Heerlijk op reis!

Begin juni waren we een aantal dagen vrij. Dat betekende weer met de camper op stap. De voormalige Zuiderzee heeft nog niets aan aantrekkingskracht ingeboet. Prachtige havenstadjes, mooie uitzichtpunten over wateroppervlakten, technische hoogstandjes. Er valt in eigen land veel te ontdekken.

In ons routeboek hebben we wat uitstapjes-mogelijkheden op een rij gezet

Routeboek camperreis IJsselmeer
PDF – 1,8 MB 541 downloads

Vrijdag, 2 juni

Van huis vertrekken vraagt soms een lange aanloop.

Uiteindelijk rijden we richting zee. Na een rit over de snelweg staan we geparkeerd op een eiland. Een eiland met status. Ooit lag het in de woelige Zuiderzee. Nu is het Unesco wereld erfgoed.

We dwalen een mooi schelpenwandelpad af. Het museum is gesloten. Maar het pad biedt ook via tralies zicht op de Middelbuurt. In 1600 maakt men hier ‘schokkers’, dat zijn een soort veenturfen. Fossiele brandstoffen die voor die tijd al een goed rendement gaven; de hele winter kon men er warmpjes bij zitten.

Het wandelpad laat ons meer van Schokland zien. Al zwervend komen we bij een waterput. Destijds volledig omringd door zout water, was een goede waterput van levensbelang.

 

We rijden naar een oude Zuiderzeehaven; Elburg.

In onze rol van watersporter, dat is al zo’n dertig jaar terug, hebben we de haven meermalen aangedaan. Onze nieuwsgierigheid dwingt ons nu te kijken naar wat ervan geworden is. Bij prachtig zomeravondweer slenteren we de hoofdstraat af en passeren de antieke poort. Een aantal oude vissersschepen vormen het bewijs van ooit eens gloriedagen.

Het is gezellig. Bijna de helft van de zakenpanden heeft een horeca-functie met terras op straat. Het zit vol. Wij ploffen op twee vrije stoelen neer en bestellen koffie.

Na een korte rit bereiken we Harderwijk. De gemeente stuurt ons naar de Lelykade waar we pal voor een klassieke windmolen onze nachtplaats innemen. Dat kon minder. Ook hier lokt de zwoele avond veel volk.

Zaterdag 3 juni

Als we het slot naderen is de ophaalbrug neer. We kunnen zo naar binnen. Op de binnenplaats is het onrustig. Het wachten is op de gids. Ondertussen beklimmen we de verdedigingstoren en wordt ons goed uitgelegd wat de taken van de wacht waren.

Dan start de rondleiding en we komen in 5 bijzondere kamers, die voor anderen gesloten blijven. Volgens de jeugdige voorgangster leefde P.C. Hooft samen met vrouw en vier kinderen in de kleine torenkamer en sliepen in één bed. Vervolgens worden we door de eetkamer, keuken, ridderkamer en de gastenkamer geleid. De ruimtes zien er goed verzorgd uit. Hedendaagse spreekwoorden worden door haar gekoppeld aan gebruiken van toen. Zo weten wij nu wat een 'halve gare' is.

 

Als we afscheid van de rondleidster hebben genomen, gaan we de wenteltrap op naar het hoogste punt. Het biedt een mooi uitzicht over het Markermeer en de haven. Het Muiderslot staat er iets te keurig op vinden wij. We missen het rauwe en stoere karakter van de middeleeuwse tijd.

Eerder vandaag waren we in Spakenburg. De klederdracht is uit het straatbeeld verdwenen. Wel lagen oude botters in de haven en lag de scheepshelling van weleer nog op z’n plaats. We troffen het. Juist vandaag was er een goederen en warenmarkt.

Zo konden we gezellig slenteren tussen de kramen en genieten van heerlijke geuren van gerookte vis en allerlei zoete baksels.

Tegen de avond vinden we een plaats bij de Simonehoeve in Katwoude. Dit bedrijf heeft zich gespecialiseerd in kaas en klompen. En dat voor de toerist. Hollandser kan het niet. Een bus vol met Aziaten ondergaat de stereotiepe onderdompeling met plezier. Vol overgave wordt er geposeerd in een reuzenklomp om daarna als kaasmeisje te worden gekiekt.

Zondag 3 juni

Amper zijn we wakker als de Simonehoeve al haar eerste gasten ontvangt. Een touringcar vol goedgemutste Duitsers stopt pal voor de deur. Er volgt een demonstratie klompen maken. Met veel vaart en humor maakt de gastheer in een oogwenk een klomp, weliswaar met behulp van een machine. De Duitse gasten genieten van z’n show die helemaal in hun taal wordt afgewerkt. Daarna is het de bedoeling dat uit de enorme collectie klompen, kazen en aanvullend koopwaar een keuze wordt gemaakt en bij de kassa wordt afgerekend. Ook een klompenmaker z’n schoorsteen moet roken.

 

We verplaatsen ons naar Marken. Ook hier treffen we een broeinest van toerisme aan. De kneuterige, gezellige houten groene huisjes doen het goed. Het volk wurmt zich door de nauwe steegjes en passeert daarbij menig handelshuisje of verkoper van versnaperingen.

De haven geeft een eigen drukte. Kleine en grote schepen wringen zich door de haveningang om in of uit te varen.

We lopen naar het centrum rondom de kerk.

Nauwe kanaaltjes met roeiboten en voorzien van menige boogbruggetjes variëren de aanblik op de groen gevelhuisjes.

Een groep Spaanse toeristen krijgt uitleg van hun gids. Japanners vereeuwigen hunzelf met op de achtergrond een schattig pandje. De poffertjeskraam heeft doorlopend klandizie. Op het havenhoofd genieten wij een tijdlang van een prachtig mooi uitzicht op de Gouwzee met op de achtergrond het Markermeer. Onder een oer Hollandse lucht bewegen bruine en witte zeilen zich langzaam voort.

 

We volgen een idyllische route door Broek op Waterland.

Zo bereiken we de Zaanse Schans. Het is topdrukte. Werkelijk uit alle werelddelen zijn de bezoekers gekomen.

Langs de Zaan draaien de ambachtelijke molens hun wieken. Oliemalers, houtzagerijen en meelmakers staan naast elkaar.

Het is dringen op het voetpad.

Ook hier doen de groene houten Hollandse huisjes het weer goed. De eerste winkel van Albert Hein heeft ook een plaatsje gekregen.

Als wij vertrekken komen nog steeds luxe bussen volgestouwd met nieuwsgierigen het terrein oprijden.

We parkeren in Wormerveer op een camperplaats die met behulp van de app ‘AanUit’ zijn tarieven int. We gaan op bezoek bij Lena en Ruud die ons verwennen met een heerlijke maaltijd.

Maandag 4 juni

De spanning loopt op. Zenuwachtig lopen Hanna en ik langs de afzetting. De omroeper schettert over het terrein. Nog vijf minuten wordt aangegeven. Amsterdam leeft rondom maar is niet zichtbaar. Wel hoorbaar, motoren trekken met zwaar geluid op naar het volgende stoplicht. Vertrokken gezichten speuren met gehaaste blikken naar de mannen die het straks moeten doen. Nog één minuut, echoot het door de bossen. De gesprekken langs de kant verstommen. Een enkeling wordt nijdig aangekeken wegens onachtzaamheid. De meesten houden hun adem in. Nog vijf, vier, drie, twee, één seconde. Dan is het begonnen. We zien gebogen ruggen zich snel verwijderen van ons. Dan is er stilte. We kijken elkaar aan. Duidelijk is dat we beseffen dat het nog maar net is begonnen en een goede afloop allerminst zeker is.

 

Dan gaan we lopen door het struikgewas om zo iets van het verloop van de strijd te kunnen zien. Na enige tijd horen we geluid. We doen een paar stappen achteruit om niet geraakt te worden. Dan verschijnen de strijders, vechtend voor een goede positie. Haastig zoeken we de groep af om te zien of onze hoop de slag tot dusver heeft overleefd. Even is er oogcontact. Echt gerustgesteld zijn we niet. Net zo snel als ze zijn gekomen, verdwijnt de groep weer uit zicht. Opnieuw onzekerheid.

Minuten lijken uren te duren. Dan plots verschijnt de meute opnieuw van achter een bocht. Hij gaat voorop. We kijken elkaar verrast aan. We kunnen het even niet geloven.

We zien hoe een grote groep achtervolgers, tandenknarsend en briesend hun achterstand probeert goed te maken. Of ze hem te grazen nemen komen we niet te weten omdat een volgende bocht ons het zicht ontneemt op de spannende ontknoping.

We staan aan de meet. Iedereen staart naar de lege weg. De een bijt op z’n lip, een ander slaat de handen voor de mond. De omroeper waagt zich aan een voorspelling. Dan verschijnen de renners om de hoek. Kansen lijken zich regelmatig te keren, het publiek bemoeit zich met de eindstrijd door hard te schreeuwen.

Dan passeren de atleten een voor een de finish. De beslissing is gevallen en de computer heeft feilloos de uitslag vastgelegd. Maar wij staan met de handen in het haar. We missen nog een sporter, en nog wel onze sporter. Wat is er gebeurd vragen we ons angstig af. Er klinkt rumoer en we kijken om. Een laatste fietser komt gedwee aangereden. De eindstreep flitst onder hem door. Binnen. We kijken trots, het was een bevlogen krachtmeting, maar ook hij heeft het gehaald.

 

We zitten met Lena en Ruud voor de camper het criterium nog eens door te spreken. Treinen lopen binnen en vertrekken van het nabijgelegen station en het stadsverkeer rijdt eindeloos door. Dan nemen we afscheid.

Dinsdag 6 juni

Na in de ochtend een bezoek bij Jan en Rita te hebben gebracht, gaat onze reis om de Zuiderzee weer verder. Vandaag passeren we de Afsluitdijk. In een rechte lijn ligt de dijk strak tussen Waddenzee en IJsselmeer. Vandaag is het slecht toeven bij grote wateroppervlakten. Een stormachtige wind raast over het woelige water. Als de camper de eerste meters aflegt op deze historische waterscheiding trekt en schudt de harde wind aan de zijkant van het voertuig. Ik minder vaart omdat het sturen lastiger wordt.

 

We stoppen bij het monument. In 1932 is na vijf jaar werken hier de dijk definitief gesloten. De wind blaast het IJsselmeerwater hoog bij de kade op. Het spat op de oever uiteen. Een aanlegplaats krijgt het zwaar te verduren. Regelmatig verdwijnen de hoge dukdalven onder water. Hanna kiest voor het veilige camper-interieur, ik trotseer de elementen om de herinnering aan het succes van de overwinning op de zee nader te beschouwen.

Via een loopbrug kom ik bij de Waddenzee. Een beeld van een arbeider die gebukt een steen in de verse dijk legt, valt mij als eerste op. Prachtig wat een kunstenaar in een beeld kan uitbeelden. Verderop staat een veel groter beeldhouwwerk. Het is een verbeelding van ingenieur Lely, die de eindverantwoordelijkheid had bij de realisatie.

 

Het is heel indrukwekkend hoe het bouwwerk fier met de neus richting de storm, onbeweeglijk overeind staat.

Op de Waddenzee varen enkele schepen op de horizon. De contouren van de eilanden zijn vaag zichtbaar op de achtergrond. De hoge dijk zorgt voor luwte op het waddenwater. Grijze, donkere wolken jagen langs de hemel. Er verschijnen blauwe stukken in de lucht en de zon slaagt erin het woeste water soms even met haar licht te beschijnen.

 

Het is boeiend om te zien hoe ook slecht weer fantastische momenten op kan leveren.

 

Hoewel de plannen zijn om in Friesland een nachtplaats te zoeken en de reis morgen weer op te pakken, brengt het slechte weerbericht ons op andere gedachten. We gaan naar huis.

We hebben een prachtige reis achter de rug. Met mooi weer hebben we geslenterd door oude havensteden, mooi natuurschoon gezien en kennis gemaakt met de Zaanse Schans.

 

Vooral in Noord-Holland wordt op de buitenlandse toerist ingespeeld met over-de-top demonstreren van  Hollands welvaren. Houten woningen, molens en kaas zijn het bevestigende beeld. In klederdracht gestoken gastheren / vrouwen ontvangen uiterst vriendelijk de nieuwsgierigen.

De Afsluitdijk blijft een indrukwekkende prestatie van onze grootouders om de dreiging van de zee af te wenden.