilometer lang.

Voor vrachtverkeer heeft dit beroemde kanaal nauwelijks meer betekenis. Vandaag krijgt slechts één vrachtvervoerder een sleep. Pleziervaart weet deze route nog wel te waarderen. We krijgen in een soort vlootschouw de mooiste, grootste, duurste jachten te zien maar ook veel bescheidener formaten. Tot in de avond is het druk op zee met vissersboten, kleine speedboten en zeiljachten naast het eerder genoemde kapitaal.


Dinsdag 8 augustus

De oude Grieken hebben het zich niet gemakkelijk gemaakt door een goedgevulde godenwereld te creëren. Alleen al in de godenraad zaten achttien van deze heiligen, geheel rondom de oppergod Zeus samengesteld. Alleen aanbidden was niet genoeg. Er behoorden ook offers te worden gebracht maar het beroerdste was dat iedere god tenminste één heiligdom moest bezitten. Daarvoor zijn er heel wat brokken steen versleept.

Hanna en ik staan over de reling van een uitzichtpunt de restanten van het Heraion te bewonderen. Een tempelcomplex uit de zesde eeuw BC. Dit was het heiligdom voor Hera, de vrouw van Zeus. Ook zijn zuster want veel keus was er niet in het godenrijk. Behalve wat fundamenten, een half muurtje en enkele zuilresten is er niets te zien. Hanna neemt niet de moeite om af te dalen naar de gewijde grond. Feitelijk heeft ze gelijk maar ik wil toch even rondlopen op een plek waar 2600 jaar geleden al allerlei rituelen hebben plaatsgevonden.

Ze heeft overigens een fantastische plaats gekregen, deze Hera, op de uiterste punt van het landsdeel wat Peloponnesos verbindt met Attika. Een werkelijk schitterende plek; hoge rotspunten bedekt met dennenbomen omringen de vallei. Een inham van de zee brengt het lichtblauwe water tot aan de voet van het heiligdom. Gisteravond hebben we een knipoog van Zeus gekregen, daardoor hebben we vandaag de woning van zijn gemalin bezocht. De maan was gisteravond gedeeltelijk verduisterd, en in Griekenland is dat meteen iets heel mysterieus.

Eerder vandaag rijden wij door Korinthe.

De archeologische vindplaats laten we liggen voor een volgende keer. Grinnikend moet ik denken aan de woorden van Dijsselbloem; ze besteden hun tijd en geld aan drank en vrouwen. In geval van het Korinthe van 2000 jaar geleden slaat hij de spijker op z’n kop. In die zin is de apostel Paulus een voorganger van de minister. Ook hem was het een gruwel dat de inwoners van deze stad zich overgaven aan drank en lichte zeden. Het werd geen quote maar twee gepeperde brieven.

We hebben een nachtplaats gevonden op een schitterend plekje. Vlakbij het Heraion ligt een kleine binnenzee. Weer zo’n paradijsje op aard. Omringd door kleine bergen waarvan de rotspartijen prachtig afsteken tegen het lichte groen wat ze ook dragen. Het water is goed te overzien en zo kun je ook de activiteiten op de andere oever waarnemen.

Aan de westzijde ligt een strand. Er staat een strandtent met parasols en jawel…… er is een douche. Het is duidelijk een lokaal plekje. Een handjevol Grieken ligt op de strandstoelen. Er staan twee campers; een Duitser en een Italiaan. Wij vinden een leuk stekje onder de dennenbomen. Zon, zee, strand en schaduw zijn weer geregeld. We komen de middag heel prettig door met zwemmen, zonnen en lanterfanten.


Woensdag 9 augustus

Op de rit van Perahora naar Psatha krijgen we weer een prachtig stukje Griekenland te zien. Eerst doorkruisen we de bergen waar het ene vergezicht zich koppelt aan de andere. Allemaal even fraai. De weg vernauwt zich soms tot amper een camper breed, vooral in kleine dorpjes, maar verder rijdt het prima. Na de bergen rijden we langs de kust. Letterlijk. De weg loopt strak langs de waterlijn en is op sommige plekken in erbarmelijke staat.

Langzaam en rustig is het devies.

In Psatha aangekomen maken we er een heerlijke luie vakantiedag van. We parkeren bij een boom op het strand. Ook hier zijn het vooral Grieken die de zee-rand bevolken.

De verdere dag besteden we aan zwemmen in de vrij snel diepe zee, onszelf verwennen met allerlei lekkere hapjes en observeren. Vooral dat laatste geeft boeiende afleiding. Het is een grindstrand. Iedereen parkeert daar waar het nog enigszins stevig is. Zo niet een ouder echtpaar in een mooie auto. Deze heer rijdt vol gas het losse grindbed in. Hij komt nog best ver.

Maar dan is het over. Na vooruit en achteruit diverse keren in allerlei gasvariaties te hebben geprobeerd, zoeken ze hulp bij enkele Grieken op het strand maar deze hebben er geen trek in. Gelukkig voor hen zijn twee heren die net zijn gearriveerd, bereid met enig trek- en duwwerk te assisteren. Zo komen ze weer vrij uit hun benarde positie.

Maar het strandpubliek levert de mooiste act op deze middag. Griekenland is in de ban van de mythologie. En zo schepte het Poseidon vandaag genoegen om de badgasten wat te plagen. Het is een aangename, warme middag met een prettig briesje. Maar de watergod gaat op gezette tijden even enorm hard blazen.

Een tiental seconden haalt hij wel windkracht 10.

Wat dit tot gevolg heeft voor de gedragen hoedjes en petten, kinderspeelgoed en niet te vergeten de veelvuldig opgeprikte parasols laat zich gemakkelijke raden.  Wij zien dan ook menig gevecht met het zonnescherm. Twee, drie personen zijn nodig om het ding op z’n plek te houden. Dan weer rent een meneer voorbij, achter zijn pet aan. Luchtbedden liggen in een fractie van een seconde van zee in de gazen afrastering.

Even snel als de windvlaag kwam, is hij ook weer verdwenen. Als alle eigendommen weer zo’n beetje bij de rechtmatige eigenaren terug zijn, vindt Poseidon het weer tijd worden voor een volgende blaaspartij.

Nee, we hebben ons vandaag niet verveeld.


Donderdag 10 augustus

We zijn in Delphi. De stad zijn we vanuit het oosten aangereden. Vlak voor de stad is er ineens een heleboel drukte. Veel touringcars en honderden auto’s her en der geparkeerd. Overal bezoekers, op de weg maar ook op de hellingen zowel links en rechts.

Een rij zuilen geeft het laatste zetje.

Dit is het orakel van Delphi. Het lijkt er op dat veel mensen nog met onbeantwoorde levensvragen zitten. Voor hen hoop ik dat het orakel vandaag in topconditie is. Morgen willen wij in de vroegte dit heiligdom voor de god Apollo bezoeken. Vandaag is een lokale camping ons doel.

Het is geen grote vakantieplaats. Alles is aanwezig; stroom, water, een schaduwplek, restaurant, zwembad en een wasmachine. In de camper hebben we zowat alle gemakken bij ons maar een wasmachine ontbreekt nog. Daarom doen we af en toe een camping aan om zo de boel een beetje fris te houden.

De route ging vandaag door een flink stuk vlak land. Dat hadden we tot nu toe nog niet gezien. De gedachte dat Griekenland een en al bergland is, moeten we dus laten varen. Hier is meteen ook veel meer economische activiteit. Grote vrachtwagens delen met ons de weg. Akkerbouw en wijnbouw tot over de horizon. Grote panden op industrieterreinen om van al die natuurproducten weer een gangbaar consumentenartikel te vormen.

We testen het restaurant.

Tegen achten zijn we de eerste gasten en hebben daarmee ruim keus op het balkongedeelte. Vanaf de tafel hebben we prachtig uitzicht. We zien de grillige vormen van de golf van Korinthe. De bergen van vlakbij tot die van Peloponnesos. Dat alles van grote hoogte. Het campingrestaurant ligt op 600 meter.

De zaak is stijlvol ingericht, tegen het chique aan. We bestellen souvlaki en gyros wat hier als streekgerecht geldt. Later in de avond zien we vanaf onze loge de prachtig verlichte stadjes aan zee liggen. Wat is dit toch een fantastisch land.


Vrijdag 11 augustus

Duizend vragen maar met de mond vol tanden.

De drie pilaren priemen in de lucht. De zwarte delen van de vervallen muur zwijgen angstvallig stil. We lopen de Tholos nog een keer rond en ploffen neer in de spaarzame schaduw op een bankje. Lang kijken we zonder iets te zeggen naar het bouwwerk wat het vooral van de verbeelding moet hebben. De lucht trilt van de verzengende hitte.

Het looppad hier naar toe was weinig goddelijk. Lopen langs de provinciale weg met zo nu en dan een kleine stoep. Belemmering om binnen te komen was er niet. Een vrij maar dalend pad leidt zonder obstakels naar één van ’s werelds bekendste fenomenen. Unesco heeft haar beschermende vleugels rondom de mythologische plek geslagen om haar voor altijd voor de mensheid te bewaren.

In de oudheid stond een hallucinerende opperpriester onzin te ratelen, welke door vertaal-priesters geheel naar eigen goeddunken en eigen belang werd omgezet in een boodschap aan het gewone volk.

Het werkt nog altijd.

Ook nu zijn er onbegrepen en te ver door gespecialiseerde wetenschappers als opperpriesters die onlogische, ondoorgrondelijke en omstreden wijsheden orakelen. Gelukkig voor het gewone volk zijn er de vertaalpriesters. Quasi-wetenschappers verbonden aan Greenpeace en onwetende journalisten geven verklaringen van het empirische gebrabbel geheel in lijn met de eigen ideologie. Het volk en de altijd gemakkelijk te misleiden politici krijgen zo antwoorden op de vragen die ze nooit gesteld hebben. En zo gaat een hele beschaving ten onder aan de grootheidswaan het klimaat op aarde te kunnen besturen.

Al vroeg staan we voor de poort. Voor 24 euro mogen zowel Hanna als ik doorlopen. Via het agora komen we op de heilige weg. Het prachtig gerestaureerde schathuis van Athene krijgt onze bewonderende blikken. De tempel van Apollo bestaat uit slechts vijf zuilen en een ongestructureerde vloer. Het theater is bescheiden maar authentiek. Een lange kruisweg omhoog brengt ons bij het stadion. Ongelooflijk hoe deze arena de tand des tijds heeft doorstaan en daardoor een goed beeld doorgeeft van sportwedstrijden van 2600 jaar geleden.

In het museum ontmoeten we de bronzen wagenmenner. Vrijwel onbeschadigd staat het centraal in een eigen vertrek te pronken terwijl een wandpresentatie de contouren van z’n strijdwagen probeert weer te geven.

Gouden sieraden van het jaar 600 BC hebben Hanna haar aandacht. De graveerkunst doet niets voor onze tijd onder. Heel gedetailleerd zijn de  afbeeldingen ingebracht. Het zou zo nu gedragen kunnen worden.

Via een prachtige reis door de bergen komen we aan in Thermopylae. Pal voor een gedenkwaardig monument staan we stil. Het memorium gedenkt de moedige strijd van 300 Spartanen tegenover een groot Perzisch leger. Hoewel de slag verloren ging, werd de strijd uiteindelijk door de Grieken gewonnen.

Onze verwachting voor de geplande nachtplaats is minder succesvol. We vinden het natuurbad met waterval waar altijd 38 graden warm zwavelhoudend water stroomt. Maar het is ongeschikt om te verblijven en zo komen we uiteindelijk terecht in Phthiotis. Dit ligt al dichtbij de Pilion. Wel is het weer een prachtig plekje aan de zee waar we onder de schaduw van een boom en een heerlijk zeebriesje om het hoofd, kunnen bekomen van de inspanningen.


Zaterdag 12 augustus

De zee zingt haar warm klotsend geluid van aanrollende golven.

Een meeuw vliegt traag op en speurt het wilde water af naar iets van zijn gading. De zon is in ruste achter de horizon en langzaam neemt de schemer het van haar over.

Negen bootjes dobberen ongrijpbaar op enige afstand van de kust. Hun zwarte zware motoren geven aan dat ze geen moeite zullen hebben met de weerstand van het water. Zwemmers zijn bezig met hun laatste slagen. Het warme zeewater streelt hun huid.

Hanna en ik hangen voor de camper en zien hoe de nacht langzaam haar intrede doet op het strand van Magnitsia.

Niet ver hier vandaan ligt Afissos.

Volgens de Griekse legende heeft hier Jason zijn schip ‘de Argo’ gebouwd. Hij had van zijn oom de opdracht gekregen om het gulden vlies uit de Zwarte zee op halen, tenminste als hij het hem afgepakte koninkrijk weer terug wilde hebben. Samen met vijftig argonautjes is hij uitgevaren en heeft menig avontuur overleefd om met behulp van de mooie Medea het vlies uiteindelijk hier aan land te brengen.

Onze reis was aanvankelijk gericht op Soros.

Volgens de foto een van de mooiste plekken van Griekenland. Met nog twee kilometer te gaan worden we een eenzame weg opgestuurd. Per gereden meter zien we de hoeveelheid afval toenemen. Aan het eind staat een afgedankte vuilverwerker op het randje van de zee. Op deze plek is al in geen weken een levend wezen geweest. Het uitzicht is prachtig maar de plek zeer naargeestig. Het kost Hanna geen lang betoog om ons verder te laten rijden.

Het vertrek uit Phthiotis gaat bijzonder. Al bij het eerste ochtendkrieken komen de baders naar het strand. Twee oude tractoren brengen hun berijders naar de kust en naast de camper. De oude boer van het eerste vehikel gaat zwemmen maar de meegereisde boerin komt gezellig met ons een praatje maken. Ze snapt niet dat wij nog niet gezwommen hebben.


Zondag 13 augustus

We zijn sinds gisteren op de Pilion. Dat is een schiereiland in centraal-Griekenland. Het strand waar we nu vertoeven heet Koropi-beach.

Vooral richting Volos was het erg druk. Maar ook ons strand mag niet klagen over gebrek aan belangstelling. Volgens het handboek is dit schiereiland populair bij de Grieken om er hun vakantie door te brengen.

Maar er komen ook buitenlanders. Hanna ontmoet op het strand een stel Belgische studenten die al twee maand in dit land verblijven. Tot hun groot genoegen, trouwens.

Het is weer een droomplek. De camper staat tegen  de groenstrook aan geparkeerd. Het strand is een paar meter breed en dan volgt een heldere warme zee. Hier kun je de zee ver in lopen voordat je echt diepte krijgt. Dat hebben we in Griekenland wel eens anders gehad.

Vandaag rijden we niet. Een ideale plek met een eigen achtertuin waar we heerlijk koel kunnen zitten, verlaat je niet zomaar. Het wordt een dag van lummelen, lanterfanten en luieren. Een paar keer gaan we zwemmen in het zwoele water. De stranddouche staat zowat naast de camper zodat we het zeewater direct kunnen terugsturen.

Het is een heerlijk gevoel om met je eigen rijdende hotelkamer op zo’n strand te mogen verblijven.


Maandag 14 augustus

We rijden naar de oostkust.

Pilion is niet breed dus duurt het maar even of we zien de zee aan de overzijde. Het is alleen de bergrug oversteken. Met de nodige haarspeldbochten, nauwe doorgangen in dorpjes komen we binnen het uur aan de Egeïsche zee te staan.

 

Ditmaal huizen we op een parkeerterrein. De streek heet hier Potistika. Aan de overzijde van de weg is het strand met de zee.

De prachtige plek aan Koropi-beach had een nadeel. Aan het eind van iedere dag kwamen in avondschemer tientallen vogels, niet eens hele grote, gezellig bijkletsen in de bomen waar wij onze camper onder hadden geparkeerd. Pas de volgende ochtend in het volle licht werd het ons duidelijk dat het niet alleen bij kletsen was gebleven. Gelukkig is de kraan vlakbij en heb ik de gelegenheid om de nieuw aangeschafte poetsdoek op bezemsteel uit te testen.

Het heeft in het verleden overigens maar weinig gescheeld of Pilion was er niet geweest. In de begindagen van de aarde hebben de goden een stevig oplopend conflict gehad met de reuzen. Deze laatsten lieten zich niet kleineren en dreigden Pilion in zijn geheel op te pakken om het een stuk noordelijker weer neer te kwakken. Gelet op het feit dat we er nu zijn, mag het duidelijk zijn dat de reuzen toch aan het kortste eind hebben getrokken.

Na de koffie lopen we naar de zee. Wat een prachtige en spectaculaire kustlijn. Enkele grote rotsen steken door tot in de zee. Daarnaast staan her en der losse rotsblokken  in het zeewater. Er staat een stevige aanlandige wind, die ervoor zorgt dat het water hoog opspat bij het gesteente. Ook staat er een flinke deining zodat er enorme golven het strand oprollen.

Een dergelijke zee is altijd een uitdaging. Op zee scheren enkele surfplank-piloten met hoge snelheid langs de kustlijn. Op het strand is het aan de durfallen om de woeste baren te trotseren. Het water is sterk. Verschillende keren wordt een badgast ruw op het zand geworpen. Dit maakt het plezier er niet minder om. Opnieuw duikt het slachtoffer in de mans hoge golven. De meeste badgasten houden zich op de achtergrond en zien slechts het spektakel aan.

Wij ook.

In de middag gaan Hanna en ik nog een keer uitvoering kijken naar het prachtige natuurspel. De goudgeelbruine rotsen steken prachtig af bij het licht blauwe water en de strak blauwe lucht. Poseidon houdt z’n adem al een beetje in. De grote witte koppen op zee zijn geslonken. De strijd tussen mens en zee daarentegen is nu in volle hevigheid losgebarsten.  Meerdere zwemmers duiken de golven in om te laten zien dat ze niet voor een kleintje vervaard zijn.

Ruim een uur hebben we vanaf een krukje genoten naar de gratis voorstelling.


Dinsdag 15 augustus

We volgen de weg naar Volos. Lekker breed met hier en daar een flink stijgingspercentage van 15%. Maar dat is dan maar voor een paar honderd meter.

We naderen een dorp.

Plotseling krimpt de weg naar een smal doorgangetje van maximaal een auto. Twee muren, ieder aan z’n eigen kant van de weg, vragen om precisiewerk. Er blijkt net een camper door te passen. Dan stijgt het wegdek weer met dubbele percentages en komen we op een splitsing.

 

“Links”, roept Pio.

Het stuur gaat naar links. Niet echt een doorgangsweg. De ene zijde is vol geparkeerd met auto’s de andere zijde kent z’n eigen obstakels in de vorm van een vuilcontainer en een enkel autootje. Doordat er een knik in de weg zit, is het zeer lastig passeren. Weer een splitsing, een pijl geeft de rijrichting aan. Ik volg. Dan bemerken we dat we op een pleintje staan, vol met geparkeerde vervoermiddelen.

Hanna stapt uit en meldt even later dat deze weg hier stopt. Een poging te keren op  het pleintje sterft in schoonheid. Er is domweg te weinig vierkante meter vrij voor welke manoeuvre dan ook. De enige manier is achterwaarts terug. Millimeter voor millimeter laat ik de Hymer terugkruipen, rakelings langs alle langparkeerders en de container. Ook een plaatselijke Griek is bezorgd en helpt mee met aanwijzingen geven. We bereiken achterwaarts de fatale splitsing zonder een schrammetje. Rechtsaf blijkt een veel betere keuze en spoedig snorren we weer richting Milini bij de voet van de Pilion.

Via de app hebben we weer een plekje op het oog. Als we toe zijn aan de laatste 400 meter en moeten afslaan naar een klein paadje, gaan we de boel eerst lopend verkennen. De bedoelde plek valt tegen. Voordat we besluiten wat nu gaan doen stoppen we bij een smalle parkeerstrook  om eerst koffie te drinken. Zoveel plekken hebben we niet gezien en we willen eigenlijk niet verder naar de punt rijden. We treffen prachtig uitzicht.

Enigszins verhoogd kijken we over de baai waar enkele eilanden te zien zijn. Diverse boten liggen aan de boei te wachten op het moment dat de kapitein weer tijd voor z’n hobby heeft.

Dan komt uit een pad een lokale bewoner aanrijden op een quad. Hij wenkt en wijst naar beneden waar hij vandaan komt. Met een enkel Engels woord maakt hij duidelijk dat je daar prima kunt staan en een mooi uitzicht hebt.

Dit is een fraai cadeautje.

Het zandpad af kom je op een stukje vlak terrein wat tegen het water aan ligt. We bedanken de quadrijder nogmaals hartelijk en installeren ons op de prachtige plek.


Woensdag 16 augustus

Boven op de heuvel bij Palia Ammos hebben wij voor vandaag onze stek gevonden. We zitten onder de bomen en een heerlijke zeebries staat lekker door. Beneden bij het strand is het vol. Bomvol. We zijn er geweest. Twee parkeerterreinen maar barstensvol. Hoe het strand er hier uit ziet blijft voor ons vooralsnog een raadsel.

Schitterende stranden hebben we voorbij zien komen.

Bounty-stranden zoals Hanna ze noemt. Bijna te idyllisch om ze te beschrijven. Hoge rotsachtige oevers, rotsen tot in de zee, parelwit strand, lichtblauw en kraakhelder water en tot ver in de zee de rotsige bodem te zien. Het hele stuk van Velika tot hier. Als je met je camper bij het strand wilt staan moet je rondom Velika zijn. Metersbrede stevige bermen voordat het strand begint en volop ruimte, kilometerslang.

Wij staan weer prachtig.

Er is een ruïne van een oude kapel. Toch is het restant nog in functie. Je moet door een hek met een groot wit kruis er bovenop. Achterin het koor staat een gedenkkerkje zoals je ze hier om de kilometer langs de weg ziet staan. In de achtermuur staat en hangt allerlei spul dat iets met de religie te maken heeft.

Verder staan er wat banken en er is een kraan. Dat laatste is belangrijk want water is met stip de voornaamste levensbehoefte in een land waar het zomers vrijwel continue 38 graden is. Vanaf een heuvel overzie je een heel stuk land en zee. Zo ontdekken we een brand in een stuk natuur. Gelukkig is de brandweer snel ter plaatse zodat dit voorval de media niet zal halen.

Tussen Volos en Larisa ligt er een groot vlak stuk Griekenland met diverse akkerbouw-activiteiten. Bijna onwerkelijk om doorheen te rijden. We zijn gewend aan bergen en valleien en natuurgrond zo ver je kan zien.

We zijn 150 kilometer naar het noorden gereden waardoor er voor ons nog maar een klein stukje Griekenland overblijft. Maar niet het minste stukje. We naderen de berg Olympus. Vooral de oude Grieken waren ervan overtuigd dat daar de goden woonden. We gaan proberen te achterhalen of ze gelijk hadden. Daarvoor gaan we de oude stad Dion bezoeken.

Maar vandaag is er de rust van de heuvel bij Palia Ammos.


Donderdag 17 augustus

We rijden langs de flanken van het machtige gebergte de Olympus. Met bijna 3000 meter de hoogste bergtop van Griekenland. Geen wonder dat de oude Grieken hier de woonplaats van het godenrijk gedacht hadden.

Even later staan we in Dion.

Voor een totaal bedrag van zestien euro mogen Hanna en ik de godenstad van de oudheid onderzoeken. Het is er niet druk in tegenstelling tot Mystras en Delphi. Het blijkt een verrassend grote stad met veel wegen en zijwegen te zijn geweest. Overal zijn de fundamenten van voormalige woningen, zalen en winkels te zien.

Veel goden hadden hier een heiligdom. Zo komen we langs de tempel van Demeter (zus van Zeus) godin van het graan. Ook komen we oog in oog te staan met het heiligdom van Isis, een Romeinse godin. Deze heeft de plaats ingepikt van Artemis (dochter van Zeus) de godin van de vruchtbaarheid. Ook Zeus had hier een eigen tempel maar de tijd heeft voor dit bouwwerk een verwoestend effect gehad.

Wel passeren we de offerplaats.

Tijdens het jaarlijkse offerfeest werden hier 100 stieren geofferd om enige medewerking van de goden te krijgen bij het jaarlijkse oogsten. Een bijzondere plaats is ook de villa van Dionysos (zoon van Zeus) god van de wijn en dronkenschap (Bacchus in het latijn). Hier is een nog volledige mozaïeken vloer opgegraven.

Via de bewegwijzering worden we naar het romeinse theater gestuurd. Een betrekkelijk klein theatertje maar de tand des tijds was hier ook aardig bezig geweest. Het oude Griekse theater is een stuk groter. Deze is voorzien van podiumbelichting en de zitplaatsen zijn houten banken. Dit verraadt hedendaags gebruik.

Wij zijn verrast door deze plek uit de oudheid. Het is gelegen in een vrij vlak terrein waar bomen en struikgewas het tot een parkachtig geheel maken. Wel moet je verbeelding en fantasie meebrengen om door de gestapelde oude stenen een glorieuze godenstad van weleer te zien.

We reizen verder naar Palaria. Dit is een toeristische badplaats waar we dan ook grote drukte aantreffen. We rijden om de haven heen richting het zuiden. Daar komen we op een open en ruim terrein te staan wat tegen het strand is aangelegen. We installeren de stoelen in de schaduw en genieten van de Griekse zon in combinatie met zee en strand.

Voorlopig de laatste keer?


Vervolg

Via Macedonië en Servië zijn we in anderhalf week naar huis gereden waar we op 30 augustus aankwamen.