Sicilië

De wereld is gestoord. Politici nemen de meest waanzinnige besluiten. De slapende burgers ondergaan het lijdzaam en lijken het te accepteren als hun onontkomelijke lot. Een nieuw dogma heeft zijn intrede gedaan: 'Reizen is slecht'.

Zware beperkingen hangen reislustigen boven het hoofd. Maar deze zomer is er even een vacuüm. De staatsorders haperen, maar dat zal niet van lange duur zijn. Wij vrezen voor onze toekomstige campertochten. Deze zomer valt tussen Rutte's wal en schip en wij grijpen de kans met beide handen aan.

Een oude wens van Hanna is Sicilië. Diep weggestoken in de Middellandse Zee met echte zomerse temperaturen. Mooie kusten en landschappen met veel oudheidkundige vondsten. Een eiland waar natuur, archeologie en strand een samenspel vormen. Wij gaan de uitdaging aan en vertrekken begin juli voor een reis van twee maanden.

 

Het al twee jaar oude routeboek is opgepimpt:

Routeboek Camperreis Sicilie
PDF – 3,8 MB 119 downloads

Donderdag 7 juli

Het is al avond als we ons erf afrijden en op weg gaan naar Sicilië. We kunnen met slechts een keer afslaan recht op de gekozen bestemming aanrijden. Het Duitse plaatsje Haren verkeert al in rust als wij arriveren. De straten zijn verlaten, de winkels gesloten. De gemeente heeft op de oever van de Ems (Eems) een ruime en vlakke gratis camperplaats aangelegd. Hulde!

Op dit terrein staat het behoorlijk vol maar waarschijnlijk wisten ze hier dat we onderweg waren want er is nog een plaatsje vrij. Dankbaar parkeren we in.

 

We drinken het eerste kopje koffie van de reis met zicht op het voorzichtig voorbijglijdende water van de Eems. Overigens is koffie onze klok als we op reis zijn. Hanna koopt een voorraad van haar vertrouwde merk in zodat ze zeker is van altijd een smakelijk kopje. Als de bulk koffie op is, behoren wij weer thuis te zijn. Op het eind van de vakantiereis bepaalt het laatste pak koffie hoeveel uitstapjes we nog kunnen maken.


Vrijdag 8 juli

Het Ems-moor glijdt gestaag aan ons voorbij. Hanna’s blik dwaalt over de uitgestrekte natuur. Ongelofelijk, hoe mooi de schrale planten er hier bij staan, zegt ze tegen mij. Ook ik kijk nu geïnteresseerd over de prachtige heidevelden. Het is een wonder, stamel ik. Prachtige velden vol met planten waarover in ons eigen landje nogal wat te doen is. Ik heb het, roep ik naar Hanna. De camper maakt een gevaarlijke slinger door mijn enthousiasme. Ik beantwoord Hanna’s vragende blik. Deze schrale plantjes hier doorstaan een waar stikstof bombardement van al het zware wegverkeer op de A31, toch staan ze er fantastisch mooi bij. De soort hier is vele malen sterker dan die slappe hap in onze natuurgebieden. Die gaan we vervangen / vermengen met dit sterke Duitse ras. Dan is alles opgelost!

De politie hoeft niet meer te proberen boeren dood te schieten, de boeren kunnen blijven zitten waar ze zitten, Rutte zijn nepprobleem is opgelost en hij kan eindelijk worden opgenomen. Iedereen blij!

Ik voel de Nobelprijs aankomen.

 

Mio geeft een waarschuwing maar ik neem het te laat waar. Ik droom van een glorieus moment en neem de Nobelprijs gretig aan. Dan vallen plotseling allemaal knipperende achterlichten mijn fantasiewereld binnen. Automatisch rem ik stevig bij en stilaan komen we langzaam tot stilstand. Stau.

De radio had er al over gesproken en nu valt mij pas het alarmteken op het Mio-scherm op. De bijbehorende tekst luidt: 16 kilometer stilstaand verkeer tussen Dortmund en Kassel. Stil staan doen we zeker. Ik vond het al vreemd dat Mio plots een langere route en later tijdstip doorgaf dan Pio. Maar het kwartje wilde niet vallen. Voor de aangeboden alternatieve route is het nu te laat. Een flesje koud water en een koekje zijn mijn troost. Hanna is altijd heel tactisch op zo’n moment.

Na enig wachten komt er toch beweging in de auto-vloot. We gaan over naar het stop-and-go model. Zo komen we hotsenbotsend steeds dichter bij de eindbestemming.

We wandelen het natuurgebied in wat direct achter het sportcomplex van Habichtswald ligt. Een buizerd zweeft hoopvol rond. Mooie bloemen versieren de kant van het wandelpad. Een mini-stroompje ruist dapper naar beneden. Zelfs in de natuur bestaat niet het eeuwige leven. Gevallen bomen liggen languit in het groene struweel en zijn de prooi van ontmanteling. Wat ooit eens een geweldige woudreus moet zijn geweest ligt al in verre gaande staat van ontbinding. Toch geeft het een mooi plaatje. De natuur is altijd zo eerlijk, zo wonderbaar, zo compleet. Op de terugweg loopt het pad naar beneden. We hebben nu voordeel van de zwaartekracht.

 

Morgen gaat de etappe verder naar het zuiden. Sicilië is ietsje dichterbij gekomen.


Zaterdag 9 juli

We parkeren de camper op een wanderparkplatz. We hebben voldoende tijd en na uren stilzitten hebben we wel trek in een wandeling. De omgeving is op zich niet bijzonder maar er staan meerdere auto’s. Waarschijnlijk niet veel te doen op zaterdagmiddag en daarom maar even een stukje lopen, zo schatten we de bestuurders in. Terwijl we nog lurken aan een kopje thee verschijnt er een man met overvest die ons een wandelfolder van de gemeente overhandigt. De uitgezette tochten zijn niet al te lang maar je kunt ze ook combineren als je teveel energie hebt.

Wij kiezen voor de 6 kilometer met aanlooproute.

Gehuld in korte broek en wandelschoenen met daartussen spierwitte kuiten gaan we op stap. We komen langs een vredig koeienweitje. Op de glooiende helling staan diverse bomen los verspreid. Ons wandelpad loopt behoorlijk naar beneden zodat de koeien steeds hoger komen te staan. Aan het eind van de helling valt ons een rotspunt op.

Ineens staan we in een andere wereld. Aan beide zijden verschijnt een rotswand en naast het pad vloeit een riviertje. De rotsen zijn grillig en hebben merkwaardige vormen. Het wandelpad is druk. Ouders staan verstijfd te kijken naar de capriolen van hun kroost die balancerend uitproberen hoever ze een uitstekende rotspunt op kunnen klimmen.

Bij een steile wand is een groep bergbeklimmers bezig de vaardigheden van hun hobby aan te sterken. Het is geen Mount Everest maar als oefening uiterst nuttig. Op het water wordt een kano uitgeprobeerd. Twee suppers maken dat extra lastig.

Ons ontdekte Eldorado voert de naam van Eselsburger Tal en is duidelijk een trekpleister voor de regio. Na een tocht van zo’n zeven kilometer komen we weer terug op de parkeerplaats wat ook onze nachtplaats gaat worden. Tot laat melden zich wandelaars zodat we genoeg afleiding hebben.

Vandaag gaat het weer pal richting het zuiden. We volgen de Duitse A7. Deze gaat totaan de Oostenrijkse grens zodat we immer gradeaus kunnen. De weg kronkelt door een mooi natuurgebied. Zo nu en dan wordt er aan de weg geklust, duidelijk aangegeven door vele borden. Maar het is niet druk. Daardoor passeren we de hindernissen vlotjes. Het verbaast ons eigenlijk want het is een zaterdag in juli en een snelweg naar het zuiden. Deze dragen vaak de naam van ‘zwarte zaterdag’ in verband met de vakantiedrukte. Zo nu en dan lijkt het zelfs of we de weg voor ons alleen hebben.

 

Morgen gaan we de Alpen oversteken.


Zondag 10 juli

De Rosengartenschlucht heeft niets met een rozentuin te maken. Maar wel alles met een schlucht (=kloof). We zijn er klaar voor. Stevige wandelschoenen en de rugtas gevuld met twee waterflessen. Een nauwe maar diepe kloof ligt voor ons. Het bergwater komt ons luid-ruisend tegemoet. Het is dit water wat er duizenden jaren over gedaan heeft om het zachte kalkzandsteen weg te spoelen en de huidige generaties een prachtige, ruwe kloof aan te bieden. De tocht duurt anderhalf uur maar het is onduidelijk of dit een enkeltje betreft of dat we na deze tijdsduur weer bij de Johanneskerk staan waar de uitdaging begint.

 

Het is klimmen en klauteren. Een pad uitgehouwen uit de rotswand, soms een stukje natuurpad maar ook vaak langs geplaatste balustrades tegen de bergwand. Onder ons door buldert het water voorbij. Vele watervallen, stroomversnellingen en scherpe bochten zorgen voor een onstuimig theater. Meermalen steken we de kloof over via een bruggetje. Hier en daar gaat het steil omhoog. Na een lange inspanning ploffen we op een van de vele bankjes neer en lessen de dorst.

Een klein stukje verder komen we aan in de blauwe grot. Hier eindigt de kloof. De terugweg gaat met het water mee. Voornamelijk is het dalen. Dat gaat ons een stuk gemakkelijker af. Op en neer heeft anderhalf uur geduurd.

De reis lijkt vlot te verlopen totdat we nog maar net in Oostenrijk tegen een file aanlopen. Pio weet raad. Gedwee volgen we de alternatieve route maar staan na luttele meters weer in een file. Door verkeersregelaars worden we weer teruggestuurd naar de hoofdfile. Zo gaan we kruipend Tirol in. Onze halteplaats is Imst. Hier hebben we een stevige wandeling gepland.

Met zere kuiten vertrekken we naar de net uitgezochte nachtplaats. Geen snelwegen want we hebben geen sticker. Na een tijdje door de bergen zijn geslingerd komen we voor een ‘ umleitung’ te staan. In feite betekent het dat we dezelfde weg weer terug mogen rijden. De omleiding zou via de A12 gaan. Ondanks dat er geen vignet op ons raam kleeft, besluiten we dat dan maar te doen. Nog maar net op de autobaan of Pio roept: afslaan. Ach, ze denkt nog dat we geen snelweg mogen rijden, veronderstel ik. Ook Mio vindt het al snel genoeg en stuurt ons de eerste, de beste mogelijkheid er weer af, maar tot mijn verbazing wil ze me weer terug de snelweg opsturen naar daar waar we vandaan kwamen.

 

‘Geef mijn portie maar aan Fikkie’ flitst het door mijn hoofd. Aan dubbele navigatie heb je ook geen ene moer. Hanna’s telefoon wordt erbij gehaald. We moeten de weg terug wel hebben is de conclusie. Als we het beginpunt opnieuw hebben bereikt worden we warempel weer de snelweg opgestuurd voor het traject wat we net twee keer hebben gereden. Stoomwolken blazen uit mijn oren. Keren op de weg. Bestemming opnieuw ingevoerd. Het helpt niet, de opdracht is: snelweg.

 

Dan zien we op een bord ‘Reschenpas’ staan. Hè, daar moeten we naar toe, dan toch maar de A12 opgedraaid. Direct eerste afslag nemen klinkt het uit de speaker. Dan blijkt dat Pio het de eerste keer wel goed had. Want zonder echt op de A12 te komen pakken we meteen de juiste weg naar Pfunds.


Maandag 11 juli

Onteigening in het belang van de vooruitgang. Hanna en ik staan de verzonken kerktoren van Reschen te bekijken. Zelfs een Godshuis is niet heilig als het de plannen van de bestuurders in de weg staat. Behoefte aan energie heeft menig dorp in bergachtige streken de toekomst gekost. Zo ook in Reschen. Plannenmakers hebben een waterkrachtcentrale met bijbehorend stuwmeer in de vallei bedacht waar het lieflijke dorp al eeuwen is gevestigd. Er is vast geprotesteerd. De pastoor zal voor zijn parochie hebben gepleit. Alles is vergeefse moeite gebleken. Nu zijn de betrokkenen er niet bekaaid van afgekomen. Er is een nieuw dorp gebouwd, hoger in de vallei. De nieuwe kerk is groter dan de oude met een toren die nog prominenter naar de hemel wijst.

Nadat de dam klaar was, kon het water zijn vernietigende werk doen. Alles verdween onder water. Maar de oude kerktoren wist boven het water uit te blijven.

Reschen heeft nu een toeristische attractie. Een speciaal parkeerterrein is aangelegd. Ook vandaag staat deze weer vol. De spartelende toren wordt duizenden malen gefotografeerd met of zonder de fotograaf in beeld.

Vandaag rijden we over een schitterende Alpenweg van Reschen naar Melano. De bergen flankeren de route aan weerszijden. Op de hoge toppen ligt sneeuw. De weg kronkelt met de waterstroom mee en passeert menig dorp. Het heet hier Zuid-Tirol. De voertaal is Duits en de huizen zijn in geheel in de Tiroler stijl gebouwd. Toch zijn we in Italië.

 

Bij Nomi vinden we een plekje midden in de natuur. Om ons heen zijn boomgaarden met appelbomen. Maar een klein stukje natuur is aan de ploeg ontsnapt. Er staan vreemde kunstwerken op een heuvel en een bord vertelt dat het een Natura 2000 gebied is. We willen de fruittelers niet verontrusten maar vrezen dat ze binnenkort een onteigeningstraject zullen ingaan.


Dinsdag 12 juli

Na het spektakel van de Alpen zijn we nu in de Po-vlakte terecht gekomen. Wat een wereld van verschil. Kijken tot over de horizon, enkel een kerktoren weet nog enig reliëf in het landschap te krijgen. Zelfs vergeleken met ons land is de uitstraling saai.

De camper hebben we voor de nacht in Argenta geparkeerd. Een heerlijk slapend plattelandsstadje. We vieren een luie middag. De gemeente gunt ons een ruim veld en hebben zelfs voorzieningen voor toilet en water aangelegd.

 

‘s Avonds wandelen we naar het centrum. Alles wat Italië zo leuk maakt, ontbreekt hier. Er staat een grote kerk met toren, maar het is recent gebouwd, dus oersaai van uiterlijk. De winkelpanden zijn vierkante blokken met een schuifpui. De straten zijn recht en staan haaks op elkaar. Buiten het centrum is het uitgestorven.

 

Maar in het centrum is een feestje. Een groot podium staat klaar om artiesten te ontvangen. In de winkelstraat bouwen handelaren hun marktkraampjes op. De paar restaurants hebben enige klandizie die allen op het buitenterras hebben plaatsgenomen. We lopen een ijssalon binnen. Het ijsje bestel ik bij een gemaskerd meisje. Ze spreekt vloeiend Italiaans, maar ik niet. Met handen en voeten maak ik duidelijk dat ik wel een bolletje ijs zou willen hebben. Maar alle potten zijn gesloten zodat ik het niet kan aanwijzen. Op een lijst staan de smaken. Ik kies voor Nutella. Er gaan wat Italiaanse woorden mijn kant uit. Ik knik.

Even later loop ik buiten met een koekje waar een enorme dot Nutella is opgekwakt. IJs is niet in het baksel terug te vinden. Ik geloof dat we elkaar niet goed hebben begrepen.

 

Onze camperburen komen ook uit Nederland. Ze vertellen dat ze hun huis hebben verkocht en nu in hun camper wonen. Ze gaan tergend langzaam richting Sicilië, waar ze willen overwinteren.


Woensdag 13 juli

San Leo is een oud dorp. Er is maar een smalle weg langs een bergwand om er te komen. Een poort geeft vervolgens toegang. In vroegere tijden toen veiligheid echt wel een dingetje was, was het heel slim om daar je nederzetting te bouwen. De weg slingert na het dorp nog verder omhoog om daar bij een imposant kasteel te eindigen. Dit is vast een vrijwel oninneembaar fort geweest.

 

Halverwege de middag wandelen Hanna en ik naar San Leo. We verbazen ons over de slimme strategische ligging. De poort staat in de steigers waardoor de echte schoonheid ervan voor ons verborgen blijft. Het dorpje stelt niet veel voor. Een paar straten en twee kerken. Nadat we bij een paar winkels hebben rondgeneusd komen we bij het voetpad naar het kasteel. Ons ridderbloed dwingt ons naar boven. Het is een hele klim.  Het kassameisje is weg bezuinigd. Een kaartjesrobot eist twee maal zeven euro. Dat is dan met ouderenkorting. Nadat de scanner groen zoemt, klapt het poortje open.

Als eerste komen we de cellen tegen. Een ondergrondse kerker met de nodige martelwerktuigen. We kunnen ons goed voorstellen dat menig geheim hier toch is verklapt. Uitrekbanken, een spijkerstoel of onder je oksels te worden opgetakeld met een enorme steen aan je voeten gebonden. Als je dan nog je kaken stijf op elkaar houdt, dan weet je het ook echt niet. De beul beschikte daarnaast over veel handgereedschap waarmee hij de vergeetachtigheid van z’n slachtoffer snel kon genezen. Naast de kerker beschikte de kasteelheer ook over luxe cellen. Deze waren voor gevangenen op stand. Een weliswaar getralied venster gaf toch wat frisse buitenlucht.

We kuieren door meerdere zalen en kijken zo nu en dan naar buiten. Wat een geweldig uitzicht op de omgeving. We komen door een aparte geschutsruimte. Hier konden de lopen van de kanonnen door een klein gat naar buiten gericht worden.

Nadat we op een terras even zijn bijgekomen van de middeleeuwse wreedheden, gaan we kijken bij de twee kerken. Hier treffen we geen martelwerktuigen maar een biechtstoel aan. De pastoor wist de geheimen van de parochianen op een veel slimmere wijze te ontfutselen. Het interieur van de beide kerken is vrij eenvoudig. Er moeten wel ontzettend veel mensen in de huizen en kasteel hebben gewoond dat er twee godshuizen nodig waren. Langzaam slenteren we terug naar de camper die net even buiten het dorp staat.


Donderdag 14 juli

Wij vieren dit jaar het 10-jarig camperjubileum. In 2012 hebben we onze eerste camper aangeschaft. De eerste reis ging naar meteen naar Italië. Grote delen van de route van toen rijden we nu weer. Een soort van ‘memory-lane’. Vandaag rijden we naar Todi. In deze plaats waren we tien jaar geleden ook. We hadden daar met Jan&Rita afgesproken en zijn daarna een tijdje gezamenlijk opgetrokken.

Het bijzondere van de reis vandaag is dat we in Todi opnieuw Jan&Rita gaan ontmoeten.

Een scherpe afslag naar links en daarna steil omhoog. Slippend komen we boven op de parkeerplaats. Zware machines en rood lint bevinden zich op de plek waar ik had willen parkeren. Daar was een prachtig vlak stuk en een kraan, vertelt m’n geheugen. Wat nu rest zijn vooral schuine parkeerplekken en dat is voor een camper nooit eerste keuze. Na inspectie van Hanna besluiten we op een redelijk vlak stuk te gaan staan en de komst van Hanna haar zus af te wachten.

Jan parkeert vlakbij en met blokken trekken we de boel enigszins recht.

Tegen de avond lopen we naar het centrum van Todi. De stad ligt bovenop een heuvel en we moeten dan ook nog fiks klimmen door de nauwe straten. Op het centrale plein is er een fantastisch uitzicht over de omgeving. Er staan enkele majestueuze gebouwen aan het plein. Met z’n vieren strijken we neer op een gezellig terras en proeven het plaatselijk bier. Nadat de glazen nog een keer zijn bijgevuld bestellen we ook wat te eten.

Als het al donker is, slenteren we terug naar de campers. De verlichting is in de stad aangezet. Zacht geel licht weerkaatst op de gebouwen en huizen. Deze zijn gemetseld met stenen die allemaal pastelkleuren hebben. Het geheel harmonieert in het duister bijzonder mooi. Het is alsof je door een sprookjeshof wandelt. Een ijssalon staat op de juiste plek en wij zorgen voor een net iets hogere dagomzet.


Vrijdag 15 juli

Al vroeg zijn de verbouwers van ons parkeerterrein actief. De drilboren ratelen, een bulldozer sleept met z’n bak over het beton en de kraanmachinist geeft extra gas bij het ophalen van een rotsblok. Een dagje blijven staan om bij te kletsen wordt zo niet gezellig. We zoeken een rustig plekje in de buurt. Om er te komen rijden we over wegen die als wit staan aangegeven op de kaart. En dat betekent in Italië iets. Met een snelheid van om en nabij de twintig kilometer per uur slingeren we langs de gaten. Een rammelstrook brengt de snelheid verder omlaag. Als op plekken het asfalt volledig is weggespoeld, rijden we stapvoets. Italianen ondervinden gek genoeg hiervan geen enkele hinder en passeren met hoge snelheid.

Onze bestemming blijkt het parkeerterrein van een toeristische attractie te zijn. Iets met bos-fossielen. Het interesseert de gemiddelde Italiaan niet zo veel want het kleine terrein is maagdelijk leeg. Net nadat we zijn geland, komt de uitbater van de attractie ons vragen naar ons plan. Ik leg hem uit dat we zijn parkeergelegenheid hebben uitverkoren om er een dag te staan en heerlijk onder zijn bomen van onze eigen koffie willen genieten.

De man blijft beleefd. Ook nadat ik hem heb gevraagd of hij misschien in het Engels kan converseren. Hij bijt me toe, dat hij Engels spreekt. En inderdaad als ik goed mijn best doe, hoor ik zo nu en dan Anglicaanse klanken. Kort samengevat: als we de attractie niet willen bezoeken, moeten we ophoepelen.

Zo komen we we uit op een ander parkeerterrein, nu van een Romeinse opgraving. Er worden honderden bezoekers verwacht als ik het grote parkeerterrein overzie. Ditmaal is er geen uitbater in de buurt. Hoewel ver van vlak weten we de campers redelijk horizontaal te zetten. Jan noemt de omgeving ‘Hof van Gethsemanee’. Meerdere lanen met parkeervakken worden gescheiden door brede stroken gras waarop olijf-bomen zijn geplant. De honderden bezoekers blijven weg, zodat wij een heerlijke dag beleven in alle rust.


Zaterdag 16 juli

Hoewel het altijd bere-gezellig is om met Jan&Rita te reizen, heb ik een missie. Mijn taak is om Hanna naar Sicilië te brengen. Dat betekent dat vandaag onze wegen weer gaan scheiden. Jan wil alle dorpjes van de Marken bezoeken en mijn doel is voor vandaag Cassino. Na een hartelijk afscheid beginnen we aan de trip. De voor vandaag gekozen route bestaat uit rode en oranje wegen op de kaart. Dat betekent doorrijden. De asfaltbaan ligt er redelijk bij. Het blijft natuurlijk Italië, dus zo nu en dan rammelt de camper behoorlijk. Maar de reis gaat vlot`.

Het is snikheet in Cassino. De eigen meting gaat over de veertig graden. Voorzichtig en langzaam zet ik de vakantie-fauteuils in de schaduw tegen een heg. Teveel bewegen betekent liters zweet. Er moet een Romeins amfitheater in de buurt liggen. Maar het enige waar we aan toekomen is drinken. Zo nu en dan blaast er voorzichtig een bescheiden briesje over het plein. We ondergaan het, al betrof het een Thaise massage.

Als de middag is gevorderd, onderneem ik actie richting de Romeinen. Op het naast gelegen weggetje staat een bord dat aangeeft dat het 2000 jaar geleden gebouwde theater op slechts vijftig meter afstand ligt. Dat moet te doen zijn en ik schuifel bescheiden de goede kant op. Een hek dwarsboomt mijn ambitie. Het ding is hoog en het slot is onmurwbaar. Door de spijlen zie ik wat stenen liggen maar kan er in mijn fantasie geen schouwburg of iets dergelijks van maken. Langzaam ga ik weer richting Hanna. Zij ligt nog exact in de houding zoals ze eerder vanmiddag in de stoel is geploft.

Door de hoge bergen rondom Cassino verdwijnt de zon redelijk vroeg. Dat geeft lucht. Het gevoel van oververhitting verdwijnt gestaag en we kunnen weer iets actiever worden. Hier blijft het de komende dagen heet maar dat wachten we niet af. Morgen gaan we naar het tien graden koelere Eboli.


Zondag 17 juli

De nachtzoen

Ik sta mijn tanden te poetsen als de camper plotseling behoorlijk beweegt. Ook Hanna schrikt. Er staat een auto vlak bij de camper, merkt ze op. Ik loop naar voren met de tandenborstel nog in de mond en trek een gordijn open. Inderdaad staat schuin voor ons een auto met de lichten aan. De bestuurder loopt naar me toe en steekt een heel verhaal af in het Italiaans. Ik gebaar dat ik hem niet versta. Nu is het al de hele avond en nacht een komen en gaan van auto’s. Hanna veronderstelt dat dames van lichte zeden een uitstekende boterham hebben aan ons plein. In die lijn komt bij mij de gedachte op dat de man voor mijn raam tegen de camper heeft geduwd in verband met mogelijke klandizie. De man druipt af met een ‘excusie’. Nadat ik het poetsen heb afgerond en de borstel heb opgeborgen, pak ik een zaklamp en loop buiten een rondje om de camper. De automobilist is dan al vertrokken. Ik zie niets.

Na het ontbijt ga ik naar buiten en zie ik dat de linkervoorkant van de camper licht is beschadigd. Er zitten krassen op en het klepje van de trekstang ligt in twee helften op de grond. Ineens wordt het me duidelijk. De man heeft vannacht met zijn auto bij het achteruitrijden onze voorbumper geschampt. Dat gaf geen klap maar een trilling. Toen hij merkte dat ik het niet door had, is hij er vandoor gegaan.

 

Na en flinke rit slaan we af bij Eboli. Via P4N weten we daar een ruime parkeergelegenheid met een mooi uitzicht. Ik stuur de camper door de stad en de wegen beginnen steiler te worden. Via een nauw straatje komen we bij ons plein aan. Op een paar vierkante meter staan vijf auto’s, daarmee is alle ruimte ingenomen. Hoezo ‘ruime parkeergelegenheid’? Er is even geen andere keus dan door te rijden maar dat pad gaat bijna recht omhoog. Dat wordt keren. We kiezen een alternatieve nachtplaats en nadat we weer de hele stad zijn doorgereden, komen we weer op de snelweg.

Nabij Auletta zetten we de camper op een pleintje bij een kerk. We hebben een mooi uitzicht op de bergen om ons heen. Dan valt mij op dat boven op een flinke heuvel een dorpje ligt. Precies op de top staan meerdere huizen, terwijl de rest van de heuvel geen enkel spoor van menselijke beschaving laat zien. Vroeger zat je daar veilig en nu heb je ongetwijfeld mooi uitzicht maar voor iedere boodschap moet je de heuvel af en later weer op. Op de fiets is dat niet te doen.

Het dorpje Palomonte op 550 meter hoogte

Palomonte op de top


Maandag 18 juli

Wat is er gebeurd met Nocera Terimesi? Ooit moet dit een geweldig mooie en mondaine badplaats zijn geweest. Een prachtige marmeren boulevard op de kustlijn. Fraaie strandhuizen met uitzicht over de zee. Ruime parkeerplaatsen voor de grote aantal publiek. Palmbomen wuiven zachtjes op de verkoelende zeebries. Fraaie verlichting die de avondgast het gevoel geeft heel bijzonder te zijn. Een schitterende halfronde trapopgang vanaf het strand naar de boulevard. Beroemde Italianen en buitenlandse VIP’s die hier in de Tyreense zee hun goddelijke lichamen kwamen afkoelen.

Er is niets meer van over.

De boulevard is ingestort, de palmbomen zijn op sterven na dood. De strandhuizen zijn onbewoonbaar en liggen er als ruïnes bij. De strandtent is al jaren gesloten. Het uithangbord hangt troosteloos aan een spijker te schommelen op de wind. Alleen lokale inwoners liggen op het strand. De meeste parkeerplaatsen zijn vrij.

 

Het kost geen moeite om een plek voor de camper te vinden. Een half dode boom zorgt voor schaduw. We lopen langs het strand en zien oude pilaren een dwarsbalk steunen. Niet dat het nu ook nog maar enig nut heeft. Het bijbehorende plateau is ingestort. De brokstukken liggen half in zee.

Het deert de lokalen niet. De hele middag en avond komen en verdwijnen ze met een glimlach. Ze hebben alle ruimte op het strand. In de tijd van hun grootouders moet dat anders zijn geweest.

Een vriendelijk oude dame groet ons. Wij groeten terug. Vooral in de schaduw is het heerlijk koel door de zeewind. Een duik in de zee stellen we uit. We liggen heerlijk te relaxen en fantaseren over hoe het hier ooit eens was.


Dinsdag 19 juli

De slagboom staat open. De verkeersregelaar staat te wenken. De veerboot heeft zijn grote muil open en de stroom auto’s kan naar binnen.

Hanna kijkt mij verschrikt aan. Ik weet het ook niet meer.

De scanmeneer staat iets verderop maar wij hebben geen kaartje. Nergens op de route hebben we ook maar iets gezien wat op een loket leek. De overige voertuigen hebben duidelijk niet dit probleem. Na de scan duiken ze naar binnen.

Hanna stapt uit en resoluut stapt ze op de regelaar af om hem het probleem voor te leggen. Omdat deze geen woord Engels spreekt, wijst hij naar z’n collega. Deze meldt koeltjes dat het loket anderhalve kilometer terug staat. Dan komt een jongeman tussenbeide. Hij wil wel met een van ons terugrijden naar de kaartverkoop.

Even later zit ik naast de nonchalante chauffeur en scheuren we door Villa san Giovanni. Links en rechts gaat het door de nauwe straatjes. Dan komen we bij een groot terrein waar auto’s in meerdere rijen voor een grote tolpoort staan. Mijn begeleider trekt zich niets van de wachtende auto’s aan en rijdt langs iedereen en probeert vlak voor de poort in te voegen. Dat levert het bekende Italiaanse geschreeuw en geruzie op. Nog een auto laat hij voor de vorm voorgaan maar dan plaats hij z’n oude brik onherroepelijk in de lange rij.

Voor 87 euro schaf ik het nodige biljet aan. Op de terugweg blijkt dat de galante heer ons niet geheel vrijblijvend heeft geholpen. Hij wenst 30 euro voor zijn service ontvangen.

 

Wij vragen ons af hoe het kan dat we niet langs de tolpoort zijn gereden. De vermoedens gaan richting Pio. Dit slimme navigatie-apparaat wist een kortere route, terwijl Mio ons de koninklijke weg aanreikte. Wij kozen voor kort en zijn via lastige nauwe straatjes en kleine doorsteekjes bij de veerboot terecht gekomen.

 

Het geluid van de motoren zwelt aan. Langzaam zien we de kade achteruit varen. Aan de overkant wacht Sicilië. Maar het is geen gelopen race. Volgens de overlevering huist op de kust van het vaste land een zekere Scylla. Dit veelkoppige monster verslindt iedere zeevaarder die zich te dicht bij de kust waagt. Als de kapitein aan deze bedreiging weet te ontkomen is hij nog lang niet veilig. Op de Siciliaanse oever woont de godin Gharybdis. Er is weinig lieflijks aan haar. Als een schip nadert haalt ze diep adem om daarna krachtig in de zee te blazen. In het water ontstaan hierdoor gevaarlijke draaikolken en krachtige stromingen. Menige schuit is zo met man en muis naar de zeebodem gezogen.

De ferry weet met beginnersgeluk de overkant te halen. Wij rijden door de straten van Messina onze eerste meters op het zuid-Italiaanse eiland. Via een prachtige bergweg, omzoomt met bloeiende oleanders, komen wij bij een open parkeerterrein bij de kust. Dit lijkt een goede nachtplek.

Ik duik nog even in het warme water van de Tyrreense zee. 

Eerst is het erg rustig maar als de werktijd erop zit, wordt het opeens heel druk met lokale zwemmers. In een mum van tijd staat het terrein helemaal vol. Voor de nacht zal iedereen wel weer verdwijnen, behalve een andere camper, die naast ons is komen staan.


Woensdag 20 juli

Vol gas wordt het niet. Daarvoor rijdt de vrachtwagen voor mij te langzaam. Het voelt heerlijk met de rijwind om me heen. Steeds is er uitzicht over zee. De eerste strandgasten hebben zich al weer geïnstalleerd. Bootjes dobberen voor hun plezier op het rustige water. Dan moet ik stevig in de remmen omdat ik plotseling de winkel zie waar ik moet zijn. Een paar boodschapjes halen op de scooter omdat we met de camper blijven staan.

 

Dan dringt zich een vraag bij mij op. Zijn Italianen bange mensen? Goedgelovig misschien? Of zijn ze moeilijk van aangeleerde gewoontes af te krijgen? Zo wil ik ze eigenlijk niet kennen. Voor mij zijn het kunstenaars, charmeurs met een vleugje overdrijving, uitvinders en houden ze van stijl en mooie dingen. 

Dat moet het zijn, flitst het door mijn hoofd: ‘liefde voor stijl’. Alleen slaan ze nu de plank een beetje mis, want stijlvol vind ik het niet. In de winkel waar ik wat producten in sla, loopt zeker vijftig procent rond met een kapje op hun gezicht. Nog net niet voor de ogen. De kleur is voornamelijk wit. Dit ‘kledingstuk’ steekt behoorlijk naar voren met een scherpe naad in het midden. De schoonheid ervan kan mij niet bekoren.

Ergens in de omgeving woedt een stevige brand, want twee blusvliegtuigen vliegen af en aan. Voor onze camper scheren ze over het zeewater om zo met het staartstuk water te tanken dat dan boven de brand weer wordt losgelaten. Prachtig om te zien. Zo blus je een natuurbrand.

 

De warmte lokt me naar de zee. Mijn snorkelset hangt al twee jaar nutteloos in de campergarage. Het water hier is kraakhelder. Zo dobber ik, met het snorkelmasker stevig op m’n gelaat gedrukt, even later. heerlijk in het warme water de zeebodem af te speuren. De vele rotsen onder water zorgen voor een mooi panorama. Mini-visjes schieten weg. Grotere exemplaren zwemmen rustig rond en zien in zo’n onhandige mens met een vreemd ding op de snuit kennelijk geen gevaar.

Ik vraag mij af of ik misschien met deze uitrusting door de gemiddelde Italiaan als zeer stijlvol gekleed wordt beschouwd.


Donderdag 21 juli

‘We zitten muurvast, kapitein’, roept de stuurman van de zeilklipper uit Constantinopel. Roer om en de wind van achter in de zeilen, buldert de kapitein terug. Het schip schuift iets naar rechts maar lijkt dan nog meer klem te komen zitten op de zandplaat. Matrozen rennen heen en weer. Met lange staken prikken ze naast het gangboord in de zanderige prut. Een ander schept een emmer water bij het achterschip om die dan bij de boegspriet weer over boord te kieperen. Er helpt geen lieve moeder aan. Vast is vast. De wind begint aan te trekken en de wanden kraken gevaarlijk. Straks ligt de schuit aan barrels, zegt de bootsman angstig. Er moet iets overboord om het schip minder diep te laten steken. De kapitein knikt instemmend, maar wat?

Tien matrozen grijpen het zware beeld van de zwarte Maria. Dat zware kreng brengt ongeluk sinds ze aan boord is. Met een enorme plons verdwijnt het sculptuur in de golven. Direct grijpt de wind de boot en er komt weer vaart in. Opgelucht kijkt de bemanning het beeld na wat nu naar de kust drijft.

 

Met de scooter snorren we naar boven. Het machientje scheelt ons liters zweet op deze warme dag. Na een fiks aantal haarspeldbochten komen we bij de basiliek aan. Uitnodigend staat de deur open: entrata. Wat een indrukwekkend interieur. Grote mozaïekwerken zijn op de muren aangebracht, die het lijdensverhaal van Jezus vertellen. Zelfs het hoge plafond is beschilderd met een schitterende voorstelling. De zwarte Madonna troont hoog voorin de kerk. In de maanden mei en juni komen hier duizenden bezoekers op bedevaart. Ook nu zitten enkele aanwezigen devoot het Mariabeeld te vereren.

De basiliek is in de 9e eeuw gebouwd en daarna diverse malen herbouwd ter ere van de zwarte Madonna die hier op deze plek door de zee is aangespoeld.

De grote kerk staat in Tindali. Deze plaats is door de Grieken, tijdens het grote Griekse rijk, gesticht. Het was bedoeld als vestigingsplaats. Het rijk had een verdedigingslinie nodig tegen Carthago. Aardbevingen en vijandelijke verwoestingen hebben de stad geen goed gedaan. Uiteindelijk was de stad in de middeleeuwen volledig verdwenen. Maar toen kwamen de archeologen te voorschijn, zo eind 18e eeuw. Stukje bij beetje hebben ze het klassiek oude Tindari weer opgegraven. 

Hanna en ik lopen door de herstelde straten. Een vreemd gevoel dat op deze plek 2500 jaar geleden ook al mensen hebben gelopen. We zien vele vierkante blokken waarbinnen tientallen woningen hebben gestaan. Het grote theater geeft een idee hoeveel mensen er in de Griekse tijd hebben gewoond. Een bord vertelt dat hier 12.000 mensen een plaatsje kunnen krijgen.

We tuffen weer terug naar de camper die in het nieuwe Tindari op een plein staat, heerlijk verscholen onder de bomen. Vannacht kunnen we lekker slapen want de zwarte Madonna waakt over ons.


Vrijdag 22 juli

Het water klotst tegen de oever. Hanna en ik zitten aan de waterkant in onze luierstoelen en hebben vrij uitzicht op de jachthaven en de zee. Kinderen spelen op de vooravond op het strand. Een meeuw nadert ons nieuwsgierig maar durft de laatste stappen niet te zetten. Een groot jacht vaart langzaam vanuit de zee naar de havenmond. Het schip bevat twee dekken en nog een bovendek. Met het achtersteven meert het aan bij de buitensteiger. Vannacht verblijven we in Cefalu. De plaats is om een enorme rots heen gebouwd. Bovenop de steenmassa staat de ruïne van een Normandisch kasteel. 

We gaan de bergen in. Vandaag hebben we een lange rondrit gepland door de Parco dei Nebrodi. Dit is een gigantisch natuurreservaat aan de noordkust van Sicilië. In het park leven verschillende wilde dieren. Maar ook kuddes koeien, geiten en paarden worden erin losgelaten. . De weg slingert zich omhoog. Al gauw kijken we in diepe dalen. Hier en daar is een stuk bos afgebrand. 

Bij Randazzo zien we de Etna, met een grote rookpluim erboven, liggen. 

We zijn in afwachting van het spotten van de nodige fauna. De bergen in het centrale deel van Sicilië zijn vrijwel kaal. Toch helpt dat niet, er is geen beweging te ontdekken. Het enige beest wat we zien is een geschilderde koe op een verkeersbord. 

Na Cesaro komen de bomen weer terug. De uitgezochte parkeerplaats komt in zicht. De plek blijkt een afknapper. Niks idyllisch plekje in het bos, we hebben het gevoel dat we bij mensen op het erf staan. Na een snelle boterham zoeken we verder en niet lang daarna vinden we een ruime plek met mooi uitzicht op het berglandschap. Nauwelijks staan de stoelen buiten of er klinkt aanhoudend belgeklingel. Een paar koeien komen al grazend op ons af. Ze vinden ons niet interessant. Na korte tijd verdwijnen ze weer in het bos.

We vervolgen onze route. De weg loopt vanaf nu alleen nog maar naar beneden. De mooiste panorama’s trekken aan ons voorbij. In de verte zien we de plaats Frontella liggen. Bovenop een heuvel gebouwd met een enorme rots die nog boven alles uitsteekt. In totaal dalen we wel veertig kilometer. We vervolgen de weg langs de zee. Ook deze is schitterend. Bloeiende oleanders langs de kant, iedere inham van de zee volgend, kruipt dit pad langs de hoge bergen.

 

Dan naderen we Cefalu, onze bestemming voor vandaag. 


Zaterdag 23 juli

We staan voor de Normandische kerk in Cefalu. Wat zit de geschiedenis soms toch wonderlijk in elkaar. Het waren de Noormannen die Sicilië van de mohammedanen hebben bevrijd. In sommige plaatsen wordt dit nog jaarlijks gevierd.

Het was dan ook een Noorman die koning van dit eiland werd. Roger I wilde wel in een eigen kerk bijgezet worden als het zover was, dus liet hij in Cefalu in Normandische stijl een basiliek neerzetten. Helaas voor hem kwam zijn einde voor het einde van de bouwactiviteiten zodat hij in een kerk in Palermo een eeuwig ereplaatsje heeft gekregen.

 

Sober maar degelijk, zo kun je het interieur noemen.

Samen met Hanna loop ik door de nauwe straatjes van Cefalu. In het centrum is bijna ieder pand een winkeltje, maar dan ook echt een winkeltje. Een paar vierkante meter, meer is het niet.

Het is ook bijna altijd eenrichtingsverkeer, behalve voor voetgangers. Door een poort hebben we zicht op het strand en de zee. Hoewel het nog vroeg is, lopen er al veel mensen op straat. Het schijnt hier een populaire toeristenplaats te zijn.

 

We snorren op onze scooter weer terug naar de camper met een heerlijke rijwind om de oren.

 

We gaan door Palermo. Het ligt nu eenmaal op de route. Het krioelt van auto’s en scooters maar er is ook veel ruimte. Omdat ik niet in een keer goed rij, mogen we een extra rondje maken in deze gekte. Het juiste pad gaat omhoog en flink ook. Na anderhalve kilometer slingeren is het net of je Palermo door een vliegtuigraampje ziet liggen. We zitten dan ook al weer op 1000 meter.

 

Paniek in Altofonte. Ik stop voor een rood stoplicht. Maar ik ben de enige, zo merk ik. Het verkeer achter mij rijdt om me heen en allemaal door rood. Ik ben niet gek, dus rij ik achter hen aan. Echter na een paar meter staat een waarschuwingsbord: maximale hoogte 2.5 meter. Ik voel me volledig vastgezet. Naast deze weg is een andere maar die heeft een verbodsbord om in te rijden. Hanna zegt dat er niets anders op zit dan weer terug te rijden door de smalle straatjes waar we net doorheen waren.

Dan grijpt een vriendelijk inwoner in. Hij loopt naar ons toe en legt de functie van het rode stoplicht uit. Deze is alleen voor hoge voertuigen. Als de knop wordt ingedrukt wordt het verkeer wat door de eenrichtingsweg je tegemoet komt, stil gezet. Zodra je groen hebt mag je ondanks het inrij-verbod toch die straat inrijden om zo het lage obstakel te vermijden. Je moet er maar opkomen.

 

We zijn op weg naar een fraaie plek aan een meer. De wegen er naar toe worden steeds smaller. Op het laatst is er zelfs geen weg meer maar een grindpad. We komen toch uit op een leuke parkeerplaats met rondom zicht op de bergen maar geen meer te zien. Dan ontdek ik als je langs een bospad kijkt, in de verte er inderdaad prachtig blauw water is te zien. Maar de plek aan het meer gaat niet door, het is meer een plek bij lange na niet aan een meer.


Zondag 24 juli

Een schitterende tempel voor Artemis. De opdracht is duidelijk. De Bouwmeester kan aan het werk. Het is het jaar 400 voor Christus, maar dat kan hij niet weten. In een steengroeve direct aan de bouwplaats grenzend worden stenen gehakt. Een voor een worden ze, door dierlijke kracht, naar hun bestemming gesleept. Ronde schijven voor de pilaren, vierkante blokken voor de balustrade. Maar dan hapert de bouwdrift. Heel veel werk maar de vaart is eruit en het project komt stil te liggen.

 

Vlakbij op een heuveltop is de stad Segesta ontstaan in dezelfde tijd. Het eerste klusje wat de geëmigreerde Grieken doen, is een muur bouwen rondom de beoogde oppervlakte. Op de top komen woningen voor de bestuurders en de rechters. De rest kan er in een ring omheen. Maar de mens moet niet alleen werken, er hoort tijd te zijn voor lering en vermaak. Zoals het iedere Griekse stad betaamt, wordt er een theater gebouwd. Op een prachtige plek. De toeschouwer ziet over het podium heen in de verte de zee liggen omzoomd met mooie groene bossen.

Segesta is nu een van de toplocaties van Sicilië. Iedere bezoeker van het eiland behoort hier geweest te zijn. Archeologen hebben de tempel en de stad weer toonbaar gemaakt en de moderne mens kan hier zijn klassieke tegenvoeters ontmoeten.

 

Hanna en ik besluiten eerst naar de tempel te klimmen nadat we twintig euro bij het echte kassameisje hebben achtergelaten. Dat is flink wat meer dan de negen euro die de folder voor ons had berekend. 250 meter omhoog bij ruim dertig graden komt er zelfs voor ons nog wel even op aan. Gelukkig genieten we aangekomen eerst van de waterfles. De tempel staat onaf ons stoer aan te staren. Een immens gebouw als je er met je neus bovenop staat. Zes keer veertien rijen zuilen van zeker acht meter hoog. We lopen, zoals iedereen, een rondje om het bouwwerk. In gedachten zien we ossen zeulen aan een enorme brok steen.

De oude stad en het theater is andere koek. Geen 250 meter maar twee kilometer vrij steil omhoog naar de top. Maar dat hebben we opgelost, denken we. Bij het entreekaartje is een retourtje shutle-bus inbegrepen. De bus komt net van boven. Maar dan beseft Hanna dat we niet mee mogen. Het heeft geen zin om hier te wachten, we kunnen net zo goed gaan. Italië lijkt erg bang voor een virus. Daarom dragen ze een lapje stof voor hun mond, wat wel muskieten tegenhoudt maar absoluut geen virus. Maar zij denken van wel. Op de bus is een vignet geplakt wat duidelijk maakt dat als je mee wilt, je moet buigen voor deze nieuwe cultuur. En wij buigen niet zomaar. Vandaar dat Hanna de busreis in rook ziet opgaan. De afstand lopen is ook geen optie, dus kunnen we naar de camper.

Als we aan de aftocht zijn begonnen, lopen we langs een controlehokje zonder controleur. Enkele briefjes zijn erop vastgeplakt. Bij toeval leest Hanna de tekst. De toerist wordt geadviseerd om een lapje voor mond en neus te doen, staat er in het Engels te lezen.

Even later zitten we dus in de bus. Onze medepassagiers hebben het briefje niet gelezen, zelfs de chauffeur niet.

De oude stad is eigenlijk een hoop stenen waar je niet aan mag komen. Wel geeft het een goede indruk hoeveel mensen vroeger op een klein oppervlak konden leven. Het theater ziet er prima uit. Het wordt zelfs nu weer gebruikt voor voorstellingen. Half rond zijn de toeschouwers-plaatsen rij voor rij uit de berg gehakt. Vanaf deze plaatsen heb je een fantastisch uitzicht op het achterland en in de verte zelfs de zee. Als het gebodene niet beviel, had je in ieder geval een mooi panorama. Wat moet dit zo’n 300 jaar voor Christus een prachtige gebeurtenis zijn geweest. Ik zie het helemaal voor me.

In de gekoelde bus tuffen we weer naar beneden.

In Brigi, helemaal aan de westkust, parkeren we onze camper voor de nacht. Op de zee wordt door sportievelingen aan kite-surfen gedaan. De meest mooie en uiteenlopende kleuren trekken de beoefenaars snel door het water. Zelfs als het bijna al donker is zijn er nog diehards aan het surfen. Het moet dan echt wel je hobby zijn. Onze parkeerplaats wordt druk bezocht door gasten van een café aan de overkant maar het geeft geen last.


Maandag 25 juli

Het keerpunt. Iedere rondrit heeft een keerpunt. Het verste punt van je reis, waarna je eigenlijk weer naar huis rijdt. Het rustige plaatsje Brigi aan de westkust van Sicilië is ons keerpunt. We rijden nu terug naar Messina langs de zuidkant van het eiland. Het is warm vandaag, ruim 37 graden. Ideaal om aan de kust te zitten en de zee als koelmachine te gebruiken.

 

Daarom zetten we koers naar Triscina. Maar er is nog een reden: de wasmand. Bij vertrek ruim twee weken geleden was deze leeg en opgevouwen. Maar dat is veranderd. Nu is je kostuum in de subtropen niet erg ingewikkeld. Korte broek en mouwloos t-shirt. Soms een zwembroek. Maar ook met deze kledij raakt de wasmand een keer vol. Hanna gaf twee dagen terug al alarm. Dat heeft geleid tot de bestemming van vandaag.: camping Helios.

 

Het inparkeren gaat niet feilloos. Een blok beton voor de ingang van ons parkeervak in z’n geheel niet opgemerkt. Totdat de camper er tegen aanrijdt. De schade is te overzien en voor het grootste deel gelijk gerepareerd. Maar het komt de sfeer niet ten goede.

 

Hanna laat de wasmachine twee maal draaien. De beide droogrekjes, die we trouw op iedere reis meeslepen, de zon en de wind doen de rest. 

Er staat een stevige wind op zee maar we duiken met liefde in de golven. Heerlijk verfrissend. De perfecte stranddouche van de camping doet de rest. Zo houden wij het hoofd wel koel.

 

Morgenvroeg rijden we naar Selinunte. Een andere opgraving uit de Griekse tijd. Het ligt hier vlakbij, dus ons bezoek kan in de koelere ochtend uren plaatsvinden.


Dinsdag 26 juli

Opnieuw een warme dag op Sicilië. Hoewel nog ochtend staan wij toch met het zweet in de handen voor het loket. Voor 12 euro mogen we verder lopen. We gaan akkoord. Een vriendelijk Siciliaan legt ons met behulp van een groot bord uit, welke kant we moeten uitlopen en waar de bus stopt.

We staan in het 70 ha groot archeologisch gebied van de klassieke stad Selinunte. Alweer een Griekse kolonie in Italië (wat toen nog niet bestond, overigens). We kunnen over een prachtig aangelegd wandelpad naar het eerste tempelgebied lopen. Schitterend in het zonlicht gevangen, zien we de tempel van Hera (de vrouw van Zeus) voor ons opdoemen. Inmiddels ben ik erachter dat deze tempel hier niet al sinds 600 jaar voor Christus staat. In de jaren 60, vorige eeuw, is dit bouwwerk door archeologen in elkaar geknutseld uit de vele brokstukken die hier al wel eeuwen liggen. Het is trouwens geheel historisch verantwoord. Vanuit oude geschriften wist men precies hoe de originele tempel er uit heeft gezien.

 

Het publiek vindt het prachtig. Gefascineerd wordt er geluisterd naar de uitleg van de gids. Hanna en ik bekijken het heiligdom van Hera ook met interesse. Er zit dan wel geen dak op maar voor de rest is het aardig compleet. Ook het binnenwerk staat op de plek zoals het hoort. Achterin bevindt zich de cella. Een aparte ruimte, waar alleen priesters mogen komen. Voorin staan een paar immense offerblokken.

We kunnen ook tempel B en C bekijken. Maar dat zijn grote verzamelingen stenen brokken wat ooit eens een tempel is geweest. Ieder voor een andere godheid. Voor de sfeer zijn er een paar zuilen overeind gezet.

Op het terrein staan ook enkele grote werktuigen. Deze geven ons een juiste indruk hoe de oude Grieken het presteerden om zulke kolossale bouwwerken te maken.

Een museum leert ons met welke dagelijkse spullen de bevolking het toen moest doen. Kannen en kruiken, ook hele kleine, zorgden voor opslag. Ook zijn er enkele beeldjes te zien. Hanna verbaast zich over de fijne techniek waar de maker over beschikte. De gelaatsuitdrukkingen zijn heel herkenbaar in de klei gegraveerd.

 

We stappen in de bus. Nou ja, bus, het is een open wagonnetje welke door een elektrisch wagentje wordt getrokken, wat nog het meest op een golfkarretje lijkt. Maar we hoeven in de hitte niet te lopen. Zo worden we naar de Akropolis getrokken. Dit is het hoogste gedeelte van een oude stad. Ook hier weer een hoop puin. We zien de fundamenten van wat ooit de woningen van de welgestelden waren. Een zuilenrij trekt de meeste aandacht. Dit betreft een restant van een oude tempel. De hoop stenen ernaast blijken de tempels E en F te zijn geweest. Als de oude Grieken eenmaal aan het tempel bouwen waren begonnen, waren ze kennelijk ook niet meer te stoppen. De folder legt uit dat dit met de status van de stad te maken had.

 

Voordat we weer in de aanhanger van de golfkar stappen, verwennen we ons zelf met iets koels. Ik neem een heerlijk bakje kersenijs en Hanna is tevreden met een flesje koud water. De reis naar het parkeerterrein is nog best complex, want we moeten halverwege overstappen in een toeristentreintje.

Voor de rest van de dag zijn we uitgeteld. We rijden de camper naar een leuk terreintje bij Partanna. Ook op deze plaats zijn archeologen in de weer geweest en het publiek kon dan hier parkeren. Maar het is geen succes. De afgraving is gesloten en het terrein is leeg en lijdt aan achterstallig onderhoud. Maar het is prachtig gelegen, midden in de natuur, aan een rustige weg. Voor ons een A-klasse nachtplaats.


Woensdag 27 juli

Na de laatste bocht zien we de puinhopen. Een straat met een rij huizen. Maar geen enkele woning staat nog overeind. De voorgevel ligt op straat. Een zijgevel bevindt zich nu in de tuin van de buurman. De schoorsteen is in de voorkamer terecht gekomen. We rijden verder en slaan de wijk in. Ook hier alleen maar ellende. Een mooie woning bezit nog alleen een zijmuur met een stuk achtergevel. Ik loop naar de huizen er tegenover. Daar zijn de muren weggedrukt door het gewicht van het dak. De ruimte is nu gevuld met dakpannen. Een werkplaats verderop is nauwelijks herkenbaar. De werkbank staat verloren tussen het puin. Overal groeien planten. Tussen de brokstukken hebben ze nog goede aarde weten te vinden. 

 

Hanna en ik staan beschaamd in het verwoeste dorp Montevago. In 1968 heeft een aardbeving hier dramatisch huisgehouden. Niets in het dorp is overeind gebleven. De ramp heeft honderden mensen het leven gekost. De gemeente heeft besloten het rampgebied te laten voor wat het is. Ten noorden ervan is een nieuw dorp gebouwd voor de overlevenden. Voor de slachtoffers is een bos aangelegd. Iedereen boom draagt een naam van een omgekomen dorpsgenoot.

We beklimmen een berg. De vele bochten dwingen tot langzaam rijden. Bovenop de berg ligt het stadje Caltabellotta. Ooit is het door de Arabieren gesticht. Nu is er geen noord-Afrikaan meer te bekennen. Eerst passeren we nog enkele gebouwen maar dan zien we schitterend in de zon de plaats liggen. De bergkam is volledig bezet met honderden woningen die door elkaar, tegen elkaar, boven elkaar zijn gebouwd. Ik moet op de hoofdweg blijven, de zijstraten zijn zeer smal en lopen steil omhoog. Mio en Pio maken er een potje van. Al die boven elkaar liggende straten is te ingewikkeld voor ze en de cursor verspringt voortdurend met als gevolg dat er onuitvoerbare verkeersadviezen worden gegeven.

Op eigen kracht ontdekken we een pleintje. Ik parkeer op een mooi schaduw plekje en kunnen vrijwel geheel Sicilië beneden zien liggen. De hoogtemeter geeft aan dat we op 850 meter staan.

 

Om half acht gaat restaurant Mates open. Met opgespaarde trek lopen we door de super smalle straatjes. Enkele steegjes bestaan louter uit traptreden. Wonderwel passen de oude fiatjes overal tussen door en staan ze geparkeerd op een richel waar je zelf nog niet eens zou durven staan. Als de grote kerkklok half acht heeft geslagen, klimmen we naar het restaurant toe. We worden al verwacht. Een vriendelijk ober trekt ons naar binnen. We worden aan een tweepersoons tafeltje gedirigeerd. Het is koeler dan buiten wat we een voordeel vinden.

Nadat de drankbestelling is afgeleverd, houdt de vriendelijk ober een heel verhaal. In het Engels weliswaar, toch gaat er door z’n zuidelijk accent veel informatie verloren. 

We beginnen met tal van voorgerechten, hoewel we geen kaart hebben gezien en niets hebben besteld. Ieder gerecht is voorzien van veel informatie. Het zijn in ieder geval streekgerechten. Na vervolgens ook twee verschillende soorten soorten pasta’s te hebben weggewerkt, komt de vraag of we nog vlees willen. Bevestiging levert twee verschillende lappen op; eenmaal rund en eenmaal varken. 

 

Onze keus doet niet ter zake, het is hier eten wat de pot schaft. Ondertussen is het restaurant aardig volgelopen met diverse nationaliteiten. Ook daar voltrekt zich hetzelfde patroon. Er wordt niets gevraagd, alleen gebracht. Iedereen eet, kauwt en keuvelt.

Na een dessert, volgt nog een zoet zwaar alcoholisch drankje en dan is het klaar. 

Zonder afrekenen mag je niet naar buiten, dus meld ik me bij de kassa. Ons romantisch dinertje kost 95 euro.


Donderdag 28 juli

De topattractie van Sicilië is Agrigento. Daar is in een ver verleden een hele vallei volgebouwd met tempels. Uiteraard weer door die Grieken. Veel godendom betekent ook veel godshuizen. Daarom dwingt ons reisplan ons vandaag naar deze provinciehoofdstad. Ik parkeer op een vooraf uitgezocht parkeerterrein. Maar we zien geen tempels, geen ingang en geen volk. Google maps vertelt ons dat er verderop ook een parkeergelegenheid is en deze staat dichter bij de heiligdommen.

 

Parkeerkaartje afgerekend. Rijden, en dan blijkt dat dit terrein niet meer bestaat. Wel spot Hanna een kassa, dus een ingang zal er ook wel zijn. De enige optie is terug naar de eerdere parkeerplek. Om het eind vervolgens niet te hoeven lopen, schuif ik de scooter naar buiten. We brommen naar de kassa. Een scooter zet je makkelijk weg, maar dan blijkt de kassa geen kassa.

Ons ronddwalen is opgemerkt door een lokale zwartrijder. Hij legt ons uit hoe het zit. Hier is wel een kassa maar hogerop, aan het andere uiteinde, is nog een ingang. Iedere bezoeker moet het tempelpad tweemaal afleggen, want anders kom je niet meer terug bij je voertuig nadat je de laatste tempel in de rij hebt gezien. Hij wil ons wel met z’n auto naar het begin brengen, dan hoeven we het pad maar een keer te lopen want op het andere eind staat dan onze scooter.

 

Hij glimlacht tevreden over z’n grandioos idee. Nu vraag ik wel wat de kosten zijn. Voor tien euro worden we de berg op gereden. Daar begint onze archeologische wandeling naar beneden.

Tempels voor Hera, Hercules, Athene en Zeus. Op het eind zelfs een voor Castor en Pollux. Ze zien er geweldig uit. Ondertussen komen we ook langs de necropolis en een prachtige tuin. 

Dan heeft Hanna genoeg tempels gezien en even later zoeven we op de scooter, gemasseerd door een heerlijke rijwind, terug naar de camper. Kaartje 2 moeten we ook afrekenen en dan rijden we naar de zee voor een nachtplek.

Bij Marina di Palma parkeren we op het strand. Vlakbij een restaurant. Het is er ruim en leeg. Maar dat verandert als de kok om acht uur het eten klaar heeft. In no-time staat het hele strand vol auto’s van restaurantbezoekers. Maar dan zijn wij allang door de muggen naar de binnenzijde van de camper gedreven.


Vrijdag 29 juli

Geen reis vandaag. We staan op het strand en dat bevalt. 

Wel de nodige afleiding. Op zee gebeurt van alles. Voor onze neus. We vragen ons af of er een verborgen schat op de zeebodem ligt, die nog steeds niet is gevonden. Al in de vroege ochtend meldt zich een duiker. Een snorkelduiker om precies te zijn. Hij heeft een boei meegenomen en deze drijft op de plek waar hij duikt. Geen overbodige luxe, want kleine motorbootjes scheren snel over het water. Het is een doorzetter. Zo zien we alleen de boei, dan verschijnt even een snorkelhoofd, direct gevolgd door lange flippers. En dan weer een tijdlang alleen de boei. Maar meer dan het snorkelhoofd komt er niet boven. De boei verplaatst zich langzaam naar links. Maar ook de nieuwe locatie brengt geen schatten boven. 

 

Hanna en ik verleggen onze aandacht en een hele tijd later komt de duiker weer in onze herinnering. De boei is flink verschoven maar verder is er niets aan het patroon verandert. Uiteindelijk meldt zich een bootje bij de dappere man. Er wordt een kort verslag gedaan. Als ik weer kijk is het bootje en de boei verdwenen. Daarmee ook de snorkelaar.

 

Niet heel veel later dobbert er een ander bootje op de plek. Geen boei dit keer, maar is ook niet echt nodig want het bootje ligt er al. De schipper heeft eveneens een snorkel op z’n hoofd gezet en voert dezelfde oefening uit als zijn zijn voorganger. Voor ons blijft de vraag waar ze naar aan het duiken waren maar het moet wel iets zijn wat nog niet is gevonden.

 

De zee is als een spiegel, zo vlak. Kleine open sloepjes met zeer forse buitenboordmotoren wagen zich ver van de kust. De een heeft een dak, de andere niet. Ook het model speedboot komt voorbij. Maar allemaal kunnen ze snel. Er mengt zich ook een jetski bij de club. Deze kan zowaar nog harder. Maar de zee is groot en een ieder heeft voldoende ruimte.

Uiteindelijk begint het racen met de bootjes eentonig te worden en besluit ik een rit op de scooter te maken. De kwaliteit van de b-wegen is allerbelabberdst zodat het tuffen wordt met een scherp oog op de weg. Op een rotspunt in de zee staat een kasteel. Slechts een verboden in te rijden zandpad is de enige ontsluiting. Hier ligt waarschijnlijk nog een toeristisch pareltje te wachten op ontdekking. Ik rij door bergachtig terrein. De hellingen zijn kaal, zodat het landschap iets unieks heeft. Hier en daar wordt aan tuinbouw gedaan. Maar verder is er weinig economische activiteit te bespeuren. Waar in deze omgeving het brood mee wordt verdiend, blijft voor mij een vraag.


Zaterdag 30 juli

Samen met Hanna loop ik naar een vreemd uitziend gebouw. De onderkant is duidelijk oud. Maar het dak erboven is nieuw en van verschillende soorten materiaal gemaakt. Het past niet bij elkaar. Maar toch ook weer wel als je naar de vormen kijkt. Bij de kassa hebben we twintig euro moeten laten liggen, anders mochten we niet verder. Maar nadat we de onenigheid over de juiste entree hebben opgelost staan we nu op het punt naar binnen te gaan. We worden gelijk de trap opgestuurd. Dat is omdat we dan beter op de vloer kunnen kijken. 

 

Het is een gigantisch huis. De Italianen noemen het een villa maar paleis zou beter passen. Officieel heet het Villa Romana de Casale. De bewoner is allang vertrokken. Het pand dateert van het jaar 400 AD. Jarenlang is het uit beeld geweest omdat de natuur het weer geheel had opgeëist. Dankzij de Italiaanse overheid en goed geïnformeerde archeologen kunnen we nu weer naar binnen.

Het is gebouwd door een Romeinse zakenman. Hij haalde in ieder geval een deel van zijn inkomsten uit de handel met wilde dieren. Niet die op Sicilië rond struinden, maar overzee in Afrika. Deze waren bedoeld voor vermaak in Rome en andere belangrijke steden in het Romeinse Rijk. Sommige kwamen in het circus, andere waren veroordeeld tot de arena.

Hij was schatrijk en heeft het grootste en mooiste huis laten bouwen van wat we nu weten in het Romana Imperium.

 

Een nieuw geasfalteerd parkeerterrein ligt klaar. De stroom nieuwsgierige toeristen wordt zo groot dat het oude niet meer volstaat. Wij moeten het nog even doen met de grint-versie. 

Het huis is ruim 4000 m2 groot. Dat is bijna een halve hectare! Het is niet alleen de omvang maar ook de versiering van de woning wat het bijzonder maakt. Naast prachtige wand taferelen, die helaas nagenoeg allen verloren zijn gegaan, geeft met name de vloer de rijkdom aan.

Het gehele oppervlak is namelijk versierd met mozaïek-afbeeldingen. En daarvan is nog een heleboel te zien.

 

We kijken naar beneden en zien mooie symmetrische patronen uitgelegd in mozaïek. Even verder komen we bij een binnenruimte waarin centraal een luxe zwembad staat. Een overdekte zuilengang omringd het geheel. In deze gang zijn afbeeldingen van dierenkoppen gecreëerd. Ruim over de honderd en niet een gelijk. We schuifelen zo langs meerdere vertrekken. Elk vertrek heeft een eigen thema. Soms uit het dagelijks leven van die tijd, maar ook uit de wereld van de mystiek. Personen staan afgebeeld met voorwerpen die gebruikelijk waren in het jaar 400. Een topstuk is een gang die dwars door het paleis loopt. Daar is een compleet stripverhaal afgebeeld hoe wilde dieren zich gedragen, hoe ze jagen maar ook hoe ze gevangen worden en verscheept worden naar Italië. 

Naast ontvangst vertrekken en woongedeelte is er ook een uitgebreide bad afdeling. Even groot en luxe opgezet als het andere. In drie opeenvolgende kamers kon je baden in koud, lauw of warm water. Uiteraard alles weer voorzien van een prachtige mozaïekvloer.

 

Om de historische schat goed te conserveren is een dak boven de opgravingen geplaatst. Uitgangspunt is het oude. Wat er niet meer is, wordt aangevuld met moderne materialen. Wij krijgen zo een goed beeld hoe het leven in dit prachtige huis moet zijn geweest.

Onder de indruk van al dit fraais zetten we de camper neer in het dorp Piazza Armerina wat een steenworp verder ligt. Een fraaie koepelkerk staat hoog op de heuvel waar de rest van de plaats omheen is gebouwd. Bloeiende oleanders zorgen voor sfeer en schaduw. Er brandt altijd wel iets op Sicilië. Ook nu vliegen twee blusvliegtuigen en een helikopter van zee naar de brand heen en weer. Voor ons vrijwel dagelijkse afleiding.


Zondag 31 juli

De watertank is leeg. In Piazza is een mogelijkheid tot vullen maar die laat ik liggen. Want ons reisdoel vandaag is het mooie stadje Caltagirone. Daar is een officiële camperplaats met volle service. De rit is kort maar bijzonder mooi. 

We rijden over een fraaie bergweg vanwaar we ver over de valleien kunnen kijken. De bergketens zijn kaal met hier en daar een boom. Maar in de dalen wordt aan landbouw gedaan. Veel olijfboomgaarden, maar ook cactusplantages. Deze leveren cactusvijgen, nog nooit van gehoord, maar het schijnt een goede handel te zijn. 

Het graan is al geoogst en de stoppels worden daarna afgebrand. Volgens ons loopt dit laatste nog wel eens uit de hand, gelet op het grote aantal keren dat we het blusvliegtuig zien over scheren.

 

We zijn heel benieuwd hoe de camperplaats er bij ligt. Volgens de reviews is het een grote vuilnisbelt. Maar wat de een groot vindt, valt de ander nauwelijks op. Daarom gaan we zelf kijken. Omdat we eerst naar de Lidl gaan, passeren we de plaats. Het lijkt redelijk schoon maar Hanna denkt een zigeunergezin te zien die de was breeduit hebben hangen.

Na de boodschappen arriveren we op de plaats des onheils. Van het zigeunergezin is geen spoor meer te bekennen. Vakkundig parkeer ik boven de afvoergoot om vuil water te kunnen lozen. Als het riool gulzig ons restwater opslokt, test Hanna de waterkraan. Hier komt helemaal geen water uit, meldt ze met een sneue ondertoon. Hoewel de omgeving drijfnat is, komt er inderdaad geen spat uit de kraan. Vreemd?

 

De app vertelt dat 1200 meter verderop ook een waterpunt is. Daar aangekomen stoppen we bij het drinkwaterpunt. Twee oude mannetjes op een bankje begrijpen het doel van onze komst. Terwijl ik hoopvol op het tappunt afloop, zitten zij al grijnzend nee te schudden. Dan zie ik de professioneel gesloopte kraan en snap ik de gebarentaal van de oudjes. Teleurgesteld rijden we weer naar de camperplek waar we gaan overnachten. Veel ruimte, weinig vuilnis en mooi besloten staan, is onze waarneming. De jerrycan met 20 liter reservewater bewijst nu z’n nut.

In de middag onderneem ik een expeditie naar het centrum. Doel is de bijzondere trap die naar de kerk op de heuvel leidt. In deze stad wordt ook keramiek geproduceerd en om dat te onderstrepen is deze trap op de staande delen helemaal volgeplakt met de mooiste tegeltjes. En dat wil ik zien. De wandeling is slechts tien minuten. Het is weer zo’n heerlijk rommelig Siciliaanse stad. Huizen staan kriskras op elkaar. Nauwe trapsteegjes leiden naar woningen die anders niet bereiken zijn. De straat is smal en de gevels staan tot op de weg.

 

Ik slik even als ik bij de trap aankom. Dat ding is zeker 75 meter hoog met wel 200 treden. Deze zijn wel 10 meter breed en inderdaad zijn alle opstaande delen verfraaid met keramiek tegeltjes. De klim naar boven is een hele onderneming. Medeklimmers doen het rustig aan en pauzeren na iedere 20 treden. Ik voel me de bedwinger van de Mount Everest als ik boven ben en ik kijk triomfantelijk in de diepte, waar meerdere zwoegers nog onderweg zijn. 

Na de afdaling zie ik een toeristentreintje stoppen. De passagiers kijken met bewondering omhoog, maar zijn niet van plan uit te stappen.


Maandag 1 augustus

Ik plan zorgvuldig een waterkraan in de route. Het einddoel voor vandaag is een schattig klein dorpje. De motor wordt gestart en met enige moeite verlaten we Caltagirone. Geen emoties maar elkaar tegensprekende navi-systemen waren hier debet aan. Maar dan zit de vaart er goed in. Een mooie en goed onderhouden weg ligt voor ons. Dan begint het gelazer.  Eenstemmig krijg ik te horen dat ik moet afslaan. Via een rotonde beland ik op een zijweg. Opnieuw linksaf. Zowel Hanna als ik kijken met grote vraagtekens de bedoelde richting op. Tussen struiken en onkruid ligt inderdaad een pad. Verderop is het niet eens verhard. We keren. Opnieuw krijg ik vage instructies. Ditmaal is de weg verhard maar superslecht. Een vrachtwagenchauffeur stopt tijdens het passeren en gebaart dat we moeten keren. Dit is een bedrijfsterrein.

We besluiten de mooie weg weer op te zoeken. Als Hanna de kaart er bij haalt, komen we er achter dat we inmiddels de verkeerde richting rijden. Om niet al de kilometers weer terug te hoeven rijden, kiezen we een nieuw einddoel.

 

Dat gaat goed maar een klein veldje midden in de stad, van drie kanten omgeven door een drukke straat, was niet wat wij voor ogen hadden toen we deze bestemming kozen. We besluiten na de lunch door te rijden naar onze volgende etappeplaats Lido de Noto. Dat is een camperplaats aan zee waar we ook water kunnen tanken. Het wegrijden in een druk stratenplan gaat opnieuw fout. We rijden naar het zuiden in plaats van het westen. Gelegenheid tot keren is er niet. Mio past zich aan en met weinig extra kilometers weet ze wel een route te fabriceren.

 

We arriveren. De camperplaats kostte in de folder 10 euro per nacht. Een blik in de app gisteravond leverde een prijs van 15 euro op. We begroeten de eigenaar en hij meldt dat overnachten 25 euro kost. We dreigen aan inflatie ten onder te gaan. We schikken ons in het lot.

Vlakbij ons stek ligt de plaats Noto. Uit het infoboekje weet ik dat dit een fraaie stad moet zijn. Als we zijn bijgetrokken van alle beslommeringen stel ik Hanna voor tegen de avond daar op de scooter naar toe te rijden en in de stad een hapje te eten. Ze is voor. Zo snorren we even na zessen omhoog naar de 9 kilometer verder gelegen plaats. Tot mijn verbazing krijg ik spetters op mijn scherm. Wekenlang hebben we alleen zonneschijn en nu regen? De wegen worden glimmend nat en dat betekent uiterst voorzichtig rijden. Als we er zijn is het weer droog. Noto is inderdaad een prachtige plaats. Na een aardbeving is de gehele binnenstad in barok-stijl weer opgetrokken. Met werkelijk een prachtig resultaat. Alle gebouwen tonen prachtige vormen. Alles is in geel/rood zandsteen gemetseld en bij een ondergaande zon levert dat een fantastische kleurenspel op.

 

We schuiven aan in een pizzeria. Een voorgevoel brengt ons naar een tafeltje midden onder de grote parasol. Na ons loopt het lekker vol. Het begint met licht tikken. Maar dan schakelt het direct door naar vol gas. Een flinke plensbui overvalt alle toeristen in het centrum. Binnen enkele seconden zijn de straten leeg. Ook paniek in de buiten eetzaal. Vrijwel alle tafels hebben last van neervallend vocht. Behalve de onze. Midden onder de grote parasol blijft het droog.

Het smaakt ons heerlijk. Met volle buik wandelen we in het donker door de nu prachtig verlichte straten. De bui is weg en de toeristen zijn terug.

 

De rit naar de camper is een hele opgave. Onbekende wegen, waternat wegdek, duisternis en bij tijden belabberde wegen, vragen veel concentratie. We komen behouden aan. Bij de camper is alles nog droog. Ook Sicilië kent plaatselijke buien.


Dinsdag 2 augustus

Vol goede moed verlaten we de te dure camperplaats. Genoeg plekken aan de kust waar je zo kunt parkeren. Ik heb, waarschijnlijk overbodig, zelfs nog een tweede optie mocht de eerste tegenvallen. Slechts een paar kilometer duurt ons tochtje. Maar naar mate wij het strand naderen wordt het steeds drukker. Stapvoets rijden we tussen de badgasten naar de uitgezochte plek, die helemaal vol staat en bovendien nog verboden is voor campers ook. Da’s een deceptie. Optie twee wordt getrokken. Rechts is het strand, bomvol baders, links de plek waar ze hun auto hebben geparkeerd en waar onze coördinaten samenkomen. Troosteloos maken we een rondje, hier wil je niet eens staan.

Onderweg naar poging drie, denken we zomaar de ideale plek te zien. Vlakbij strand en een rij bomen, wel auto’s maar lang niet vol. We keren en zoeken de ingang. Deze heeft een doorrij hoogte van iets meer dan twee meter. We keren opnieuw.

We geven de moed op en zoeken iets meer landinwaarts. De oostkust van Sicilië blijkt veel toeristischer dan de rest.

 

Een parkeerplaats van een natuurreservaat blijkt helemaal leeg te zijn. Nu staat er een camper, de onze. We hebben uitzicht op een mooie rotsformatie en voor ons ligt een groene vallei. Niet slecht. Maar de temperatuur houdt ons rustig, heel rustig. Ik doe een stuk achterstallige boekhouding en Hanna werkt zich door een romannetje heen, terwijl we doorlopend drinken. Als de wind het in de middag ook laat afweten, betekent het absolute rusthouding. Je wilt je zweet uiteindelijk niet op een dag verspillen.


Woensdag 3 augustus.

Boodschappen doen bij de Lidl. Om de zoveel dagen willen we de voorraden aanvullen. We koersen op het exemplaar van Augusta. Zodra we de stad naderen zien we het blauw/gele uithangbord al in de verte. Gescheiden rijbanen verplichten mij de zaak gewoon voorbij te rijden. Onze baan buigt naar rechts. Grote gebouwen nestelen zich in het blikveld. Linksaf met een buiging naar rechts, dan een rotonde. Driekwart is logisch. Ineens rijden we in een totaal andere omgeving. De winkel, welke zojuist nog 500 meter van ons verwijderd was, zit nu op 2,8 kilometer. Verbazing en verwondering in een emotie. Braaf volg ik de aanwijzingen. Linksaf een smal straatje in. Hier is elkaar passeren een onmogelijkheid. Honderden meters met bochten naar rechts en links. De auto voor ons stopt en keert. Dan ook is het ons duidelijk, dit is een doodlopende weg. Ik probeer 7 meter te keren op een ruimte van 7,5 meter. Het lukt.

We rijden de weg maar terug. Bij de rotonde blijkt dat ik een afslag verder had gemoeten. Het is weleens gemakkelijker geweest om een supermarkt te vinden.

 

Volop ruimte in Brucoli. Een enorm terrein voor ons alleen met een boom voor schaduw. Voor ons zien we de zee en op de horizon de Etna, 3,3 kilometer hoog. Een heerlijk zeebriesje zorgt ervoor dat het ondanks de hoge temperatuur het goed uit te houden is.

Ik slenter door het dorpje. Het is feestweek want boven de straten hangen grote bogen. Een visser is bezig zijn vangst te etaleren. Kleine bootjes dobberen in een jachthaven. Tientallen terrasjes, half op de straat, half op de stoep, staan er verlaten bij. Een klein pleintje biedt uitzicht op een eenvoudige kerk. Aan het eind ligt de zee. Een groot kasteel blokkeert vrij uitzicht. De kust wordt gevormd door rotsen. In een zijstraat ontdek ik nog een piepklein strandje. Het is vrij rustig op straat. Vanavond als de zon is ondergegaan, ga ik nog een keer kijken samen met Hanna. Hier komen de mensen pas tot leven als het donker is. In de verte zien we de Etna met een zware rookpluim erboven.


Donderdag 4 augustus

De neus is omhoog. Die van de camper, bedoel ik dan. We worstelen ons door de straten van Catania en de andere steden die er tegenaan geplakt zijn. Nadat we Nicolosi zijn gepasseerd lopen de hoogtemeters nog sneller op. Ronkend en grommend overwint onze trouwe vierwieler moeiteloos het stijgingspercentage. Hij brengt ons naar ongeveer 2000 meter hoogte. Daar ligt het station Rifugio Sapienza. Feitelijk een hele toeristische nederzetting op twee derde van de berg Etna. Er zijn genoeg nieuwsgierigen. Nagenoeg alle parkeerruimte wordt benut.

 

We binden de wandelschoenen aan. De rugzak herbergt een overlevingspakket. Op de berg is het een stuk koeler dan aan het strand. Hanna selecteert zelfs een jasje. We wandelen langs restauranten, excursie-aanbieders en soeveniertentjes. We zien de kabelbaan liefhebbers nog hoger de berg op tillen. Ons doel ligt voor ons.

Crateri Silvesti I ligt rechts van de weg. In 1986 is het spontaan begonnen. De aarde brak open en Silvesti begon lava te spuwen. De lange zwarte banen zijn nog te zien. Het is een van de jongste kraters. Meerdere wandelaars bestijgen zijn flanken. De kratermond is goed te zien. We lopen rond en zien vanaf onze verheven positie verschillende kraters op de berghelling.

Als we voldoende voldoening hebben dalen we weer af naar de weg. Links is een nog jeugdiger type. In 2001 heeft deze een massa lava over de rand geduwd. Liefkozend is hij Crateri Silvesti II genoemd. Maar deze Silvesti heeft flink huis gehouden. De mond ligt aanzienlijk hoger dan die van z’n voorganger. Hanna is niet te houden, na nummer I gaat ook nummer II eraan. Ze zet overtuigend de eerste passen naar de top. Ik volg. Er zijn twee paden, een steile en een heel erg steile. De laatste heeft niet haar voorkeur.

 

Een hele tijd redden we het met een matige inspanning. Maar Silvesti II geeft zich niet makkelijk gewonnen. Als de top in zicht komt, gaat het plots toch nog fiks steil omhoog. Met kleine pasjes in een vaste kadans klimmen we hoger en hoger. Dan geeft deze Silvesti het op en laat ons toe op de top. Een indrukwekkende krater ligt onder ons. Met zo’n gat kun je veel rotzooi in korte tijd de wereld in helpen. Via het heel erg steile pad gaan we naar beneden. We vallen bijna neerwaarts. Ook dat is nog best opletten.

Morgen gaan we voor de echte expeditie. Nog veel hoger de berg op.


Vrijdag 5 augustus

De top ligt 1,3 kilometer hoger. Dat is een heel eind. Vooral als je moet klimmen. Toch zijn ze er. Verspreid over een groot oppervlak beginnen moedigen aan de mega-klus. Wij niet. Met een investering van 68 euro per persoon hebben wij vervoer geregeld. Bijzonder vervoer kan ik wel zeggen. Wij lopen de vertrekhal binnen. Een paar passagiers gaan ons voor. Dan komt er opnieuw een lege gondel aanzweven. Samen met twee meisjes mogen Hanna en ik instappen. Heerlijk zittend en genietend van het prachtige uitzicht, schieten wij honderden meters omhoog, hangend aan een kabelbaan. Wij stappen onvermoeid uit.

 

Een stoere terreinbus staat klaar. Vier forse banden met grip boezemen ons vertrouwen in. Het is even een hele klim naar binnen maar dan zitten we comfortabel achter een raam. Buiten zien we de onfortuinlijken zonder kaartje zichzelf bij de berg op zwoegen. De motor buldert en we vertrekken. Opnieuw overwinnen we vrij comfortabel weer honderden meters. Het pad slingert langs de helling omhoog. Bij het eindpunt staan meerdere van dit soort voertuigen. Uitstappers wisselen met instappers. We staan op 2700 meter hoogte. Hogerop mag niet, daarvoor is de vulkaan te actief.

 

Een meneer met een rode jas is vanaf nu onze gids. We delen hem met twee busladingen volk. We wandelen over een grote zwarte lava vlakte. We krijgen uitgelegd dat de Etna 600.000 jaar geleden is ontstaan nabij het strand. Een zwakke schakel in de aardkorst bood haar de gelegenheid. Door veel lava en magma naar buiten te werken, wist ze te groeien tot een berg van 3,8 kilometer. Maar zoals zo vaak: hoogmoed komt voor de val. Zo’n 25.000 jaar geleden is de vulkaankrater ingestort. Een donderend stuk natuurgeweld moet dat zijn geweest. De restanten van deze oude vulkaan zijn nog steeds te zien. De rode jas leidt ons naar de rand van een grote kloof. Vrijwel rechte wanden omvatten een diep dal. De vallei van de ossen, is het in de volksmond gaan heten.

Maar de Etna liet het er niet bij zitten. Ze vormde maar liefst vier nieuwe hoofdkraters, westelijker deze keer. En het uitbraken begon opnieuw. Inmiddels is ze al redelijk hersteld met de huidige hoogte van 3,3 kilometer. De hoofdkrater heeft een doorsnee van drie kilometer. Daar kan heel wat gruis doorheen tijdens een uitbarsting. 

De bijzonderheden zijn op en we wandelen over de zwarte wereld weer terug naar de terreinmonsters. We hijsen ons naar binnen en de aftocht begint. Halverwege de thuisrit stopt de bus plotseling. De chauffeur, een wreedaard, maant ons allen uit te stappen. Hoe volgzaam is de mens na ziekmakende maskers en fatale gifspuiten? Een man staat zwijgend op en verlaat de bus. Een voor een volgt de rest.

We staan voor een enorme knoert. De top van deze bij-krater ligt hoog boven ons. Het is de bedoeling dat we naar boven gaan. Angstig kijk ik om me heen. Er is geen kabelbaan en op een terreinbus hoeven we zeker niet te rekenen. Ditmaal zijn we zelf de klos.

 

We worstelen ons omhoog. De decimeters dikke laag gruis maakt het er niet eenvoudiger op. Met zere kuiten en gespannen dij-spieren halen we de bovenrand. We kunnen de krater in kijken en zien dampen omhoog stijgen. Nu wordt de bedoeling van de extra exercitie duidelijk. In een lange rij lopen we de krater in langs de dampende wand. Het is complete hete lucht wat uit de zij poriën van de vulkaanwand stroomt. Meteen vormt zich hete stoom, welke omhoog dwarrelt. Deze krater is al tientallen jaren geleden gevormd en nog steeds geeft de aarde warmte af. De natuur is onnavolgbaar.

Beneden gekomen kunnen we opnieuw instappen in een volgende pas gearriveerde monsterbus. De gondel brengt ons moeiteloos op de plek waar we eerder vanmorgen waren ingestapt. We kijken omhoog. Regen en donderbuien zwermen rond de top. In een druilerige regen lopen we terug naar de camper. Trots realiseren we ons, dat we de Etna hebben bedwongen. 

Ik rij langs de vele souvenirwinkeltjes. Het is nog steeds een grote drukte. Maar wij willen een ander plaatsje op de berg en beginnen aan de afdaling. Het andere plaatsje mislukt enigszins. Uiteindelijk komen we uit in Zafferana Etnea. Een groot dorp aan de voet van de Etna.


Zaterdag 6 augustus

Hoe een klein probleem heel groot kan worden!

Vol goede moed ontwaken we in Zafferana. Na het ontbijt vertrekken we. Slechts 19 kilometer naar een leuk plekje aan het strand. Het plan is om onderweg nog even te stoppen bij een 4000 jaar oude kastanjeboom. Via wat nauwe straatjes rijden we de stad uit. We klimmen en dalen, maken een paar s-bochten en schieten lekker op. Ik krijg een dubbele instructie om rechtsaf te slaan. Geen a-weg maar goed te doen. Dan maakt de weg een flauwe bocht naar rechts. Onze navigaties zeggen dat ik rechtdoor moet. Dat pad is weer een slag smaller dan de weg waar we op rijden. Maar breed genoeg voor de camper. Takken van bomen hangen over het straatje wat het nog smaller doet lijken. Hanna wil keren. Achteraf een heel verstandig idee. 

Maar in Italië hebben we wel vaker smalle straatjes en de kastanjeboom is dichtbij. Hier en daar staan auto’s geparkeerd maar met de berm er bij kunnen we er goed langs.

 

We gaan vrij steil naar beneden. Dan doemt er een probleem op. Precies daar waar een stenen schuurtje aan de linkerkant bijna op de weg staat, staan twee voertuigen aan de rechterkant. De achterste is zo’n typisch Italiaans mini-vrachtautootje op drie wielen. Ik maak een eerste foute inschatting. Dat we er niet tussendoor passen had ik moeten zien voor ik het toch probeerde. Heel voorzichtig weliswaar. Ik zet de camper in de achteruit en merk dat de wagen er zwaar aan moet trekken om terug te rijden. Na een paar meter zet ik de camper stil.  Het Italiaanse vrachtkarretje zal verplaatst moeten worden voor we verder kunnen.

 

Hanna probeert de eigenaar te vinden. Maar deze zwerft ergens in een groot gebied, vol met bomen, rond. Zowel aan de voorzijde, als aan de achterzijde meldt zich een automobilist. Ook deze kunnen niet verder en helpen mee de eigenaar te zoeken. Er wordt geroepen, geclaxonneerd en in het bos gezocht. Geen spoor van de bestuurder van de vrachtkar. De automobilisten gaan achteruit terug naar hun beginpunt. Wij staan nog steeds vast. Ik zie een beschadiging op het rechter spatbord. Ben ik toch te dicht bij het karretje langs gereden.

 

Twee buurtbewoners komen hun adviezen geven. De dikke man zegt overtuigend dat we deze weg nooit hadden moeten nemen. Verderop wordt het nog smaller, daar kunnen we nooit langs, is zijn stellige overtuiging. Ook al gaat dat wagentje weg, de weg vervolgen is kansloos. Onze enige mogelijkheid is een stuk terug te rijden en bij een inham te keren, voegt hij eraan toe. Zijn dunnere maat spreekt hem niet tegen. Ik twijfel. Het achteruitrijden van een paar meter ging al moeizaam. De afstand waar we het nu over hebben is wel vijftig. Dan maak ik mijn tweede inschattingsfout. Beduusd van de overtuigende dikke man, stap ik toch achter het stuur en zet de versnelling in de achteruit. Ik moet veel gas geven om voldoende vermogen op te wekken maar de daarbij horende snelheid is te veel. Met slippende koppeling beweegt de camper zich achteruit. Aangekomen bij de inham, stap ik uit. Een indringende verbrande rubber geur en zwarte rook komen van onder onze auto vandaan. Laat maar even koelen, krijg ik nog als advies.

 

Dan stapt de chauffeur van de driewieler plots uit z’n schuilplaats. Mijn twee adviseurs melden hem in onvervalst Italiaans dat hij in de weg staat. Hij stapt in en tuft weg. De weg is vrij maar het advies blijft: keren. Omdat beneden meer draairuimte lijkt te zijn, wil ik daar liever naar toe rijden. Een inmiddels aangekomen derde adviseur veronderstelt dat we daar toch wel de provinciale weg kunnen bereiken, wel zullen we het heel voorzichtig aan moeten doen. Na de heren hebben bedankt voor hun medeleven, rijden we zonder probleem naar beneden, hoewel de stank blijft.

Beneden blijkt ook de vaste standplaats van de 4000 jaar oude kastanjeboom te zijn. We parkeren naast de boom en ik besluit de verdere route te voet te verkennen. Zelfs het meetlint neem ik mee. Het ziet er naar uit dat de derde adviseur het bij het juiste eind had. Het pad is overal breed genoeg, alleen een lastige bocht en laaghangende takken. Dan dient zich het grote probleem aan. Als ik wil starten merk ik dat de versnellingspook vast zit. Ontkoppelen met het pedaal lukt ook niet, want de startmotor zet de hele camper in beweging terwijl ik de koppeling indruk bij het starten.

Na een afkoelingsperiode voor ons zelf, probeer ik het nogmaals. Geen verandering.

 

ANWB belooft hulp te sturen. Hulp komt twee uur later dan beloofd. Na veel telefonisch overleg weet hij de camper te starten en de versnellingsbak weer vrij te krijgen. Even lijkt het erop dat we verder kunnen. Voorzichtig rijden we naar de hoofdweg. Toch nog een laatste test voor hij vertrekt. Dan constateer ik dat de koppeling doordraait bij het gasgeven. Mijn grote vrees voordat ik ging achteruit rijden wordt bewaarheid; de koppelingsplaten hebben het begeven.

Met behulp van de auto-ambulance worden we naar een verderop gelegen terrein gebracht. Maandag volgt reparatie.


Zondag 7 augustus

Een rustdag. Verplicht weliswaar maar toch een dag om lekker te luieren. De standplaats is niet je van het. Maar het kan altijd slechter. Direct aan een redelijk drukke weg en naast het terrein van de bergingsdienst. De zee is op 700 meter afstand. We kunnen hem zelfs zien. Omdat bepaalde boodschappen echt op zijn, loop ik naar een winkel die van alles te koop heeft, dus ook kruidenierswaren.

We weten de hele dag goed in de schaduw te blijven. Er staat een behoorlijke zeewind, zodat we de altijd hoge temperatuur goed weten te doorstaan.

 

In de middag gaan we naar het strand. Daar staat de wind echt goed door zodat het voor de vele badgasten de eerste prioriteit is de parasol goed vast te binden. Een gezin vlak bij ons heeft het opgelost door de vader de opdracht te geven de parasol goed vast te houden. Voor zover wij het hebben waargenomen heeft hij zich keurig aan zijn taak gehouden. We zien moeders en de kinderen lekker ontspannen een boekje lezen of de smartphone napluizen. Vader zit rechtop en met zijn handen omklemt hij stevig de stok van het zonnescherm.

 

Ik waag mij in het water. Het is een grindstrand, maar ook een grindkust. Dat is duidelijk minder stabiel dan zand. Na een paar stappen verdwijn je al onder de zeespiegel. Het water is heerlijk verkoelend. Na een klein eindje heen en weer zwemmen is het de beurt aan Hanna. Ook wij hebben een taak verdeling; de een past op de spullen, als de ander te water is. Daarna maken we misbruik van de stranddouche. Shampoo en douchegel hebben we mee en even later staan we heerlijk te schuimen. Fris en monter keren we terug naar onze camperplaats.

 

Morgenochtend moeten we vroeg op. Het is ons niet helemaal duidelijk wat er gaat gebeuren. Duidelijk is dat onze reiswagen verder vervoerd gaat worden. Waar we nu staan is geen garage. In mijn contacten met de ANWB hadden ze het over Randozza. Dat is vanaf hier een mooi stuk landinwaarts. We laten het maar gebeuren. Het is mooi dat in geval van pech je in het buitenland zo goed geholpen wordt.


Maandag 8 augustus

Vroeg opstaan. Maar de afgesproken tijd wordt fors overschreden. Dan wordt de camper naar de garage gereden op nauwelijks een kilometer afstand. De werkplaats staat vol met auto’s. Een brug is er niet. Alles staat schots en scheef door elkaar. Wij zitten in een klein personeelsverblijf waar zich ook de receptie bevindt. Als ik later iets uit de camper haal, staat deze half door de toegangsdeur met de voorkant op blokken. Het hele koppelingshuis is gedemonteerd. De monteur wijst naar de koppelingsplaat en laat zien dat deze helemaal is verbrand.

 

In een broodjeszaak kopen we een paar lekkere broodjes. We rijden op de scooter naar de plek waar we eventueel vannacht kunnen staan. Het ziet er goed uit, volop ruimte en nauwelijks rotzooi. De lucht wordt donker en een stevig onweer barst los terwijl wij op de scooter rondrijden. Ik zie iets wat op een bistro lijkt. In ieder geval openstaande deuren. Snel lopen we naar binnen. De eigenaar vindt het prima.

 

Terug bij de garage krijgen we de diagnose. Er moeten nieuwe onderdelen worden besteld. Het hele herstel gaat minstens twee dagen duren. Dat is een tegenvaller. De secretaresse toont ook het bedrag wat de hele operatie moet kosten. Dat is tegenvaller nummer 2.

 

We rijden op de scooter met een tas vol spullen naar het plaatselijke hotel. Twee nachten is mogelijk maar wel moeten we na een nacht van kamer wisselen. De eerste is aan de achterzijde, de tweede aan de voorzijde met zeezicht. 

‘s Avonds komen we in een heel bijzonder restaurant terecht. We zijn de stad ingegaan op zoek naar een eetgelegenheid. Een deur staat open en wij vermoeden dat dit weleens een restaurant zou kunnen zijn. Misschien hebben ze wel een tuinterras, veronderstelt Hanna. 

We zitten in de achtertuin waar een aantal tafeltjes staan. De kokkin bakt, kookt en blendert er op los. Wat we krijgen weten we niet. Iedere gast krijgt hetzelfde. Allemaal streekgerechten en ons totaal onbekend. Er volgen in hoog tempo 18 gerechten. Een oude platenspeler speelt Italiaanse melodieën uit vervlogen tijden. De kokkin is ook discjockey en gastvrouw. Tevreden lopen we terug naar het hotel.

Dinsdag 9 augustus

Het hotelontbijt is zeer uitgebreid. Onwennig verzamelen we uit het aangebodene een ochtendmaaltijd. Het hotel is goed bezet. Het blijft een komen en gaan van gasten in de eetzaal. We blijven tot 11 uur op de gekoelde kamer. 

De kust is kilometerslang bebouwd. Het is een aaneenrijging van dorpen. We besluiten tot een stuk van de wandelboulevard uit te proberen. Nieuwe appartementen wisselen met oude vervallen gebouwen. Aan meerdere panden wordt gewerkt. Hier en daar staat onroerend goed te koop. We kopen weer wat lekkere broodjes.

 

De lucht wordt weer dreigend en een onweer breekt los. In het hotel vragen we naar de nieuwe kamer. We wachten in de loge en horen stevige donderslagen over de kust rollen. Na enige tijd komt de receptioniste ons de sleutel brengen. Op ons balkon zien we zwarte luchten over de zee drijven. 

Ik worstel met de gedachte of de prijs die ik moet betalen wel marktconform is. Google helpt mij met het onderzoek. De medewerker van de garage waar ik de camper in onderhoud heb, vertelt mij dat koppelingsplaten vernieuwen ongeveer de helft kost van hetgeen de Siciliaan vraagt. De ANWB belt met de vraag hoever de hulp is gevorderd. Ook hem leg ik mijn twijfel voor. De jongeman belooft terug te bellen na consultatie van zijn technische dienst.

Mijn onrust zorgt ervoor dat ik naar de garage rij, waar de camper staat. Ik haal uit voorzorg de autopapieren en de reservesleutel op. De secretaresse vertelt mij dat de nieuwe onderdelen vandaag zullen aankomen en dat ze morgen worden gemonteerd.

 

We eten in een pizzeria die ook visgerechten hebben als specialiteit. Ik neem pizza, Hanna kiest voor vis. De vriendelijk ober verleidt ons tot het nemen van een starter. Een schaal vol gefrituurde kleine visjes staat even later voor onze neus. Het is even wennen maar dan blijkt het heel eetbaar. Omdat we de eerste gasten zijn, staat het bestelde snel op tafel. Op mijn goed gevulde pizza domineert mozzarellakaas. Hanna krijgt een complete vis voorgeschoteld. Een keukenhulpje vraagt beleefd of hij de vis kan voorsnijden. In stukjes krijgt ze hem terug. Behalve de vismoten krijgt ze geen enkele bijgerecht. Het schijnt hier de gewoonte te zijn.

 

Als we teruglopen naar het hotel is er nog volop actie op het strand. Kleine kinderen bespringen een reuze trampoline. Een dikke meneer doet zijn best een goede zanger te zijn in een karaokebar. De boulevard is druk met mensen die daar op en neer lijken te lopen.

Woensdag 10 augustus

Inmiddels voelen we ons vertrouwd met het hotelontbijt. Meerdere lekkernijen komen op mijn bord te liggen. Hanna en ik blijven lekker plakken aan de tafel en halen na een poos koffie, waarbij ik mijzelf op een stuk gebak trakteer. Dit wordt ook als ontbijtonderdeel aangeboden. Ik heb een schema berekend. De garage heeft in een dagdeel het koppelingshuis gedemonteerd, dan moet monteren in dezelfde tijd lukken. Daarom stel ik Hanna voor dat we om twee uur naar de garage gaan. 

De lunch doen we anders. Ik koop in een supermarkt water, bolletjes en kaas. Op het hotelterras laten we ons dit lekker smaken. We lummelen nog wat tijd weg en dan stappen we op de scooter met de tas vol spullen, richting garage.

 

We zijn veel te optimistisch. De secretaresse maakt me duidelijk dat de monteur om half drie aan de klus gaat beginnen. Hanna vreest dat we nog een nacht hotel tegemoet gaan. Ik maak de afspraak dat we om zes uur terug gaan komen. 

Ik snuffel opnieuw op google. De garage-medewerkster heeft een hele lijst materialen genoemd die vervangen gaan worden. Dat is aanzienlijk meer dan alleen koppelingsplaten. Ik vind een bedrijf in Nederland waar ik vrijblijvend een offerte kan aanvragen. Deze laat ik mijn complete koppeling vervangen en ben reuze benieuwd naar het eindbedrag. We doden de tijd op het hotelterras, hoewel we al uitgecheckt zijn. Regelmatig kijk ik of de toegezegde offerte al binnen is. Maar de tijd is sneller. 

De medewerkster legt uit dat er nog zeker twee uur aan de camper gewerkt moet worden. Er is geen andere keus dan ook deze tijd te gaan vullen.

We hebben wel trek en zoeken een eetgelegenheid. Een strandtent is al open maar meldt dat de keuken dat pas rond acht uur is.

Opnieuw is het hotel onze uitkomst. Daar is de bar altijd open en biedt eenvoudige gerechten aan. We proberen het opeten van een kleine eenvoudige pizza lang te rekken, zodat de klok de gelegenheid krijgt door het lopen naar acht uur.  De telefoon laat nog steeds niet de opgevraagde offerte zien. Bovendien heeft de hulpvaardige ANWB-medewerker ook nog niets van zich laten horen, realiseer ik me nu. Tegen achten tuffen we weer richting garage.

 

De baas glimlacht en steekt zijn duim op, als we binnenkomen. Dat betekent dat de operatie is voltooid. Nu heb ik afgelopen zondag met de sleutels nog in de zak heerlijk in de zee gezwommen. De volgende dag weigerde de campermotor aan te slaan op de ondergedompelde sleutel, zodat de reservesleutel nodig was. De baas had toen al gezegd dat hij dat in de garage wel zou fiksen. Dat is hij nog niet vergeten. De sleutel weer operationeel te krijgen valt niet mee. Het vergt onderhand uur. Maar het lukt.

Dan komt het betaalmoment. Ik vraag via google-translate in de gespreksmodus beleefd naar de specificatie van de kosten omdat ik het bedrag wel heel hoog vind. De baas doet zijn best het toe te lichten. Een collega krijgt de opdrachten de oude materialen te halen die vervangen zijn. Op de vloer verschijnt een indrukwekkende hoeveelheid onderdelen. 

Helaas heb ik geen prijsduidingen van de ANWB of het offertebedrijf binnen gekregen. Wel zien we de enorme inspanning om alles perfect af te leveren. Samen met Hanna besluit ik de rekening maar te voldoen.

We rijden naar een mooie camperplaats niet ver van de garage. Hoewel al laat in de avond, drinken we weer eigen koffie en daalt het gevoel van alles weer onder controle te hebben langzaam in.

Donderdag 11 augustus

De twijfel blijft. Vandaag een vrijblijvende offerte binnen gekregen van een bedrijf uit Nederland. Voor 985 euro bouwen ze in mijn hymer een nieuwe koppeling. Ik heb gisteren verdorie twee-en-een-half keer zoveel betaald. Of zijn de werkzaamheden niet te vergelijken?

We hebben net visite gehad. De ‘Polizia Locale’ kwam even gezellig buurten. Via de gespreksfunctie van google-translate hebben we een boeiende discussie gehad over het verschil tussen kamperen en camperen. Voor zover je van een wedstrijd kunt spreken, moet ik toegeven dat zij gewonnen hebben. Maar met een bonnenboekje in je hand, heb je natuurlijk wel voordeel. De boel is nu dus weer ingepakt. Parkeren is geen probleem zodat we om half acht ‘s avonds binnen zitten aan de koffie, terwijl het buiten nog heerlijk weer is. Maar zo hebben we weer wel een boete bespaard.

 

Vandaag hebben we heerlijk kunnen bijkomen van de drukte en spanning van de laatste dagen. We staan aan de kust en hebben uitzicht over de straat van Messina en het aan de overkant liggend Calabria. Ik meen dat mijn achteruitcamera niet werkt en zit een hele kluwen aan draden op een breukje te controleren. Op een gegeven moment parkeert er achter ons een auto. Deze verschijnt keurig in beeld van de camera. Heb ik het probleem nu opgelost of was er geen probleem. Het scherm toonde een grijs beeld, maar zo besef ik me nu, dat is ook de kleur van de grond achter de camper. 

 

Onze buurvrouw is jarig. Als Hanna wordt gevraagd een foto van de complete familie te maken, komt het tot een leuk gesprek. We mogen in de feestvreugde delen, want we krijgen een heerlijk stukje ijstaart aangeboden. Een onweersbui probeert indruk te maken maar weet vandaag niet verder te komen dan wat lichte regen met het gebruikelijke gerommel. Het deert het strandleven nauwelijks. 

Morgen gaan we via Messina Sicilië weer verlaten.


Vrijdag 12 augustus

We steken de straat over. Die van Messina, bedoel ik dan. Zo zetten Hanna en ik weer voet op vaste wal. We zijn weer eilandbewoners af. We volgen nu de kust van zuid Calabrië. Bij Melito de Porto Savio sla ik af. Wel een afslag te laat overigens omdat ik niet zat op te letten. Hier hebben we een leuke overnachtingsplek gevonden. Via binnendoor weggetjes moet ik de extra kilometers weer terugrijden. Als we bijna op bestemming zijn, sta ik voor een enorme geul. Ons doel ligt aan de overzijde.

 

De vele hoge bergen landinwaarts leveren heel wat afvoerwater. Vele kleine stroompjes leiden het water naar de zee. De provincie Calabrië heeft geen geld om over ieder stroompje een brug te leggen. Ze kiezen voor het model van doorwaadbare plaats. In de zomer is er vaak zo weinig wateraanbod dat veel stroompjes droog staan. Gelukkig hoort ons riviertje tot die klasse. Ik zie een personenauto van de overkant aankomen rijden. Op de oneffen bodem gaat het even flink te keer. Hanna is op inspectietocht gegaan en praat mij over de mogelijkheden bij. Heel langzaam duikt de camper de droge rivier in. Op het laag liggende wasbord gaat het even behoorlijk schudden. Dan klimt de hymer zelfbewust weer bij de andere oever omhoog.

We staan prachtig. Tenminste dat vinden we zelf. Onder de eucalyptus bomen met uitzicht op de ionische zee. Maar de missie is nog niet voltooid. In de bergen ligt Pentadatillo, een bijzonder dorp. Volgens de folder bestaat het al sinds het jaar 600 BC. Maar vooral de afgelopen eeuw heeft het ze tegen gezeten. Dreiging van vallende rotsblokken, overstromingen, aardbevingen en hoge werkloosheid hebben gezamenlijk alle bewoners weggejaagd. Uiteindelijk is er een spookdorp overgebleven wat overigens prachtig hoog tegen een bergwand gesitueerd is.

 

Ik stuur de scooter door de haarspeldbochten. Hanna zit koninklijk achterop. Via de oortelefoon krijg ik instructies van google-maps. Een machtige rots torent hoog boven de omgeving uit. De ingeslagen weg loopt dood. Een kleine parkeerplaats vormt het einde. Ik kijk omhoog en zie daar Pentadatillo schitterend op de berghelling liggen. Grijze huizen tegen een donkerbruine rotspartij. Het laatste stuk moeten we lopen. En dat merken we. Het voetpad loopt steil omhoog en doet ons naar adem happen. Maar dan bereiken we een heerlijk authentiek, historisch plekje. Vele huizen zijn ruïnes. Maar hier en daar zijn de pandjes mooi opgeknapt. De overheid wil het plaatsje toeristisch aantrekkelijk maken door mensen die zich er willen vestigen, rijkelijk te ondersteunen. Zo is er horeca en ook de eerste souvenirwinkel heeft de deuren geopend.

We zoeven de berg weer af. Tot onze schrik moeten we onze idyllische stek delen met tientallen parkeerders, die in de namiddag nog even naar het strand willen. Tegen de tijd dat het donker wordt, vertrekken de meeste weer, zodat ons een rustige nacht wacht.


Zaterdag 13 augustus

Onder de eucalyptus bomen genieten we van een heerlijk Hollands bakje koffie. Achter elkaar proberen twee raszuivere Italianen ons iets te zeggen in hun moerstaal. We krijgen de boodschap niet mee. Vanuit het non-verbaal geloof ik dat dit nu een voordeel is. 

Langs de onderzijde van de Italiaanse voet loopt weg nr 106. Deze volgt strak de kust. Het is een prachtige route. Rechts hebben we het azuurblauw van de zee, terwijl links zich een heel mooi en scherp afgetekend berglandschap voorbij trekt. De vele slingerbochten maken het alleen maar spectaculairder.

 

Halverwege de rit hebben we een waterpunt gepland. Deze bevindt zich op een vrije camperplaats en vlakbij het strand. Met wat hulp vinden we de kraan. Ik koppel de slang aan en draai de hendel open. Direct merk ik dat er maar weinig druk op de leiding staat. Nu zijn op het tappunt ook nog twee stranddouches aangesloten. Een vrij gezette meneer zet de sproeier open om zijn lijf te ontzouten. Deze actie is fataal voor de druk in mijn slang. Ik merk dat het water nu de tank in druppelt.

Het blijft niet bij deze ene gast, na hem melden zich een jong stel, een stevige dame en een klein jongetje. Ze nemen de tijd om zich even lekker met fris water af te spoelen. Voor mij betekent het voor Piet Snot met een waterslang in de handen staan. Maar in de tussenliggende tijd krijgen we de tank weer helemaal vol en kunnen weer verder.

 

Ons einddoel doet moeilijk. Als we in Badolato arriveren, zeggen de navi’s in koor dat we rechtsaf moeten slaan. Maar daar is geen weg. En iets verderop ook niet. Het doel wordt gecanceld en we rijden door. In Montauri komen we op een grote parkeerplaats voor strandgangers te staan. We kruipen in een hoekje, onder een boom. Zo sluiten we ons van de rijen auto’s af en relaxen we ons de de tijd door.


Zondag 14 augustus

We reizen verder over de fraaie weg 106. De ionische zee blijft trouw aan de rechterkant, terwijl links het ene decor, het andere opvolgt. Mooie bergen, geel/bruin gekleurd, dan weer een dorp bovenop een heuveltop. In la Castella willen we een historisch kasteel bezoeken. Nadat we in het centrum zijn geweest, waar alles vol geparkeerd was, rijden we terug naar een ruime parkeerplaats net even buiten het dorp. Nauwelijks heb ik de motor uit, of er meldt zich een Italiaan. Hij spreekt vlot Italiaans en wijst druk met handen en voeten. Ik begrijp hem na enige moeite. De camper staat nu op verboden gebied geparkeerd maar hij weet wel een legale plek.

 

Het kasteel wordt maximaal uitgebuit door het dorp. Een hele rij souvenirwinkels en snelle horeca flankeren ons pad naar de geschiedenis. In de zee, met een klein pad naar de kust, ligt een groot Aragonese kasteel. Het is opgetrokken met stenen met een warme gele kleur. Omringd door het blauwe water, levert dat weer een prachtig beeld op. Hanna en ik struinen buiten langs de muur, grote rotsblokken die een woeste zee moeten kalmeren, liggen nu werkeloos aan de kant. Bij de ingang zien we een bord wat zegt dat de burcht open had horen te zijn voor bezichtiging. Maar een stevig hangslot vertelt een ander verhaal. We wandelen nog wat tussen de vele badgasten op de oever door en zien een antiek schip tientallen toeristen rondvaren.

Bij Ciro Marina hebben we onze nachtplaats ingepland. Als we uit de camper stappen zijn we verrast door het prachtige panorama. De plek ligt zeker vijftig meter boven zee. Langs de steile oever kijken we naar beneden en zien daar een tropisch paradijs. Het turquoise blauwe water wordt met een witte schuimlaag, ontstaan door een kleine branding, gescheiden van het gele strand. Bergtoppen op de achtergrond, terwijl de omgeving wordt aangekleed met het groen van onder andere palmbomen.

Bovenop de klif, waar wij staan, zijn in een ver verleden door de Saracenen markthallen gebouwd. Omdat de zee aan twee zijden ligt, was dit een gunstige handelsplaats. De hallen zijn stevig gebouwd, want ze staan er nog. Nu dienen ze als decor voor een openluchtvoorstelling. Maar deze is niet voor vandaag gepland.

 

Op de avond trekt het aanpalende restaurant veel bezoekers. Even verdwijnt de mystieke sfeer en staan we simpel op een volle parkeerplaats. Wel kunnen we genieten van zwoele jazz-muziek die vanuit de eetgelegenheid komt.  Ik verplaats de camper zodat we weer alleen zijn met de bruisende zee. Het bezoek gaat wel weer vertrekken en dan hebben we een heerlijke rustige nacht.


Maandag 15 augustus

De rem schaaft aan. Ik vrees dat het grootste deel van de blokken verspreid ligt over het Europese wegennet. Het restant is niet meer in staat het remmen stilletjes te doen laten verlopen. Het is geen ramp. Het hoort bij het gebruik van een camper. Ik heb het euvel al twee dagen terug waargenomen. Maar ook in Italië zijn de garages in het weekend dicht. 

Nadat we nog lekker lang op de klif zijn blijven hangen, start ik de motor. Wegnummer 106 brengt weer mooie panorama’s. Behalve genieten, zitten Hanna en ik ook op te letten of we een garage zien. Zo nu en dan passeert er een. Maar de hekken zijn gesloten, de deuren dicht en leven valt er niet te bespeuren. Wij filosoferen. Altijd op maandag dicht, tijdens vakantie gesloten of een reeks faillissementen. Dat laatste is eigenlijk ondenkbaar gelet op hoe Italianen autorijden.

 

We komen aan in Nova Siri Scalo. Achter op een parkeerterrein voor strandgasten vinden we een mooi plekje onder de bomen. Ik bereid mijn missie voor. Straks ga ik op de scooter naar Poricoro waar meerdere autobedrijven zijn. Bij een van hen probeer ik een afspraak voor morgenvroeg te maken, zodat we dan snel geholpen zijn. Google Maps kent alle autoreparatiebedrijven. De een staat aan een nauw straatje, de ander heeft een ingang waar alleen een fiat 500 doorpast. Maar ik vind ook kanshebbers. Als ik naar openingstijden kijk valt mij de zin ‘tijden kunnen afwijken op onze-lieve-vrouwe-hemelvaart’ op. Ineens ben ik wakker. Dit hebben we vaker meegemaakt; 15 augustus, Maria-Hemelvaart, heel zuid-Europa een vrije dag. Alle bedrijven gesloten. De scooter kan in de campergarage blijven. Missie wordt afgeblazen. Morgenvroeg maar op de bonnefooi proberen een bereidwillige monteur te vinden.

 

We horen de ruisende zee. Volgens het rij-schema is dit de laatste stop aan de kust. De tas wordt ingepakt en wij wandelen naar het goudgele strand. Ik laat het zeewater mij heerlijk afkoelen. De wind zorgt voor een flinke branding, zo sta je tot je middel in het water en een tel later ga je kopje onder. Als ook Hanna haar ontmoeting met de zee heeft gehad, lopen we naar de douches. Daar schuimen we er flink op los. Fris en monter arriveren we weer bij de camper, waar we van onder de bomen de namiddagse stranddrukte nog eenmaal aanschouwen.


Dinsdag 16 augustus

Om negen uur staan we in Policoro voor een serieuze garage. Het grote toegangshek is hermetisch gesloten. Op het terrein is geen levend wezen te bekennen, met uitzondering van een forse hond. Iets verder is garage 2. ‘Wij zijn met vakantie, op 23 augustus zijn we er weer’ is de vrij vertaalde versie van een aangeplakt briefje. Een caravandealer struint wel over z’n terrein, maar zijn handel is voornamelijk derdehands waar, vanwaar de meesten er al minstens 10 jaar staan. Garage 3 zit in een kleine garagebox, die overigens ook helemaal dichtgetimmerd is. Hier gaan wij niet slagen, is mijn sombere conclusie richting Hanna.

 

Ons doel is vandaag een wijnboer. We betalen daar een heel redelijk stageld en hij heeft bovendien een wasmachine beschikbaar. De wasmand puilt uit dus is een wasdag onvermijdelijk. In de late ochtend arriveren we. De wijnboer is uiterst vriendelijk. Nadat ik hem het garageprobleem heb voorgelegd, stelt hij direct voor om in de buurt wat rond te bellen.

 

Als de wasmachine al staat te schudden en te schuimen, komt hij verslag uitbrengen. Nergens in de hele omgeving is een garage open. Waar haar zoon er twee dagen voor uittrekt, heeft Maria een hele week nodig voor haar opstijgen. Heel Italië heeft een vrije week, supermarkten en horeca uitgezonderd. De reparatie wordt niet eerder dan volgende week. Ik schik me in mijn lot.


Woensdag 17 augustus

De laatste wasbeurt heeft vannacht staan drogen in onze garage. Direct bij het opstaan verplaats ik hem weer naar zon en wind. Voor het drogen van een bijna droge was zijn deze wel effectief.

Dan trekken we weer verder naar het Noorden. De route is door het binnenland. Dat merken we. Langs de kusten was het wegennet altijd heel behoorlijk. Natuurlijk zat er wel eens een gat in de weg. Het is tenslotte Italië. Een putdeksel is altijd te diep in de straat gelegd en de krimpnaden bij bruggen zijn altijd onvlak. Maar dat was het dan ook. Vanaf nu is dat anders. Hier is minder geld dan in de kustgemeenten. Het eerste waar op wordt bezuinigd, zijn de wegen. Hele trajecten rijden we vandaag zonder een vlak stuk wegdek. Het schudt en rammelt zo, dat een drumband er niets bij is. We rijden op een 16 kilometer lange rammelstrook, ik houd de snelheid laag. Een tractor probeert mij in te halen.

 

Hier en daar kunnen we toch weer snelheid maken, zodat de reis niet te lang gaat duren. We arriveren in Gambatesa. Dit hoort een leuk dorp te zijn met een kasteel. De folder prijst ook de gratis camperplek aan met alle voorzieningen, maar daar ben je niet zomaar. De VVV doet wel haar best. Al ver voor het dorp krijgen we een bord met een pijl naar de CP. Dit herhaalt zich nog een paar keer. Ik rijd het dorp binnen, terwijl ik naar de volgende pijl speur. Hanna kijkt mee. We beseffen dat we kunnen keren, als we enkele honderden meters het dorp weer uit zijn.

De pijl blijkt verstopt te zitten achter een draaimolen. Opnieuw volop in de concentratie. 

 

Ik manoeuvreer de camper in een nauw en doodlopend straatje. Beweging op de weg. Een meneer maakt duidelijke gebaren dat we hier niets te zoeken hebben. Hij wil dat ik de steil aflopende weg achteruit weer terug rij. Maar dat in geen honderd jaar weer. Tot verbazing van het toegestroomde publiek, keren we de camper op een ruimte die slechts een halve meter meer is dan de camperlengte. Hanna gebaart, ik draai aan het stuur. De meneer wil me nogmaals overhalen toch achteruit het steile pad op te gaan. Ik weiger pertinent. We voltooien de actie zonder schrammetje.

 

Het blijkt dat we een weggetje eerder naar links hadden moeten gaan. Ik lees wat reviews door als we eenmaal op de camperplaats staan. Tot mijn verrassing maak ik uit de teksten op dat je in 2022 hier moet betalen en wel via een app. Het bedrag is heel billijk, 8 euro voor alle diensten met bovendien gratis WiFi. De app blijkt een internationale parkeerapp te zijn. Je betaalt en geeft je kenteken op.

's Avonds lopen we naar dorp. Achter de hoofdweg loopt een schitterende steeg. Het is een netwerk van kleine zijsteegjes, trappetjes omhoog, trappetjes naar beneden en allerhande boogpoortjes. De bewoners zijn allemaal hun huizen uitgekomen en ontmoeten elkaar in de koele avonduren op straat. De mensen zijn hartelijk en we worden vriendelijk begroet. Het is fantastisch te zien, hoe woningen in allerlei vormen zijn gekneed om vooral maar op een onlogische plaats te passen. Een passende verlichting brengt nog meer sfeer in het plaatsje. Volgens ons bestaat deze steeg al sinds de middeleeuwen. Aan het einde is een plein waar een indrukwekkend kasteel staat.


Donderdag 20 augustus

In 1888 lopen twee boerinnen door de heuvels vlakbij Castelpetroso. Het is al schemerig en ze haasten zich om niet in het donker te hoeven thuiskomen. Plotseling blijven ze verstijfd staan. Tegen de bosrand ontwaren zij in de mist een verschijning. Ze willen hun gezichten afwenden maar hoe ze het proberen, het lukt niet. Er verschijnt een lach op het gezicht van de kleinste van de twee. Ze ziet in de figuren Moeder Maria die haar zoon verzorgt nadat hij van het kruis is gehaald. Plots steekt de wind op en verdwijnt de beeltenis net zo snel als ze was verschenen.

De volgende dag doet ze haar verhaal bij de kapelaan. Deze laat meteen een onderzoek instellen naar de vreemde gebeurtenis. Hij gaat naar de plek die de boerin heeft beschreven. Daar aangekomen voelt hij dat Maria hem aanraakt. Het is duidelijk, deze plek is heilig. Een hele keten van religieuze hoogwaardigheidsbekleders wordt in stelling gebracht en op de plek van de verschijning wordt een Santuarium gesticht. Pronkstuk wordt een grote kerk met twee torens, waar een groot Mariabeeld in wordt geplaatst. De bouw start al in 1895. Na jaren van tegenslag kan in 1975 de plaats ingewijd worden en sindsdien is het een bedevaartsoord.

Wij rijden met de camper richting Castelpetroso. Als tussenstop heb ik de Bedevaartskerk ingesteld. Als we een zijweg oprijden zien we het grote witte gebouw op een heuvel staan. Prachtig afgetekend door het groen van de bergwand. Er zijn behoorlijk wat bezoekers maar het is niet echt druk. We lopen de immense kerk binnen. Hanna voelt zich schuldig met haar blote schouders en korte broek nadat ze de kledingetiquette op een bord had gezien. Maar haar nieuwsgierigheid overwint het. Hier en daar zitten gelovigen gebeden te prevelen. De pastoor hangt onderuit in zijn biechtstoel, want niemand heeft zich nog gemeld. We bekijken de bijzondere elementen. Beeltenissen, schilderijen en tafels gevuld met relikwieën vullen de diverse ruimtes. Onder de indruk van de heersende mystiek, verlaten we het gebouw.

We rijden door naar Rivisondoli. Daar in een vallei ligt een mooi en vlak parkeerterrein. We plaatsen de camper in de schaduw van een boom. Om ons heen zien we de bergen van de Apennijnen. 

De scooter brengt ons naar het dorp. Ook hier zien we weer de nauwe trapsteegjes, smalle steile straatjes, en huizen tegen een heuvel opgebouwd. Het is best levendig in de plaats. Terrassen zijn bezet, wandelaars passeren en kinderen spelen met een bal. Het dorp ademt de sfeer van gemoedelijkheid en traditie. We zien dat meer in Italië en dat is een van de dingen die het land zo aantrekkelijk maakt.


Vrijdag 19 augustus

Het ruikt hier naar gas. Hanna is heel resoluut. Ik ruik het tegen mijn zin ook. Opnieuw bespreken we de mogelijkheden van het euvel. Als eerste zoeken we de schuld buiten ons zelf. De koelkast heeft een nieuw koelsysteem gekregen en de monteur zou best eens een foutje hebben kunnen maken. Probleem voor deze stelling is dat de geur niet bij de koelkast vandaan komt. Hanna heeft deze vastgesteld boven de gasbun. Dan komen de aansluitingen weer op tafel te liggen. Mijn verweer is dat ik deze al meermalen extra stevig heb aangedraaid. Afgelopen voorjaar stelde mijn verzekeraar als voorwaarde voor verlenging van de polis dat de gasslangen inclusief de regelaar vervangen moesten worden, want ze waren 10 jaar oud. Nooit ook maar iets van een gasgeur geroken al die jaren. Eerder deze reis hebben we ons verbaast over het snel leeg raken van de gasflessen. Eentje zelfs binnen een week terwijl drie week normaal is. Ook toen zijn ze onderwerp van gesprek geweest. Ik heb een slang losgedraaid van de lege fles en gezien dat er geen sluitring in zat. Bij het wisselen van de volgende fles zal ik ook de sluitring van de andere omzetten, nam ik mij voor. Maar zo blijkt later, die heeft ook geen sluitring. Vreemd, maar dan zal het toch zo wel horen.

Hanna pakt een boek en ik google eens op gasfles aansluitingen. Ineens plopt er een lampje aan. Ik lees over nieuwe DIN aansluitingen en oude SHELL aansluitingen. En ook dat deze niet op elkaar passen. Mijn flessen zijn al een paar jaar oud en de slangenset is nieuw (dankzij de verzekeraar). Een korte blik bij mijn gasflessen bevestigt het lampje. De oplossing is simpel: een adapter. Maar hoe kom je daar aan in Italië.

We reizen al 6 week rond met een niet passende gasaansluiting. We hadden in navolging van Jan van Speijk wel met camper en al de lucht in kunnen vliegen. 

We zijn aangeland in Leonessa. Een dorp welke het waard is te bezoeken volgens de kaart. We treffen inderdaad een fraai dorpsgezicht aan. Maar diverse gebouwen staan in de steigers. Al gauw begrijpen we dat ook deze plaats is getroffen door een van de recente aardbevingen in Italië. Een kerk staat helemaal strak getrokken in de spanbanden. Een koepel is van binnenuit compleet ondersteund door draagbalken. Ramen en deuren van sommige huizen zijn dicht gespijkerd. Grote hijskranen staan met hun lange arm over de beschadigde gebouwen heen. Gelukkig staan de meeste  panden nog te pronken in hun oude luister. 

Naderend onweer dirigeert ons weer naar de camper waarna het gedonder begint.


Zaterdag 20 augustus

Vanuit Leonessa rijden we via een fraaie bergweg naar het noorden. Dan weer hebben we fantastische vergezichten, evenlater rijden we in een nauwe kloof met indrukwekkende rotspartijen links en rechts van de camper. Via haarspeldbochten klimmen we naar bergruggen om daarna weer af te dalen naar een groene vallei. Dorpen en steden zijn bij voorkeur gebouwd op een heuveltop en vanuit een dal is dat een schitterende aanblik. Ongemerkt komen we aan in Castelraimonte. Hier hebben we ons eindpunt gepland. We komen voor een slagboom te staan. Deze blijft echter onverbiddelijk gesloten. Er achter ligt een fraaie camperplaats, maar deze is kennelijk nog niet af. In overleg met Hanna besluit ik koers te zetten naar Corinaldo. Dit is een mooi gelegen ommuurd stadje met bastions en een historische poort.

 

Het eerste deel gaat goed maar de laatste kilometers gaan over verschrikkelijke slechte wegen. Het schudt en rammelt dat horen en zien ons vergaat. Met een lage snelheid probeer ik om de grootste gaten heen te rijden. De weg is een lappendeken van asfaltresten en ze zijn er in geslaagd om het van zichzelf gladde asfalt te vervormen tot een rimpelige oppervlakte waar een kasseienweg jaloers op zou zijn.

De camperplaats is vol. Hebben we drie kwartier pijn zitten lijden en dan is er niet eens plaats. We zetten de camper op een parkeerterrein van een sporthal en blazen stoom af. Hanna ziet dan dat er een camper vertrekt en zo veroveren we toch nog een plaatsje.

Als het donker is, wandelen naar het historische centrum. Een middeleeuws-spel brengt veel mensen op de been. Om in het centrum te komen gaat het alleen maar omhoog. Eerst de weg en die gaat over in een lange trap. De vesting is indrukwekkend. Zware muren en een dubbele poort moesten in het verleden voorkomen dat Jan en alleman maar naar binnen struinde. De straten en steegjes zijn sfeervol verlicht. De vele terrassen zitten vol met Italianen die nu aan hun avondmaaltijd beginnen.


Zondag 21 augustus

Opnieuw zwoegen we ons omhoog. Ditmaal in de brandende zon. Gelukkig brengt de schaduw soms verlichting. Hanna zegt ‘was het nou echt nodig vroeger om al die dorpen bovenop een heuvel te bouwen?’ Ik blijf haar het antwoord schuldig. Dan staan we weer bovenaan de trap van Corinaldo. Nu willen we bij daglicht eens zien hoe dik de historische muren wel zijn. Ze blijken even dik als gisteravond. Meer nieuwsgierigen lopen rond. Voorzichtig lopen we een kerk binnen. Eigenlijk zijn ze allemaal hetzelfde en toch is er niet een gelijk. De nodige afbeeldingen versieren de wand. Een 3-D schilderij trekt onze aandacht. Die hebben we nog niet zo vaak gezien. De snuisterijen-markt staat weer op het punt van beginnen. Aan ons hebben ze een slechte klant.

 

We rijden langs de kust. Tussen Fano en Rimini staan alle parkeermogelijkheden stampvol. Toch rijden er nog dagjesmensen hoopvol rond. Na iedere rotonde volgt een verkeerslicht, die dan op rood staat. Scooters, fietsers en wandelaars vermengen zich met het autoverkeer. Dit soort druktes hoeft voor ons echt niet, maar nu is deze weg even noodzakelijk. Gelukkig droogt de drukte nam Rimini wat op. Ik kan weer snelheid maken. Naast ons loopt een rivier. Deze is tot aan de rand gevuld met water. De weilanden en wegbermen zijn groen. Niet het dorre van zuid-Italië. Maar het meest opvallende; er ligt geen rotzooi langs de weg. Waar in het zuiden de parkeerstroken afgeladen vol lagen met vuilnis, is het hier gewoon netjes.

 

Nadat ik de camper heb geparkeerd op een parkeerterrein bij een zwembad in Rossetta, installeren we ons in de schaduw van de reiswagen. Een vriendelijk mevrouw vertelt ons dat je verderop heel mooi kunt staan. Vol verwachting been ik naar de volprezen plek. Helaas bleek het paradijs een illusie. We zien heel wat auto’s komen en gaan. Uiteindelijk zijn wij de enigen, die blijven staan.


Maandag 22 augustus

Garage-dag; Maria is nu eindelijk ten hemel gevaren, zodat werkplaatsen weer open kunnen. De remblokken van de camper zijn er niet stiller op geworden tijdens de reis van Sicilië naar Rossetta. In Ferrara heb ik een garage gevonden voor bedrijfsauto’s. Het ligt op de route, dus wat kan er dan nog tegenzitten. De kilometers draaien op de kaarsrechte en redelijk onderhouden weg vlot onder de camper door.

In de garage sta ik met behulp van de vertaalcomputer te converseren met de eerste bediende. ‘Ik weet een bedrijf wat beter is gespecialiseerd en die ligt hier drie kilometer vandaan’. Ik knik, een beetje specialisatie is nooit weg. 

We draaien het terrein van de specialisten op. De vertaalcomputer heeft er weer zin in. Braaf geef ik het kenteken op. De vragensteller fronst zijn wenkbrauwen, terwijl hij naar z’n scherm tuurt. ‘Dat is een Nederlands kenteken’, geef ik nog aan extra informatie. De vertaalcomputer legt mij uit dat ik niet geholpen kan worden omdat alleen van Italiaanse kentekens de technische gegevens opvraagbaar zijn. Hij weet dus niet wat hij moet bestellen.

Overleg met Hanna levert een eenduidige conclusie op; we rijden door naar Groningen met de piepende remmen. De Italiaanse service zijn we nu wel beu.

 

We hebben tijd verdiend. Geen montagetijd in een werkplaats betekent meer mogelijkheden elders. Ik vind een heel gezellig uitziende staplaats in een klein dorpje. Opnieuw gaat het snel over de kaarsrechte wegen in de Po-vlakte. Ik draai een prachtig veldje op in San Vito. Een dubbele rij hoge bomen die goed in het blad zitten, zorgen voor een overdaad aan schaduw. We gaan er breed voor zitten. Heerlijk, rust en ruimte, want we zijn de enige passanten.

Halverwege de 0,5 liter perlerbacher rijdt er een auto recht op ons af. Een jongeman, niet onvriendelijk, steekt een heel verhaal af. De Engelse versie is beduidend korter. Eigenlijk bestaat deze uit de woorden: private, closed en chain. Met aanvullende handgebaren betekent dat laatste dat er om zes uur een ketting voor de ingang komt te hangen.

Opnieuw maken de wielen vlieguren. Gelet op de tijd stellen we weinig eisen aan de volgende nachtplaats. We belanden op een parkeerterrein bij een voetbalveld. De hoofdweg ligt slechts een haag verder. Het verkeerslawaai is niet het meest prettige aan ons verblijf in Castenedolo. Onder luide aanwijzingen van de trainer drinken we in de avond ons kopje koffie buiten.

 


Dinsdag 23 augustus

Terug in Chiavenna. Na zeven jaar brengen we opnieuw een bezoek aan deze stad. De route loopt langs het Comomeer. Dat is hoofdzakelijk een ondergronds gebeuren. Als een mol bewegen we ons voort onder de grond, om zo nu en dan heel even bovengronds te komen. Net genoeg om het prachtig gelegen meer te zien. Hoge bergen vormen de oever, het water is prachtig blauw en de stadjes zijn charmant tegen de bergwand gedrukt en steken met hun rode daken mooi af bij de rest.

 

De parkeerplaats komt ons nog bekend voor. Met schaduw van een boom hebben we geweldig uitzicht op de bergkammen, die de Italiaanse stad volledig omringen.  Hoog in de bergen zien we dorpjes liggen, ieder voorzien van een kenmerkende kerktoren. De komende avond zijn ze met hun talrijke lichtjes weer een bijzonder mooi aangezicht. Langs ons terrein loopt een bergrivier. Met een krachtig geweld dendert het water neerwaarts. Hier en daar is een waterval ontstaan wat extra ruis tot gevolg heeft.

 

Na te zijn bijgekomen van het luieren, moedigt Hanna mij aan om met haar de plaats te gaan verkennen. We lopen op een pad direct aan de waterstroom. Mooie boogbruggen zorgen ervoor dat de beide oevers met elkaar in contact blijven. We komen in het historische centrum.  De straten zijn smal en de gebouwen zijn hoog. Zonlicht heeft nauwelijks kans de straatstenen te bereiken. In de hoofdstraat is het gezellig druk. Veel kleine winkels proberen aan een goede omzet te komen. De gelateria mag mij als klant begroeten.

 

In de avond komen de sporters weer los. Vlakbij is het sportcentrum en het vertrekpunt van lopers en hardlopers. Vaak een eenling, heel soms in een groep. Meerdere campers kiezen deze plek voor een overnachting, zodat we een aardig clubje kunnen vormen. We memoreren dat Chiavenna onze laatste Italiaanse halteplaats is op deze reis. Morgen trotseren we de Splugenpass en moeten we ons bij de Zwitserse douane melden.


Woensdag 24 augustus

Vol goede moed rijden we Chiavenna uit, richting de Splugenpass. Deze bergkam is 2100 meter hoog. We starten op 300 meter, dus gaat de neus omhoog. Om de moed er in te houden melden de Italianen bij het begin dat er 51 haarspeldbochten liggen te wachten tot aan de top. Onze Hymer snijdt de bochten keurig aan. De draaicirkel is net aan voldoende. Onderweg zijn wat extra hindernissen ingebouwd. Er doemt een tunnel op waarvan de zijwanden slechts 2.30 meter hoog zijn. In het midden zit wat meer ruimte. Terwijl een tegenligger wacht, schuif ik de camper voorzichtig door het gat. Bijna boven lassen we een pauze in. Een geweldig mooi bergpanorama ligt op ons te wachten. Op dit soort plekken smaakt de koffie toch anders.

De Zwitsers laten ons in het ongewisse over het aantal haardspelden wat zij voor ons in petto hebben. Hier is alles naar beneden. In een soort van vrije val stort onze viertonner de diepte in. Ook hier zijn de bochten gemeen scherp. Ik vertrouw blindelings op mijn wrakke remmen. Zo nu en dan knerpt het schurend ijzer pijnlijk in m’n oren. 

Als we Splugen inrijden zijn we nog heelhuids. Het blijft dalen tot Liechtenstein, echter in een gestaag verval. Als we bijna Zwitserland verlaten, hebben ze nog een verrassing voor de argeloze camperbestuurder. Een muur verspert de weg, maar een kleine poort biedt kans op ontsnapping. De opening is twee centimeter hoger en vijf centimeter breder dan de officiële maten van ons rijdend huis. Ik besluit toch maar vaart te minderen. 

 

Nauwelijks in Liechtenstein of we zijn al op de plaats van bestemming. Vannacht bivakkeren we in Balzers. De uitgezochte plek blijkt onbereikbaar maar een eerder opgemerkte P is een uitstekend alternatief. We staan tegen een steile bergwand aan in de vrije natuur.

 

Mijn wandelschoenen stappen stevig door de straten. Ze zijn op weg naar kasteel Gutenberg. Hanna heeft voor een sportieve sandaal gekozen. Aan deze kant van de Alpen is het tien graden koeler en dat vinden wij aangenaam genoeg voor een beste tippel. Het hele dorp staat vol met vrij nieuwe appartementen. En er wordt nog volop gebouwd. Alles is keurig onderhouden en brandschoon. Rommel zie we niet. Dat is wel even afkicken na Italië. Het is een kuitenbijter, maar we krijgen het toegangspad eronder. Op het voorplein genieten we van het mooie uitzicht. Het kasteel is hermetisch gesloten, zodat we alleen een indruk van de buitenkant hebben.

Als ik aanzet voor een heerlijke teug uit mijn blikje, komt de polizei om de hoek. Ik vrees een nieuwe discussie over camperen versus kamperen, maar de zeer aardige agenten houden een wervend praatje voor de schoonheid van Liechtenstein en heten ons van harte welkom. Vergelijk dat eens met de huidige gestapo in eigen land.

Morgen verlaten we dit kleine staatje weer en rijden we door naar Duitsland.


Donderdag 25 augustus

Is Meersburg het Volendam van Duitsland? Het ligt net als de palingstad aan een groot binnenmeer en het is heel erg toeristisch. Dan heb ik mijn stelling eigenlijk al voldoende bewezen. Met Hanna achterop de scooter rijd ik naar de waterboulevard van Meersburg. Net nadat ik richting binnenstad ben gereden, houdt een groot bord mij tegen; voetgangerszone. 

Maar ik ben niet voor een gat te vangen. Met een soepele draai op de best wel steile weg, koers ik oostwaarts. De ingeslagen weg meldt zelf al dat het geen toegang tot het meer heeft. Nog meer oostwaarts. Bij de rotonde neem ik de eerste afslag, die moet naar het water leiden, geografisch bekeken. Al snel merk ik dat het de oprit naar de drukke provinciale weg is. Tegen alle regels en verkeer in, draai ik ons motortje behendig. Als het oosten niet thuis geeft, dan zal het westen de oplossing zijn. We snorren door een haarspeldbocht. Bij de veerbootkade worden we uit onze droom geholpen. Geen toegang voor vreemde snuiters. Ook deze weg wordt vooral door wandelaars gebruikt.

Misnoegd rijden we terug naar de plek van onze eerste stop; de voetgangerszone. We zullen onze trouwe tweewieler hier achter moeten laten en het op eigen kracht moeten doen.

Het is druk in de straten. Prachtige gebouwen, geheel in Duitse stijl, staan te pronken voor de bezoekers. Bij een uitzichtpunt kunnen we de Bodensee goed overzien. Zeilboten, een veerpont en een aantal motorkruisers dobberen voor ons op het water. De overzijde lijkt niet ver weg. Een lange trap naar beneden brengt ons in de ‘unterstadt’. Hier is het zonodig nog drukker. 

Veel handel, voornamelijk prullaria, wordt aangeboden. Hanna haar interesse gaat uit naar de hoeden, maar deze zijn niet haar smaak, of passen niet of zijn gewoon te duur. Het levert mij een zonneklep op. Via een andere trap werken we ons weer naar boven nadat we vanaf een terrasje, compleet met drankje, het publiek aan een observatie hebben onderworpen. Een robuust kasteel torent boven de stad uit. De lange hoofdstraat opent met een indrukwekkende poort. Meersburg is best leuk om te bezoeken.