4 april 2026; door Douwe van der Wier


Overwinteren

Het sneeuwt en vriest eind november in Nederland. De dagen zijn kort en donker. Het voorjaar is nog eeuwen verweg. Wij houden van warmte en helder licht. Mijn moeder zei vroeger tegen mij "Als je het ergens anders beter kunt krijgen, moet je gaan". Deze woorden galmen na in mijn hoofd, terwijl ik de sneeuwvlokken voor het raam langs zie dwarrelen. Al halverwege de middag doet Joke de lampen aan. De duisternis volgt alweer snel.

 

Zuid-Spanje biedt aanmerkelijk betere omstandigheden. De temperatuur kan hartje winter nog oplopen naar 20 graden. Het daglicht is veel intenser en bovendien duurt de dag er nu langer. Een paar kilometer verderop staat onze camper in de stalling. Weggestopt, om beschermd te zijn tegen koude en vocht.

Dit kan anders!

Enthousiast praten we over de warmte in het zuiden. Het plan is snel gemaakt. In januari haal ik de camper uit zijn benarde positie en laat hem weer rijden, daarvoor is het ding uiteindelijk gemaakt. Kortebroek en zomerjas gaan mee op onze tweede reis naar het zonnige Spanje en Portugal. Nog even geduld en dan is voor ons de koude winter verleden tijd.


Zaterdag 4 april

We staan geparkeerd op caravanpark 'De Akker'. Nadat ik Jo heb afgeleverd bij het oppasadres, kan ik lekker prutsen met editor. Voor de lunch meld ik me ook aan op dit adres, zodat we gezellig samen eten met Helen en Jip. 's Middags komt Jip op visite bij  de camper. Als ze met Joke weer terug gaat, tuiten m'n oren nog na van het gekwetter. Heerlijk, hoe zo'n vierjarige nooit een moment van spraakpauze kent. Ruud is Noord- en Zuid Holland rondgefietst en met z'n vijven eten we 's avonds samen de warme maaltijd.