Tour de benelux

De Benelux is al sinds kort na WOII een hecht landenverbond en diende als voorbeeld voor de latere EEG. Om de bijzonderheden van ieder apart deel aan de weet te komen, gaan we door de drie landen toeren vanaf 22 april.

Wat hebben Bartje en Manneke Pis met elkaar gemeen, wat is het verschil tussen Belgisch Luxemburg en het Groothertogdom. Via Noord-Brabant gaan we in Zuid-Brabant kijken om te ontdekken wat een landsgrens doet. Maar bovenal gaan we lekker relaxen, wandelen en fietsen.

 

De plannen dateren al van twee jaar terug maar nu het virus even aan de aandacht is ontsnapt, grijpen we onze kans.

Details van de plannen staan in het routeboek.

Routeboek Camperreis Tour De Benelux
PDF – 4,1 MB 111 downloads

Vrijdag 22 april

We vertrekken.

Ons eerste doel is een feest. Een goede kennis wordt 91 jaar. Het feestvarken ontvangt ons enthousiast. Nauwelijks sporen van slijtage. Zeer bij de tijd en behoorlijk kwiek. Aan de tafel met zijn schoonfamilie zorgt hij voor de vrolijke noot. Het rijbewijs is weer verlengd, in ieder geval tot aan zijn 96-ste. Op sommige mensen krijgt de tijd maar geen vat.

 

Het feestgedruis begint af te nemen en voor ons wordt het tijd om de reis te hervatten. Deze reis doen we achterstevoren. We beginnen op de laatste pagina van het routeboek en gaan zo stap voor stap naar het begin. Weer eens een andere uitdaging maar omdat ik een rondreis heb bedacht, hoeft het geen problemen te geven.

 

Daarom rijden we naar onze laatste halteplaats voor thuiskomst. De navigatie is ingesteld op Putten. Bij aankomst blijkt het zelfs Krachtighuizen te zijn. Via prachtige kleine kronkelweggetjes komen we in het donker aan. Op het veldje staan meerdere campers. De familie Boute stelt het terrein gratis beschikbaar aan de passanten. Er zijn geen voorzieningen maar de plek is onwaarschijnlijk mooi. Wel stelt de eigenaar een vrijwillige bijdrage op prijs, die in een strategisch opgestelde postbus mag worden gedropt.


Zaterdag 23 april

Bij daglicht is de ravage pas echt zichtbaar. Tijdens de reis door de polder gisteravond was het net op het zo nu en dan regende, maar er kwamen geen druppels op het raam. Ik sta naar de voorzijde van de camper te staren en zie duizenden geplette muggen en vliegjes. Even later ben ik aan het boenen en spoelen en krijg warempel de echte kleur weer tevoorschijn.

 

Na de koffie rijden we naar Barneveld. We bezoeken de historische kerktoren. Kabeljauw Jan van Schaffelaar heeft zich daar ruim 700 jaar geleden verschanst voor de Hoeken. Samen met z’n manschappen zat hij in de val. Deze wilden niet aan de eis voldoen om hun hoofdman van de toren te gooien om zo hun eigen vege lijf te redden. Jan kreeg eeuwige roem door zelf van de toren te springen, z’n zekere dood tegemoet. Zijn standbeeld straalt onverzettelijkheid uit.

De kilometers schieten onder de camper door richting het zuiden. De volgende stop is in Kilsdonk. Daar staat een heel bijzondere molen. Het ding heeft dubbele aandrijving. Een sterke beekstroom zorgt voor voldoende waterkracht om de oliemolen in beweging te krijgen. Nu worden er walnoten gekraakt onder de indrukwekkende ronddraaiende stenen. Onze neuzen snuiven een heerlijke geur. Een pletmachine laat de kostbare olie in een opvangbak druppelen. Maar de molen heeft ook wieken. Een stevige noordooster jaagt ze op naar een behoorlijke snelheid en dat zonder winddoek.

Ook honderden jaren geleden beseften de ondernemers al dat je niet afhankelijk moet zijn van wind. Dat betekent armoede. 

Op het terras laten we ons naast een kopje koffie een heerlijke molenkoek voorzetten. Terwijl we smullen, bewonderen we het schitterende landschap rondom de molen. Stevige knotwilgen markeren de beek die langs de oevers voorzien is van een brede rietkraag. Meerdere doorkijkjes leggen het rustieke landleven bloot.

 

We passeren de grens. Vlaams Limburg heet ons hartelijk welkom. Na een korte rit komen we aan in Neerpelt. Daar mag je de camper langs een bevaren kanaal parkeren, tenminste als je een kaartje a 6 euro uit de automaat trekt en voor je ruit hangt.

Sportvissers zijn aan de overkant druk bezig om niet met lege handen thuis te komen. Het lijkt wel een soort wedstrijd. Bij een vangst wordt er op een toeter gedrukt. Voor eigen glorie maar ook om de tegenstanders te ontmoedigen..


Zondag 24 april

Na drie kilometer rijden, staan we in het Hageven. Dit is een groot natuurgebied op de grens met Nederland. Na bestudering van de diverse wandelroutes kiezen we voor de blauwe pijl van 10 kilometer. Ook hier geen centje pijn voor de natuur. Alles staat in een frisse voorjaarsbloesem. Gedurende de hele voettocht worden we onophoudelijk begeleid door diverse zangvogels. De merel blijft onze favoriet. Grote waterplassen wisselen af met ruige landschappen. We komen langs vruchtbaar boerenland en steken dwars door een sparrenbos. Armetierige planten staan er weldadig bij. Opnieuw wordt ons duidelijk dat de stikstof-schoften zelf nooit in de natuur zijn geweest. Excuus kan zijn dat dit België is, maar een stevige noordooster rechtstreeks uit het Brabantse land op slechts honderden meters maakt deze uitvlucht onwaarschijnlijk.

Paarden staan in de schrale weilanden. De jeugdigheid zorgt voor speels gedrag. Vlinders en bijen fladderen en zweven door de lucht. Watervogels kwetteren, terwijl een roofvogel aan het bidden is voor een goede vangst.

Na de laatste pijl ploffen we in de luie stoel en genieten nog even na.

De camper wordt op z’n degelijkheid getest. Met een snelheid van nog geen 40 km zitten we te beven op de stoelen. Het gerammel doet de radio verstommen. Ieder schroefje wat niet muurvast zit, gaat zich nu los draaien. Over Belgische wegen valt veel te zeggen.

 

Met een complete camper komen we aan in Tielt. Het is onbekend of Led Zeppelin hier in het verleden een aanstekelijk concert heeft gegeven. Maar de ‘stairway to heaven’ is hier wel gebouwd. Hanna bestijgt moedig de trap, ik volg op afstand. Het is verbazingwekkend dat het ding blijft staan. Alleen de voet heeft contact met de aarde. We halen de ‘heaven’ niet maar krijgen wel een spectaculair uitzicht als we de top bereiken. Dan is het gedaan met de rust. Of ze ons het eerst hebben laten uitproberen, weten we niet. Maat plotsklaps is het allemaal volk. En ze willen omhoog. Wij wagen ons aan een eigen gezet kop koffie en slaan de drukte gade. Een heel leger scooters arriveert. Natuurlijk willen ze naar de top. Auto’s en fietsers wringen zich tussen hen door en klauteren ook omhoog. De trap veert maar breekt niet.

 

We reizen verder naar Borgloon. Daar parkeren we op een overbodige grasstrook. Het centrum is tien minuten gaans. Daar bevindt zich de friterie ‘Penske vol’. Toch wint de kookkunst van Hanna.


Maandag 25 april

Hanna zwoegt, maar moet opgeven. Het stijgingspercentage wordt haar te machtig. Het is bepaald ook geen sinecure; de heuvels van de Ardennen. Dapper duwt ze de fiets naar boven. Ik volg haar in het allerkleinste verzet. Buiten onze landsgrenzen zal voortaan alleen de scooter nog meegaan.

Bovenop de heuvel staat het ‘doorkijk’ kerkje van Borgloon. Het is onderdeel van een kunstroute, welke je geacht wordt te voet af te leggen. De kunstenaar heeft zich uitgeleefd in visuele effecten. Hoeveel je van dit kunstig godshuis ziet, hangt van je positie af. Vanuit de laagte lijkt het compleet maar loop je door dan verdwijnt het gebouw vrijwel in het niets. Prachtig bloeiende fruitbomen en een zon die op doorbreken staat, zorgen voor een mystieke sfeer.

We wandelen nog een stukje van de omgeving. Mooie vergezichten en het exemplaar wat model heeft gestaan voor het doorkijk-wonder voegen we toe aan de herinnering.

Na een mooie rit staan we nogal schuin op het parkeerterrein van Forestia. Een paar auto’s en twee bussen hebben het overige publiek aangevoerd. Een deel van het buspubliek heeft zich meester gemaakt van de krappe speeltuin, hoewel deze maar bijzaak is. Blijkbaar vindt schooljeugd vermaak te prefereren boven informatie. De cassiere, die moeizaam Nederlands spreekt, rekent 34 euro af. 

Dan kan het avontuur beginnen. Het heuvelachtige bos wat we nu mogen betreden, is het domein van wolven, beren, lynxen en een hele variatie aan prooidieren. De directie heeft een directe confrontatie met de biotoop niet aangedurfd en heeft hekken geplaatst. Zo wanen wij ons veilig. Edelherten en lama’s kijken ons nieuwsgierig aan. Wij hun.

De ontmoeting met de bruine beren is geheel eenzijdig. De beren slapen onverstoord. Een pittige klim brengt ons bij de bison en andere wonderlijke koeien van over de hele wereld. Er volgt nog een contact met een marmot en een kalkoen. Ook schapen en geiten behoren tot de collectie maar die krijgen niet onze aandacht. Als dierentuin noemen we het niet spectaculair maar het is wel schitterend gelegen.

Onze uitgedachte nachtplaats ligt in het bos bij Weris. Na veel Ardennen-weggetjes komen we bij het, volgens het Waals toeristenbureau, mooie dorpje aan. We kruisen het centrum en worden een steil buitenpad opgestuurd. Het asfalt is vijftig jaar geleden gelegd en het meeste is dan ook verdwenen. Hier en daar nog een restant en verder alleen maar gruis. De voorwielen dreigen zou nu en dan grip te verliezen. Met nog driehonderd meter te gaan, probeert een verbodsbord ons tegen te houden. In het Frans legt een onderbord nog wat bijzonderheden uit. We interpreteren dit als positief en zetten nog eenmaal aan. Dan staan we op een mooie open vlakte met diverse boswegen die erop uitkomen. Vannacht slapen we in het woud.


Dinsdag 26 april

We ontwaken in alle rust in het bos. Heerlijke stilte om ons heen. De koffie gaat met heerlijke dennengeuren naar binnen. Dan laten we de camper weer afdalen naar Weris. Vlakbij het ‘maisonnette des megalithes’ weten we een parkeerplek in te nemen. Een groot bord laat de routes zien die langs prehistorische vondsten leiden. Onze keuze valt op traject van 5,2 kilometer lang.

Voorzien van degelijk schoeisel trekken we de natuur in. Het duurt niet lang of we komen de eerste ‘dolmen’ tegen. Een hele rij forse stenen markeert een pad naar wat wij een hunebed plachten te noemen. Alleen dit exemplaar is kleiner, ook met kleinere keien gebouwd dan onze eigen trechterbekers gewend waren te doen. Er op staan, mag niet, zegt een bord. Zouden ze ook minder degelijk zijn dan de onze?

We vervolgen het pad. Een boer is een stuk land aan het ploegen, een mountainbiker raast langs. Vier markante bomen verraden de volgende historische nederzetting. Hier ligt het stenen graf onder het maaiveld in een kuil. Een aantal opmerkelijk, rechtopstaande stenen, meer dan mans hoog, staan vanaf enige afstand de plek te bewaken. We kijken rond, lopen langs de ‘megalithen’ en beseffen dat deze plek duizenden jaren geleden met grote inspanning is gemaakt. Wonderlijk om te zien hoe sommige zaken tijdloos lijken te zijn geworden. De route gaat verder maar meer bijzonderheden blijven uit.

Op weg naar Sohier hebben de Belgen bijna alle wegen opengebroken. ‘Route barre’ heet het dan. Als we een end zijn omgereden, een tijd in de file staan, komen we bij een brug aan die wordt gerepareerd. Er is een doorrijbreedte bedacht van 2.20 meter. We kunnen dus rechtsomkeert maken. Er wacht de wegenbouwers hier overigens nog een enorme klus. Regelmatig moet de snelheid terug naar 30 a 40 km per uur, omdat anders de camper het niet gaat overleven. Met moeite kan ik het ook hevig trillende stuur vasthouden. Het snelheidsbord geeft optimistisch een maximale snelheid van 90 km aan. Zelfs een flitskast staat paraat. Onmogelijk dat dit ding ook maar een foto kan schieten op dit traject.

 

Van Sohier wordt hoog opgegeven. Het hoort tot de mooiste dorpen van Wallonië. Dat gaan we checken met een wandeling. Alle huizen zijn van een grijze steensoort opgetrokken en staan er allemaal onberispelijk bij. Het kasteel geeft het dorp echt cachet. Prachtig in een fraai aangelegd park gelegen. De burcht is particulier bezit en wordt nog bewoont. Humoristisch is de bewaking door twee kleine kefhondjes.

 

Op de namiddag komen we na een vlotte rit in Poupehan aan. De gemeente heeft hier een gratis camperplaats ingericht aan de oever van de Semois. Op de andere oever, prachtig tegen de helling, staat een indrukwekkend wit gebouw.


Woensdag 27 april

De camper parkeren we op een ruim veld. Hoog boven ons torent het kasteel van Herbeumont. We beginnen aan de klim omhoog. Mijn gedachten gaan naar de burchtbewoners van weleer. Elke dag meermalen dit pad bestijgen is feitelijk een ware kastijding. Onvoorstelbaar dat er om dit kasteel meermalen is gevochten, zoals op de informatieborden valt te lezen. De laatste verovering is al van jaren her. De winnaar heeft vervolgens flink huis gehouden want wat wij te zien krijgen is een ruïne. 

Vanaf de voormalige kantelen heb je wel een prachtig uitzicht. De rivier de Semois kronkelt beneden door een dal. Diverse Ardennen-heuvels staan strategisch opgesteld rondom het kasteel. Een plattegrond vertelt hoe alles ooit eens was ingedeeld. De betrekkelijk kleine binnenruimte deelden de bewoners ook nog eens met vee omdat een groot gedeelte wordt aangeduid als stallen. De burcht stamt uit de 11e eeuw en heeft daarna nooit een uitbreiding gekend.

Van ruige ridders gaan wij naar vrome monniken. We kopen een toegangskaart voor de Abdij van d’Orval. Gewapend met een folder beginnen we aan de rondleiding. Als eerste lopen we tegen een reuze-biervat aan. De toon is gelijk gezet. De monniken produceerden bier en kaas. Een volgende zaal laat de drie perioden zien van het bestaan van de orde. 

Eerst was er een sober gebouw bij een bron waar ook een kapel bij werd gebouwd. Later werd er een fraaier klooster naast gebouwd maar deze is tijdens de Franse revolutie vrijwel geheel verwoest. Bijzonder is dat de ruïne deel uitmaakt van het huidige complex. Wij worden door de verwoesting heen geleid en krijgen uitleg wat het voorstelt en waarvoor het diende. 

Na een tijd te zijn verwaarloosd hebben de monniken in de twintigste eeuw een veel groter kloostercomplex ernaast gebouwd waar ze tot aan vandaag hun leven leiden. De toer gaat verder de catacomben in. Hier worden allerlei zaken tentoongesteld die uit de lange geschiedenis zijn overgebleven. Gebruiksvoorwerpen, restanten van oude beelden, monniken kledij en talrijke religieuze zaken liggen achter glas hun historie aan ons uit te beelden. 

Weer buiten komen we in de kruidentuin terecht. Vier velden met talrijke vakken voorzien van kruiden is jarenlang verantwoordelijk geweest voor de fysieke gezondheid van de bewoners. Er zijn vier hoofdthema’s. Van algemeen helend, naar hulp bij verstopping tot het bestrijden van buikkrampen. Een apotheek van 150 jaar terug laat de poeders en zalfjes zien die uit de kruiden werden getrokken.

Het nieuwe complex kunnen we alleen via een doorkijkje bezichtigen. De broeders willen duidelijk niet gestoord worden door nieuwsgierige dagjes-mensen. Bij het verlaten koop ik in de abdijwinkel een doos met 20 trappistenbieren van d’Orval.

 

Tegen de avond vinden we in Rouvroy een ruim en leeg parkeerterrein waar we de camper voor de nacht installeren.


Donderdag 28 april

Een mooie zonnige dag.

In Colpach vinden we nog net een parkeerplaats. Een rijke industrieel heeft behalve een heel groot landhuis hier ook een park aangelegd. In het park staan beelden van beroemde kunstenaars. De rijkaard is al niet meer onderons. In het park heeft hij een mooi mausoleum gekregen.

De woning is een soort van verzorgingshuis geworden. Ook deze heeft beelden bij laten plaatsen van recente houwers. Vandaag gaan wij ons cultureel niveau bijschaven door kennis te nemen van materiaal en vorm. Ieder beeld heeft een informatiebordje. We diepen ons beste Frans uit het geheugen. Dat gecombineerd met bestudering van het object geeft ons enigszins een idee wat het voorstelt. We passeren een fraaie vijverpartij. Kleine watervalletjes zorgen voor doorlopend geklater.

Braaf volgen we de pijlen van de route. Behalve kunst is de route ook goed voor je gezondheid. In totaal staan er 36 uitdagingen opgesteld om je lijf fit te krijgen en weer een beetje in vorm. Hanna neemt de uitdaging aan en springt over balken, hangt aan ringen en doet een dubbele flikflak aan de brug. Het loopt goed af. Op het eerste gezicht heeft ze er niets aan overgehouden. We komen weer uit bij het startpunt.

 

Nu we toch in Luxemburg zijn, willen we ook de tank van de camper vullen. Scheelt toch altijd nog 20 cent per liter. Nog maar net begonnen aan de uitgestippelde route of we rijden tegen een bord aan met de ons helaas al te bekende tekst: ‘Route barree’. Zo wordt ons verblijf in het Groothertogdom met de nodige kilometers verlengd.

 

Volgetankt rijden we België weer binnen. Naar Bastenaken treffen we warempel een knappe weg aan in plaats van een rammelstrook. Nadat we in het centrum een plek hebben gevonden, gaan we de Ardennen-stad verkennen.

Bastenaken staat bekend om het Ardennenoffensief van de Duitsers in december 1944. Nadat de geallieerden de stad hadden veroverd, kwam het Duitse leger met een alles of niets tegenaanval. Aan dit gebeuren worden we meteen herinnerd. Vlak naast de camper staat het ‘Patton-memorial’. Er wappert continue een Amerikaanse en Belgische vlag. Als we de stad inlopen, zien we op een plein een antieke legertank met een grote afbeelding van generaal McAucliffe.

De winkelstand is ook hier aan het uitdunnen. Meerdere lege panden ontsieren de winkelstraat. Aan eetgelegenheden is echter geen gebrek. Op een bepaald punt tellen we zes restaurants naast elkaar. Op dat soort plekken hangt een gezellige sfeer met volle terrassen en een heerlijk geur van net bereid eten.


Vrijdag 29 april

Dankzij ons grijs haar kunnen we drie euro korting bedingen op de entreeprijs. De dame achter de balie is vriendelijk en reikt ons beide een volautomatische gids aan voor het museum. Voor het gemak hebben we voor een Nederlandstalige gekozen. Nu hoeft alleen de koptelefoon nog op en krijgen we, zonder ook maar iets te doen , steeds uitleg van hetgeen we aan het bekijken zijn. 

Als we de eerste zaal inlopen is de eerste Wereldoorlog net voorbij. Als aanstichter krijgt Duitsland zware sancties opgelegd. Europa wil geen oorlog meer en er komen serieuze plannen voor een verenigd Europa. Fout beleid zorgt voor een enorme economische crisis en bij onze oosterburen staat een leider op die vol wraak gevoelens zit. Dit loopt fout af.

Duitse troepen rukken meerdere buurlanden binnen en WOII is een feit. Geallieerde troepen zetten een bevrijdingsoffensief in vanaf de kust van Normandië in 1944. Met de nodige schermutselingen trekken ze richting de Heimat. Medio december staan ze voor de Siegfriedlinie. De val van Duitsland lijkt aanstaande.

Maar een kat in het nauw, maakt rare sprongen. Zonder dat de bevrijders het door hebben, ronselt de Duitse legerleiding de laatste beschikbare mannen voor de strijd. Het levert 16-jarige jongens en oude mannen op. Ze worden getraind en krijgen zwaar oorlogsmaterieel in de handen gedrukt. De grote legermacht sluipt naar het front. Op 18 december vallen ze de geallieerden als vanuit het niets in de Ardennen aan. Het doel is een Blitzkrieg richting Antwerpen om de aanvoer van materieel voor de Amerikanen af te snijden.

De strijd is zeer hevig en de aanval loopt minder voorspoedig dan gepland. Centraal in de strijd is de stad Bastenaken. De Amerikanen leggen rondom de plaats een cordon als verdediging en hopen op spoedige ondersteuning van troepen elders. Bastenaken komt zwaar onder vuur te liggen. In de bossen wordt tijdens streng winterweer hevige man tegen man gevechten geleverd. Eind december kantelen de kansen. Generaal Patton komt vanuit het zuiden een bres slaan in de Duitse omsingeling. De strijd duurt nog tot 28 januari maar dan rest de Duitsers niets anders dan zich weer terug te trekken achter hun Siegfriedlinie. De strijd heeft veel Amerikaanse soldaten het leven gekost, meer dan de hele bevrijdingsoperatie tot dan had geëist.

 

Via onze koptelefoon hebben we de strijd min of meer live meegemaakt. Met het tentoonstellen van gevechtsmiddelen in de museumzalen en drie filmzalen waar steeds een facet van de strijd wordt getoond met animatie maar ook authentieke beelden zijn de Belgen erin geslaagd de gebeurtenissen helder en volledig weer te geven.

Nog beduusd van het altijd weer heftige oorlogsverhaal rijden we naar het Vredesbos iets noordelijker van Bastenaken. Op de plek waar zwaar is gevochten is een speciaal bos ingericht als eerbetoon aan de geallieerde strijdkrachten. Iedere veteraan die de plek bezoekt, krijgt een eigen boom met daarbij de naam. Diverse Europese steden zijn vertegenwoordigd als uitdrager van de boodschap ‘Dit nooit weer’. 

Helaas verwateren deze voornemens met de jaren. Na zeventig jaar merken we dat het weer broeit in Europa. Nieuwe fascisten zijn opgestaan en hebben vergaande plannen om de bevolking te knechten. De aanval lijkt van binnenuit te komen en met andere middelen uitgevoerd dan in WOII. Maar het blikveld van de deuger is te beperkt om het gevaar te zien. Toch begint het heden wel heel erg te lijken op de jaren dertig van de vorige eeuw. We kunnen nog voor vrijheid kiezen, maar de tijd dringt.

 

Na een mooie rit door de Ardennen parkeren we de camper langs het riviertje de Salm in het dorp Vielsalm.


Zaterdag 30 april

Weer een dag met veel zonneschijn. De temperatuur blijft hangen op 10 a 11 graden zodat het buiten fris blijft aanvoelen. Voor de koffie zoeken we een mooie plek. We komen te staan in de bossen met een doorkijkje naar een verre heuvel. Dan toeren we verder naar Butgenbach. Daar ligt een nog vrijwel onontdekt stuwmeer volgens de folder. Vandaag is daar waarschijnlijk een einde aan gekomen want we tellen vele passanten. 

Een bord prikkelt ons tot actie. Rondgang om het meer is slechts 10 kilometer staat erop te lezen. Dat valt ons ons 8 kilometer mee. Er mag heel veel niet langs en op het pad maar het met een fiets berijden hoort daar niet bij. Ik prepareer de fietsen met de nodige zorg.

We stappen op en vallen het pad aan. Deze is onverhard, wel voorzien van een aangereden grindlaag waardoor het goed te doen is. Meestal is het vrij smal, erg bochtig en behoorlijk heuvelachtig. Soms lopen we even met de fiets aan de hand omhoog, dan freewheelen we weer met grote vaart naar beneden. Er zitten meerdere bruggetjes in het parcours, vrijwel allemaal smal en met lengtegleuven in het beton. Maar ook deze hindernissen komen we zonder kleerscheuren door.

Een deel van de route gaat over een soort steiger wat enige behendigheid in het sturen vergt. Steeds blijft het meer vlakbij en kunnen we van fraaie doorkijkjes genieten. Na 10 kilometer staan we inderdaad weer voor de camper.

 

 

Dan begint de zotste rit tot nu toe. Aanvankelijk geen probleem maar als we bijna bij het punt zijn waar we een tussenstop willen maken, staat er weer zo’n bord: ‘Route barre’. We zien geen obstakels en het doel is niet ver weg dus rijden we door. Weinig barree totaan de stop. We vervolgen de rit en rijden dan inderdaad tegen een dwars geplaatst hekwerk aan. Dat betekent terug naar het begin van de weg.

Daar aangekomen zien we dat de aangegeven omleiding gaat in de richting van waar wij eerder kwamen. Een eerdere hint hadden we erg gewaardeerd. De route is ruim 20 kilometer langer geworden. We hebben geen keus. Na een tijdje rijden we Duitsland binnen. Krijg nou wat, straks komen we nog in Polen terecht! Wanneer we rechtsaf willen slaan op voordracht van de navi staat daar weer een bord: ‘ Gesperrt - umleitung’. Een omleiding in een omleiding, kan het nog gekker. We schikken ons in het lot en rijden door. Wanneer de volgende afslag wel lukt, denken we er te zijn.

Opnieuw rijden we België binnen maar bij het tweede dorp gaat het weer mis. Grote hekken op de weg: deviation. Dat is dus een omleiding in een omleiding van een omleiding. Aanzienlijk later dan gepland arriveren we op de camperplaats maar wat blijkt; deze staat vol, geen plek meer vrij.

Gelukkig vindt ik via P4N vlakbij een andere mogelijkheid waar wel ruimte is. Als we eindelijk stilstaan, slaak ik een diepe zucht. De Belgen maken het ons niet gemakkelijk.


Zondag 1 mei

Hanna kijkt mij verschrikt aan, als ze de kaas uit de koelkast pakt. Deze voelt gewoon warm aan. Een snelle check op de overige inhoud, geeft hetzelfde resultaat. Met enige vrees opent ze het deurtje van het vriesgedeelte, hoewel ze eigenlijk de uitkomst wel weet. De aanwezige voedingsmiddelen drijven in een grote plas spinazie-sap. De vorst is allang vertrokken.

 

We zijn aangekomen bij de abdij Val Dieu. Het is er erg druk maar we vinden nog een plaatsje. Het is tijd voor een boterham. Daarna gaan we dit grote kloostercomplex aan een grondig onderzoek onderwerpen. Tenminste dat is het plan. Maar het loopt anders.

 

Een penetrante geur hangt rondom de koelkast. We kijken elkaar aan en beseffen dat dit niet goed is. Het energielampje brandt overtuigend maar van koeling is totaal geen sprake meer. Onze plannen voor de laatste week waren al gewijzigd maar met een kapotte koelkast gaan we opnieuw heroverwegen. De slotsom is dat we naar huis gaan rijden, zodat de koelkast gerepareerd of vervangen kan worden.

 

Zo beginnen we aan de rit naar huis, waar we vier uur later arriveren.