Overwinteren 2026

Het sneeuwt en vriest eind november in Nederland. De dagen zijn kort en donker. Het voorjaar is nog eeuwen verweg. Wij houden van warmte en helder licht. Mijn moeder zei vroeger tegen mij "Als je het ergens anders beter kunt krijgen, moet je gaan". Deze woorden galmen na in mijn hoofd, terwijl ik de sneeuwvlokken voor het raam langs zie dwarrelen. Al halverwege de middag doet Joke de lampen aan. De duisternis volgt alweer snel.

 

Zuid-Spanje biedt aanmerkelijk betere omstandigheden. De temperatuur kan hartje winter nog oplopen naar 20 graden. Het daglicht is veel intenser en bovendien duurt de dag er nu langer. Een paar kilometer verderop staat onze camper in de stalling. Weggestopt, om beschermd te zijn tegen koude en vocht.

Dit kan anders!

Enthousiast praten we over de warmte in het zuiden. Het plan is snel gemaakt. In januari haal ik de camper uit zijn benarde positie en laat hem weer rijden, daarvoor is het ding uiteindelijk gemaakt. Kortebroek en zomerjas gaan mee op onze tweede reis naar het zonnige Spanje en Portugal. Nog even geduld en dan is voor ons de koude winter verleden tijd.



Donderdag 15 januari

Tegen kwart voor tien rijdt de NiBi voorzichtig het erf af. Eigenlijk zouden we drie kwartier eerder vertrekken. Hierdoor lopen we de hele dag achter op het schema. Bijna zes uur rijden had een logische verdeling gekregen van drie blokken van twee uur. Een koffiestop en een lunchonderbreking waren de voorgenomen rustpunten. Door de indeling uit balans te brengen hebben we onze koffie en lunch in de buurt van het ideale moment te weten houden, met als gevolg dat het laatste blok ruim drie uur continue rijden inhoudt. Over de saaie route is niet veel te melden. In Nederland gaat het doorrijden lekker vlot. Bij Antwerpen stagneert de snelheid door grote drukte op de ring. Tot stilstand komt het gelukkig zelden. Ook het laatste stuk over Franse provinciale wegen worden we flink gehinderd door de naar thuis snakkende forenzen.

Op een gezellig plein in het hart van het dorp Aix-Noulette parkeren we onze woonwagen fraai onder de kale platanen. Ik maak nog even een snel rondje in de schemering rond de kerk. 

Joke zet dan al gauw de eerste warme pot op tafel. In de avond valt er een serene rust over het dorp. We hebben dan ook alle vertrouwen in de komende nachtrust.

Helaas worden we geplaagd door enkele tegenvallers. Het meest irritante is dat het touchscreen van de navigatie/radio volledig ongevoelig is geworden. Zowel Joke haar zachtaardige aanraking, als mijn wrede hand brengen geen enkele reactie in het apparaat. Hierdoor kan ik de navigatie niet bedienen. Gelukkig doet de carpuride met een Bluetooth verbinding met mijn smartphone het uitstekend, zodat we niet hoeven te verdwalen. Google Maps staat op het grote scherm duidelijke aanwijzingen te geven,

De handle van onze enige deur hangt er ook nog eens slapjes bij. Volgens mij is het de bedoeling dat een veer of zoiets het ding strak in positie weet te houden, maar hiervan is nu weinig te merken. De deur kan gewoon worden geopend, zodat we niet drie maand binnen hoeven te zitten.

Nog vlak voor vertrek heb ik een isolatiebeker bij de Hema gekocht. Een miskoop, zo blijkt nu. Als we tijdens het rijden een kop koffie willen drinken, lekt de nieuwe aanschaf niet te zuinig. Zo is mijn beker snel leeg, maar mijn witte t-shirt toont nu bruin.

De komende dagen ga ik op zoek naar oplossingen voor deze probleempjes.


Vrijdag 16 januari

Bij het wakker worden is het nog donker. Tijdens het ontbijt komt het licht weer terug. Onze eerste overnachting zit erop. Het is alweer snel wennen aan onze specifieke camper routines. Het voelt aan of we al dagen op reis zijn. Ook vandaag staat er weer een flinke trip op het programma. Een kleine 400 kilometer gaan we wegrijden in krap vijf uur tijd.

Na dertig kilometer vul ik de dieseltank. Bij de Intermarche ben je altijd voordelig uit. Het tankstation ernaast is gelijk 12 cent duurder. De rit wordt een afwisseling van vierbaanswegen met tweebaanswegen. Na enige tijd vindt Maps het tijd worden voor meer romantiek. De camper wordt een smal, maar pittoresk landweggetje opgestuurd. Bij het eerstvolgende dorp staan de huizen zo dicht op elkaar dat er maar 2,10 meter ruimte voor de weggebruiker overblijft. Tenminste dat is wat de autoriteiten via meerdere borden laten weten. Ik kan Joke geruststellen met de opmerking dat deze maten altijd reuze meevallen. Ook nu weer, nergens wordt de NiBi in verlegenheid gebracht.

Vanaf dit punt rijden we trouwens volledig landelijk. Maps laat alle doorgaande wegen voor wat ze zijn en stuurt ons bekwaam langs gehuchten, veel agrariërs, en super stille landwegen. Zo komen we halverwege de middag aan in Croyes de trois Rivieres.

We hebben voldoende tijd om de plaats te verkennen. We zijn wel benieuwd naar die drie rivieren en zijn van plan goed rond te speuren. De eerste hebben we al snel gevonden, de camperplaats ligt er zowat naast. Nabij het centrum lopen we over de brug die over de Loir is gelegd. Dat is dus nummer twee.

Het centrum kent een heel gezellig stukje. Mooie panden en leuke steegjes met zeer oude huizen. Een hotel staat op afstand zijn status uit te stralen. Iedere plaats beschikt altijd over een kerk, zo ook Croyes. Wel een beetje uit het centrum en flink groen uitgeslagen rondom de toren. Maar het dorp moet het ermee doen. De derde rivier hebben we niet gevonden.

Als we teruglopen naar de camper valt er een beetje regen, maar de temperatuur is best aangenaam voor januari. Bij aankomst op de camperplaats vanmiddag eerder, waren we de enige. Nog geen twee minuten later kwamen er los van elkaar nog drie aanrijden, zodat we nu braaf met z’n vieren op een rijtje staan.


Zaterdag 17 januari

We vertrekken weer vroeg. Op het eerste stuk van de route is het mistig. Gelukkig is er net voldoende zicht voor een normale snelheid. Na Tours verdwijnt de mist voorzichtig. De route gaat nu weer door het binnenland. Heerlijk rustig, met weinig verkeer. We komen door enkele fraaie Franse dorpen. Wel moet ik daarvoor borden negeren die een verbod opleggen aan voertuigen boven 3,5 ton. In Poitiers tanken we de dieseltank weer vol. Het is vijf kilometer uit de richting en een heel gedoe om bij de pomp van Leclerc uit te komen, maar goed, het kost dan ook maar €1,58 per liter.

 

Na Poitiers wordt het saai. Vanaf hier is het vrijwel geheel een tolvrije vierbaansweg naar de Spaanse grens. Aanvankelijk is er nauwelijks verkeer. Het stuk van Poitiers naar Cavignac is 168 kilometer gewoon recht uit. Een gezapig regentje zorgt voor enige afleiding. Zowel Joke, als ik, zijn blij dat we eindelijk de afslag naar onze gekozen nachtplaats kunnen nemen. Als we geparkeerd staan, kijken we vreemd om ons heen, het ziet er anders uit dan verwacht. Hier kunnen nooit de twaalf campers staan, die werden vermeld. Als ik P4N nog een keer check, blijkt dat ik de verkeerde plaats heb aangevinkt. De andere ligt slechts 300 meter verderop, dus verhuizen we resoluut. Dan komen we op een mooi terrein te staan met zicht over het veld. Na ons melden zich nog drie campers, zodat we niet alleen staan. De regen weet van geen ophouden, zodat we afzien van de dorpsbezichtiging en vermaken ons met een kop koffie binnen.


Zondag 18 januari

Via de N10 en de A63 komen we in de buurt van de Spaanse grens. Na een studie over de weerkaarten besluiten we ons reisplan te wijzigen. De Portugese kust blijft de komende tijd erg gevoelig voor oceaandepressies, wat ook de nodige regen met zich mee brengt. Daarentegen wordt de oostkust van Spanje droog, zonnig en redelijk warm. Na kort beraad verandert de koers naar Valencia. Via Bayonne rijden we naar Pamplona. Zo komen we door de Pyreneeën en plaats van erlangs. Echt hoog is onze rijroute echter niet, de hoogste top is 600 meter. Wel rijden we over een schitterende bergweg. Mooie vergezichten, bergdorpjes in de zon, en een fraaie plantengroei komen allemaal langs. Zoals het een echte bergweg betaamt, kronkelt de weg zich met scherpe bochten en steile stukken omhoog en omlaag. 

In Pamplona kiezen we voor een vrije camperplaats aan de rand van de stad. Het is zonnig, droog en rond de twaalf graden. Ideaal om er op uit te trekken. We wandelen naar een oude buurt, waar de eeuwenoude wasplaats getuigt van lang vervlogen tijden. Achter de oude huizen verrijst een nieuwbouw buurt. Hier wordt volop gebouwd omdat ook in Spanje. behoefte is aan woonruimte.

We komen op een bospad terecht. Nieuwsgierig lopen we deze in. Langs het pad staan diverse houten beelden van hier voorkomende bosdieren. Omdat we steeds hoger komen op onze tocht, krijgen we een fraai beeld van de stad, die beneden in het dal ligt. Joke ziet fraaie, uitgebloeide planten staan en kan zich niet bedwingen om de verdroogde resten voorzichtig te plukken. Deze oogst wordt verderop aangevuld met op de grond liggende langgerekte vruchten. In gedachten ziet ze alvast de mooiste bloemstukken voor zich, waarin deze buit zit verwerkt.


Maandag 18 januari

Het is prettig zaken doen in Spanje. De dieseltank moet weer gevuld worden en ik moet de pomphouder 1,22 euro per liter afrekenen. Daarna koop ik een simkaart voor de mifi router. Ik weet dat Orange daar leuke deals voor heeft. Het schuchtere dame-tje wat ik aan de balie tref, vraagt 20 euro voor een kaart waar ik 4 weken lang onbeperkt internet voor heb. Dan verlaten we Pamplona en rijden in zuidoostelijke richting. De rit naar Valencia delen we in tweeën. Het stadje Carinena ligt halverwege en heeft een gratis camperplaats. We reizen door het binnenland van Spanje en merken op dat deze vrijwel onbewoond is. Grote lege vlaktes schuiven voorbij. Een deel is in gebruik voor land- of wijnbouw. In de hele omtrek is geen sterveling te zien. Bij aankomst zijn we weer de eerste camper van de dag.

We trekken de stoute schoenen aan en lopen het dorp in. Van ver hebben we een indrukwekkende toren zien staan en het doel is nu om deze van dichterbij te bewonderen. De straten zijn rommelig, net als de huizen. Weinig opsmuk, maar wel veel niet gerepareerde schades. Weinig mensen delen het buitenleven met ons. Hier en daar schiet wat jeugd voorbij, warm weggestoken in een dikke winterjas. De zon verdwijnt in de middag helemaal achter de wolken, wat de 11 graden frisser laat aanvoelen.

We bereiken de toren. Deze blijkt een geheel met de kerk te vormen. Het forse pand staat aan een klein pleintje. Joke stelt voor om een rondje om de kerk te lopen. De deuren zitten overal potdicht, waardoor we weer terug wandelen naar de hoofdstraat. Tussen twee rijbanen is een wandelpromenade gecreëerd. Een dubbele rij platanen zorgt in de zomer voor aangename schaduw. Nu staan ze bladloos naakt te wezen en worden door gemeentewerken ook nog eens van hun mooiste takken beroofd.

Als we een straat uitlopen zien we een verlaten stationsgebouw aan een dubbelspoor. De tragiek van de vooruitgang heeft ook hier toegeslagen. Een aantal treinen flitst nog dagelijks voorbij, maar Carinena is geen halteplaats meer.


Dinsdag 20 januari

De laatste reisdag. We hebben drie uur toeren voor de boeg. Als we Carinena verlaten mogen we direct de snelweg op. De route gaat over de Spaanse hoogvlakte met hoogtes tot 1200 meter. Het is een prachtige rit. De uitgestrekte vlaktes vertonen nauwelijks iets van menselijke activiteit. De rotsen zijn rood en alle bomen groen. Veel naaldbomen maar ook bladhoudende loofbomen staan her en der verspreid. In Teruel doen we bij de Lidl boodschappen. Als we weer op de snelweg zitten, begint deze aan zijn afdaling. Over een lengte van tientallen kilometers dalen we van 1200 meter naar zeeniveau. De motor van onze NiBi heeft er een makkie aan. Ik moet vaak remmen om niet te snel te gaan. 

We rijden door tot aan de kust. Het dorp heet El Puig de Santa Maria. Veel hoge appartementsgebouwen staan te rusten in afwachting op de drommen zonaanbidders die weer gaan komen als de temperatuur weer de dertig graden aantikt. We wandelen over de boulevard. De zee is, ondanks dat er nauwelijks wind staat, zeer ruw. Meters hoge golven beuken op de zeewering. Het geruis van uitstromend water komt boven alles uit. Langs de boulevard staan luxe vakantiewoningen. Er lopen meerdere mensen, allemaal verstopt in dikke winterjassen. 15 graden is voor veel Spanjaarden koud. We struinen langs de jachthaven en zien boten van klein tot groot. Veel horeca heeft z’n luiken dicht en de terrassteden opgeborgen, maar een enkeling ziet wel brood in de wintertoeristen. De camper staat met z’n neus tegen de zee aan geparkeerd. We hebben zo prachtig uitzicht op de woeste zee.


Woensdag 21 januari

Bij het ontwaken zien we dat we in een enorme waterplas staan, als gevolg van de regenbui van gisteravond. We rijden de camper een kilometer verderop, waar ook een mooie plaats met zeezicht is. Aanvankelijk schijnt het zonnetje lekker. In no-time zitten de accu’s weer vol, dankzij mijn powerdak. Ik wil graag naar het 20 kilometer verderop gelegen Segunto. Joke wil ook wel mee, zodat we ons beiden reisvaardig maken.

Ik haal de scooter uit de garage en de nodige spullen worden ingeladen, met Joke achterop scheuren we de snelweg op.  Met tegen de 100 km per uur stuiven we op ons doel af. Slechts een goedkoop helmpje moet ons beschermen tegen het gevaar. In Segunto is het nog even zoeken naar de juiste weg, omdat het centrum is geblokkeerd door de wekelijkse markt. Maar we weten ons doel te bereiken. We stoppen bij de oude Romeinse nederzetting, waar een amfitheater en een immens kasteel nog steeds getuigen van roemruchte tijden. Als eerste lopen we naar het theater. Deze blijkt grondig gerenoveerd te zijn, maar er zijn nog genoeg oudheidkundige stukken over. We zien nog een deel van de oude zitplaatsen, ook zijn de catacomben nog intact en toegankelijk.

Dan lopen we naar het kasteel. Het is een zeer groot ommuurd terrein, waarin meerdere burchten hebben gestaan. Bij de entree worden we enthousiast begroet door een medewerker. Net als het theater hoeft er geen intree te worden betaald, maar wel wil hij ons graag vertellen over het woelige verleden van de nederzetting. Meermalen is de veste veroverd door een vijand. Deze sloopte dan het halve kasteel en herbouwde het in zijn eigen stijl. We zwerven over het grote terrein. De muren staan nog overeind maar van de bebouwing is weinig meer over. Aan de fundamenten kunnen afleiden waar de vertrekken zich hebben bevonden. We komen door meerdere poorten, waarvan de Moorse poort de meeste indruk maakt. We lopen binnen bij een museum waar oude gesteenten met tekst worden bewaard.

We springen weer op de scooter en snorren weer naar het camperterrein. De zon laat het in de middag afweten waardoor het maar frisjes aanvoelt.


Donderdag 22 januari

We blijven op het veldje aan de zee vandaag. We staan er prachtig en hebben geen enkele haast. Direct na het ontbijt ga ik met het ‘tonnetje’ op stap. Op de scooter rij ik naar een camperplaats waar een sani is. Als de klus is geklaard kunnen we weer een paar dagen vooruit. De lucht is overwegend blauw, de zon voelt aangenaam aan. Na de middag doen we de wandelschoenen aan en maken een stevige wandeling langs de kust. Het eerste stuk gaat over een fraai aangelegde boulevard met aan weerszijden palmbomen. De zee is rustiger dan de afgelopen dagen en laat z’n vertrouwde brandingrollers voorzichtig los op het strand. We passeren een historische toren. Ooit in de zestiende eeuw gebouwd om weerstand te kunnen bieden aan Algerijnse kapers, die geregeld op rooftocht waren.

We zien grote bouwkranen actief bezig bouwvakkers te ondersteunen die hard werken aan de zoveelste woontorens vlak langs de kust. Ze zijn aan drie tegelijk bezig. Volgens mij stoppen ze pas met bouwen als de kust van Barcelona tot aan Huelva volledig is dichtgebouwd. Overal waar je komt staan de woonreuzen fier overeind pensionadas, toeristen en plaatselijke belangstellenden onderdak te bieden. Een aangenaam klimaat en de zee op loopafstand, beter krijg je het niet.

Joke vindt onderweg opnieuw natuurlijke materialen die haar creativiteit aanwakkeren. In haar hoofd formeert ze alweer de mooiste bloemstukken.

Het is gewoon warm tijdens de wandeling. En dan te weten dat het in Veendam rond vriespunt is. We kijken elkaar aan en weten dat het weer een goede beslissing was om richting Spanje te gaan.


Vrijdag 23 januari

We blijven nog een dag op ons plekje aan zee. Opnieuw een zonnige dag met lekkere temperaturen. Wel blaast de wind z'n partijtje mee. In de middag stappen we weer op de scooter. Het oude El Puig de Santa Maria ligt een stukje landinwaarts en moet enkele bijzonderheden hebben. Na een korte rit parkeren we op een plein, waar een kermis wordt opgebouwd. De laatste zondag in januari wordt hier altijd een feest gevierd. Naast het plein rijzen de muren van een klooster. Het gebouw heeft een indrukwekkende opgang. Een lange trap die begint vanaf de straat gaat wel twee verdiepingen omhoog om bij de voorname toegangspoort te komen. We lopen om het gebouw heen en zien dat op de vier hoeken stevige torens zijn gebouwd. In plaats van een klooster had het ook een vesting kunnen zijn. Het dorp heeft enkele prachtige straten, waaraan statige huizen zijn gebouwd.

We willen ook nog bij de kasteelruïne kijken. Daarvoor klimmen we bij een heuvel op om er te komen. Enkele schamele resten moeten de toerist tevreden stellen. Hier en daar zijn nog wat steenresten te vinden. Op het eind van de rots staat nog een paar meter van wat ooit een verdedigingstoren is geweest. Wel hebben we een mooi uitzicht over het dorp en de kuststrook. Op de oostelijke horizon zien we de Middellandse zee glimmen in het zonlicht. We dwalen nog door enkele straten van het dorp. Dan zoeken we de scooter weer op. Terrassen zijn gesloten, evenals de winkels. Al zouden we willen, we kunnen hier niets kopen.

Terug bij de camper genieten we weer van de branding. Veel rustiger dan enkele dagen geleden rollen de golven voorzichtig het strand op.


Zaterdag 24 januari

Het is een koude en winderige dag. Storm Harry komt voorbij. Voor de westkust betekent dat veel regen, maar hier in het oosten blijft het droog en vrij zonnig. Wij hebben afscheid genomen van el Puig. Bij de officiële camperplaats hebben we het grijze water laten lopen en vers Spaans chloorwater getankt. Vanaf nu drinken we weer flessenwater. Onderweg kwamen we spontaan een Lidl tegen, dus hebben we de provisiekast weer tot boven toe gevuld. De camper hebben we uiteindelijk in Betera geparkeerd, net buiten de stad op een terrein waar ook vrachtwagens staan. We zijn mooi achteraan gaan staan waar we ver van dit alles uit de buurt zijn. Buiten zitten is met 12 graden geen optie, dus bekijken we het leven vanachter een raam. Een korte wandeling naar het centrum heeft ons een blik gegund op de beroemde kerk en het stadskasteel. Opvallend is dat de steden hier een uitgestorven indruk achterlaten. Geen winkel is open, op een paar na. Weinig mensen op straat, en het geheel maakt een ietwat sobere indruk. We hopen op de verdere rit toch wat gezelliger plaatsen aan te doen.


Zondag 25 januari

De dag dat we zouden golfen maar niet heus. Het zonnetje is er weer lekker bij en het is een stuk zachter dan gisteren. Wel blaast de wind nog windkracht 5. We genieten binnen van de koffie en zien een leger hondenbezitters ons natuurterrein intrekken. We gedogen het. Ik bel geruime tijd met mijn ernstig zieke broer. Na het eten gaat het gebeuren. Ik haal de golfschoenen uit de garage en breng de golftrolley in orde.

Maps laat ons een route langs een drukke weg lopen met eigenlijk geen ruimte voor voetgangers. Joke voorziet problemen en dringt aan op een alternatief. Na bestudering van de kaart kunnen we een pad volgen door een rustige buurt, maar deze is wel langer. We komen langs een sinaasappelplantage, wringen ons langs vervelende bosjes maar weten wel zonder kleerscheuren het golfterrein te bereiken. 

Bij de toegang zit een stralende dame achter het loket. Is het mogelijk dat we hier de Pitch en Putt baan kunnen spelen, vraag ik schuchter. Zonder iets aan straling in te boeten is het antwoord 'nee, we zijn een privéclub' . Ik mompel nog iets van dat het niet uitmaakt of je nu privé of publiek bent, het spel wordt er niet anders door. Teleurgesteld wandelen we ons best leuke pad weer terug. In de namiddag settelen we ons buiten in de zon. Wel moeten we zo nu en dan een windvlaag 10 doorstaan, maar het eerste buitenmoment hebben we te pakken.


Maandag 26 januari

We hebben onze vlakte bij Betera weer verlaten. We trekken zuidelijker naar de stad Xativa. Onze reisfolder prijst de stad aan als bijzonder. Dat wil je mee maken natuurlijk. Op de ring van Valencia laat ik de lpg-flessen weer vullen, want de bodem was in zicht  Een reeks koude nachten tijdens de reis heeft z'n prijs. Na een klein uur komen we aan bij ons einddoel. Parkeren doen we op een groot geasfalteerd terrein aan het begin van de stad.

In de middag gaat het gebeuren; we gaan kennismaken met deze Spaanse parel. Eerst lopen we wat onwennig en kriskras te zoeken. Het enige wat we zien zijn lelijke flatgebouwen en voorbij razend verkeer. Maar we zetten door en komen zo toch in het stadshart terecht. Heerlijke autovrije en autoluwe straten maken het bewonderen een stuk gemakkelijker. Winkels zijn uiteraard weer gesloten want omdat ze drie hete maanden in het jaar hebben, sluiten ze een heel jaar 's middags de winkel. Het mag de pret niet drukken, we passeren fraaie parkjes, leuke straten, opvallende gebouwen en een joekel van een kerk, met een mooie architectonische toren.

Via trapsteegjes gaan we omhoog en omlaag. Er zit leven in de stad, want overal lopen mensen, zijn de speelpleinen gevuld met kinderen en zwerven om ons heen, soms luid converserende, mensen al dan niet op hun telefoon. Van afstand bewonderen we het kasteel wat op een absurd hoge berg is gebouwd. Via maps weten we de camper uiteindelijk weer gemakkelijk terug te vinden.


Dinsdag 27 januari

Bij de Lidl vullen we nog even de boodschappen aan en dan verlaten we het fraaie stadje Xativa weer. Een korte rit door een prachtig landschap brengt ons in Villalonga. Direct na aankomst bereiden we ons voor op de voorgenomen wandeltocht door de kloof van de rivier de Serpis. Beiden eten we een boterham extra, want we beseffen dat we het straks hard nodig zullen hebben. Dan is het zover. Ik haal ons racemonster uit de garage en maak hem rijvaardig. Nog eenmaal kijken we elkaar aan met een blik van 'willen we dit echt'. Met een diepe zucht neemt Joke plaats op de buddyseat. Ik draai de gashendel open en met enig opspattend grint zoekt de machine z'n weg. De rit duurt nog geen 10 minuten maar bespaart ons wel 2 uur lopen. 

We komen aan in de kloof. Onheilspellend stijgen hoge rotsen aan weerszijden omhoog. Ik gord mijn riem waaraan de heuptas bungelt om. Voedsel en water is onze eerste levensbehoefte als we straks diep in de kloof vast komen te zitten. Ook Joke bindt haar heuptas om. We zetten de eerste stappen richting de sterk stromende rivier. Het pad buigt scherp naar beneden en laat een mens zichzelf een nietig schepsel voelen. De hoge bergwanden nemen veel licht weg uit de kloof. Stilzwijgend banjeren we door. Luid water geklater trekt onze aandacht. Door de bomen zien we een spectaculaire waterval. Van grote hoogte stort het water van een zijrivier zich in de Serpis. We staan beduusd te kijken naar zoveel natuurgeweld. We vervolgens de tocht, nog dieper de kloof in. Vast besloten om ons doel te halen. 

Na een paar kilometer lijkt het moeilijk begaanbare pad te stoppen. Joke ontdekt een doorgang in de berg. Inderdaad kunnen we via onderdoorgang de berg passeren. Nu komen we oog in oog te staan met de woestkolkende rivier. Rotsen proberen kansloos de stroom tegen te houden. Het levert bijzondere plaatjes op. Exact na anderhalf uur voort ploeteren bereiken we het keerpunt. Er volgen nu nog enkele steile beklimmingen maar na bijna drie uur zweten, weten we uitgeput de scooter weer te bereiken. Bij de camper zitten we buiten nog een tijd heerlijk in de zon. Dit avontuur zullen we niet snel vergeten.


Woensdag 28 januari

Vandaag hebben we een bezoek aan een zeer fraai klooster ingepland. De folder is lyrisch over de oudheidkundige schatten. Zowel Joke als ik zijn erg nieuwsgierig naar deze top bestemming. Nadat we 's ochtends de tijd wat hebben weg gelummeld is het dan in de middag zover dat we ons reisvaardig maken. Het weer is een stuk minder dan gisteren. De temperatuur blijft hangen op 15 graden, maar nog vervelender is de wind. Kracht 6 giert om ons heen en doet de camper meermaals schudden. Nog beroerder zijn de vlagen die kracht 10 kunnen halen.

Goed gekleed stappen we op de scooter. Door de straten van Villalonga is alles nog redelijk beheersbaar. Zoevend bereiken we het buitengebied. Niet veel later probeert de eerste vlaag mij uit balans te brengen. Zonder succes overigens. Ik heb het zweet op het voorhoofd staan, de ene hand aan het stuur geklemd, met de andere hou ik Joke zo goed mogelijk vast, zodat een krachtige windstoot haar niet een weiland verder deponeert. Het stukje autoweg vraagt de meeste concentratie. Zware auto's op vier wielen ervaren beduidend minder last, dan een dubbel bezette, lichtgewicht scootertje. Te vergelijken met David en Goliath. Opgelucht halen we het klooster. Het reisdoel zal ons een zekere bescherming hebben geboden.

Met een enthousiaste pas lopen we naar de ingang. Een zwaar hek in gesloten positie geeft ons een wat naar gevoel. Daarbij aangekomen blijkt deze muurvast te zitten. Een deurbel ontbreekt, wat op zich niet vreemd is voor een middeleeuws klooster. We beseffen dat de binnenzijde voor ons een gesloten boek zal blijven, maar de buitenkant valt ons niet te onthouden. We volgen een pad dat naar achteren leidt. Daar treffen we een olijfboomgaard aan. De natuur heeft er de laatste vijftig jaar haar gang mogen gaan, wat de ordelijkheid niet ten goede is gekomen.

We maken een korte wandeling door het ruime gebied. Als we weer richting het gebouw lopen,horen we een luid gekraak. Beiden draaien we ons om en zien een reusachtige oude boom het verliezen van de zoveelste stormvlaag. Op zich heel sierlijk stort het dorre hout ter aarde. De landing geeft vervolgens een harde dreun. We prijzen ons gelukkig dat we de landingsplek net voorbij waren. De wind heeft de smaak te pakken en blaast zonder moeite een tweede boom tegen de vlakte. We inspecteren onze nog te lopen route op niet meer fris uitziende bomen. Gelukkig staan deze allen voor ons aan de gunstige kant. 

Wel krijgen we de schrik alsnog in de benen, als we weer bij onze snelle Jelle aankomen. Het arme machientje is ook te grazen genomen door de storm en ligt zielig op zijn zij.  Ik help hem galant weer overeind, maar moet tot mijn treurnis vaststellen dat het mooie windscherm de val niet goed is bekomen. De rechterhoek is weggebroken en de scherven liggen nog op de plek van het neerkomen. Opnieuw wacht een gevecht met de elementen als we aan de terugreis beginnen. Maar ik hou de boel weer bijelkaar en kom met vrouw en een beschadigd scheur monster behouden aan bij ons camper huis


Donderdag 29 januari

Nadat we alles weer hebben ingeladen, vertrekken we uit het absoluut niet toeristische Villalonga. Het is een mooie rit tussen de sinaasappelbomen door. Ik heb een vermoeden dat deze vruchten aankomende zomer voor een prikkie te koop liggen bij ons in de supermarkt. Velden vol en de boompjes zuchten onder een megalast van oranjebollen. Halverwege maken we even een korte stop om het zwarte water te lozen. De gedoogplaats voor campers in het vredige Xabia hebben we uitgezocht, als nieuwe tijdelijke verblijfplaats.

 

Bij aankomst is het een en al camper. De plaats zelf staat volgepropt, allemaal keurig zij aan zij met een halve meter tussenruimte. Een camperaar is moeilijk te stoppen als hij iets in z'n hoofd heeft. De hele straat en de aanpalende zijstraten zijn in bezit genomen door de witte reuze dozen. 

Joke ontwaart helemaal achteraan, weliswaar bij de vuilcontainers, een parkeerstrook waar nog maar 1 campertje op staat waar alle andere met een beetje passen en meten er twee op hebben weten te proppen. Bij aankomst zien we dat het inderdaad een klein modelletje is. Ik zeg tegen mijn lief, 'daar passen wij wel tussen'. Mijn lief is altijd voorzichtiger met het inschatten, wat ze dan ook als inbreng heeft. Maar het past, niet gemakkelijk, maar met steken en ophalen is nu ook de laatste plek bezet.

Helaas heeft het weer niet een gezellige middag voor ons in petto. Als we op het punt staan naar de zee te lopen, komt net een regenfront over. Na tien meter zijn we gekeerd en hebben de rest van de middag met de neus tegen het raam aangezeten. Als het tegen half zes warempel droog wordt, gaan we alsnog.

Een korte wandeling en we staan weer over de heerlijke, ruime en, niet onbelangrijk, windmolen-vrije zee te turen. Het strand ligt prachtig opgesloten tussen twee bergruggen, die diep de zee insteken. Wat kan de wereld toch mooi zijn. Op de terugweg kan ik Joke niet weghouden bij een boom met aparte vruchten. In haar gedachten zijn dit de parels op komende bloemstukken. Zo komen we met de handen vol weer terug bij de camper.


Vrijdag 30 januari

Gisteravond rond half negen zitten wij vredig in de camper onze dingen te doen. Joke probeert een voor haar veel te gemakkelijke puzzel op te lossen, ik ben aan het editen achter de laptop. Dan begint de telefoon van Joke plots keihard te loeien. We herkennen het geluid direct; het thuis alarm gaat af. Joke grijpt van schrik haar telefoon en stopt het alarm. Ondertussen heb ik mijn toestel gepakt en wil de beelden van de camera's bekijken. De buitencamera is offline en geeft geen beeld. Vreemd, want deze camera functioneert altijd. De binnencamera laat een kamer zien, waar niets gebeurd.

We kijken elkaar aan, wat nu? Joke belt Marge om te vragen of ze bij ons thuis is en het alarm perongeluk heeft laten afgaan. Plotsklaps ben ik ook het beeld van de binnen camera kwijt. Marge is gewoon thuis, dus hier klopt iets niet.

 

Ik bel buurman Jan met de vraag of hij bij ons huis wil kijken. Dat doet hij resoluut, samen met z'n vrouw Carin. Ze laten de lijn open, zodat wij alles meekrijgen. Zo hoor ik dat ze twee personen op ons erf zien, die op dat moment over het hek de straat opspringen. Jan geeft een paar beste brullen en de mannen rennen weg. Omdat we nog aan de lijn hangen, vraag ik hem 112 te bellen. Ondertussen heeft Joke Marge gevraagd om te gaan kijken. Als Jan en Carin rond het huis lopen om te zien of er sporen zijn, arriveren Marge en de politie gelijktijdig. Binnen 10 minuten na de oproep zijn de agenten ter plaatse, chapeau!

Marge heeft een sleutel en gaat met ene agent naar binnen, terwijl de ander met de auto door de buurt rijdt om eventueel de daders tegen het lijf te lopen.

Marge belt met Joke en meldt dat er een steen door een ruit is gegooid en dat het glas door de hele woonkamer ligt. De agent onderzoekt of er nog personen in de woning aanwezig zijn. De steen heeft ook schade aan het keukenblok veroorzaakt.

Marge vertelt ons dat de agenten een proces verbaal hebben opgesteld en haar gevraagd hebben om een glaszetter te bellen voor een noodreparatie. Morgenochtend zal de recherche komen voor sporenonderzoek. Gelukkig kan ze bij Jan en Carin even op adem komen en de glaszetter af te wachten. Overigens, zo vertelde ze, was het een hele toer om iemand te vinden. Ze heeft wel dertig nummers gebeld. Tegen half twaalf komt de man het kapotte glas met een noodreparatie herstellen. Ondertussen is een andere buurman, ook Jan, in de lucht gekomen of hij iets kan doen. We spreken af dat hij samen met Marge de glaszetter begeleidt.

Wij zitten machteloos in onze camper de zaken af te wachten. Gelukkig worden we uitvoerig op de hoogte gehouden door Jan en door Marge.

 

Vanochtend heeft Marge ons het vervolg meegedeeld. De recherche heeft een rapport opgesteld, sporen onderzocht en de gang van zaken uitgelegd. Als we met Marge door het huis lopen, via het beeld van haar telefoon, komen we tot de conclusie dat we niets vermissen. We kunnen een redelijke reconstructie maken van het gebeurde. De inbrekers zijn aan de lange zijde over het hek geklommen. Achter huis zijn ze in het licht van de schijnwerper gevangen, die daar ook speciaal voor deze situatie hangt. Omdat ze deze met geweld hebben kapot geslagen is er kortsluiting ontstaan waardoor de buitencamera uitviel.

Vervolgens hebben ze een steen gezocht (er liggen er genoeg) en door de ruit naar binnen gegooid. Via dat raam zijn ze naar binnen geglipt en hebben buiten het zichtveld van de binnencamera deze uitgeschakeld door de stekker eruit te halen. Waarschijnlijk hadden ze van buitenaf deze al in de smiezen. Daarbij zijn ze wel door het signaal van de alarmsensor gelopen met als gevolg dat deze afging. Ze hebben zich betrapt gevoeld en een weg naar buiten gezocht. Via de schuifpui is dat gelukt. Toen ze bij het hek waren, kwamen ze in beeld van Jan en Carin.

 

Via twee buurt-apps is de hele omgeving op de hoogte. Van alle kanten komt medeleven en verhalen wat ze hebben gezien of gehoord. Sommige hebben zelfs beelden van hun camerasysteem gegeven.

Vanmiddag zijn we gaan uitwaaien langs de kust van Xabia, hoewel er weinig wind staat. Bij de jachthaven zoeken we een terras op en bestellen we een drankje. Met de zon in ons gezicht laten we het gewone leven weer terugkomen. We genieten van de hoge rotsen en de inblauwe zee. De ergste schrik is weggezakt. Thuis draaien de camera's weer en staat het alarm weer op scherp. Meer kunnen we niet doen, thuis gaan zitten voegt daar niets aan toe.

We zetten onze overwintertrip voort, maar een stukje zorgeloosheid is verdwenen.


Zaterdag 31 januari

Het brood is bijna op. We staan nog steeds in Xabia langs een rustige weg geparkeerd met uitzicht op een mooi bloemenveld. De Lidl is niet ver weg. Meerdere camperbewoners zien we ons reispaleis passeren, de heenweg met luchtige tred, een lege boodschappentas onder de arm. Na een half uur keren ze terug. De noodzakelijke, en waarschijnlijk ook de minder noodzakelijke, boodschappen in de eigenlijk veel te kleine tas gestoken. De opgewekte pas is verdwenen, want zeulen met 20 kilo levensmiddelen is een hele uitdaging. Zodoende zijn we gewaarschuwd.

Als Joke en ik brood moeten halen, gaat dat altijd gepaard met aanvullende benodigdheden. Als al dat spul in de draagtas is geplaatst, is het een serieuze sportoefening geworden deze over een afstand van 100 meter te verplaatsen. En de Lidl is minstens hier 500 meter vandaan. Met de verkrampte gezichten van de volbeladen boodschaphalers langs onze camper in gedachten, stel ik Joke voor om met de scooter te gaan. Ik krijg verrassend genoeg geen tegenspraak.   Op deze manier hebben wij ons verzekerd van voldoende draagvermogen op de terugreis. Het plan slaagt boven verwachting. Niet veel later kan ik de scooter voor de deur van onze reiswagen uitladen. Het meeste spul komt uit achterkoffer, maar onder de buddyseat zit ook nog het nodige.

Het is een stralende dag, waarop de zon na z'n opkomst tot z'n ondergang geen moment verstek laat gaan. Ideale dag om vanalles te ondernemen. Maar dat valt tegen, want vaak steekt er een onaangename harde wind bij op, zo ook vandaag. Kracht 6 houdt ons de rest van de ochtend binnen. In de middag wandelen we, met het haar strak naar achteren, naar de kust en de gezellige boulevard bij de jachthaven. De beschutte terrassen hebben een goede bezetting en er zijn veel mensen op straat. Dit zijn toch wel de momenten waar je van geniet. Uit de wind is het warm. De branding spuit het zeewater metershoog de rotsen op. Veel collega -senioren genieten mee van dit prachtige schouwspel. We dwalen wat rond over de ons inmiddels bekende plekken.

Weer op de basis wacht mij nog een klusje. Het indicatie lampje van het toilet is overgesprongen naar de kleur rood. In camperkringen  weet men dan hoe laat het is. Ergens moet ik deponeren. Het mooie bloemetjes veld zit even in mijn overweging, maar niet lang. Vlakbij is een droge rivierbedding, best een interessante optie maar je wil niet gezien worden met een ton waarvan je de inhoud loost over de reling door de buurtbewoners. Dat geeft roddels.

Na raadpleging van de beschikbare bronnen kom ik erachter dat de dichtstbijzijnde officiële loosput op 6,5 kilometer afstand ligt. En op zo'n moment realiseer ik me weer hoe handig het is, dat ik bij vertrek mijn motorscooter in de garage van de camper heb geschoven. Dat was echt een heldere gedachte. Niet veel later race ik met 80 kilometer per uur over de doorgaande weg met een toiletton tussen mijn benen. Een flinke aantal rotondes later, sta ik bij de sani, die door door de gemeente is aangelegd. Geen parkeerterrein, gewoon een plek waar campers zich kunnen verfrissen. Flink wat kilo's lichter rij ik daarna in de tegenovergestelde richting. Gelukkig kom ik op tijd bij ons woonmobiel aan. Mijn vrouw heeft het zolang kunnen ophouden.


Zondag 1 februari

Xabia was voor ons een mooie halteplaats, maar het parkeervak langs de weg wordt ons nu te krap. Op de app P4N heb ik een plekje in het groen gespot in de buurt van Altea. Zenuwachtig leg ik het aan Joke voor. De nervositeit was nergens voor nodig, want bij het zien van de foto's krijg ik al groen licht van haar. We trekken dus weer van stad naar platteland . In Spanje zullen ze het vast anders noemen want het is geenszins plat, zoals we later gaan merken. Als ik bij de start de handrem eraf haal, begint het level systeem plots te reutelen. Verwachtingsvol grijp ik naar afstandsbediening en warempel deze geeft weer signaal  Met een brede glimlach laat ik de automaat het voertuig in beweging zetten.

Maps heeft voor ons een prachtige route uitgezocht. Kronkelend rijden we door een berg en heuvellandschap met de meest wonderlijke situaties onderweg. We komen een huifkar tegen met vier paarden ervoor en drie erachter. Waar ben je bang voor, denk ik dan. Het is zondag, dus zijn alle wielrenners weer losgelaten. Van een solist tot een half dorp, we komen ze in alle aantallen tegen.

We bereiken onze nieuwe adres. Er zijn door de Spanjaarden nieuwe wegen door een brok natuur aangelegd. Hieraan zijn op een heuvel grote parkeervakken toegevoegd. Verderop loopt de weg dood en een rotonde stuurt je dan terug. Staand in zo'n  parkeervak vragen we ons af wat deze weg voor nut heeft. Gelet op de gretige bouwnijverheid overal langs de kust, wagen wij ons aan de conclusie dat ook hier grootse appartement gebouwen zullen verrijzen. Voor de onschuldige camperaar is het gunstig dat Spaanse planningen over heel veel jaren kunnen uitlopen. De stelpoten zijn inderdaad genezen van hun kwaal en zetten ons bezit weer prachtig in evenwicht. Wij staan prachtig. Een buitenlander vertrekt, even later wordt z'n plek ingenomen door een Nederlandse woonmobiel. Samen met de Nederlanders die er al stonden, hebben een vaderlandse kolonie gesticht op deze berg.

 

Wie op het idee is gekomen, weet ik niet meer, maar we gaan een voettocht naar de zee ondernemen. Onze buurman heeft de hint gegeven dat ietsje verderop een trap je naar de zee brengt. Overmoedig lopen we de aangegeven richting op. Al na de eerste rotonde, ben ik echter de mondeling overgedragen aanwijzingen flink aan het husselen. De weg die we onterecht nemen loopt steil naar beneden. Onderaan komen we voor een hek te staan, waarachter een jachthaven een vredig bestaan leidt. Even nog zoeken we wanhopig naar een gat in de verdediging, maar uiteindelijk rest ons geen andere oplossing dat dezelfde weg weer terug te gaan.

De steilte werkt ons nu tegen. Naar adem snakkend komen we boven.  Na analyse vermoed ik nu de juiste opgegeven weg. Opnieuw dalen we bijna rechtstandig naar beneden. Beneden komen we opnieuw voor stevig smeedwerk te staan. De zee kunnen we door de bomen zien.  De martelgang terug naar boven doorstaan we ternauwernood.

Een onopvallend zijpad trekt onze interesse. Aangezien deze vlak loopt durven we het wel aan. Joke komt als eerste aan op het eindpunt. Ze ziet een trap naar beneden lopen en merkt op dat de buurman deze ook in zijn beschrijving had. Hoopvol, bijna zeker, dalen we de eindeloze trap af. Hier en daar een knikje maar iedere vorm van versperring ontbreekt. Blij en tevreden staan we op een smal grint strand. Zowel naar links als naar rechts liggen nu de mogelijkheden voor het oprapen. We slenteren door de knerpende grintlaag. Een klein eilandje in de zee biedt onze fantasie de kans om los te gaan. Meerdere hondenuitlaters delen de smalle kuststrook met ons.

We halen de buitengrens van Altea en staan zelfs even op een fraai klooster terrein. Op de weg terug is nu de trap de uitdaging. Nooit geweten dat een trap zoveel treden kan hebben. Maar inmiddels getraind in onmogelijke hellingen weten we boven te komen. Bij de camper geven we de zon volop de kans ons nog heerlijk anderhalf uur te beschijnen., terwijl wij ondertussen genieten van vers gezette koffie. Tussen kopje 1 en kopje 2 rost Joke haar haren schoon, zodat haar kapsel weer de beoogde vorm kan aannemen.


Maandag 2 februari

We hebben een uitje naar Altea. In de ochtend heb ik mijn eerste vakantieboek uitgelezen met de titel 'Imperium USA'. Zware kost, niet voor geschikt voor goedgelovigen. Na zoveel informatie over de zwarte kant van het leven, verdien je luchtigheid. Joke doorziet dat als geen ander, dus heeft ze een leuk tripje georganiseerd. Ik informeer voorzichtig naar het vervoer. Mijn vrees komt uit, het worden de wandelschoenen. Als we van start gaan staan er vijf campers op onze domicilie, gevestigd op een heuveltop in de natuur. Ik mag het reisdoel weten, het wordt de boulevard van Altea.

 

Van mij wordt stevig doorstappen verwacht. Het eerste stuk van het lastige wandelpad kennen we van gisteren. Zonder eerst de twee foute wegen in te lopen, bereiken we de trap. Naar beneden gaat weer ouderwets gemakkelijk. We bereiken de open, vrije zee. Er staat meer wind dan gisteren, wat resulteert in een heftiger golfslag. In krap 20 minuten zijn erbij de eerste bebouwing. Een record. Vanaf hier is de route maagdelijk voor ons. In de verte zien we een grote kerk boven alle huizen uitsteken. Daar is ongetwijfeld het centrum en ons einddoel. We komen langs een drukke weg te lopen, met onophoudelijk voorbij tuffend verkeer. Het is duidelijk niet ons favoriete deel. Gelukkig kunnen we de herrie aan de veroorzakers laten en via een zijstraat weer terug naar de stille kuststrook.

We zijn bij het begin van de boulevard. Een dubbele rij palmbomen verraadt de hele lengte. Het is gezellig druk. Als eerste attractie krijgen we de onmisbare Afrikaanse verkoper te zien, die z'n handeltje wil slijten. Vandaag zijn het damestassen. We horen de man tegen een geïnteresseerde oudere dame zeggen, dat het model waar ze belangstelling voor heeft net twee dagen in de collectie zit. Of ze erin tuint weten we niet wat mijn missie gaat verder. Vrijwel alle terrassen zijn open en hebben redelijk wat belangstelling. Joke heeft een alleraardigst barretje gevonden. Dit wordt het keerpunt en is eerst onze pleisterplaats. Ik wil neerstrijken op een bank met  super zachte kussens, maar mijn schat heeft een ander idee. De wat meer Spartaanse stoelen erachter worden onze zitplaats. Groene thee en cola is de keuze, en deze valt heerlijk naar binnen want een uur lopen maakt dorstig.

 

Na een half uur is de pauze voorbij en krijg ik te horen dat we weer gaan bewegen. De neus staat nu in de andere richting. Als alternatief weten we een mooi romantisch pad door de rivierbedding te vinden. De zon heeft vanmorgen uitbundig geschenen, maar gedurende ons uitstapje geeft hij niet thuis. Maar de stevige tred zorgt ervoor dat we niets aan warmte tekort komen. Na een tijd bereiken we weer die vervelende trap, die we wel moeten nemen om ons huisje op wielen te kunnen bereiken. Als we thuis komen zijn de vier andere campers er allemaal vandoor gegaan, zodat we vannacht in ons eentje de heuveltop moeten verdedigen.


Dinsdag 3 februari

Het is heerlijk rustig gebleven op onze heuvel. We ontwaken in luxe. De zon schijnt op de reusachtige rotsachtige bergtoppen, terwijl zangvogels ons in alle liefde toezingen. Na de koffie gaan we rijden. We zijn hoognodig een service station nodig. Drinkwater is op anderhalf liter na op, het grijze water zit tot aan het deksel en ons knus wc'tje toont sinds vanochtend vroeg alweer rood. De enige mogelijkheid in de wijde omgeving is een officiële camperplaats in de buurt van Benidorm. Rijkswaterstaat stuurt ons in Altea van de hoofdweg af. Maps berekend razendsnel een alternatief. Vol vertrouwen volg ik de aanwijzingen.

Op zeker moment word ik een paadje opgestuurd, die mij pas na drie keer kijken opvalt. Weerszijden van dit geitenpaadje is een muurtje gebouwd. Eigenlijk zijn we nu een soort tram. Wat enigszins een  lastig punt kan zijn, is dat dit weggetje niet aan 1 richting doet. Wel rijden we weer door sinaasappel velden. De overrijpe vruchten hangen trots te glimmen en willen best wel geplukt worden. Althans volgens mij. Als we bijna het drie-meter-pad kunnen verlaten, krijgen we een tegenligger. Een toevallige verbreding lost dit moeiteloos op. Als het gas er weer lekker op zit, meldt zich nummer twee. Dit keer biedt het pad niet de oplossing. Als een echte heer in het verkeer rij ik terug naar de vorige passeer plaats.

We komen op de service plek. Het eerste wat opvalt is een levensgroot bord met daarop het woord 'Full' geschilderd. Nu is een nachtplek niet onze wens, dus rijden we het terrein op. De eigenaar is een Nederlander. De meeste campers in de vakken komen dan ook uit ons land met hier en daar een Belg. Deze mensen staan hier minstens een maand en hebben als het ware een dorpsgemeenschap gevormd. Maar ik kan en mag doen, wat ik wilde doen.  De tocht gaat verder naar de uitgezochte standplaats. We komen aan op een groot, maar leeg, parkeerterrein. Het is allemaal beton en steen met saaie bebouwing als decor. Kort overleg is voldoende om de plaats te diskwalificeren. Het nieuwe reisdoel wordt Sant Joan d'Alicante. Een leuk terreintje met het nodige groen, tenminste volgens de foto's.

Als we aankomen is het niet helemaal duidelijk waar de toegang ligt. Ook maps laat het afweten. Maar Joke haar nieuwe ogen zijn scherp. Via een bedrijfsterrein komen we op het achterliggende gebied, waar wat parkeervakken zijn afgetekend. Verder helemaal leeg, dus plaats zat. De camper komt achteraan te staan, waar we mooi in het groen kunnen verblijven. Alicante is 10 kilometer verderop. De middag is nog jong. De scooter staat in de garage. Alles bijelkaar betekent dit dat we naar het centrum van deze stad gaan. Even later snorren we tussen druk stadsverkeer naar een speciale motor parkeerplaats in het stadshart. Met verbazing zien we overdadige jachten in de haven liggen, als we op de boulevard lopen te flaneren. We dwalen heerlijk door autovrije winkelstraten en lopen te watertanden van overheerlijke bakkers producten in menige etalage. Tenminste ik.

Uiteindelijk strijken we neer in een luxe bakkers zaak waar je ook koffie kan drinken. Ik bestel twee coffee Americano en loop met de ober naar de vitrine kast om een weldadig lekker gebak uit te zoeken. Nu is er een legende van een klant die bij een kok een bord soep besteld. De klant zegt dat hij er zoveel ducaten voor betaald als de kok vet-ogen in de soep weet te krijgen. De kok glundert en ziet in het opgeschepte bord minstens honderd ringen. Maar hebberigheid loont niet. Hij voegt nog een paar lepels vet toe in de veronderstelling dat hij rijk wordt van deze opdracht. Als hij vol verwachting het bord bij de klant neerzet, ziet hij tot zijn schrik, dat het laatste drupje vet ervoor gezorgd heeft dat de bovenlaag zich tot 1 groot oog heeft gevormd. De klant betaalt 1 ducaat en geniet van z'n soep. Ik loop als de kok langs de vitrine en wil een zo lekker mogelijk stuk gebak scoren. Een hele grote vierkante is mijn keus. Als deze wordt opgediend blijkt het een soort uitsmijter te zijn waarvan het brood is dubbel geklapt. Ook lekker maar geen heerlijk zoete taart.

We racen weer terug naar de camper die op het eenzame pleintje braaf staat te wachten.


Woensdag 4 februari

Het zit niet altijd mee in het leven. Als het je gegund wordt om met een lieve vrouw in een mooie camper maanden lang door Spanje te kunnen trekken in een heerlijk zacht klimaat, terwijl het thuis vriest dat het kraakt, ben je misschien wel de laatste die zich hierover mag beklagen. Maar volgens mij is inmiddels iedereen geweest, dus als laatste neem ik nu het woord. Eind vorig jaar hebben we besloten weer naar Spanje te gaan. Een paar plekken die we op onze eerste reis hebben bezocht, wilden we absoluut weer aandoen.

De mooiste van die plekken is het schitterende natuurterrein bij Elche. Grote zandvlaktes, midden in de natuur, verdeeld over meerdere plateaus. Een korte wandeling brengt je daar bij een prachtige waterval bij een stuwmeer. Dat is een plek waar je dagenlang wilt staan, wat vorig jaar niet lukte want na drie dagen was de accu leeg en moesten we wel vertrekken.  Dat overkomt ons geen tweede keer, hebben we elkaar belooft. Afgelopen zomer heb ik de zonne energie laten vervijfvoudigen, zodat bij gering verbruik, de accu altijd genoeg spanning heeft. De afgelopen dagen zat de sfeer er goed in: 'Binnenkort staan we weer in Elche' kon het humeur op geen enkele wijze stukslaan.

Vanmorgen staan we in de supermarkt van Sant Joan waar Joke de kar wil afladen met levensmiddelen, zodat dat geen reden zou worden voor een versneld vertrek. Ik merk op dat de stad Elche ook een Lidl heeft en wij een scooter. Mijn opmerking heeft succes en al het dubbele spul gaat weer terug in het rek. De rit naar ons natuurschoon duurt maar kort, nog geen half uur. Maar voor ons gevoel doen we er uren over.  Het laatste stuk is onverhard en voorzichtig naderen we het terrein. Het eerste wat ons opvalt is het grote aantal campers wat zich al heeft geïnstalleerd. Als we ietsje verder rijden, zien we zelfs caravans staan met de trekauto er trots naast geparkeerd. Zo druk was het een jaar geleden niet. Maar zoals al eerder gezegd, het terrein is heel groot. Altijd plaats voor iedereen. De plek van de vorige keer is al bezet, maar een plateau lager parkeer ik naast een andere Niesmann Bischoff. De stelpoten gaan uit, we hebben het gevoel van 'thuiskomen' .

Het is na twaalfen, dus de borden komen op tafel. Joke kijkt door het voorraam en ziet een politieauto voorbij rijden. Doen ze vaker, om te kijken of alles een beetje normaal verloopt. We verliezen de wagen uit het oog en veronderstellen dat deze weer het terrein heeft verlaten. Als ik mijn tanden zet in een boterham met pindakaas, zie ik dat de buren staan te praten met een agent. Zijn toch niet weggereden. Het gesprek heeft geen vrolijk onderwerp, lees ik van de gezichten af. Uiteindelijk loopt de meneer met uniform verder en meldt zich op het bovenste plateau. Na wat aarzelen, komt buurman naar mijn raam toe gelopen. Ik open deze, want dan kan ik hem beter verstaan. Op dit terrein mag niet worden overnacht, en alle kampeermiddelen moeten voor de avond weg zijn.

Buurman is een Vlaamse Belg en heeft het verzoek gekregen dit aan het Nederlandstalige deel van de kampbewoners te melden. Nu had ik een dergelijk verzoek geweigerd, want daar worden we niet voor betaald, maar goed aan de stem en gezichtsplooien begrijp ik de ernst. Ik weet uit reviews dat een heel enkele keer, als het de gemeente te gek wordt, een dergelijke actie vaker wordt uitgevoerd, maar nu net een half uur na onze aankomst, ervaren we toch wel als erg wreed. Na de lunch kiezen we voor wijsheid en laten de pracht locatie achter ons. We installeren ons op een groot plein in een naburige stad. Als ik later op de middag kijk is het hier erg druk geworden met campers. Velen zullen ook ongetwijfeld het slachtoffer zijn geweest van de schoonveegactie.

 

De ellende is nog niet teneinde. De hele middag is het blijven regenen, zodat we geen stap buiten hebben kunnen doen. En omdat het toch al lekker gaat, is ook de tracker weer uitgevallen. Gelukkig komt er na vandaag weer een nieuwe morgen.


Donderdag 5 februari

Mooi weer gaat hier altijd een gepaard met harde wind. Een egaal blauwe hemel, volop schijnende zon en dan voegt het weersysteem daar windkracht 6 tot 8 aan toe. Van ons had dat echt niet gehoeven. Maar de temperatuur is vandaag ruim boven de 20 graden, zodat de wind zacht aanvoelt.

Ik heb een aantal spontane ontmoetingen. Gewoon met Nederlanders. Wij komen in deze hoek van Spanje heel erg vaak voor. Gisteren toen we uit het natuurpark werden gejaagd, kwam een man naar mij toe, terwijl ik al klaar zat om weg te rijden. Hij had mij en de camper herkend van de vlogs. Na kennismaking vertelde hij hoe ik de deur met het slap hangende handvat kon repareren. Zonder politie ingrijpen had hij me graag willen helpen want hij had dit al eens bij de hand gehad.

Vanmorgen komen twee landgenoten naar me toe met een vraag over een camperplaats hier in de buurt. De eigenaar was ooit eens de ster geweest in het programma 'Ik vertrek'. Zelf hebben ze geen camper maar ze wilden het stel een hart onder de riem steken omdat de tv beelden hadden laten zien dat ze de nodige tegenslag hadden gehad.

Ook mijn nieuwe buurman spreekt gewoon onze taal. Met een stoere 4x4 camper zijn ze net terug uit Marokko. De techniek laat hun in de steek want niet alles functioneert meer in het wagentje. 

Na dit geleuter is het tijd voor actie. Ik haal de wandelschoenen uit de garage en voorzien van proviand trekken we de bergen in. Nu is de stijging en de daling van het pad niet iets waar we van schrikken. Eigenlijk zijn de bergen heuvels. Wel wanen we ons alleen in een onmetelijke stuk natuur. De route laat ons een acht lopen. We werken ons langs opengescheurde paden, waar losse stenen een extra hindernis zijn. Omdat het ook nogal naar beneden gaat, moeten we stinkend ons best doen om de balans te houden. Gelukkig raakt niemand van de missie gewond.

We komen bij het kruispunt waar we als we de tweede lus ook hebben gelopen weer zouden moeten uitkomen. Maar we zien niet een pad die dat zou moeten realiseren. Om ons niet te laten vastlopen spreken we af dat we halverwege lus twee gewoon gaan omkeren. We komen langs velden vol met bloeiende bloemen. Diverse struiken staan volop in bloei met een betoverende schoonheid. Even dreigt regen roet in het eten te gooien maar na een paar druppels veegt windkracht 7 de lucht weer schoon. Wel levert deze combinatie een regenboog op, die in de bergen toch anders lijkt dan bij ons op het platteland.

Zonder ongemak, zoals een luchtaanval van een adelaar of een venijnige beet van een sissende slang, weten we weer de bewoonde wereld te bereiken. Een groot infobord wijst ons op deze mogelijkheden toch blijft Joke rustig doorlopen, dus volg ik maar.

Na zo'n drie uur in de rimboe te hebben om gezworven, vinden we het tijd voor koffie worden. Niets gaat boven de eigen gezette prut, waardoor we de motivatie gevonden hebben om de camper weer op te zoeken.


Vrijdag 6 februari

We staan inmiddels twee nachten in Aspe, maar we hebben van de plaats eigenlijk nog niets gezien. Daar gaat vandaag verandering in komen. Na de middag, en na de thee, trekken we erop uit. Het centrum is maar een paar minuten lopen. De eerste aanblik geeft een beeld van een saai stadje met recht toe, recht aan wegen. Maar de eerste blik heeft nu eens een keer ongelijk. We lopen langs een parkje met een kneuterig beeld in de midden. Een in oosterse stijl gebouwd pand vertelt ons dat deze in 1930 is verrezen. Toen waren de Moren al lang en breed verslagen, zodat zij niet als bedenkers kunnen worden aangewezen. Joke ontdekt de kerk, dat betekent dat we ons in het centrum bevinden.

Meteen zijn de straten smal en bochtig geworden. De huizen zijn in pastelkleuren geverfd. Aan de panden hangen leuke ijzeren balkons. We slenteren door het mysterieuze doolhof van nauwe steegjes en krappe pleintjes. We ontwaren zelfs twee poorten, waarvan 1 een heel bijzondere uitvoering heeft. Uiteindelijk bereiken we weer het park en dan blijkt dat het beeld het midden van een niet werkende fontein voorsteld. We hebben genoeg gezien. Uiteraard zijn alle winkels weer dicht en gaan ze pas om vijf uur open. We zullen toch een keer moeten toegeven aan deze cultuur omdat we anders alleen maar gesloten zaken gaan aantreffen in al de maanden dat we hier zijn.

De accu van de scooter had er vanmorgen geen zin in. Ik wilde weer zwart water kwijt bij een camperplaats vijf kilometer verderop. Maar twee zachte kreunen was alles wat de energiebron wist te presteren, daarna was het stil. Met de aantrap-as moest ik 10 maal stevig uithalen om de paardenkrachten aan het werk te krijgen. Nu hadden we gisteren een motorzaak gezien en Joke kwam op het idee, dat ze daar wellicht deze dingen verkopen. Zo stap ik na een flinke regenbui, die de temperatuur vijf graden naar beneden bijstelde, goedgemutst naar dit bedrijf. De verkoper schudt stevig zijn hoofd op de vraag of hij Engels spreekt. Ik laat hem de gegevens van de accu zien die ik nodig ben. Hij begrijpt wat ik wil, namelijk een 'batterie'. Hij voert iets op de computer in en laat een ander bedrijf zien. Ook in Aspe en niet heel ver weg. Hij kan me niet helpen maar dat andere bedrijf zeker wel. Nadat hij op de kaart van maps de exacte positie heeft aangewezen, kan ik weer op pad. Even later sta ik voor een gesloten pand. Als ze dan afwijkend willen zijn met hun tijden, laat ze het dan allemaal doen.

Als ik bijna bij de camper ben, valt iets vreemds op. Joke merkte eerder al op dat de parkeerplaats, waar we staan, wel erg leeg wordt. Ik zie nu dranghekken verschijnen, de straat wordt afgesloten en er worden borden geplaatst met een parkeerverbod.

Morgen ga ik overdag naar een golfbaan, als de camper dan verplaatst moet worden in verband met een markt of zoiets, hebben we een probleem. Dan kan het beter nu. We kiezen voor een verderop gelegen dorp, omdat we Aspe wel gezien hebben. Tegen zessen rijden we weg. Tot mijn verrassing moeten we over een stuk snelweg. Na aankomst controleer ik de route die ik met de scooter moet rijden morgen naar de golfbaan. Mijn vrees komt uit. Vanaf deze plaats moet ik met de golf materialen tussen mijn benen ruim een kilometer over de snelweg.


Zaterdag 7 februari

Voor mij een sportief dagje, voor Joke een heerlijke rustdag. Ik heb gereserveerd op de golfbaan, tenminste dat denk ik. Joke blijft in Orito de boel bewaken. Al vroeg gaat de scooter naar buiten. Nadat alle noodzakelijke spullen verzameld zijn, probeer ik het werkpaard te starten. Deze weigert (alweer). Een paar vinnige uithalen op de kickstart doet het machientje toch besluiten te gaan pruttelen. Tussen mijn benen bevinden zich een golftas en golfkar. Samengebonden met een elastiek. Omdat het niet super comfortabel rijdt en stuurt, doe ik het rustig aan. Maps matst me. Gisteren liet hij me schrikken met een stuk snelweg, vanochtend lijkt zelfs dit het navigatiesysteem te ver gaan. Er is een mooi plattelands weggetje gevonden.

Mijn reservering is niet aangekomen. Deze boodschap krijg ik van de juffrouw, waar ik door de administrateur naar toe ben verwezen, na eerst een kwartier op hem te hebben zitten wachten. Geen probleem, ik kan om 11 uur starten met een Fins echtpaar. Het behoorlijk heuvelachtig terrein sloopt ons alle drie. Waar we eerst uitvoerig informatie uitwisselen, is het de laatste holes bijzonder stil. De scooter brengt me weer bij de camper.

We besluiten daarna door te rijden naar Elche. We kunnen dan nog boodschappen halen, want zondags is de boel hier dicht. Ook hebben we een wasmachine nodig en niet onbelangrijk in Elx staat een grote motorzaak. Ik verwacht daar mijn accu te kunnen kopen. Het is een kort ritje. We parkeren op een zandterrein naast het politiebureau. Plek zat en dichtbij de supermarkt.

's Avonds is het parkje voor ons prachtige verlicht. In Elx staan meer palmbomen, dan in de rest van Spanje bijelkaar. Een warm licht zet een hele rij palmbomen in een gouden glans. En dat 10 meter voor onze neus.


Zondag 8 februari

De wasmand zit vol. P4N verklapt ons zonder gêne waar deze gedaan kan worden op zondag. Ons werkpaard wordt van stal gehaald. Terwijl Joke het aanwezige textiel nauwkeurig onderzoekt of ze nu de pineut zijn of bij een volgende ronde, zadel ik het paard op. Even later zien de inwoners van Elche een man en een vrouw op een scooter door hun stad scheuren, waarbij hij tussen z'n benen angstvallig een boordevolle tas met wasgoed klemt.

Zondag is niet echt een wasdag in deze streken. De wasserette heeft tot nu geen volk getrokken, hoewel ik dat niet kan weten. Als wij arriveren is het er uitgestorven. Wij leggen meteen beslag op twee van de drie machines, die voor de verandering alleen maar met 5 losse munten van 1 euro bereid zijn aan de slag te gaan. Maar ze schieten wel op. Slechts 25 minuten later mag de deur al weer open. Nu is de reuze droger aan de beurt. Een bescheidener type want met 3 munten gaat deze met de hele was aan het werk op 60 graden. Joke is tevreden over het resultaat. Dan ik ook.

Omdat de tijd alleszins meevalt, knopen we er een bezoek aan het gemeentelijk park achteraan. Opnieuw wordt van de diensten van onze trouwe vriend gebruik gemaakt om een afstand van 4 kilometer te overbruggen. Uiteraard is het een palmenpark. In heel Elche staan meer palmbomen dan in de rest van Spanje bijelkaar. In dit park zijn allerlei leuke elementen neer gezet. Hiervan is een deel fantasierijke fonteinen. Maar ook een toren, een twijfelachtige boeddhist, een muziekkoepel, een borstbeeld van een zeer belangrijk persoon en nog andere zaken staan op gepaste afstand van elkaar.

We wandelen rustig langs deze ornamenten als Joke verondersteld een drumband te horen. Na talloze jaren trekt dit nog steeds. We gaan op onderzoek uit en treffen aan de overzijde een uitgelaten gezelschap in een zaal aan, waar een klein orkest de sfeer er in houdt door vlotte muziek te spelen. Overigens is, waarschijnlijk wegens ruimtegebrek, het muziekgezelschap buiten onder een afdak geplaatst.


Maandag 9 februari

Goedgemutst gaan wij op zakenreis. Ik wil ongeveer 30 liter lpg kopen en we zoeken een service station voor wat water af- en aanvoer. Lpg is geen probleem, ik ga in op de vrij prijzige aanbieding van Shell. Voor 91 cent per liter pers ik de beide flessen weer vol. Ietsje verderop is een camperplaats waar we wat service willen kopen. Bij aankomst zien we dat het meer weg heeft van een fort. Zware gesloten hekken, een dichte muur, en een bescheiden intercommetje aan de gevel. Onze informant heeft ons verteld dat de bewoners alleen maar Frans spreken. Dat belooft nog wat, zucht ik tegen Joke. Gelukkig zijn er meer aanbieders van service-genot.

Nog weer een paar kilometer verderop zit een concurrent. Hier voelt het zo onwelkom, dat we besluiten daar dan maar zaken te gaan doen. We worden door maps totaal onnodig over een slecht en smal laantje gestuurd, want die komt op dezelfde rotonde uit als de hoofdweg. We kruipen over het smalle pad naar ons doel, maar zien hier de campers al van ver staan. Van deze openheid houden wij. We staan nog niet stil of de eigenaresse komt al naar ons toe. Dat is wat anders dan een intercom.

Wij willen graag wat services van u kopen. Zo openen wij voorzichtig de onderhandeling. De dame blijkt een Nederlandse te zijn want in heldere taal zegt ze dat ze geen enkele medewerking aan ons verzoek wil geven. De service hier is alleen voor gasten. Dan heb je een onderneming om geld te verdienen aan campers en stuur je potentiële klanten gewoon weg, terwijl de waterslang op een meter afstand hangt. Met sommige mensen zal het nooit wat worden.

We wagen vandaag een tweede poging om om het fraaie natuurterrein bij Elche te gaan staan. Bij aankomst zien we dat we niet de eersten zijn. De politie charge is al weer een paar dagen geleden. Op het terrein staan enkele campers. We rijden naar de plek van vorig jaar, want deze is vrij en geeft een mooi uitzicht. Alls ik mijn boterham met pindakaas eet, kijk ik schuchter om me heen. Op zo'n moment wil er nog wel eens een agent op ploppen, heeft de ervaring van vorige week geleerd. Geen blauw te zien, in geen velden of wegen.

Ook in het verdere verloop van de dag zien we niets verdachts.  Op het laatst raken we geheel ontspannen en vergeten zelfs regelmatig naar de ingang te loeren. Het is prachtig weer, volop zon aan een wolkenloze hemel. De twintig graden wordt ruim overschreden. Korte broek en mouwloos shirt zijn niet voor niets ingepakt. Languit in onze luxe stoelen wentelen we heerlijk in de zon en doen allerlei onbelangrijke dingen.


Dinsdag 10 februari

De dag begint mooi en onschuldig. Wij ontwaken in alle vrijheid op een bijzonder mooie plek. Na het ontbijt doen we altijd kleine klusjes. Joke staat buiten om alle herinneringen aan gisteren uit de deurmat te kloppen. Dan verschijnt, uit het niets, ineens een politieauto. Slechts weinig camperaars hebben de neus buiten de deur gestoken op dit voor pensionada's nog wel vroege uur. Daarom is Joke als eerste aan de beurt. Twee man sterk lopen ze naar mijn echt niet grote vrouw. Er volgt een woordenwisseling waar digitale techniek een grote rol speelt want in Spanje spreekt men alleen maar Spaans. En wij niet.

Ze hoeven eigenlijk ook niets te zeggen want hun boodschap reist met het gezag mee. Best wel teleurgesteld zetten we ons aan de koffie. Als we daar al vergevorderd mee zijn verschijnen de blauwe mannen opnieuw. De rest is ook wakker en nu hebben ze meer aandacht. Nummerplaten worden op de foto gezet, waarschijnlijk niet omdat het een hobby is van de kleinste agent.

Joke stelt voor dat we de prachtige wandeling naar de waterval bij de stuwdam gaan maken. We hebben tenslotte het bevel gekregen dat we vandaag weg moeten, en de dag is nog jong.

Het wordt weer een fantastisch mooie voettocht. Het paadje is krap en slingert zich tussen de palmen en grote riet gewassen door. Er zitten stevige klimpartijen bij. Hier en daar wordt hulp geboden bij het klimmen doordat een ijverige Spanjaard een soort van treden in de rots heeft gehakt. Onderweg passeren we stroomversnellingen en kleine watervallen. De palmbomen en de zon maken de tocht tropisch. De temperatuur heeft al de 25 graden bereikt en mijn zweetklieren worden automatisch aangezet. We komen aan bij het stuwmeer. Over de dam stort onafgebroken het water naar beneden. Een grote rotspartij vangt de eerste klappen op. Met als resultaat dat het water over wel tien verschillende routes zijn weg naar beneden vindt. Een tijd lang staan we stil te genieten hoe mooi de (geholpen) natuur kan zijn. 

Vroeg in de middag rijden we weg. We zijn klaar met het toneelstuk rondom het natuurgebied. De reis gaat verder naar het zuiden. Ik parkeer de camper in Dolores op een terrein wat tegen een park aanligt. Spaanser dan deze plaats wordt het niet. Ondanks mooie namen als Barcelona en Valencia redden deze het niet tegen het mystieke 'Dolores'.


Woensdag 11 februari

Door onvoldoende voorbereiding heb ik zestig euro verspeeld. Deze keer niet eens in het casino. Ook Dolores mag ik niets verwijten, zij staat er geheel buiten. Hoe de steel danwel in de vork zit, ga ik toelichten. De laatste tijd start ons werkpaard, alias de motorscooter, maar beroerd. Wanneer het ding enige tijd heeft mogen rusten, is er geen power genoeg om bij het omdraaien van de contactsleutel een fris en prettig reutelend geluid voort te brengen. Uit ervaring weet ik dat de accu de zwakke schakel is in dit proces. Al eerder heb ik beschreven hoe ik de jacht op een vervangend model heb ingezet. 

Toen ik met Joke maandagmiddag nog vrolijk en niets vermoedend verbleef in het natuurgebied bij Elche ben ik met de type aanduiding op zak op de scooter, die via de kickstart aan is geslingerd, naar een motorzaak in het centrum gereden. De winkel wordt beheerd door een ouder echtpaar. Geen woord over de grens sprekend hoorden ze mij aan. Ik wist desondanks aan ze duidelijk te maken wat mijn boodschap was. Ik beheers een enkel Spaans woord waarvan 'Bateria' er nu 1 is. Daarnaast toon ik manmoedig het type nummer met het scherm van mijn telefoon. Het lijkt goed te gaan.

De vrouw, met wie ik de transactie was opgestart, verdwijnt naar een speciale hoek en komt met twee exemplaren weer terug. Deze zijn duidelijk niet gelijk aan elkaar. Haar motivatie om met deze twee aan te komen zetten, ontgaat mij. Zoals ik zei, ik beheers slechts enkele woorden. De man wordt erbij geroepen en deze wijst, na het lezen van het type nummer, resoluut naar 1 van de twee. Hier ga ik ongelooflijk de mist in. Ik vertrouw op de kennis van een oude, door de wol geverfde, kenner die al jaren een motorzaak runt. Ik betaal 60 euro en vertrek.

Als ik weer bij de camper ben, denk ik de accu dinsdagmorgen te plaatsen. Maar het loopt die ochtend anders dan voorgesteld. De handhavers komen langs. 

Vanmorgen staan we in Dolores, het is prachtig weer en ik vind de tijd rijp. De scooter komt naar buiten om zijn nieuwe hart te ontvangen. Deze moest ik eerst nog wel vullen met het zuur, maar dat is zo gepiept. Ik verwijder de klep en zie meteen dat de maten niet overeenkomen. Zelfs met uitzonderlijk veel geweld, krijg ik mijn aankoop niet in de daarvoor beschikbare ruimte geperst. De kenner in Elche heeft er maar op gegokt, zo blijkt.

Ik raadpleeg internet met de type aanduiding en zie mijn gewenste product meteen verschijnen. Een winkelketen, genaamd Norauto, heeft ze op de plank. De dichtstbijzijnde vestiging is richting de kust. Als er vervolgens ook nog eens een leuke camperplek blijkt te zijn, overtuig ik Joke van de noodzakelijke verplaatsing.

Norauto heeft het niet op voorraad, maar kan wel bestellen. Binnen enkele dagen kan ik het juiste exemplaar verwachten, opnieuw voor zestig euro.

De plek voor de camper ligt maar 100 meter van het strand en heeft volop ruimte. Op deze plek gaan we verblijven in afwachting op een telefoontje.


Donderdag 12 februari

De provisiekast is leeg. Altijd schrikken zo'n moment. Na enig gepeins, weten we wat ons te doen staat. Het is nog geen tien minuten op ons racemonster. De heenweg gaat fantastisch. Ik parkeer mijn rijwiel zowat in de entreehal. Even later legen we de boodschappenkar in de koffer en onder de buddyseat. We gespen beiden de helm weer vast en beginnen aan de terugweg. Ik nader een rotonde met vele afslagen. Mijn navigatiescherm is klein. Overal zwermt verkeer om me heen. Het knipperlicht gaat aan en ik sla af. Het eerste bord wat ik tegenkom is die van een autosnelweg.

Ik baal maar kan niet meer terug. Als we half plat door een heerlijke schuine bocht zijn gegaan, doemen er een hele rij poortjes op, die geen van allen een vrije doorgang geven. Het dringt tot me door; ik zit op de tolweg. De pinpas is nodig om de strenge hefboom in beweging te krijgen. Dan snorren we met tegenwind de langzaam oplopende snelweg op. Gelukkig gaat het wel de goede kant op en kunnen we de eerste afslag gebruiken om de koers weer meer in overeenstemming te brengen met ons doel. 

Het is ook vandaag weer een schitterende dag. Ruim 20 graden en strak blauw. In t-shirt en korte broek maken we in de middag een stevige wandeling. Het voelt gewoon zomers aan. Een tijdlang lopen we langs de waterlijn op het strand. Zover we kunnen kijken zien we vakantie appartementen. Gelukkig zijn ze niet hoger dan vier etages. De rotskust zorgt ervoor dat de huizen hoog boven het strand liggen.

Joke en ik klimmen een trap op en komen zo op een wandelpromenade. We banjeren lekker door en zouden daarom wel een drankje kunnen gebruiken. Maar de hele kuststrook lijkt wel in mohammedaanse handen. Niet 1 horecapand met terras, hoewel we echt kilometers hebben gelopen. Er rest niets anders dan een prive terras in te richten. We klauteren een aantal strand trappen op en af, halen net geen natte voeten bij de kustlijn en komen na anderhalf uur weer uit op ons eigen plekje.

Als we heerlijk genieten van een drankje raken we aan de praat met de Nederlandse buren. Een jong gezin met twee kinderen. Ze reizen een jaar met een camper en zijn op zoek naar een woonplek buiten ons land. Dit komen we veel vaker tegen. Als de kiezers weigeren hun ogen een keer open te doen, dan verdwijnt er een hele generatie uit ons ooit eens mooie en welvarende land.


Vrijdag 13 februari

Het is een binnendag geworden. Storm nummer zoveel buldert een tijdje rond in Spanje. De harde wind maakt het buiten onaangenaam. De temperatuur is door de wind ook weer onder de 20 graden gezakt. Ik lees een boek, wat 100 jaar geleden is geschreven. Dan moet je even alle zeilen bijzetten om de draad niet kwijt te raken. De schrijver, Hilaire Belloc, ziet in de toekomst weer een slaven staat ontstaan. Onvrije mensen die zo langzaam in hun knechtenrol worden gedrukt, dat ze zonder verzet hun vrijheden en kapitaal inleveren. Als tegenpool heb ik een veel te gemakkelijk puzzelboek, waar ik afwisselend dan een stuk of vier invul in een uur tijd .

In de middag wacht een uitdaging, wat bijna fataal afloopt. Ons 'tonnetje' moet weer leeg. Ditmaal heb ik een camping, die 5 kilometer verderop ligt, als ontvangende partij gekozen. De vlagerige wind probeert tevergeefs mij uit balans te brengen. De hele rit is in de bebouwing, dus tot hoge snelheden komt het niet. Handig glip ik met mijn scootertje langs de gesloten slagboom. Ik rij vervolgens door meerdere laantjes en langs verschillende gebouwen. Maar de stortplaats weet zich goed voor mij te verstoppen. Als ik voor de tweede keer het herentoilet tegenkom, stop ik daar. Even later ben ik los en kan weer terug.

Mijn navigatie stuurt me nu een iets andere route. Zo kom ik op de vervelende hobbelweg. Niets is vlak. Een rioolput, een stuk weggesleten asfalt, een slecht gerepareerd stuk weg, ribbels van onduidelijke afkomst, het trilt en rammelt onophoudelijk. Ongeluk kan je ook afdwingen, ga ik ontdekken. Ik zie mijn telefoon, die nu dienst heeft als navigator, vrolijk mee op en neer springen met houder en al. Dan komt de gedachte naar boven, dat het ding wel eens los kan laten. Nog geen twee seconden later, zie ik de houder met telefoon met een op zich fraaie boog van het stuur loskomen. Een bliksem reactie in mijn hoofd schreeuwt dat deze niet op de weg mag vallen. Met je telefoon raak je tevens driekwart van je bestaan kwijt. Ik rem krachtig en probeer met mijn been het vallende object op te vangen. De scooter maakt met gierende banden een uiterst vreemde manoeuvre. De smak tegen het asfalt blijft uit.

Iets verderop sta ik stil. Angstig kijk ik achterom in zekere verwachting mijn zakcomputer in meerdere delen op de belabberde weg te zien liggen. Behalve vele butsen en kuilen lijkt er niets te liggen. Ik kijk naar beneden en zie dat het me gelukt is de telefoon met mijn been op te vangen en nu met mijn hak wordt afgeklemd tegen de console. Terwijl ik opgelucht het apparaat van de treeplank vis, stopt een automobilist, die de capriolen voor zich heeft zien gebeuren, bezorgd naast me en vraagt of alles oke is. Ik knik. Het nog af te leggen route deel rij ik veel te voorzichtig richting camper. Uit de gereedschapskist haal ik een schroevendraaier en een schroefje van 2 centimeter. Daarmee is een herhaling definitief uitgesloten.


Zaterdag 14 februari

Groot alarm in Spanje. Gisteravond zitten we gezellig in onze warme camper, terwijl buiten de temperatuur daalt naar 12 graden. We praten wat, lezen nuttige dingen, en genieten van uit Nederland meegenomen koffie. De lieve vrede wordt plotsklaps wreed verdreven. Beide telefoons beginnen luid te loeien. Joke grijpt haar toestel en ziet dat het een nationaal alarm betreft en een lange tekst legt uit waarvoor wij moeten vrezen. Als de tekst nu kort of lang is, wij kunnen er niet veel wijs uit worden. Maar gezien het brede alarm begrijpen we dat het om een belangrijke boodschap gaat. Ik neem een foto van de tekst, die Joke vervolgens laat vertalen door de talenkenner bij uitstek; Google Translate. Hierdoor worden wij, weliswaar iets later dan de ras Spanjaard, ook geïnformeerd over het onheil. Vannacht gaat het stormen en dat duurt zeker tot morgen laat op de dag. Uithalers kunnen kracht negen bereiken. Blijf thuis en bindt alles goed vast. 

Vanmorgen is het onaangenaam weer. Inderdaad buldert de wind rond de camper. We staan stevig op de poten en merken niet meer dan lichte schommelingen. Bovendien staan we vrij beschut op ons plein.

Maar er speelt nog iets. Ik zit nog steeds te wachten op een telefoontje van Norauto. Al voor de vierde dag. Dit duurt te lang, mijn vertrouwen begint te krimpen. Is mijn nummer niet goed genoteerd? Morgen is het zondag en dan zijn ze gesloten. Ik wil naar het bedrijf toe om zeker te weten dat ik niet voor Jan met de korte achternaam zit te wachten. Maar de zware storm dan, vraagt Joke niet zonder zorgen. Ik doe een poging tot gerust stellen.

Waarom ga je niet mee als extra ballast, veronderstel ik zuinigjes. Het vooruitzicht van een beschut winkelcentrum lokt haar ook wel. Binnen zitten is het slechte alternatief. Ik trap de scooter weer aan, binden ons beiden stevig vast, en voorzichtig met een beperkte snelheid geven we ons over aan de weergoden. Na tien minuten staan we behouden voor het winkelpand.

Of de accu al binnen is, is mijn vraag aan dezelfde goed Engels sprekende jongeman, die mij het ding dagen geleden ook verkocht heeft. De computer wordt geraadpleegd. Hij verdwijnt, komt weer te voorschijn, loert nogmaals op het scherm en verdwijnt weer. Komt terug, klampt een collega aan. Deze kijkt ook op het scherm, en loopt het magazijn in. Ik krijg nu een verklaring. De accu moet binnen zijn, maar we kunnen hem niet vinden. Daarna gaat hij z'n collega achterna. Joke en ik scharrelen wat door de autozaak. Kijken bij de aanbiedingen, en daarna uitvoerig zowat bij alle andere artikelen. Maar het komt goed, de accu wordt gevonden.

Daarna dwarrelen we door het uitgebreide, luxe winkelplein. Joke vergaapt zich bij meerdere juweliers aan de glimmende sieraden. We bezoeken de Mediamarkt en kijken of deze ook een radio/navigatie toestel heeft. Dan trotseren we opnieuw windkracht negen zonder op te stijgen.


Zondag 15 februari

We verlaten Dehesa de Campoamor en zetten koers naar Cartagena. In een buitenwijk vinden we een onverhard terrein waar meerdere voertuigen staan geparkeerd. Rondom is het een pracht van gele bloemen. Na enige acclimatisatie haal ik het werkpaard van stal. Deze moet ons naar het centrum van de havenstad brengen. Sinds de geslaagde hartoperatie is het beestje vitaler dan ooit. Een licht tikje op de startknop is voldoende om hem aan het werk te krijgen. Na tien minuten parkeer ik  hem weer in zo'n motorparkeerstrip. Deze zie je thuis niet.

Joke en ik lopen de stad in en het bevalt ons meteen. Prachtige statige gebouwen, duidelijk honderden jaren oud, flankeren de nauwe wegen die vooral voor voetgangers zijn ingericht. Op hett eerste plein waar we komen, staan een aantal stokoude bomen met een gigantische stam. Over staan terassen, die goed bezet zijn. Via spijlen loeren we naar een stuk opgegraven oud Cartagena. Deze stad is al voor de jaartelling gesticht door de Cathagiers. We komen langs meerdere pleinen, door steeds mooier wordende straatjes en zien de oudheid van de gevels druipen. Er wordt veel hersteld. Boeiend om te zien, zijn de panden waar alleen nog de oude gevel overeind staat. Alles wat erachter zat is weggebroken. Bedenk wel dat zo'n muur vele tientallen meters hoog is.

We hebben helaas de carnavalsoptocht net gemist. Bij de haven is het nog groot feest en meerdere sexy uitziende dames in glitterpak lopen er werkloos rond. We zien nog een paar praalwagens die aan de kant worden geschoven. Als we bij het klassieke Romeinse amfitheater komen, lopen we tegen dichte hekken aan. Maar via een stijl pad kunnen we langs de achterzijde lopen, vanwaaruit je een mooi uitzicht hebt op deze historische cultuurtempel. Iets verder lopen er leuke wandelpaden langs de alcazabar. Een Moors kasteel op de hoogste heuvel van de stad. De binnenkant laten we over aan de conservator.

Na een tijd heerlijk dwalen en je ogen laten strelen door een prachtige bouwkunst, wordt het tijd voor de terugtocht. De zon verdwijnt door de hoge gebouwen uit het straatbeeld en daardoor vinden we het te fris voor een terras.


Maandag 16 februari

Even boodschappen halen. Nadat ik vanmorgen wat  kleinigheden heb gedaan, is er voor de lunch nog net even tijd om bij de Lidl langs te gaan. Het is maar een klein bromafstandje. Blijmoedig stappen we de super binnen. Best wel druk, zo neem ik waar. Samen met Joke begin ik in te laden. Veel zijn we niet nodig, maar morgen willen we naar een mooie plek aan zee verhuizen. Dan wil je gewoon de voorraden op orde hebben. Onze melk keuze is niet aanwezig. Joke voert een diepgaand warenonderzoek uit op de wel beschikbare pakken. Ze komt er uit. Twee pakken best wel magere melk verdwijnen in de kar. Een finale check geeft groen licht voor de kassa.

Dan zien we iets wat we werkelijk nog nooit gezien hebben in een supermarkt. Het is best een diepe winkel. Halverwege de stellingen begint de wachtrij voor het afrekenen al. Het haalt met gemak een lengte van 25 meter. Er staan vier rijen van dit formaat. De laatste lijkt iets korter. Ik vermoed stroomuitval of internet storing, want hoe anders komen deze mega rijen tot stand. Echter niets wijst op iets dergelijks. Een snelle afweging laat mij besluiten de korste rij te kiezen. Daar net goed en wel geïnstalleerd, zie ik aan het eind van het lange lint mensen dat je op het end door de zelfscan kassa moet. En dat gaat niet. We hebben losse groente producten en ook broodjes die door een kassière afgehandeld moeten worden. We nemen afscheid van de medewachters, waar we al een kleine band mee hadden opgebouwd.

We verplaatsen ons, wederom achteraan, naar de naast liggende rij. Op zich is het best gezellig. Minstens vier karren voeren een hartelijk gesprek. Onze zwakke kennis van de Spaanse taal maakt het onmogelijk het te begrijpen, laat staan mee te doen. Zo staan we een ruim kwartier milimeter voor milimeter op te schuiven en zijn al een paar artikelen opgeschoven, als we een studie kunnen maken van de situatie op de kop. Langzaam dringt het besef bij ons beide binnen dat ook deze rij eindigt bij de zelfscan. Bij mij breekt lichte paniek uit. Joke is iets resoluter. We schudden handen van de karren voor ons en achter ons en schuiven weer een rij op. Uiteraard helemaal achteraan. Dat is vlakbij de achterwand. De troost is dat we geen haast hebben, al met pensioen zijn en het vandaag wel aan tijd hebben. Hoewel de trek wel vervelend begint op te spelen. Ruim een halfuur later bereiken we de kassa. De juffrouw daar zit heel relaxed onze aangeschafte waar het systeem in te voeren. Als de rekening is betaald, kijk ik nog 1 keer de rij langs. Deze is nog niets korter geworden.

Er moet een nieuwe internet kaart komen. De 28 dagen zijn voorbij en prompt is de vorige versie er mee opgehouden. We maken er een uitje van naar het gezellige centrum van Cartagena. We slenteren door de nauwe straten en het ruime voetgangersgebied. Met een plof zetten we ons neer op een terras. Thee voor Jo, en nog een koffie. Ik wil een flinke stuk gebak bijbestellen, maar dat heeft deze uitbater niet in de collectie. We kletsen wat en bestuderen voorbijgangers die een bedelaar moeten passeren. Stalen blikken.

Het is vijf uur geweest, de luie Spanjaarden zijn hun bed weer uit en heropenen hun winkelbedrijf. Het is even zoeken maar dan vinden we de Orange-zaak, waar ik het voornemen heb voor 20 euro weer een maandje onbeperkt internet aan te schaffen. Op het moment van aanspreken van de vriendelijke medewerkster schiet het door mijn hoofd dat ik een paspoort had moeten meenemen. Dat betekent een extra rit.

Na driemaal door de verkeersdrukte te zijn gescheurd, heb ik de nieuwe simkaart geïnstalleerd en is er tijd voor koffie.


Dinsdag 17 februari

Zondagavond laat, of beter gezegd, maandagochtend heel vroeg heeft Joke een plek bij een kapper hier in de stad gereserveerd. De afspraak is vanmorgen. Ons rijwiel met hulpmotor is weer de klos. Iets na half elf bestijgen we ons werkpaard. Tien minuten later zet ik haar bij Pedro af. Het wordt daarna nagelbijten voor mij. Mijn vrouw is uiterst kritisch in het selecteren van kappers. Meestal doet ze uitgebreid onderzoek en vraagt ze referenties op. Nu is deze afspraak niet heel onbezonnen gemaakt, maar echt veel aandacht is het ook weer niet gegeven.

Ik zit bij de camper op het verlossende telefoontje te wachten. Dan precies anderhalf uur later, exact de beloofde duur van de ingreep, gaat mijn telefoon over. Het is klaar en ze kan weer gehaald worden. Terwijl ik weer over de rondweg accelereer, gaan mijn gedachten naar haar stem intonatie, maar ik kan er niet een stemming uitfilteren. Ik draai de laatste rotonde in het parcours en dan komt het wederzien. Ze oogt tevreden. Voor we de terugtocht gaan beginnen, moet de helm weer op. We kijken elkaar aan, een deel van het resultaat zal geplet worden. Toch voldoet ze zonder moeite aan deze wettelijke plicht. Eenmaal in de camper begrijp ik dat deze knip/verfbeurt prima is gegaan. Joke kan er weer een maand tegenaan.

Na de lunch vertrekken we. We tanken en lozen water op een servicepunt en voor 1,23 euro per liter komt de tank weer vol met diesel. Vandaag gaan we naar La Azohia. Ook dit is zo'n plaats waar je graag verblijft. Je kunt op een groot terrein staan en de zee is vlakbij. Via een mooie weg door de bergen rijden we naar deze kustplaats. Het dorp ligt verstopt achter een hoge bergrug. Als we afdalen hebben we een magnifiek uitzicht op de zee. Uit ervaring weten we dat de ingang vanaf de weg te steil is voor onze lengte. We schrapen daar een stuk asfalt weg met de achterzijde. In de herinnering van een jaar oud proberen we het stratenplan op te vissen. 

Een straatje eerder afslaan voorkomt problemen. Ondanks enige discussie komt het goed. Maar het eerste beeld doet ons schrikken. Het lijkt wel of alle overwinteraars vandaag besloten hebben hier te komen. We dwalen wat onhandig rond over het erg onvlakke terrein. Een beschreven beeld van de reviews zien we nu met eigen ogen. Meerdere plekken zijn afgezet met stoelen, fietsen, zeildoek en/of stenen. De camper is even weg voor water of iets dergelijks en de plaats wordt gemarkeerd alsof het eigendom is. Op een vreemde manier werkt het ook nog, want je wilt geen gedoe. We parkeren schuin tussen een paar campers. De levelers krijgen de boel niet recht.

We accepteren het maar, de plek is het waard. Later op de middag zie ik aan de kustlijn een vrije plek. De daar geparkeerde auto is weggereden. We laten er geen gras over groeien en even later staan we op een A-locatie. Via het voorraam de prachtig  blauwe Middellandse Zee (zonder windmolens).


Woensdag 18 februari

Vanmorgen doen we het luik van het voorraam voorzichtig open en we zien tot onze verbazing de Middellandse Zee. Dan realiseer ik me weer dat we op een prachtplek staan en ook dat we nog niet weg hoeven. Joke heeft zin in een ochtend wandeling. De zon schijnt, maar de thermometer zit om 1 of andere reden vast op 14 graden. Beheerst erop kloppen brengt geen verandering. Een vest gaat over mijn t-shirt, trek mijn schoenen aan en ik ga mijn lief vergezellen.

Er loopt een lange boulevard langs de zee. Al lopend bekijken we de vele verschillende panden die langs de kust zijn gebouwd. Er zijn erbij waar in nog geen vijf jaar naar is omgekeken, terwijl de buurman een stralend wit huis met veranda en zwembad bezit, waar nog geen zandkorrel te vinden is. Al was gisteren een schoonmaak ploeg langs geweest. Als het luxe aangelegde looppad over gaat in een onverharde zandbak, besluiten we dat we gaan keren.

In de middag neemt de zeemist de overhand in de atmosfeer en dat kost de zon afzetgebied. Daar staan wij middenin. De temperatuurmeter lijkt nog steeds vast te zitten. Het deert ons niet. Weer staat er een tippel op het programma, waarbij deze keer de wandelschoenen erbij worden gehaald. Op de oostpunt van de kust zover wij kunnen zien, staat een toren, hoog bovenop de rotsen. Het ding intrigeert ons. Ook nu dient het prachtige kustpad als basis voor de route. Eigenlijk is het prima wandelweer. Met stevige pas en de blik vooruit gaan we op ons doel af. Onderweg zien we wonderlijke palmbomen. Uit 1 wortel partij komen wel vijf stammen omhoog. Het lijkt of de boomchirurg met een reageerbuis heeft zitten knoeien.

Op een zeker punt zwaaien we af. Niet meer langs de zee, maar stevig bergopwaarts. Het pad blijft stijgen totdat we de toren hebben bereikt. Ik lees de motivatie om dit bouwwerk hier neer te zetten. Honderden jaren terug kwamen de Noord Afrikanen al met bootjes de zee oversteken. Ze kwamen roven en stelen en maakten zich daarna weer uit de voeten. Er is dus niets veranderd, alleen blijven ze nu. Om zich tegen deze niet zachtzinnige roverij te beschermen werden de torens gebouwd. Een bewaker kon de mensen waarschuwen, zodat er tijd was zich te groeperen en de rovers terug de zee op te drijven. 

Aan het eind van de middag verliest de zeemist het toch nog van de zon. In een kwartier tijd is de lucht weer strak blauw. Ik steek mijn duim op in de hoop dat hij zich morgen niet weer laat verrassen.