Overwinteren 2026
Het sneeuwt en vriest eind november in Nederland. De dagen zijn kort en donker. Het voorjaar is nog eeuwen verweg. Wij houden van warmte en helder licht. Mijn moeder zei vroeger tegen mij "Als je het ergens anders beter kunt krijgen, moet je gaan". Deze woorden galmen na in mijn hoofd, terwijl ik de sneeuwvlokken voor het raam langs zie dwarrelen. Al halverwege de middag doet Joke de lampen aan. De duisternis volgt alweer snel.
Zuid-Spanje biedt aanmerkelijk betere omstandigheden. De temperatuur kan hartje winter nog oplopen naar 20 graden. Het daglicht is veel intenser en bovendien duurt de dag er nu langer. Een paar kilometer verderop staat onze camper in de stalling. Weggestopt, om beschermd te zijn tegen koude en vocht.
Dit kan anders!
Enthousiast praten we over de warmte in het zuiden. Het plan is snel gemaakt. In januari haal ik de camper uit zijn benarde positie en laat hem weer rijden, daarvoor is het ding uiteindelijk gemaakt. Kortebroek en zomerjas gaan mee op onze tweede reis naar het zonnige Spanje en Portugal. Nog even geduld en dan is voor ons de koude winter verleden tijd.
Donderdag 15 januari
Tegen kwart voor tien rijdt de NiBi voorzichtig het erf af. Eigenlijk zouden we drie kwartier eerder vertrekken. Hierdoor lopen we de hele dag achter op het schema. Bijna zes uur rijden had een logische verdeling gekregen van drie blokken van twee uur. Een koffiestop en een lunchonderbreking waren de voorgenomen rustpunten. Door de indeling uit balans te brengen hebben we onze koffie en lunch in de buurt van het ideale moment te weten houden, met als gevolg dat het laatste blok ruim drie uur continue rijden inhoudt. Over de saaie route is niet veel te melden. In Nederland gaat het doorrijden lekker vlot. Bij Antwerpen stagneert de snelheid door grote drukte op de ring. Tot stilstand komt het gelukkig zelden. Ook het laatste stuk over Franse provinciale wegen worden we flink gehinderd door de naar thuis snakkende forenzen.
Op een gezellig plein in het hart van het dorp Aix-Noulette parkeren we onze woonwagen fraai onder de kale platanen. Ik maak nog even een snel rondje in de schemering rond de kerk.
Joke zet dan al gauw de eerste warme pot op tafel. In de avond valt er een serene rust over het dorp. We hebben dan ook alle vertrouwen in de komende nachtrust.
Helaas worden we geplaagd door enkele tegenvallers. Het meest irritante is dat het touchscreen van de navigatie/radio volledig ongevoelig is geworden. Zowel Joke haar zachtaardige aanraking, als mijn wrede hand brengen geen enkele reactie in het apparaat. Hierdoor kan ik de navigatie niet bedienen. Gelukkig doet de carpuride met een Bluetooth verbinding met mijn smartphone het uitstekend, zodat we niet hoeven te verdwalen. Google Maps staat op het grote scherm duidelijke aanwijzingen te geven,
De handle van onze enige deur hangt er ook nog eens slapjes bij. Volgens mij is het de bedoeling dat een veer of zoiets het ding strak in positie weet te houden, maar hiervan is nu weinig te merken. De deur kan gewoon worden geopend, zodat we niet drie maand binnen hoeven te zitten.
Nog vlak voor vertrek heb ik een isolatiebeker bij de Hema gekocht. Een miskoop, zo blijkt nu. Als we tijdens het rijden een kop koffie willen drinken, lekt de nieuwe aanschaf niet te zuinig. Zo is mijn beker snel leeg, maar mijn witte t-shirt toont nu bruin.
De komende dagen ga ik op zoek naar oplossingen voor deze probleempjes.
Vrijdag 16 januari
Bij het wakker worden is het nog donker. Tijdens het ontbijt komt het licht weer terug. Onze eerste overnachting zit erop. Het is alweer snel wennen aan onze specifieke camper routines. Het voelt aan of we al dagen op reis zijn. Ook vandaag staat er weer een flinke trip op het programma. Een kleine 400 kilometer gaan we wegrijden in krap vijf uur tijd.
Na dertig kilometer vul ik de dieseltank. Bij de Intermarche ben je altijd voordelig uit. Het tankstation ernaast is gelijk 12 cent duurder. De rit wordt een afwisseling van vierbaanswegen met tweebaanswegen. Na enige tijd vindt Maps het tijd worden voor meer romantiek. De camper wordt een smal, maar pittoresk landweggetje opgestuurd. Bij het eerstvolgende dorp staan de huizen zo dicht op elkaar dat er maar 2,10 meter ruimte voor de weggebruiker overblijft. Tenminste dat is wat de autoriteiten via meerdere borden laten weten. Ik kan Joke geruststellen met de opmerking dat deze maten altijd reuze meevallen. Ook nu weer, nergens wordt de NiBi in verlegenheid gebracht.
Vanaf dit punt rijden we trouwens volledig landelijk. Maps laat alle doorgaande wegen voor wat ze zijn en stuurt ons bekwaam langs gehuchten, veel agrariërs, en super stille landwegen. Zo komen we halverwege de middag aan in Croyes de trois Rivieres.
We hebben voldoende tijd om de plaats te verkennen. We zijn wel benieuwd naar die drie rivieren en zijn van plan goed rond te speuren. De eerste hebben we al snel gevonden, de camperplaats ligt er zowat naast. Nabij het centrum lopen we over de brug die over de Loir is gelegd. Dat is dus nummer twee.
Het centrum kent een heel gezellig stukje. Mooie panden en leuke steegjes met zeer oude huizen. Een hotel staat op afstand zijn status uit te stralen. Iedere plaats beschikt altijd over een kerk, zo ook Croyes. Wel een beetje uit het centrum en flink groen uitgeslagen rondom de toren. Maar het dorp moet het ermee doen. De derde rivier hebben we niet gevonden.
Als we teruglopen naar de camper valt er een beetje regen, maar de temperatuur is best aangenaam voor januari. Bij aankomst op de camperplaats vanmiddag eerder, waren we de enige. Nog geen twee minuten later kwamen er los van elkaar nog drie aanrijden, zodat we nu braaf met z’n vieren op een rijtje staan.
Zaterdag 17 januari
We vertrekken weer vroeg. Op het eerste stuk van de route is het mistig. Gelukkig is er net voldoende zicht voor een normale snelheid. Na Tours verdwijnt de mist voorzichtig. De route gaat nu weer door het binnenland. Heerlijk rustig, met weinig verkeer. We komen door enkele fraaie Franse dorpen. Wel moet ik daarvoor borden negeren die een verbod opleggen aan voertuigen boven 3,5 ton. In Poitiers tanken we de dieseltank weer vol. Het is vijf kilometer uit de richting en een heel gedoe om bij de pomp van Leclerc uit te komen, maar goed, het kost dan ook maar €1,58 per liter.
Na Poitiers wordt het saai. Vanaf hier is het vrijwel geheel een tolvrije vierbaansweg naar de Spaanse grens. Aanvankelijk is er nauwelijks verkeer. Het stuk van Poitiers naar Cavignac is 168 kilometer gewoon recht uit. Een gezapig regentje zorgt voor enige afleiding. Zowel Joke, als ik, zijn blij dat we eindelijk de afslag naar onze gekozen nachtplaats kunnen nemen. Als we geparkeerd staan, kijken we vreemd om ons heen, het ziet er anders uit dan verwacht. Hier kunnen nooit de twaalf campers staan, die werden vermeld. Als ik P4N nog een keer check, blijkt dat ik de verkeerde plaats heb aangevinkt. De andere ligt slechts 300 meter verderop, dus verhuizen we resoluut. Dan komen we op een mooi terrein te staan met zicht over het veld. Na ons melden zich nog drie campers, zodat we niet alleen staan. De regen weet van geen ophouden, zodat we afzien van de dorpsbezichtiging en vermaken ons met een kop koffie binnen.
Zondag 18 januari
Via de N10 en de A63 komen we in de buurt van de Spaanse grens. Na een studie over de weerkaarten besluiten we ons reisplan te wijzigen. De Portugese kust blijft de komende tijd erg gevoelig voor oceaandepressies, wat ook de nodige regen met zich mee brengt. Daarentegen wordt de oostkust van Spanje droog, zonnig en redelijk warm. Na kort beraad verandert de koers naar Valencia. Via Bayonne rijden we naar Pamplona. Zo komen we door de Pyreneeën en plaats van erlangs. Echt hoog is onze rijroute echter niet, de hoogste top is 600 meter. Wel rijden we over een schitterende bergweg. Mooie vergezichten, bergdorpjes in de zon, en een fraaie plantengroei komen allemaal langs. Zoals het een echte bergweg betaamt, kronkelt de weg zich met scherpe bochten en steile stukken omhoog en omlaag.
In Pamplona kiezen we voor een vrije camperplaats aan de rand van de stad. Het is zonnig, droog en rond de twaalf graden. Ideaal om er op uit te trekken. We wandelen naar een oude buurt, waar de eeuwenoude wasplaats getuigt van lang vervlogen tijden. Achter de oude huizen verrijst een nieuwbouw buurt. Hier wordt volop gebouwd omdat ook in Spanje. behoefte is aan woonruimte.
We komen op een bospad terecht. Nieuwsgierig lopen we deze in. Langs het pad staan diverse houten beelden van hier voorkomende bosdieren. Omdat we steeds hoger komen op onze tocht, krijgen we een fraai beeld van de stad, die beneden in het dal ligt. Joke ziet fraaie, uitgebloeide planten staan en kan zich niet bedwingen om de verdroogde resten voorzichtig te plukken. Deze oogst wordt verderop aangevuld met op de grond liggende langgerekte vruchten. In gedachten ziet ze alvast de mooiste bloemstukken voor zich, waarin deze buit zit verwerkt.
Maandag 18 januari
Het is prettig zaken doen in Spanje. De dieseltank moet weer gevuld worden en ik moet de pomphouder 1,22 euro per liter afrekenen. Daarna koop ik een simkaart voor de mifi router. Ik weet dat Orange daar leuke deals voor heeft. Het schuchtere dame-tje wat ik aan de balie tref, vraagt 20 euro voor een kaart waar ik 4 weken lang onbeperkt internet voor heb. Dan verlaten we Pamplona en rijden in zuidoostelijke richting. De rit naar Valencia delen we in tweeën. Het stadje Carinena ligt halverwege en heeft een gratis camperplaats. We reizen door het binnenland van Spanje en merken op dat deze vrijwel onbewoond is. Grote lege vlaktes schuiven voorbij. Een deel is in gebruik voor land- of wijnbouw. In de hele omtrek is geen sterveling te zien. Bij aankomst zijn we weer de eerste camper van de dag.
We trekken de stoute schoenen aan en lopen het dorp in. Van ver hebben we een indrukwekkende toren zien staan en het doel is nu om deze van dichterbij te bewonderen. De straten zijn rommelig, net als de huizen. Weinig opsmuk, maar wel veel niet gerepareerde schades. Weinig mensen delen het buitenleven met ons. Hier en daar schiet wat jeugd voorbij, warm weggestoken in een dikke winterjas. De zon verdwijnt in de middag helemaal achter de wolken, wat de 11 graden frisser laat aanvoelen.
We bereiken de toren. Deze blijkt een geheel met de kerk te vormen. Het forse pand staat aan een klein pleintje. Joke stelt voor om een rondje om de kerk te lopen. De deuren zitten overal potdicht, waardoor we weer terug wandelen naar de hoofdstraat. Tussen twee rijbanen is een wandelpromenade gecreëerd. Een dubbele rij platanen zorgt in de zomer voor aangename schaduw. Nu staan ze bladloos naakt te wezen en worden door gemeentewerken ook nog eens van hun mooiste takken beroofd.
Als we een straat uitlopen zien we een verlaten stationsgebouw aan een dubbelspoor. De tragiek van de vooruitgang heeft ook hier toegeslagen. Een aantal treinen flitst nog dagelijks voorbij, maar Carinena is geen halteplaats meer.
Dinsdag 20 januari
De laatste reisdag. We hebben drie uur toeren voor de boeg. Als we Carinena verlaten mogen we direct de snelweg op. De route gaat over de Spaanse hoogvlakte met hoogtes tot 1200 meter. Het is een prachtige rit. De uitgestrekte vlaktes vertonen nauwelijks iets van menselijke activiteit. De rotsen zijn rood en alle bomen groen. Veel naaldbomen maar ook bladhoudende loofbomen staan her en der verspreid. In Teruel doen we bij de Lidl boodschappen. Als we weer op de snelweg zitten, begint deze aan zijn afdaling. Over een lengte van tientallen kilometers dalen we van 1200 meter naar zeeniveau. De motor van onze NiBi heeft er een makkie aan. Ik moet vaak remmen om niet te snel te gaan.
We rijden door tot aan de kust. Het dorp heet El Puig de Santa Maria. Veel hoge appartementsgebouwen staan te rusten in afwachting op de drommen zonaanbidders die weer gaan komen als de temperatuur weer de dertig graden aantikt. We wandelen over de boulevard. De zee is, ondanks dat er nauwelijks wind staat, zeer ruw. Meters hoge golven beuken op de zeewering. Het geruis van uitstromend water komt boven alles uit. Langs de boulevard staan luxe vakantiewoningen. Er lopen meerdere mensen, allemaal verstopt in dikke winterjassen. 15 graden is voor veel Spanjaarden koud. We struinen langs de jachthaven en zien boten van klein tot groot. Veel horeca heeft z’n luiken dicht en de terrassteden opgeborgen, maar een enkeling ziet wel brood in de wintertoeristen. De camper staat met z’n neus tegen de zee aan geparkeerd. We hebben zo prachtig uitzicht op de woeste zee.
Woensdag 21 januari
Bij het ontwaken zien we dat we in een enorme waterplas staan, als gevolg van de regenbui van gisteravond. We rijden de camper een kilometer verderop, waar ook een mooie plaats met zeezicht is. Aanvankelijk schijnt het zonnetje lekker. In no-time zitten de accu’s weer vol, dankzij mijn powerdak. Ik wil graag naar het 20 kilometer verderop gelegen Segunto. Joke wil ook wel mee, zodat we ons beiden reisvaardig maken.
Ik haal de scooter uit de garage en de nodige spullen worden ingeladen, met Joke achterop scheuren we de snelweg op. Met tegen de 100 km per uur stuiven we op ons doel af. Slechts een goedkoop helmpje moet ons beschermen tegen het gevaar. In Segunto is het nog even zoeken naar de juiste weg, omdat het centrum is geblokkeerd door de wekelijkse markt. Maar we weten ons doel te bereiken. We stoppen bij de oude Romeinse nederzetting, waar een amfitheater en een immens kasteel nog steeds getuigen van roemruchte tijden. Als eerste lopen we naar het theater. Deze blijkt grondig gerenoveerd te zijn, maar er zijn nog genoeg oudheidkundige stukken over. We zien nog een deel van de oude zitplaatsen, ook zijn de catacomben nog intact en toegankelijk.
Dan lopen we naar het kasteel. Het is een zeer groot ommuurd terrein, waarin meerdere burchten hebben gestaan. Bij de entree worden we enthousiast begroet door een medewerker. Net als het theater hoeft er geen intree te worden betaald, maar wel wil hij ons graag vertellen over het woelige verleden van de nederzetting. Meermalen is de veste veroverd door een vijand. Deze sloopte dan het halve kasteel en herbouwde het in zijn eigen stijl. We zwerven over het grote terrein. De muren staan nog overeind maar van de bebouwing is weinig meer over. Aan de fundamenten kunnen afleiden waar de vertrekken zich hebben bevonden. We komen door meerdere poorten, waarvan de Moorse poort de meeste indruk maakt. We lopen binnen bij een museum waar oude gesteenten met tekst worden bewaard.
We springen weer op de scooter en snorren weer naar het camperterrein. De zon laat het in de middag afweten waardoor het maar frisjes aanvoelt.
Donderdag 22 januari
We blijven op het veldje aan de zee vandaag. We staan er prachtig en hebben geen enkele haast. Direct na het ontbijt ga ik met het ‘tonnetje’ op stap. Op de scooter rij ik naar een camperplaats waar een sani is. Als de klus is geklaard kunnen we weer een paar dagen vooruit. De lucht is overwegend blauw, de zon voelt aangenaam aan. Na de middag doen we de wandelschoenen aan en maken een stevige wandeling langs de kust. Het eerste stuk gaat over een fraai aangelegde boulevard met aan weerszijden palmbomen. De zee is rustiger dan de afgelopen dagen en laat z’n vertrouwde brandingrollers voorzichtig los op het strand. We passeren een historische toren. Ooit in de zestiende eeuw gebouwd om weerstand te kunnen bieden aan Algerijnse kapers, die geregeld op rooftocht waren.
We zien grote bouwkranen actief bezig bouwvakkers te ondersteunen die hard werken aan de zoveelste woontorens vlak langs de kust. Ze zijn aan drie tegelijk bezig. Volgens mij stoppen ze pas met bouwen als de kust van Barcelona tot aan Huelva volledig is dichtgebouwd. Overal waar je komt staan de woonreuzen fier overeind pensionadas, toeristen en plaatselijke belangstellenden onderdak te bieden. Een aangenaam klimaat en de zee op loopafstand, beter krijg je het niet.
Joke vindt onderweg opnieuw natuurlijke materialen die haar creativiteit aanwakkeren. In haar hoofd formeert ze alweer de mooiste bloemstukken.
Het is gewoon warm tijdens de wandeling. En dan te weten dat het in Veendam rond vriespunt is. We kijken elkaar aan en weten dat het weer een goede beslissing was om richting Spanje te gaan.
Vrijdag 23 januari
We blijven nog een dag op ons plekje aan zee. Opnieuw een zonnige dag met lekkere temperaturen. Wel blaast de wind z'n partijtje mee. In de middag stappen we weer op de scooter. Het oude El Puig de Santa Maria ligt een stukje landinwaarts en moet enkele bijzonderheden hebben. Na een korte rit parkeren we op een plein, waar een kermis wordt opgebouwd. De laatste zondag in januari wordt hier altijd een feest gevierd. Naast het plein rijzen de muren van een klooster. Het gebouw heeft een indrukwekkende opgang. Een lange trap die begint vanaf de straat gaat wel twee verdiepingen omhoog om bij de voorname toegangspoort te komen. We lopen om het gebouw heen en zien dat op de vier hoeken stevige torens zijn gebouwd. In plaats van een klooster had het ook een vesting kunnen zijn. Het dorp heeft enkele prachtige straten, waaraan statige huizen zijn gebouwd.
We willen ook nog bij de kasteelruïne kijken. Daarvoor klimmen we bij een heuvel op om er te komen. Enkele schamele resten moeten de toerist tevreden stellen. Hier en daar zijn nog wat steenresten te vinden. Op het eind van de rots staat nog een paar meter van wat ooit een verdedigingstoren is geweest. Wel hebben we een mooi uitzicht over het dorp en de kuststrook. Op de oostelijke horizon zien we de Middellandse zee glimmen in het zonlicht. We dwalen nog door enkele straten van het dorp. Dan zoeken we de scooter weer op. Terrassen zijn gesloten, evenals de winkels. Al zouden we willen, we kunnen hier niets kopen.
Terug bij de camper genieten we weer van de branding. Veel rustiger dan enkele dagen geleden rollen de golven voorzichtig het strand op.
Zaterdag 24 januari
Het is een koude en winderige dag. Storm Harry komt voorbij. Voor de westkust betekent dat veel regen, maar hier in het oosten blijft het droog en vrij zonnig. Wij hebben afscheid genomen van el Puig. Bij de officiële camperplaats hebben we het grijze water laten lopen en vers Spaans chloorwater getankt. Vanaf nu drinken we weer flessenwater. Onderweg kwamen we spontaan een Lidl tegen, dus hebben we de provisiekast weer tot boven toe gevuld. De camper hebben we uiteindelijk in Betera geparkeerd, net buiten de stad op een terrein waar ook vrachtwagens staan. We zijn mooi achteraan gaan staan waar we ver van dit alles uit de buurt zijn. Buiten zitten is met 12 graden geen optie, dus bekijken we het leven vanachter een raam. Een korte wandeling naar het centrum heeft ons een blik gegund op de beroemde kerk en het stadskasteel. Opvallend is dat de steden hier een uitgestorven indruk achterlaten. Geen winkel is open, op een paar na. Weinig mensen op straat, en het geheel maakt een ietwat sobere indruk. We hopen op de verdere rit toch wat gezelliger plaatsen aan te doen.
Zondag 25 januari
De dag dat we zouden golfen maar niet heus. Het zonnetje is er weer lekker bij en het is een stuk zachter dan gisteren. Wel blaast de wind nog windkracht 5. We genieten binnen van de koffie en zien een leger hondenbezitters ons natuurterrein intrekken. We gedogen het. Ik bel geruime tijd met mijn ernstig zieke broer. Na het eten gaat het gebeuren. Ik haal de golfschoenen uit de garage en breng de golftrolley in orde.
Maps laat ons een route langs een drukke weg lopen met eigenlijk geen ruimte voor voetgangers. Joke voorziet problemen en dringt aan op een alternatief. Na bestudering van de kaart kunnen we een pad volgen door een rustige buurt, maar deze is wel langer. We komen langs een sinaasappelplantage, wringen ons langs vervelende bosjes maar weten wel zonder kleerscheuren het golfterrein te bereiken.
Bij de toegang zit een stralende dame achter het loket. Is het mogelijk dat we hier de Pitch en Putt baan kunnen spelen, vraag ik schuchter. Zonder iets aan straling in te boeten is het antwoord 'nee, we zijn een privéclub' . Ik mompel nog iets van dat het niet uitmaakt of je nu privé of publiek bent, het spel wordt er niet anders door. Teleurgesteld wandelen we ons best leuke pad weer terug. In de namiddag settelen we ons buiten in de zon. Wel moeten we zo nu en dan een windvlaag 10 doorstaan, maar het eerste buitenmoment hebben we te pakken.
Maandag 26 januari
We hebben onze vlakte bij Betera weer verlaten. We trekken zuidelijker naar de stad Xativa. Onze reisfolder prijst de stad aan als bijzonder. Dat wil je mee maken natuurlijk. Op de ring van Valencia laat ik de lpg-flessen weer vullen, want de bodem was in zicht Een reeks koude nachten tijdens de reis heeft z'n prijs. Na een klein uur komen we aan bij ons einddoel. Parkeren doen we op een groot geasfalteerd terrein aan het begin van de stad.
In de middag gaat het gebeuren; we gaan kennismaken met deze Spaanse parel. Eerst lopen we wat onwennig en kriskras te zoeken. Het enige wat we zien zijn lelijke flatgebouwen en voorbij razend verkeer. Maar we zetten door en komen zo toch in het stadshart terecht. Heerlijke autovrije en autoluwe straten maken het bewonderen een stuk gemakkelijker. Winkels zijn uiteraard weer gesloten want omdat ze drie hete maanden in het jaar hebben, sluiten ze een heel jaar 's middags de winkel. Het mag de pret niet drukken, we passeren fraaie parkjes, leuke straten, opvallende gebouwen en een joekel van een kerk, met een mooie architectonische toren.
Via trapsteegjes gaan we omhoog en omlaag. Er zit leven in de stad, want overal lopen mensen, zijn de speelpleinen gevuld met kinderen en zwerven om ons heen, soms luid converserende, mensen al dan niet op hun telefoon. Van afstand bewonderen we het kasteel wat op een absurd hoge berg is gebouwd. Via maps weten we de camper uiteindelijk weer gemakkelijk terug te vinden.
Dinsdag 27 januari
Bij de Lidl vullen we nog even de boodschappen aan en dan verlaten we het fraaie stadje Xativa weer. Een korte rit door een prachtig landschap brengt ons in Villalonga. Direct na aankomst bereiden we ons voor op de voorgenomen wandeltocht door de kloof van de rivier de Serpis. Beiden eten we een boterham extra, want we beseffen dat we het straks hard nodig zullen hebben. Dan is het zover. Ik haal ons racemonster uit de garage en maak hem rijvaardig. Nog eenmaal kijken we elkaar aan met een blik van 'willen we dit echt'. Met een diepe zucht neemt Joke plaats op de buddyseat. Ik draai de gashendel open en met enig opspattend grint zoekt de machine z'n weg. De rit duurt nog geen 10 minuten maar bespaart ons wel 2 uur lopen.
We komen aan in de kloof. Onheilspellend stijgen hoge rotsen aan weerszijden omhoog. Ik gord mijn riem waaraan de heuptas bungelt om. Voedsel en water is onze eerste levensbehoefte als we straks diep in de kloof vast komen te zitten. Ook Joke bindt haar heuptas om. We zetten de eerste stappen richting de sterk stromende rivier. Het pad buigt scherp naar beneden en laat een mens zichzelf een nietig schepsel voelen. De hoge bergwanden nemen veel licht weg uit de kloof. Stilzwijgend banjeren we door. Luid water geklater trekt onze aandacht. Door de bomen zien we een spectaculaire waterval. Van grote hoogte stort het water van een zijrivier zich in de Serpis. We staan beduusd te kijken naar zoveel natuurgeweld. We vervolgens de tocht, nog dieper de kloof in. Vast besloten om ons doel te halen.
Na een paar kilometer lijkt het moeilijk begaanbare pad te stoppen. Joke ontdekt een doorgang in de berg. Inderdaad kunnen we via onderdoorgang de berg passeren. Nu komen we oog in oog te staan met de woestkolkende rivier. Rotsen proberen kansloos de stroom tegen te houden. Het levert bijzondere plaatjes op. Exact na anderhalf uur voort ploeteren bereiken we het keerpunt. Er volgen nu nog enkele steile beklimmingen maar na bijna drie uur zweten, weten we uitgeput de scooter weer te bereiken. Bij de camper zitten we buiten nog een tijd heerlijk in de zon. Dit avontuur zullen we niet snel vergeten.
Woensdag 28 januari
Vandaag hebben we een bezoek aan een zeer fraai klooster ingepland. De folder is lyrisch over de oudheidkundige schatten. Zowel Joke als ik zijn erg nieuwsgierig naar deze top bestemming. Nadat we 's ochtends de tijd wat hebben weg gelummeld is het dan in de middag zover dat we ons reisvaardig maken. Het weer is een stuk minder dan gisteren. De temperatuur blijft hangen op 15 graden, maar nog vervelender is de wind. Kracht 6 giert om ons heen en doet de camper meermaals schudden. Nog beroerder zijn de vlagen die kracht 10 kunnen halen.
Goed gekleed stappen we op de scooter. Door de straten van Villalonga is alles nog redelijk beheersbaar. Zoevend bereiken we het buitengebied. Niet veel later probeert de eerste vlaag mij uit balans te brengen. Zonder succes overigens. Ik heb het zweet op het voorhoofd staan, de ene hand aan het stuur geklemd, met de andere hou ik Joke zo goed mogelijk vast, zodat een krachtige windstoot haar niet een weiland verder deponeert. Het stukje autoweg vraagt de meeste concentratie. Zware auto's op vier wielen ervaren beduidend minder last, dan een dubbel bezette, lichtgewicht scootertje. Te vergelijken met David en Goliath. Opgelucht halen we het klooster. Het reisdoel zal ons een zekere bescherming hebben geboden.
Met een enthousiaste pas lopen we naar de ingang. Een zwaar hek in gesloten positie geeft ons een wat naar gevoel. Daarbij aangekomen blijkt deze muurvast te zitten. Een deurbel ontbreekt, wat op zich niet vreemd is voor een middeleeuws klooster. We beseffen dat de binnenzijde voor ons een gesloten boek zal blijven, maar de buitenkant valt ons niet te onthouden. We volgen een pad dat naar achteren leidt. Daar treffen we een olijfboomgaard aan. De natuur heeft er de laatste vijftig jaar haar gang mogen gaan, wat de ordelijkheid niet ten goede is gekomen.
We maken een korte wandeling door het ruime gebied. Als we weer richting het gebouw lopen,horen we een luid gekraak. Beiden draaien we ons om en zien een reusachtige oude boom het verliezen van de zoveelste stormvlaag. Op zich heel sierlijk stort het dorre hout ter aarde. De landing geeft vervolgens een harde dreun. We prijzen ons gelukkig dat we de landingsplek net voorbij waren. De wind heeft de smaak te pakken en blaast zonder moeite een tweede boom tegen de vlakte. We inspecteren onze nog te lopen route op niet meer fris uitziende bomen. Gelukkig staan deze allen voor ons aan de gunstige kant.
Wel krijgen we de schrik alsnog in de benen, als we weer bij onze snelle Jelle aankomen. Het arme machientje is ook te grazen genomen door de storm en ligt zielig op zijn zij. Ik help hem galant weer overeind, maar moet tot mijn treurnis vaststellen dat het mooie windscherm de val niet goed is bekomen. De rechterhoek is weggebroken en de scherven liggen nog op de plek van het neerkomen. Opnieuw wacht een gevecht met de elementen als we aan de terugreis beginnen. Maar ik hou de boel weer bijelkaar en kom met vrouw en een beschadigd scheur monster behouden aan bij ons camper huis
Donderdag 29 januari
Nadat we alles weer hebben ingeladen, vertrekken we uit het absoluut niet toeristische Villalonga. Het is een mooie rit tussen de sinaasappelbomen door. Ik heb een vermoeden dat deze vruchten aankomende zomer voor een prikkie te koop liggen bij ons in de supermarkt. Velden vol en de boompjes zuchten onder een megalast van oranjebollen. Halverwege maken we even een korte stop om het zwarte water te lozen. De gedoogplaats voor campers in het vredige Xabia hebben we uitgezocht, als nieuwe tijdelijke verblijfplaats.
Bij aankomst is het een en al camper. De plaats zelf staat volgepropt, allemaal keurig zij aan zij met een halve meter tussenruimte. Een camperaar is moeilijk te stoppen als hij iets in z'n hoofd heeft. De hele straat en de aanpalende zijstraten zijn in bezit genomen door de witte reuze dozen.
Joke ontwaart helemaal achteraan, weliswaar bij de vuilcontainers, een parkeerstrook waar nog maar 1 campertje op staat waar alle andere met een beetje passen en meten er twee op hebben weten te proppen. Bij aankomst zien we dat het inderdaad een klein modelletje is. Ik zeg tegen mijn lief, 'daar passen wij wel tussen'. Mijn lief is altijd voorzichtiger met het inschatten, wat ze dan ook als inbreng heeft. Maar het past, niet gemakkelijk, maar met steken en ophalen is nu ook de laatste plek bezet.
Helaas heeft het weer niet een gezellige middag voor ons in petto. Als we op het punt staan naar de zee te lopen, komt net een regenfront over. Na tien meter zijn we gekeerd en hebben de rest van de middag met de neus tegen het raam aangezeten. Als het tegen half zes warempel droog wordt, gaan we alsnog.
Een korte wandeling en we staan weer over de heerlijke, ruime en, niet onbelangrijk, windmolen-vrije zee te turen. Het strand ligt prachtig opgesloten tussen twee bergruggen, die diep de zee insteken. Wat kan de wereld toch mooi zijn. Op de terugweg kan ik Joke niet weghouden bij een boom met aparte vruchten. In haar gedachten zijn dit de parels op komende bloemstukken. Zo komen we met de handen vol weer terug bij de camper.
Vrijdag 30 januari
Gisteravond rond half negen zitten wij vredig in de camper onze dingen te doen. Joke probeert een voor haar veel te gemakkelijke puzzel op te lossen, ik ben aan het editen achter de laptop. Dan begint de telefoon van Joke plots keihard te loeien. We herkennen het geluid direct; het thuis alarm gaat af. Joke grijpt van schrik haar telefoon en stopt het alarm. Ondertussen heb ik mijn toestel gepakt en wil de beelden van de camera's bekijken. De buitencamera is offline en geeft geen beeld. Vreemd, want deze camera functioneert altijd. De binnencamera laat een kamer zien, waar niets gebeurd.
We kijken elkaar aan, wat nu? Joke belt Marge om te vragen of ze bij ons thuis is en het alarm perongeluk heeft laten afgaan. Plotsklaps ben ik ook het beeld van de binnen camera kwijt. Marge is gewoon thuis, dus hier klopt iets niet.
Ik bel buurman Jan met de vraag of hij bij ons huis wil kijken. Dat doet hij resoluut, samen met z'n vrouw Carin. Ze laten de lijn open, zodat wij alles meekrijgen. Zo hoor ik dat ze twee personen op ons erf zien, die op dat moment over het hek de straat opspringen. Jan geeft een paar beste brullen en de mannen rennen weg. Omdat we nog aan de lijn hangen, vraag ik hem 112 te bellen. Ondertussen heeft Joke Marge gevraagd om te gaan kijken. Als Jan en Carin rond het huis lopen om te zien of er sporen zijn, arriveren Marge en de politie gelijktijdig. Binnen 10 minuten na de oproep zijn de agenten ter plaatse, chapeau!
Marge heeft een sleutel en gaat met ene agent naar binnen, terwijl de ander met de auto door de buurt rijdt om eventueel de daders tegen het lijf te lopen.
Marge belt met Joke en meldt dat er een steen door een ruit is gegooid en dat het glas door de hele woonkamer ligt. De agent onderzoekt of er nog personen in de woning aanwezig zijn. De steen heeft ook schade aan het keukenblok veroorzaakt.
Marge vertelt ons dat de agenten een proces verbaal hebben opgesteld en haar gevraagd hebben om een glaszetter te bellen voor een noodreparatie. Morgenochtend zal de recherche komen voor sporenonderzoek. Gelukkig kan ze bij Jan en Carin even op adem komen en de glaszetter af te wachten. Overigens, zo vertelde ze, was het een hele toer om iemand te vinden. Ze heeft wel dertig nummers gebeld. Tegen half twaalf komt de man het kapotte glas met een noodreparatie herstellen. Ondertussen is een andere buurman, ook Jan, in de lucht gekomen of hij iets kan doen. We spreken af dat hij samen met Marge de glaszetter begeleidt.
Wij zitten machteloos in onze camper de zaken af te wachten. Gelukkig worden we uitvoerig op de hoogte gehouden door Jan en door Marge.
Vanochtend heeft Marge ons het vervolg meegedeeld. De recherche heeft een rapport opgesteld, sporen onderzocht en de gang van zaken uitgelegd. Als we met Marge door het huis lopen, via het beeld van haar telefoon, komen we tot de conclusie dat we niets vermissen. We kunnen een redelijke reconstructie maken van het gebeurde. De inbrekers zijn aan de lange zijde over het hek geklommen. Achter huis zijn ze in het licht van de schijnwerper gevangen, die daar ook speciaal voor deze situatie hangt. Omdat ze deze met geweld hebben kapot geslagen is er kortsluiting ontstaan waardoor de buitencamera uitviel.
Vervolgens hebben ze een steen gezocht (er liggen er genoeg) en door de ruit naar binnen gegooid. Via dat raam zijn ze naar binnen geglipt en hebben buiten het zichtveld van de binnencamera deze uitgeschakeld door de stekker eruit te halen. Waarschijnlijk hadden ze van buitenaf deze al in de smiezen. Daarbij zijn ze wel door het signaal van de alarmsensor gelopen met als gevolg dat deze afging. Ze hebben zich betrapt gevoeld en een weg naar buiten gezocht. Via de schuifpui is dat gelukt. Toen ze bij het hek waren, kwamen ze in beeld van Jan en Carin.
Via twee buurt-apps is de hele omgeving op de hoogte. Van alle kanten komt medeleven en verhalen wat ze hebben gezien of gehoord. Sommige hebben zelfs beelden van hun camerasysteem gegeven.
Vanmiddag zijn we gaan uitwaaien langs de kust van Xabia, hoewel er weinig wind staat. Bij de jachthaven zoeken we een terras op en bestellen we een drankje. Met de zon in ons gezicht laten we het gewone leven weer terugkomen. We genieten van de hoge rotsen en de inblauwe zee. De ergste schrik is weggezakt. Thuis draaien de camera's weer en staat het alarm weer op scherp. Meer kunnen we niet doen, thuis gaan zitten voegt daar niets aan toe.
We zetten onze overwintertrip voort, maar een stukje zorgeloosheid is verdwenen.
Zaterdag 31 januari
Het brood is bijna op. We staan nog steeds in Xabia langs een rustige weg geparkeerd met uitzicht op een mooi bloemenveld. De Lidl is niet ver weg. Meerdere camperbewoners zien we ons reispaleis passeren, de heenweg met luchtige tred, een lege boodschappentas onder de arm. Na een half uur keren ze terug. De noodzakelijke, en waarschijnlijk ook de minder noodzakelijke, boodschappen in de eigenlijk veel te kleine tas gestoken. De opgewekte pas is verdwenen, want zeulen met 20 kilo levensmiddelen is een hele uitdaging. Zodoende zijn we gewaarschuwd.
Als Joke en ik brood moeten halen, gaat dat altijd gepaard met aanvullende benodigdheden. Als al dat spul in de draagtas is geplaatst, is het een serieuze sportoefening geworden deze over een afstand van 100 meter te verplaatsen. En de Lidl is minstens hier 500 meter vandaan. Met de verkrampte gezichten van de volbeladen boodschaphalers langs onze camper in gedachten, stel ik Joke voor om met de scooter te gaan. Ik krijg verrassend genoeg geen tegenspraak. Op deze manier hebben wij ons verzekerd van voldoende draagvermogen op de terugreis. Het plan slaagt boven verwachting. Niet veel later kan ik de scooter voor de deur van onze reiswagen uitladen. Het meeste spul komt uit achterkoffer, maar onder de buddyseat zit ook nog het nodige.
Het is een stralende dag, waarop de zon na z'n opkomst tot z'n ondergang geen moment verstek laat gaan. Ideale dag om vanalles te ondernemen. Maar dat valt tegen, want vaak steekt er een onaangename harde wind bij op, zo ook vandaag. Kracht 6 houdt ons de rest van de ochtend binnen. In de middag wandelen we, met het haar strak naar achteren, naar de kust en de gezellige boulevard bij de jachthaven. De beschutte terrassen hebben een goede bezetting en er zijn veel mensen op straat. Dit zijn toch wel de momenten waar je van geniet. Uit de wind is het warm. De branding spuit het zeewater metershoog de rotsen op. Veel collega -senioren genieten mee van dit prachtige schouwspel. We dwalen wat rond over de ons inmiddels bekende plekken.
Weer op de basis wacht mij nog een klusje. Het indicatie lampje van het toilet is overgesprongen naar de kleur rood. In camperkringen weet men dan hoe laat het is. Ergens moet ik deponeren. Het mooie bloemetjes veld zit even in mijn overweging, maar niet lang. Vlakbij is een droge rivierbedding, best een interessante optie maar je wil niet gezien worden met een ton waarvan je de inhoud loost over de reling door de buurtbewoners. Dat geeft roddels.
Na raadpleging van de beschikbare bronnen kom ik erachter dat de dichtstbijzijnde officiële loosput op 6,5 kilometer afstand ligt. En op zo'n moment realiseer ik me weer hoe handig het is, dat ik bij vertrek mijn motorscooter in de garage van de camper heb geschoven. Dat was echt een heldere gedachte. Niet veel later race ik met 80 kilometer per uur over de doorgaande weg met een toiletton tussen mijn benen. Een flinke aantal rotondes later, sta ik bij de sani, die door door de gemeente is aangelegd. Geen parkeerterrein, gewoon een plek waar campers zich kunnen verfrissen. Flink wat kilo's lichter rij ik daarna in de tegenovergestelde richting. Gelukkig kom ik op tijd bij ons woonmobiel aan. Mijn vrouw heeft het zolang kunnen ophouden.
Zondag 1 februari
Xabia was voor ons een mooie halteplaats, maar het parkeervak langs de weg wordt ons nu te krap. Op de app P4N heb ik een plekje in het groen gespot in de buurt van Altea. Zenuwachtig leg ik het aan Joke voor. De nervositeit was nergens voor nodig, want bij het zien van de foto's krijg ik al groen licht van haar. We trekken dus weer van stad naar platteland . In Spanje zullen ze het vast anders noemen want het is geenszins plat, zoals we later gaan merken. Als ik bij de start de handrem eraf haal, begint het level systeem plots te reutelen. Verwachtingsvol grijp ik naar afstandsbediening en warempel deze geeft weer signaal Met een brede glimlach laat ik de automaat het voertuig in beweging zetten.
Maps heeft voor ons een prachtige route uitgezocht. Kronkelend rijden we door een berg en heuvellandschap met de meest wonderlijke situaties onderweg. We komen een huifkar tegen met vier paarden ervoor en drie erachter. Waar ben je bang voor, denk ik dan. Het is zondag, dus zijn alle wielrenners weer losgelaten. Van een solist tot een half dorp, we komen ze in alle aantallen tegen.
We bereiken onze nieuwe adres. Er zijn door de Spanjaarden nieuwe wegen door een brok natuur aangelegd. Hieraan zijn op een heuvel grote parkeervakken toegevoegd. Verderop loopt de weg dood en een rotonde stuurt je dan terug. Staand in zo'n parkeervak vragen we ons af wat deze weg voor nut heeft. Gelet op de gretige bouwnijverheid overal langs de kust, wagen wij ons aan de conclusie dat ook hier grootse appartement gebouwen zullen verrijzen. Voor de onschuldige camperaar is het gunstig dat Spaanse planningen over heel veel jaren kunnen uitlopen. De stelpoten zijn inderdaad genezen van hun kwaal en zetten ons bezit weer prachtig in evenwicht. Wij staan prachtig. Een buitenlander vertrekt, even later wordt z'n plek ingenomen door een Nederlandse woonmobiel. Samen met de Nederlanders die er al stonden, hebben een vaderlandse kolonie gesticht op deze berg.
Wie op het idee is gekomen, weet ik niet meer, maar we gaan een voettocht naar de zee ondernemen. Onze buurman heeft de hint gegeven dat ietsje verderop een trap je naar de zee brengt. Overmoedig lopen we de aangegeven richting op. Al na de eerste rotonde, ben ik echter de mondeling overgedragen aanwijzingen flink aan het husselen. De weg die we onterecht nemen loopt steil naar beneden. Onderaan komen we voor een hek te staan, waarachter een jachthaven een vredig bestaan leidt. Even nog zoeken we wanhopig naar een gat in de verdediging, maar uiteindelijk rest ons geen andere oplossing dat dezelfde weg weer terug te gaan.
De steilte werkt ons nu tegen. Naar adem snakkend komen we boven. Na analyse vermoed ik nu de juiste opgegeven weg. Opnieuw dalen we bijna rechtstandig naar beneden. Beneden komen we opnieuw voor stevig smeedwerk te staan. De zee kunnen we door de bomen zien. De martelgang terug naar boven doorstaan we ternauwernood.
Een onopvallend zijpad trekt onze interesse. Aangezien deze vlak loopt durven we het wel aan. Joke komt als eerste aan op het eindpunt. Ze ziet een trap naar beneden lopen en merkt op dat de buurman deze ook in zijn beschrijving had. Hoopvol, bijna zeker, dalen we de eindeloze trap af. Hier en daar een knikje maar iedere vorm van versperring ontbreekt. Blij en tevreden staan we op een smal grint strand. Zowel naar links als naar rechts liggen nu de mogelijkheden voor het oprapen. We slenteren door de knerpende grintlaag. Een klein eilandje in de zee biedt onze fantasie de kans om los te gaan. Meerdere hondenuitlaters delen de smalle kuststrook met ons.
We halen de buitengrens van Altea en staan zelfs even op een fraai klooster terrein. Op de weg terug is nu de trap de uitdaging. Nooit geweten dat een trap zoveel treden kan hebben. Maar inmiddels getraind in onmogelijke hellingen weten we boven te komen. Bij de camper geven we de zon volop de kans ons nog heerlijk anderhalf uur te beschijnen., terwijl wij ondertussen genieten van vers gezette koffie. Tussen kopje 1 en kopje 2 rost Joke haar haren schoon, zodat haar kapsel weer de beoogde vorm kan aannemen.
Maandag 2 februari
We hebben een uitje naar Altea. In de ochtend heb ik mijn eerste vakantieboek uitgelezen met de titel 'Imperium USA'. Zware kost, niet voor geschikt voor goedgelovigen. Na zoveel informatie over de zwarte kant van het leven, verdien je luchtigheid. Joke doorziet dat als geen ander, dus heeft ze een leuk tripje georganiseerd. Ik informeer voorzichtig naar het vervoer. Mijn vrees komt uit, het worden de wandelschoenen. Als we van start gaan staan er vijf campers op onze domicilie, gevestigd op een heuveltop in de natuur. Ik mag het reisdoel weten, het wordt de boulevard van Altea.
Van mij wordt stevig doorstappen verwacht. Het eerste stuk van het lastige wandelpad kennen we van gisteren. Zonder eerst de twee foute wegen in te lopen, bereiken we de trap. Naar beneden gaat weer ouderwets gemakkelijk. We bereiken de open, vrije zee. Er staat meer wind dan gisteren, wat resulteert in een heftiger golfslag. In krap 20 minuten zijn erbij de eerste bebouwing. Een record. Vanaf hier is de route maagdelijk voor ons. In de verte zien we een grote kerk boven alle huizen uitsteken. Daar is ongetwijfeld het centrum en ons einddoel. We komen langs een drukke weg te lopen, met onophoudelijk voorbij tuffend verkeer. Het is duidelijk niet ons favoriete deel. Gelukkig kunnen we de herrie aan de veroorzakers laten en via een zijstraat weer terug naar de stille kuststrook.
We zijn bij het begin van de boulevard. Een dubbele rij palmbomen verraadt de hele lengte. Het is gezellig druk. Als eerste attractie krijgen we de onmisbare Afrikaanse verkoper te zien, die z'n handeltje wil slijten. Vandaag zijn het damestassen. We horen de man tegen een geïnteresseerde oudere dame zeggen, dat het model waar ze belangstelling voor heeft net twee dagen in de collectie zit. Of ze erin tuint weten we niet wat mijn missie gaat verder. Vrijwel alle terrassen zijn open en hebben redelijk wat belangstelling. Joke heeft een alleraardigst barretje gevonden. Dit wordt het keerpunt en is eerst onze pleisterplaats. Ik wil neerstrijken op een bank met super zachte kussens, maar mijn schat heeft een ander idee. De wat meer Spartaanse stoelen erachter worden onze zitplaats. Groene thee en cola is de keuze, en deze valt heerlijk naar binnen want een uur lopen maakt dorstig.
Na een half uur is de pauze voorbij en krijg ik te horen dat we weer gaan bewegen. De neus staat nu in de andere richting. Als alternatief weten we een mooi romantisch pad door de rivierbedding te vinden. De zon heeft vanmorgen uitbundig geschenen, maar gedurende ons uitstapje geeft hij niet thuis. Maar de stevige tred zorgt ervoor dat we niets aan warmte tekort komen. Na een tijd bereiken we weer die vervelende trap, die we wel moeten nemen om ons huisje op wielen te kunnen bereiken. Als we thuis komen zijn de vier andere campers er allemaal vandoor gegaan, zodat we vannacht in ons eentje de heuveltop moeten verdedigen.
Dinsdag 3 februari
Het is heerlijk rustig gebleven op onze heuvel. We ontwaken in luxe. De zon schijnt op de reusachtige rotsachtige bergtoppen, terwijl zangvogels ons in alle liefde toezingen. Na de koffie gaan we rijden. We zijn hoognodig een service station nodig. Drinkwater is op anderhalf liter na op, het grijze water zit tot aan het deksel en ons knus wc'tje toont sinds vanochtend vroeg alweer rood. De enige mogelijkheid in de wijde omgeving is een officiële camperplaats in de buurt van Benidorm. Rijkswaterstaat stuurt ons in Altea van de hoofdweg af. Maps berekend razendsnel een alternatief. Vol vertrouwen volg ik de aanwijzingen.
Op zeker moment word ik een paadje opgestuurd, die mij pas na drie keer kijken opvalt. Weerszijden van dit geitenpaadje is een muurtje gebouwd. Eigenlijk zijn we nu een soort tram. Wat enigszins een lastig punt kan zijn, is dat dit weggetje niet aan 1 richting doet. Wel rijden we weer door sinaasappel velden. De overrijpe vruchten hangen trots te glimmen en willen best wel geplukt worden. Althans volgens mij. Als we bijna het drie-meter-pad kunnen verlaten, krijgen we een tegenligger. Een toevallige verbreding lost dit moeiteloos op. Als het gas er weer lekker op zit, meldt zich nummer twee. Dit keer biedt het pad niet de oplossing. Als een echte heer in het verkeer rij ik terug naar de vorige passeer plaats.
We komen op de service plek. Het eerste wat opvalt is een levensgroot bord met daarop het woord 'Full' geschilderd. Nu is een nachtplek niet onze wens, dus rijden we het terrein op. De eigenaar is een Nederlander. De meeste campers in de vakken komen dan ook uit ons land met hier en daar een Belg. Deze mensen staan hier minstens een maand en hebben als het ware een dorpsgemeenschap gevormd. Maar ik kan en mag doen, wat ik wilde doen. De tocht gaat verder naar de uitgezochte standplaats. We komen aan op een groot, maar leeg, parkeerterrein. Het is allemaal beton en steen met saaie bebouwing als decor. Kort overleg is voldoende om de plaats te diskwalificeren. Het nieuwe reisdoel wordt Sant Joan d'Alicante. Een leuk terreintje met het nodige groen, tenminste volgens de foto's.
Als we aankomen is het niet helemaal duidelijk waar de toegang ligt. Ook maps laat het afweten. Maar Joke haar nieuwe ogen zijn scherp. Via een bedrijfsterrein komen we op het achterliggende gebied, waar wat parkeervakken zijn afgetekend. Verder helemaal leeg, dus plaats zat. De camper komt achteraan te staan, waar we mooi in het groen kunnen verblijven. Alicante is 10 kilometer verderop. De middag is nog jong. De scooter staat in de garage. Alles bijelkaar betekent dit dat we naar het centrum van deze stad gaan. Even later snorren we tussen druk stadsverkeer naar een speciale motor parkeerplaats in het stadshart. Met verbazing zien we overdadige jachten in de haven liggen, als we op de boulevard lopen te flaneren. We dwalen heerlijk door autovrije winkelstraten en lopen te watertanden van overheerlijke bakkers producten in menige etalage. Tenminste ik.
Uiteindelijk strijken we neer in een luxe bakkers zaak waar je ook koffie kan drinken. Ik bestel twee coffee Americano en loop met de ober naar de vitrine kast om een weldadig lekker gebak uit te zoeken. Nu is er een legende van een klant die bij een kok een bord soep besteld. De klant zegt dat hij er zoveel ducaten voor betaald als de kok vet-ogen in de soep weet te krijgen. De kok glundert en ziet in het opgeschepte bord minstens honderd ringen. Maar hebberigheid loont niet. Hij voegt nog een paar lepels vet toe in de veronderstelling dat hij rijk wordt van deze opdracht. Als hij vol verwachting het bord bij de klant neerzet, ziet hij tot zijn schrik, dat het laatste drupje vet ervoor gezorgd heeft dat de bovenlaag zich tot 1 groot oog heeft gevormd. De klant betaalt 1 ducaat en geniet van z'n soep. Ik loop als de kok langs de vitrine en wil een zo lekker mogelijk stuk gebak scoren. Een hele grote vierkante is mijn keus. Als deze wordt opgediend blijkt het een soort uitsmijter te zijn waarvan het brood is dubbel geklapt. Ook lekker maar geen heerlijk zoete taart.
We racen weer terug naar de camper die op het eenzame pleintje braaf staat te wachten.
Woensdag 4 februari
Het zit niet altijd mee in het leven. Als het je gegund wordt om met een lieve vrouw in een mooie camper maanden lang door Spanje te kunnen trekken in een heerlijk zacht klimaat, terwijl het thuis vriest dat het kraakt, ben je misschien wel de laatste die zich hierover mag beklagen. Maar volgens mij is inmiddels iedereen geweest, dus als laatste neem ik nu het woord. Eind vorig jaar hebben we besloten weer naar Spanje te gaan. Een paar plekken die we op onze eerste reis hebben bezocht, wilden we absoluut weer aandoen.
De mooiste van die plekken is het schitterende natuurterrein bij Elche. Grote zandvlaktes, midden in de natuur, verdeeld over meerdere plateaus. Een korte wandeling brengt je daar bij een prachtige waterval bij een stuwmeer. Dat is een plek waar je dagenlang wilt staan, wat vorig jaar niet lukte want na drie dagen was de accu leeg en moesten we wel vertrekken. Dat overkomt ons geen tweede keer, hebben we elkaar belooft. Afgelopen zomer heb ik de zonne energie laten vervijfvoudigen, zodat bij gering verbruik, de accu altijd genoeg spanning heeft. De afgelopen dagen zat de sfeer er goed in: 'Binnenkort staan we weer in Elche' kon het humeur op geen enkele wijze stukslaan.
Vanmorgen staan we in de supermarkt van Sant Joan waar Joke de kar wil afladen met levensmiddelen, zodat dat geen reden zou worden voor een versneld vertrek. Ik merk op dat de stad Elche ook een Lidl heeft en wij een scooter. Mijn opmerking heeft succes en al het dubbele spul gaat weer terug in het rek. De rit naar ons natuurschoon duurt maar kort, nog geen half uur. Maar voor ons gevoel doen we er uren over. Het laatste stuk is onverhard en voorzichtig naderen we het terrein. Het eerste wat ons opvalt is het grote aantal campers wat zich al heeft geïnstalleerd. Als we ietsje verder rijden, zien we zelfs caravans staan met de trekauto er trots naast geparkeerd. Zo druk was het een jaar geleden niet. Maar zoals al eerder gezegd, het terrein is heel groot. Altijd plaats voor iedereen. De plek van de vorige keer is al bezet, maar een plateau lager parkeer ik naast een andere Niesmann Bischoff. De stelpoten gaan uit, we hebben het gevoel van 'thuiskomen' .
Het is na twaalfen, dus de borden komen op tafel. Joke kijkt door het voorraam en ziet een politieauto voorbij rijden. Doen ze vaker, om te kijken of alles een beetje normaal verloopt. We verliezen de wagen uit het oog en veronderstellen dat deze weer het terrein heeft verlaten. Als ik mijn tanden zet in een boterham met pindakaas, zie ik dat de buren staan te praten met een agent. Zijn toch niet weggereden. Het gesprek heeft geen vrolijk onderwerp, lees ik van de gezichten af. Uiteindelijk loopt de meneer met uniform verder en meldt zich op het bovenste plateau. Na wat aarzelen, komt buurman naar mijn raam toe gelopen. Ik open deze, want dan kan ik hem beter verstaan. Op dit terrein mag niet worden overnacht, en alle kampeermiddelen moeten voor de avond weg zijn.
Buurman is een Vlaamse Belg en heeft het verzoek gekregen dit aan het Nederlandstalige deel van de kampbewoners te melden. Nu had ik een dergelijk verzoek geweigerd, want daar worden we niet voor betaald, maar goed aan de stem en gezichtsplooien begrijp ik de ernst. Ik weet uit reviews dat een heel enkele keer, als het de gemeente te gek wordt, een dergelijke actie vaker wordt uitgevoerd, maar nu net een half uur na onze aankomst, ervaren we toch wel als erg wreed. Na de lunch kiezen we voor wijsheid en laten de pracht locatie achter ons. We installeren ons op een groot plein in een naburige stad. Als ik later op de middag kijk is het hier erg druk geworden met campers. Velen zullen ook ongetwijfeld het slachtoffer zijn geweest van de schoonveegactie.
De ellende is nog niet teneinde. De hele middag is het blijven regenen, zodat we geen stap buiten hebben kunnen doen. En omdat het toch al lekker gaat, is ook de tracker weer uitgevallen. Gelukkig komt er na vandaag weer een nieuwe morgen.
Donderdag 5 februari
Mooi weer gaat hier altijd een gepaard met harde wind. Een egaal blauwe hemel, volop schijnende zon en dan voegt het weersysteem daar windkracht 6 tot 8 aan toe. Van ons had dat echt niet gehoeven. Maar de temperatuur is vandaag ruim boven de 20 graden, zodat de wind zacht aanvoelt.
Ik heb een aantal spontane ontmoetingen. Gewoon met Nederlanders. Wij komen in deze hoek van Spanje heel erg vaak voor. Gisteren toen we uit het natuurpark werden gejaagd, kwam een man naar mij toe, terwijl ik al klaar zat om weg te rijden. Hij had mij en de camper herkend van de vlogs. Na kennismaking vertelde hij hoe ik de deur met het slap hangende handvat kon repareren. Zonder politie ingrijpen had hij me graag willen helpen want hij had dit al eens bij de hand gehad.
Vanmorgen komen twee landgenoten naar me toe met een vraag over een camperplaats hier in de buurt. De eigenaar was ooit eens de ster geweest in het programma 'Ik vertrek'. Zelf hebben ze geen camper maar ze wilden het stel een hart onder de riem steken omdat de tv beelden hadden laten zien dat ze de nodige tegenslag hadden gehad.
Ook mijn nieuwe buurman spreekt gewoon onze taal. Met een stoere 4x4 camper zijn ze net terug uit Marokko. De techniek laat hun in de steek want niet alles functioneert meer in het wagentje.
Na dit geleuter is het tijd voor actie. Ik haal de wandelschoenen uit de garage en voorzien van proviand trekken we de bergen in. Nu is de stijging en de daling van het pad niet iets waar we van schrikken. Eigenlijk zijn de bergen heuvels. Wel wanen we ons alleen in een onmetelijke stuk natuur. De route laat ons een acht lopen. We werken ons langs opengescheurde paden, waar losse stenen een extra hindernis zijn. Omdat het ook nogal naar beneden gaat, moeten we stinkend ons best doen om de balans te houden. Gelukkig raakt niemand van de missie gewond.
We komen bij het kruispunt waar we als we de tweede lus ook hebben gelopen weer zouden moeten uitkomen. Maar we zien niet een pad die dat zou moeten realiseren. Om ons niet te laten vastlopen spreken we af dat we halverwege lus twee gewoon gaan omkeren. We komen langs velden vol met bloeiende bloemen. Diverse struiken staan volop in bloei met een betoverende schoonheid. Even dreigt regen roet in het eten te gooien maar na een paar druppels veegt windkracht 7 de lucht weer schoon. Wel levert deze combinatie een regenboog op, die in de bergen toch anders lijkt dan bij ons op het platteland.
Zonder ongemak, zoals een luchtaanval van een adelaar of een venijnige beet van een sissende slang, weten we weer de bewoonde wereld te bereiken. Een groot infobord wijst ons op deze mogelijkheden toch blijft Joke rustig doorlopen, dus volg ik maar.
Na zo'n drie uur in de rimboe te hebben om gezworven, vinden we het tijd voor koffie worden. Niets gaat boven de eigen gezette prut, waardoor we de motivatie gevonden hebben om de camper weer op te zoeken.
Vrijdag 6 februari
We staan inmiddels twee nachten in Aspe, maar we hebben van de plaats eigenlijk nog niets gezien. Daar gaat vandaag verandering in komen. Na de middag, en na de thee, trekken we erop uit. Het centrum is maar een paar minuten lopen. De eerste aanblik geeft een beeld van een saai stadje met recht toe, recht aan wegen. Maar de eerste blik heeft nu eens een keer ongelijk. We lopen langs een parkje met een kneuterig beeld in de midden. Een in oosterse stijl gebouwd pand vertelt ons dat deze in 1930 is verrezen. Toen waren de Moren al lang en breed verslagen, zodat zij niet als bedenkers kunnen worden aangewezen. Joke ontdekt de kerk, dat betekent dat we ons in het centrum bevinden.
Meteen zijn de straten smal en bochtig geworden. De huizen zijn in pastelkleuren geverfd. Aan de panden hangen leuke ijzeren balkons. We slenteren door het mysterieuze doolhof van nauwe steegjes en krappe pleintjes. We ontwaren zelfs twee poorten, waarvan 1 een heel bijzondere uitvoering heeft. Uiteindelijk bereiken we weer het park en dan blijkt dat het beeld het midden van een niet werkende fontein voorsteld. We hebben genoeg gezien. Uiteraard zijn alle winkels weer dicht en gaan ze pas om vijf uur open. We zullen toch een keer moeten toegeven aan deze cultuur omdat we anders alleen maar gesloten zaken gaan aantreffen in al de maanden dat we hier zijn.
De accu van de scooter had er vanmorgen geen zin in. Ik wilde weer zwart water kwijt bij een camperplaats vijf kilometer verderop. Maar twee zachte kreunen was alles wat de energiebron wist te presteren, daarna was het stil. Met de aantrap-as moest ik 10 maal stevig uithalen om de paardenkrachten aan het werk te krijgen. Nu hadden we gisteren een motorzaak gezien en Joke kwam op het idee, dat ze daar wellicht deze dingen verkopen. Zo stap ik na een flinke regenbui, die de temperatuur vijf graden naar beneden bijstelde, goedgemutst naar dit bedrijf. De verkoper schudt stevig zijn hoofd op de vraag of hij Engels spreekt. Ik laat hem de gegevens van de accu zien die ik nodig ben. Hij begrijpt wat ik wil, namelijk een 'batterie'. Hij voert iets op de computer in en laat een ander bedrijf zien. Ook in Aspe en niet heel ver weg. Hij kan me niet helpen maar dat andere bedrijf zeker wel. Nadat hij op de kaart van maps de exacte positie heeft aangewezen, kan ik weer op pad. Even later sta ik voor een gesloten pand. Als ze dan afwijkend willen zijn met hun tijden, laat ze het dan allemaal doen.
Als ik bijna bij de camper ben, valt iets vreemds op. Joke merkte eerder al op dat de parkeerplaats, waar we staan, wel erg leeg wordt. Ik zie nu dranghekken verschijnen, de straat wordt afgesloten en er worden borden geplaatst met een parkeerverbod.
Morgen ga ik overdag naar een golfbaan, als de camper dan verplaatst moet worden in verband met een markt of zoiets, hebben we een probleem. Dan kan het beter nu. We kiezen voor een verderop gelegen dorp, omdat we Aspe wel gezien hebben. Tegen zessen rijden we weg. Tot mijn verrassing moeten we over een stuk snelweg. Na aankomst controleer ik de route die ik met de scooter moet rijden morgen naar de golfbaan. Mijn vrees komt uit. Vanaf deze plaats moet ik met de golf materialen tussen mijn benen ruim een kilometer over de snelweg.
Zaterdag 7 februari
Voor mij een sportief dagje, voor Joke een heerlijke rustdag. Ik heb gereserveerd op de golfbaan, tenminste dat denk ik. Joke blijft in Orito de boel bewaken. Al vroeg gaat de scooter naar buiten. Nadat alle noodzakelijke spullen verzameld zijn, probeer ik het werkpaard te starten. Deze weigert (alweer). Een paar vinnige uithalen op de kickstart doet het machientje toch besluiten te gaan pruttelen. Tussen mijn benen bevinden zich een golftas en golfkar. Samengebonden met een elastiek. Omdat het niet super comfortabel rijdt en stuurt, doe ik het rustig aan. Maps matst me. Gisteren liet hij me schrikken met een stuk snelweg, vanochtend lijkt zelfs dit het navigatiesysteem te ver gaan. Er is een mooi plattelands weggetje gevonden.
Mijn reservering is niet aangekomen. Deze boodschap krijg ik van de juffrouw, waar ik door de administrateur naar toe ben verwezen, na eerst een kwartier op hem te hebben zitten wachten. Geen probleem, ik kan om 11 uur starten met een Fins echtpaar. Het behoorlijk heuvelachtig terrein sloopt ons alle drie. Waar we eerst uitvoerig informatie uitwisselen, is het de laatste holes bijzonder stil. De scooter brengt me weer bij de camper.
We besluiten daarna door te rijden naar Elche. We kunnen dan nog boodschappen halen, want zondags is de boel hier dicht. Ook hebben we een wasmachine nodig en niet onbelangrijk in Elx staat een grote motorzaak. Ik verwacht daar mijn accu te kunnen kopen. Het is een kort ritje. We parkeren op een zandterrein naast het politiebureau. Plek zat en dichtbij de supermarkt.
's Avonds is het parkje voor ons prachtige verlicht. In Elx staan meer palmbomen, dan in de rest van Spanje bijelkaar. Een warm licht zet een hele rij palmbomen in een gouden glans. En dat 10 meter voor onze neus.
Zondag 8 februari
De wasmand zit vol. P4N verklapt ons zonder gêne waar deze gedaan kan worden op zondag. Ons werkpaard wordt van stal gehaald. Terwijl Joke het aanwezige textiel nauwkeurig onderzoekt of ze nu de pineut zijn of bij een volgende ronde, zadel ik het paard op. Even later zien de inwoners van Elche een man en een vrouw op een scooter door hun stad scheuren, waarbij hij tussen z'n benen angstvallig een boordevolle tas met wasgoed klemt.
Zondag is niet echt een wasdag in deze streken. De wasserette heeft tot nu geen volk getrokken, hoewel ik dat niet kan weten. Als wij arriveren is het er uitgestorven. Wij leggen meteen beslag op twee van de drie machines, die voor de verandering alleen maar met 5 losse munten van 1 euro bereid zijn aan de slag te gaan. Maar ze schieten wel op. Slechts 25 minuten later mag de deur al weer open. Nu is de reuze droger aan de beurt. Een bescheidener type want met 3 munten gaat deze met de hele was aan het werk op 60 graden. Joke is tevreden over het resultaat. Dan ik ook.
Omdat de tijd alleszins meevalt, knopen we er een bezoek aan het gemeentelijk park achteraan. Opnieuw wordt van de diensten van onze trouwe vriend gebruik gemaakt om een afstand van 4 kilometer te overbruggen. Uiteraard is het een palmenpark. In heel Elche staan meer palmbomen dan in de rest van Spanje bijelkaar. In dit park zijn allerlei leuke elementen neer gezet. Hiervan is een deel fantasierijke fonteinen. Maar ook een toren, een twijfelachtige boeddhist, een muziekkoepel, een borstbeeld van een zeer belangrijk persoon en nog andere zaken staan op gepaste afstand van elkaar.
We wandelen rustig langs deze ornamenten als Joke verondersteld een drumband te horen. Na talloze jaren trekt dit nog steeds. We gaan op onderzoek uit en treffen aan de overzijde een uitgelaten gezelschap in een zaal aan, waar een klein orkest de sfeer er in houdt door vlotte muziek te spelen. Overigens is, waarschijnlijk wegens ruimtegebrek, het muziekgezelschap buiten onder een afdak geplaatst.
Maandag 9 februari
Goedgemutst gaan wij op zakenreis. Ik wil ongeveer 30 liter lpg kopen en we zoeken een service station voor wat water af- en aanvoer. Lpg is geen probleem, ik ga in op de vrij prijzige aanbieding van Shell. Voor 91 cent per liter pers ik de beide flessen weer vol. Ietsje verderop is een camperplaats waar we wat service willen kopen. Bij aankomst zien we dat het meer weg heeft van een fort. Zware gesloten hekken, een dichte muur, en een bescheiden intercommetje aan de gevel. Onze informant heeft ons verteld dat de bewoners alleen maar Frans spreken. Dat belooft nog wat, zucht ik tegen Joke. Gelukkig zijn er meer aanbieders van service-genot.
Nog weer een paar kilometer verderop zit een concurrent. Hier voelt het zo onwelkom, dat we besluiten daar dan maar zaken te gaan doen. We worden door maps totaal onnodig over een slecht en smal laantje gestuurd, want die komt op dezelfde rotonde uit als de hoofdweg. We kruipen over het smalle pad naar ons doel, maar zien hier de campers al van ver staan. Van deze openheid houden wij. We staan nog niet stil of de eigenaresse komt al naar ons toe. Dat is wat anders dan een intercom.
Wij willen graag wat services van u kopen. Zo openen wij voorzichtig de onderhandeling. De dame blijkt een Nederlandse te zijn want in heldere taal zegt ze dat ze geen enkele medewerking aan ons verzoek wil geven. De service hier is alleen voor gasten. Dan heb je een onderneming om geld te verdienen aan campers en stuur je potentiële klanten gewoon weg, terwijl de waterslang op een meter afstand hangt. Met sommige mensen zal het nooit wat worden.
We wagen vandaag een tweede poging om om het fraaie natuurterrein bij Elche te gaan staan. Bij aankomst zien we dat we niet de eersten zijn. De politie charge is al weer een paar dagen geleden. Op het terrein staan enkele campers. We rijden naar de plek van vorig jaar, want deze is vrij en geeft een mooi uitzicht. Alls ik mijn boterham met pindakaas eet, kijk ik schuchter om me heen. Op zo'n moment wil er nog wel eens een agent op ploppen, heeft de ervaring van vorige week geleerd. Geen blauw te zien, in geen velden of wegen.
Ook in het verdere verloop van de dag zien we niets verdachts. Op het laatst raken we geheel ontspannen en vergeten zelfs regelmatig naar de ingang te loeren. Het is prachtig weer, volop zon aan een wolkenloze hemel. De twintig graden wordt ruim overschreden. Korte broek en mouwloos shirt zijn niet voor niets ingepakt. Languit in onze luxe stoelen wentelen we heerlijk in de zon en doen allerlei onbelangrijke dingen.
Dinsdag 10 februari
De dag begint mooi en onschuldig. Wij ontwaken in alle vrijheid op een bijzonder mooie plek. Na het ontbijt doen we altijd kleine klusjes. Joke staat buiten om alle herinneringen aan gisteren uit de deurmat te kloppen. Dan verschijnt, uit het niets, ineens een politieauto. Slechts weinig camperaars hebben de neus buiten de deur gestoken op dit voor pensionada's nog wel vroege uur. Daarom is Joke als eerste aan de beurt. Twee man sterk lopen ze naar mijn echt niet grote vrouw. Er volgt een woordenwisseling waar digitale techniek een grote rol speelt want in Spanje spreekt men alleen maar Spaans. En wij niet.
Ze hoeven eigenlijk ook niets te zeggen want hun boodschap reist met het gezag mee. Best wel teleurgesteld zetten we ons aan de koffie. Als we daar al vergevorderd mee zijn verschijnen de blauwe mannen opnieuw. De rest is ook wakker en nu hebben ze meer aandacht. Nummerplaten worden op de foto gezet, waarschijnlijk niet omdat het een hobby is van de kleinste agent.
Joke stelt voor dat we de prachtige wandeling naar de waterval bij de stuwdam gaan maken. We hebben tenslotte het bevel gekregen dat we vandaag weg moeten, en de dag is nog jong.
Het wordt weer een fantastisch mooie voettocht. Het paadje is krap en slingert zich tussen de palmen en grote riet gewassen door. Er zitten stevige klimpartijen bij. Hier en daar wordt hulp geboden bij het klimmen doordat een ijverige Spanjaard een soort van treden in de rots heeft gehakt. Onderweg passeren we stroomversnellingen en kleine watervallen. De palmbomen en de zon maken de tocht tropisch. De temperatuur heeft al de 25 graden bereikt en mijn zweetklieren worden automatisch aangezet. We komen aan bij het stuwmeer. Over de dam stort onafgebroken het water naar beneden. Een grote rotspartij vangt de eerste klappen op. Met als resultaat dat het water over wel tien verschillende routes zijn weg naar beneden vindt. Een tijd lang staan we stil te genieten hoe mooi de (geholpen) natuur kan zijn.
Vroeg in de middag rijden we weg. We zijn klaar met het toneelstuk rondom het natuurgebied. De reis gaat verder naar het zuiden. Ik parkeer de camper in Dolores op een terrein wat tegen een park aanligt. Spaanser dan deze plaats wordt het niet. Ondanks mooie namen als Barcelona en Valencia redden deze het niet tegen het mystieke 'Dolores'.
Woensdag 11 februari
Door onvoldoende voorbereiding heb ik zestig euro verspeeld. Deze keer niet eens in het casino. Ook Dolores mag ik niets verwijten, zij staat er geheel buiten. Hoe de steel danwel in de vork zit, ga ik toelichten. De laatste tijd start ons werkpaard, alias de motorscooter, maar beroerd. Wanneer het ding enige tijd heeft mogen rusten, is er geen power genoeg om bij het omdraaien van de contactsleutel een fris en prettig reutelend geluid voort te brengen. Uit ervaring weet ik dat de accu de zwakke schakel is in dit proces. Al eerder heb ik beschreven hoe ik de jacht op een vervangend model heb ingezet.
Toen ik met Joke maandagmiddag nog vrolijk en niets vermoedend verbleef in het natuurgebied bij Elche ben ik met de type aanduiding op zak op de scooter, die via de kickstart aan is geslingerd, naar een motorzaak in het centrum gereden. De winkel wordt beheerd door een ouder echtpaar. Geen woord over de grens sprekend hoorden ze mij aan. Ik wist desondanks aan ze duidelijk te maken wat mijn boodschap was. Ik beheers een enkel Spaans woord waarvan 'Bateria' er nu 1 is. Daarnaast toon ik manmoedig het type nummer met het scherm van mijn telefoon. Het lijkt goed te gaan.
De vrouw, met wie ik de transactie was opgestart, verdwijnt naar een speciale hoek en komt met twee exemplaren weer terug. Deze zijn duidelijk niet gelijk aan elkaar. Haar motivatie om met deze twee aan te komen zetten, ontgaat mij. Zoals ik zei, ik beheers slechts enkele woorden. De man wordt erbij geroepen en deze wijst, na het lezen van het type nummer, resoluut naar 1 van de twee. Hier ga ik ongelooflijk de mist in. Ik vertrouw op de kennis van een oude, door de wol geverfde, kenner die al jaren een motorzaak runt. Ik betaal 60 euro en vertrek.
Als ik weer bij de camper ben, denk ik de accu dinsdagmorgen te plaatsen. Maar het loopt die ochtend anders dan voorgesteld. De handhavers komen langs.
Vanmorgen staan we in Dolores, het is prachtig weer en ik vind de tijd rijp. De scooter komt naar buiten om zijn nieuwe hart te ontvangen. Deze moest ik eerst nog wel vullen met het zuur, maar dat is zo gepiept. Ik verwijder de klep en zie meteen dat de maten niet overeenkomen. Zelfs met uitzonderlijk veel geweld, krijg ik mijn aankoop niet in de daarvoor beschikbare ruimte geperst. De kenner in Elche heeft er maar op gegokt, zo blijkt.
Ik raadpleeg internet met de type aanduiding en zie mijn gewenste product meteen verschijnen. Een winkelketen, genaamd Norauto, heeft ze op de plank. De dichtstbijzijnde vestiging is richting de kust. Als er vervolgens ook nog eens een leuke camperplek blijkt te zijn, overtuig ik Joke van de noodzakelijke verplaatsing.
Norauto heeft het niet op voorraad, maar kan wel bestellen. Binnen enkele dagen kan ik het juiste exemplaar verwachten, opnieuw voor zestig euro.
De plek voor de camper ligt maar 100 meter van het strand en heeft volop ruimte. Op deze plek gaan we verblijven in afwachting op een telefoontje.
Donderdag 12 februari
De provisiekast is leeg. Altijd schrikken zo'n moment. Na enig gepeins, weten we wat ons te doen staat. Het is nog geen tien minuten op ons racemonster. De heenweg gaat fantastisch. Ik parkeer mijn rijwiel zowat in de entreehal. Even later legen we de boodschappenkar in de koffer en onder de buddyseat. We gespen beiden de helm weer vast en beginnen aan de terugweg. Ik nader een rotonde met vele afslagen. Mijn navigatiescherm is klein. Overal zwermt verkeer om me heen. Het knipperlicht gaat aan en ik sla af. Het eerste bord wat ik tegenkom is die van een autosnelweg.
Ik baal maar kan niet meer terug. Als we half plat door een heerlijke schuine bocht zijn gegaan, doemen er een hele rij poortjes op, die geen van allen een vrije doorgang geven. Het dringt tot me door; ik zit op de tolweg. De pinpas is nodig om de strenge hefboom in beweging te krijgen. Dan snorren we met tegenwind de langzaam oplopende snelweg op. Gelukkig gaat het wel de goede kant op en kunnen we de eerste afslag gebruiken om de koers weer meer in overeenstemming te brengen met ons doel.
Het is ook vandaag weer een schitterende dag. Ruim 20 graden en strak blauw. In t-shirt en korte broek maken we in de middag een stevige wandeling. Het voelt gewoon zomers aan. Een tijdlang lopen we langs de waterlijn op het strand. Zover we kunnen kijken zien we vakantie appartementen. Gelukkig zijn ze niet hoger dan vier etages. De rotskust zorgt ervoor dat de huizen hoog boven het strand liggen.
Joke en ik klimmen een trap op en komen zo op een wandelpromenade. We banjeren lekker door en zouden daarom wel een drankje kunnen gebruiken. Maar de hele kuststrook lijkt wel in mohammedaanse handen. Niet 1 horecapand met terras, hoewel we echt kilometers hebben gelopen. Er rest niets anders dan een prive terras in te richten. We klauteren een aantal strand trappen op en af, halen net geen natte voeten bij de kustlijn en komen na anderhalf uur weer uit op ons eigen plekje.
Als we heerlijk genieten van een drankje raken we aan de praat met de Nederlandse buren. Een jong gezin met twee kinderen. Ze reizen een jaar met een camper en zijn op zoek naar een woonplek buiten ons land. Dit komen we veel vaker tegen. Als de kiezers weigeren hun ogen een keer open te doen, dan verdwijnt er een hele generatie uit ons ooit eens mooie en welvarende land.
Vrijdag 13 februari
Het is een binnendag geworden. Storm nummer zoveel buldert een tijdje rond in Spanje. De harde wind maakt het buiten onaangenaam. De temperatuur is door de wind ook weer onder de 20 graden gezakt. Ik lees een boek, wat 100 jaar geleden is geschreven. Dan moet je even alle zeilen bijzetten om de draad niet kwijt te raken. De schrijver, Hilaire Belloc, ziet in de toekomst weer een slaven staat ontstaan. Onvrije mensen die zo langzaam in hun knechtenrol worden gedrukt, dat ze zonder verzet hun vrijheden en kapitaal inleveren. Als tegenpool heb ik een veel te gemakkelijk puzzelboek, waar ik afwisselend dan een stuk of vier invul in een uur tijd .
In de middag wacht een uitdaging, wat bijna fataal afloopt. Ons 'tonnetje' moet weer leeg. Ditmaal heb ik een camping, die 5 kilometer verderop ligt, als ontvangende partij gekozen. De vlagerige wind probeert tevergeefs mij uit balans te brengen. De hele rit is in de bebouwing, dus tot hoge snelheden komt het niet. Handig glip ik met mijn scootertje langs de gesloten slagboom. Ik rij vervolgens door meerdere laantjes en langs verschillende gebouwen. Maar de stortplaats weet zich goed voor mij te verstoppen. Als ik voor de tweede keer het herentoilet tegenkom, stop ik daar. Even later ben ik los en kan weer terug.
Mijn navigatie stuurt me nu een iets andere route. Zo kom ik op de vervelende hobbelweg. Niets is vlak. Een rioolput, een stuk weggesleten asfalt, een slecht gerepareerd stuk weg, ribbels van onduidelijke afkomst, het trilt en rammelt onophoudelijk. Ongeluk kan je ook afdwingen, ga ik ontdekken. Ik zie mijn telefoon, die nu dienst heeft als navigator, vrolijk mee op en neer springen met houder en al. Dan komt de gedachte naar boven, dat het ding wel eens los kan laten. Nog geen twee seconden later, zie ik de houder met telefoon met een op zich fraaie boog van het stuur loskomen. Een bliksem reactie in mijn hoofd schreeuwt dat deze niet op de weg mag vallen. Met je telefoon raak je tevens driekwart van je bestaan kwijt. Ik rem krachtig en probeer met mijn been het vallende object op te vangen. De scooter maakt met gierende banden een uiterst vreemde manoeuvre. De smak tegen het asfalt blijft uit.
Iets verderop sta ik stil. Angstig kijk ik achterom in zekere verwachting mijn zakcomputer in meerdere delen op de belabberde weg te zien liggen. Behalve vele butsen en kuilen lijkt er niets te liggen. Ik kijk naar beneden en zie dat het me gelukt is de telefoon met mijn been op te vangen en nu met mijn hak wordt afgeklemd tegen de console. Terwijl ik opgelucht het apparaat van de treeplank vis, stopt een automobilist, die de capriolen voor zich heeft zien gebeuren, bezorgd naast me en vraagt of alles oke is. Ik knik. Het nog af te leggen route deel rij ik veel te voorzichtig richting camper. Uit de gereedschapskist haal ik een schroevendraaier en een schroefje van 2 centimeter. Daarmee is een herhaling definitief uitgesloten.
Zaterdag 14 februari
Groot alarm in Spanje. Gisteravond zitten we gezellig in onze warme camper, terwijl buiten de temperatuur daalt naar 12 graden. We praten wat, lezen nuttige dingen, en genieten van uit Nederland meegenomen koffie. De lieve vrede wordt plotsklaps wreed verdreven. Beide telefoons beginnen luid te loeien. Joke grijpt haar toestel en ziet dat het een nationaal alarm betreft en een lange tekst legt uit waarvoor wij moeten vrezen. Als de tekst nu kort of lang is, wij kunnen er niet veel wijs uit worden. Maar gezien het brede alarm begrijpen we dat het om een belangrijke boodschap gaat. Ik neem een foto van de tekst, die Joke vervolgens laat vertalen door de talenkenner bij uitstek; Google Translate. Hierdoor worden wij, weliswaar iets later dan de ras Spanjaard, ook geïnformeerd over het onheil. Vannacht gaat het stormen en dat duurt zeker tot morgen laat op de dag. Uithalers kunnen kracht negen bereiken. Blijf thuis en bindt alles goed vast.
Vanmorgen is het onaangenaam weer. Inderdaad buldert de wind rond de camper. We staan stevig op de poten en merken niet meer dan lichte schommelingen. Bovendien staan we vrij beschut op ons plein.
Maar er speelt nog iets. Ik zit nog steeds te wachten op een telefoontje van Norauto. Al voor de vierde dag. Dit duurt te lang, mijn vertrouwen begint te krimpen. Is mijn nummer niet goed genoteerd? Morgen is het zondag en dan zijn ze gesloten. Ik wil naar het bedrijf toe om zeker te weten dat ik niet voor Jan met de korte achternaam zit te wachten. Maar de zware storm dan, vraagt Joke niet zonder zorgen. Ik doe een poging tot gerust stellen.
Waarom ga je niet mee als extra ballast, veronderstel ik zuinigjes. Het vooruitzicht van een beschut winkelcentrum lokt haar ook wel. Binnen zitten is het slechte alternatief. Ik trap de scooter weer aan, binden ons beiden stevig vast, en voorzichtig met een beperkte snelheid geven we ons over aan de weergoden. Na tien minuten staan we behouden voor het winkelpand.
Of de accu al binnen is, is mijn vraag aan dezelfde goed Engels sprekende jongeman, die mij het ding dagen geleden ook verkocht heeft. De computer wordt geraadpleegd. Hij verdwijnt, komt weer te voorschijn, loert nogmaals op het scherm en verdwijnt weer. Komt terug, klampt een collega aan. Deze kijkt ook op het scherm, en loopt het magazijn in. Ik krijg nu een verklaring. De accu moet binnen zijn, maar we kunnen hem niet vinden. Daarna gaat hij z'n collega achterna. Joke en ik scharrelen wat door de autozaak. Kijken bij de aanbiedingen, en daarna uitvoerig zowat bij alle andere artikelen. Maar het komt goed, de accu wordt gevonden.
Daarna dwarrelen we door het uitgebreide, luxe winkelplein. Joke vergaapt zich bij meerdere juweliers aan de glimmende sieraden. We bezoeken de Mediamarkt en kijken of deze ook een radio/navigatie toestel heeft. Dan trotseren we opnieuw windkracht negen zonder op te stijgen.
Zondag 15 februari
We verlaten Dehesa de Campoamor en zetten koers naar Cartagena. In een buitenwijk vinden we een onverhard terrein waar meerdere voertuigen staan geparkeerd. Rondom is het een pracht van gele bloemen. Na enige acclimatisatie haal ik het werkpaard van stal. Deze moet ons naar het centrum van de havenstad brengen. Sinds de geslaagde hartoperatie is het beestje vitaler dan ooit. Een licht tikje op de startknop is voldoende om hem aan het werk te krijgen. Na tien minuten parkeer ik hem weer in zo'n motorparkeerstrip. Deze zie je thuis niet.
Joke en ik lopen de stad in en het bevalt ons meteen. Prachtige statige gebouwen, duidelijk honderden jaren oud, flankeren de nauwe wegen die vooral voor voetgangers zijn ingericht. Op hett eerste plein waar we komen, staan een aantal stokoude bomen met een gigantische stam. Over staan terassen, die goed bezet zijn. Via spijlen loeren we naar een stuk opgegraven oud Cartagena. Deze stad is al voor de jaartelling gesticht door de Cathagiers. We komen langs meerdere pleinen, door steeds mooier wordende straatjes en zien de oudheid van de gevels druipen. Er wordt veel hersteld. Boeiend om te zien, zijn de panden waar alleen nog de oude gevel overeind staat. Alles wat erachter zat is weggebroken. Bedenk wel dat zo'n muur vele tientallen meters hoog is.
We hebben helaas de carnavalsoptocht net gemist. Bij de haven is het nog groot feest en meerdere sexy uitziende dames in glitterpak lopen er werkloos rond. We zien nog een paar praalwagens die aan de kant worden geschoven. Als we bij het klassieke Romeinse amfitheater komen, lopen we tegen dichte hekken aan. Maar via een stijl pad kunnen we langs de achterzijde lopen, vanwaaruit je een mooi uitzicht hebt op deze historische cultuurtempel. Iets verder lopen er leuke wandelpaden langs de alcazabar. Een Moors kasteel op de hoogste heuvel van de stad. De binnenkant laten we over aan de conservator.
Na een tijd heerlijk dwalen en je ogen laten strelen door een prachtige bouwkunst, wordt het tijd voor de terugtocht. De zon verdwijnt door de hoge gebouwen uit het straatbeeld en daardoor vinden we het te fris voor een terras.
Maandag 16 februari
Even boodschappen halen. Nadat ik vanmorgen wat kleinigheden heb gedaan, is er voor de lunch nog net even tijd om bij de Lidl langs te gaan. Het is maar een klein bromafstandje. Blijmoedig stappen we de super binnen. Best wel druk, zo neem ik waar. Samen met Joke begin ik in te laden. Veel zijn we niet nodig, maar morgen willen we naar een mooie plek aan zee verhuizen. Dan wil je gewoon de voorraden op orde hebben. Onze melk keuze is niet aanwezig. Joke voert een diepgaand warenonderzoek uit op de wel beschikbare pakken. Ze komt er uit. Twee pakken best wel magere melk verdwijnen in de kar. Een finale check geeft groen licht voor de kassa.
Dan zien we iets wat we werkelijk nog nooit gezien hebben in een supermarkt. Het is best een diepe winkel. Halverwege de stellingen begint de wachtrij voor het afrekenen al. Het haalt met gemak een lengte van 25 meter. Er staan vier rijen van dit formaat. De laatste lijkt iets korter. Ik vermoed stroomuitval of internet storing, want hoe anders komen deze mega rijen tot stand. Echter niets wijst op iets dergelijks. Een snelle afweging laat mij besluiten de korste rij te kiezen. Daar net goed en wel geïnstalleerd, zie ik aan het eind van het lange lint mensen dat je op het end door de zelfscan kassa moet. En dat gaat niet. We hebben losse groente producten en ook broodjes die door een kassière afgehandeld moeten worden. We nemen afscheid van de medewachters, waar we al een kleine band mee hadden opgebouwd.
We verplaatsen ons, wederom achteraan, naar de naast liggende rij. Op zich is het best gezellig. Minstens vier karren voeren een hartelijk gesprek. Onze zwakke kennis van de Spaanse taal maakt het onmogelijk het te begrijpen, laat staan mee te doen. Zo staan we een ruim kwartier milimeter voor milimeter op te schuiven en zijn al een paar artikelen opgeschoven, als we een studie kunnen maken van de situatie op de kop. Langzaam dringt het besef bij ons beide binnen dat ook deze rij eindigt bij de zelfscan. Bij mij breekt lichte paniek uit. Joke is iets resoluter. We schudden handen van de karren voor ons en achter ons en schuiven weer een rij op. Uiteraard helemaal achteraan. Dat is vlakbij de achterwand. De troost is dat we geen haast hebben, al met pensioen zijn en het vandaag wel aan tijd hebben. Hoewel de trek wel vervelend begint op te spelen. Ruim een halfuur later bereiken we de kassa. De juffrouw daar zit heel relaxed onze aangeschafte waar het systeem in te voeren. Als de rekening is betaald, kijk ik nog 1 keer de rij langs. Deze is nog niets korter geworden.
Er moet een nieuwe internet kaart komen. De 28 dagen zijn voorbij en prompt is de vorige versie er mee opgehouden. We maken er een uitje van naar het gezellige centrum van Cartagena. We slenteren door de nauwe straten en het ruime voetgangersgebied. Met een plof zetten we ons neer op een terras. Thee voor Jo, en nog een koffie. Ik wil een flinke stuk gebak bijbestellen, maar dat heeft deze uitbater niet in de collectie. We kletsen wat en bestuderen voorbijgangers die een bedelaar moeten passeren. Stalen blikken.
Het is vijf uur geweest, de luie Spanjaarden zijn hun bed weer uit en heropenen hun winkelbedrijf. Het is even zoeken maar dan vinden we de Orange-zaak, waar ik het voornemen heb voor 20 euro weer een maandje onbeperkt internet aan te schaffen. Op het moment van aanspreken van de vriendelijke medewerkster schiet het door mijn hoofd dat ik een paspoort had moeten meenemen. Dat betekent een extra rit.
Na driemaal door de verkeersdrukte te zijn gescheurd, heb ik de nieuwe simkaart geïnstalleerd en is er tijd voor koffie.
Dinsdag 17 februari
Zondagavond laat, of beter gezegd, maandagochtend heel vroeg heeft Joke een plek bij een kapper hier in de stad gereserveerd. De afspraak is vanmorgen. Ons rijwiel met hulpmotor is weer de klos. Iets na half elf bestijgen we ons werkpaard. Tien minuten later zet ik haar bij Pedro af. Het wordt daarna nagelbijten voor mij. Mijn vrouw is uiterst kritisch in het selecteren van kappers. Meestal doet ze uitgebreid onderzoek en vraagt ze referenties op. Nu is deze afspraak niet heel onbezonnen gemaakt, maar echt veel aandacht is het ook weer niet gegeven.
Ik zit bij de camper op het verlossende telefoontje te wachten. Dan precies anderhalf uur later, exact de beloofde duur van de ingreep, gaat mijn telefoon over. Het is klaar en ze kan weer gehaald worden. Terwijl ik weer over de rondweg accelereer, gaan mijn gedachten naar haar stem intonatie, maar ik kan er niet een stemming uitfilteren. Ik draai de laatste rotonde in het parcours en dan komt het wederzien. Ze oogt tevreden. Voor we de terugtocht gaan beginnen, moet de helm weer op. We kijken elkaar aan, een deel van het resultaat zal geplet worden. Toch voldoet ze zonder moeite aan deze wettelijke plicht. Eenmaal in de camper begrijp ik dat deze knip/verfbeurt prima is gegaan. Joke kan er weer een maand tegenaan.
Na de lunch vertrekken we. We tanken en lozen water op een servicepunt en voor 1,23 euro per liter komt de tank weer vol met diesel. Vandaag gaan we naar La Azohia. Ook dit is zo'n plaats waar je graag verblijft. Je kunt op een groot terrein staan en de zee is vlakbij. Via een mooie weg door de bergen rijden we naar deze kustplaats. Het dorp ligt verstopt achter een hoge bergrug. Als we afdalen hebben we een magnifiek uitzicht op de zee. Uit ervaring weten we dat de ingang vanaf de weg te steil is voor onze lengte. We schrapen daar een stuk asfalt weg met de achterzijde. In de herinnering van een jaar oud proberen we het stratenplan op te vissen.
Een straatje eerder afslaan voorkomt problemen. Ondanks enige discussie komt het goed. Maar het eerste beeld doet ons schrikken. Het lijkt wel of alle overwinteraars vandaag besloten hebben hier te komen. We dwalen wat onhandig rond over het erg onvlakke terrein. Een beschreven beeld van de reviews zien we nu met eigen ogen. Meerdere plekken zijn afgezet met stoelen, fietsen, zeildoek en/of stenen. De camper is even weg voor water of iets dergelijks en de plaats wordt gemarkeerd alsof het eigendom is. Op een vreemde manier werkt het ook nog, want je wilt geen gedoe. We parkeren schuin tussen een paar campers. De levelers krijgen de boel niet recht.
We accepteren het maar, de plek is het waard. Later op de middag zie ik aan de kustlijn een vrije plek. De daar geparkeerde auto is weggereden. We laten er geen gras over groeien en even later staan we op een A-locatie. Via het voorraam de prachtig blauwe Middellandse Zee (zonder windmolens).
Woensdag 18 februari
Vanmorgen doen we het luik van het voorraam voorzichtig open en we zien tot onze verbazing de Middellandse Zee. Dan realiseer ik me weer dat we op een prachtplek staan en ook dat we nog niet weg hoeven. Joke heeft zin in een ochtend wandeling. De zon schijnt, maar de thermometer zit om 1 of andere reden vast op 14 graden. Beheerst erop kloppen brengt geen verandering. Een vest gaat over mijn t-shirt, trek mijn schoenen aan en ik ga mijn lief vergezellen.
Er loopt een lange boulevard langs de zee. Al lopend bekijken we de vele verschillende panden die langs de kust zijn gebouwd. Er zijn erbij waar in nog geen vijf jaar naar is omgekeken, terwijl de buurman een stralend wit huis met veranda en zwembad bezit, waar nog geen zandkorrel te vinden is. Al was gisteren een schoonmaak ploeg langs geweest. Als het luxe aangelegde looppad over gaat in een onverharde zandbak, besluiten we dat we gaan keren.
In de middag neemt de zeemist de overhand in de atmosfeer en dat kost de zon afzetgebied. Daar staan wij middenin. De temperatuurmeter lijkt nog steeds vast te zitten. Het deert ons niet. Weer staat er een tippel op het programma, waarbij deze keer de wandelschoenen erbij worden gehaald. Op de oostpunt van de kust zover wij kunnen zien, staat een toren, hoog bovenop de rotsen. Het ding intrigeert ons. Ook nu dient het prachtige kustpad als basis voor de route. Eigenlijk is het prima wandelweer. Met stevige pas en de blik vooruit gaan we op ons doel af. Onderweg zien we wonderlijke palmbomen. Uit 1 wortel partij komen wel vijf stammen omhoog. Het lijkt of de boomchirurg met een reageerbuis heeft zitten knoeien.
Op een zeker punt zwaaien we af. Niet meer langs de zee, maar stevig bergopwaarts. Het pad blijft stijgen totdat we de toren hebben bereikt. Ik lees de motivatie om dit bouwwerk hier neer te zetten. Honderden jaren terug kwamen de Noord Afrikanen al met bootjes de zee oversteken. Ze kwamen roven en stelen en maakten zich daarna weer uit de voeten. Er is dus niets veranderd, alleen blijven ze nu. Om zich tegen deze niet zachtzinnige roverij te beschermen werden de torens gebouwd. Een bewaker kon de mensen waarschuwen, zodat er tijd was zich te groeperen en de rovers terug de zee op te drijven.
Aan het eind van de middag verliest de zeemist het toch nog van de zon. In een kwartier tijd is de lucht weer strak blauw. Ik steek mijn duim op in de hoop dat hij zich morgen niet weer laat verrassen.
Donderdag 19 februari
Zonder dat de wind is toegenomen, staat er vandaag weer een ruwere zee. Heel bijzonder om dat waar te nemen. Ik gis naar de oorzaak, mogelijk een gevolg van een stormgebied elders. Onze A-locatie heeft nog een voordeel, 50 meter verderop is een Spar winkeltje, welke alleen 's ochtends open is. Gisteravond had ik een moeilijk moment. Gewoontegetrouw pak ik voor mijzelf een biertje uit de koelkast. Mijn vrouw prefereert een glas water, vandaar. Maar met het weghalen uit de koelkast zag ik tot mijn schrik een lege plank. Kijk, dan is de Spar op loopafstand zo gek nog niet. Wel aan de prijs, maar in het besef dat we hier gratis verblijven op een locatie die elders miljoenen waard is, kom ik er wel overheen.
De korte broek en t-shirt zijn weer nodig om gepast gekleed te gaan bij de huidige weersomstandigheden. Vandaag is er geen wolkje aan de lucht, waait er slechts een zacht briesje en daardoor voelt de zon uiterst aangenaam aan. De stoelen gaan naar buiten en wij volgen.
Als ik zo twee uur languit heb gelegen en mij weer heb verdiept in de wereldintriges, middels een niet dik, maar wel reuze interessant boek van Richard Poe, voel ik dat het tijd is voor actie. In de nabijheid is een speciaal bunker complex, dat ik wel eens van dichtbij wil zien. Joke is beduidend minder geïnteresseerd, de vlakke ligging in een relaxstoel met boek en puzzels bevalt haar zo goed, dat ze mijn vraag of ze meegaat gemakkelijk afwimpelt. Niet veel later knor ik met de scooter richting bergen. Onderweg, nog steeds zomers gekleed, merk ik dat het hooguit 18 graden is. Gelukkig is de te rijden weg super slecht, zodat langzaam rijden nu een dubbel voordeel heeft.
Ik passeer de plek waar het stevige verdedigings fort dient te staan, maar mij valt alleen de uiterst smalle weg langs de rotsen op, waar ik op rij. Iets verderop staat een betonnen loods. Dit zal het toch niet zijn, vraag ik mijzelf teleurgesteld af. Via een pad, wat vandaar uit de bergrug opgaat, loop ik een stuk terug. Warempel zie ik een stuk beton voor een rotswand staan. Na omlopen kom ik ervoor te staan. Het beton vormt een poort voor een diep in de bergwand gecreëerde ruimte. Binnen is het donker, maar als mijn ogen zijn bijgesteld zie ik grote ruimtes in de schemering. Ik vermoed dat dit overblijfsels zijn van de Spaanse burgeroorlog, maar dat zoek ik nog uit.
Ik informeer Joke na mijn terugkeer over de waargenomen situatie. Ze bevindt zich nog op dezelfde positie, als toen ik haar anderhalf uur geleden verliet. Ook weid ik uit over het prachtige dal tussen de bergen waar het heerlijk stil was en waar ik ben doorgereden om mijn missie te kunnen voltooien. In haar reactie bemerk ik geen spijt van het mislopen van de excursie.
Vrijdag 20 februari
Vandaag heeft niet geleid tot grootse inspanningen. Het weer is onvoorstelbaar goed voor ons als overwinteraars, de hemel is blauw, de zon schijnt, de wind houdt zich koest en de temperatuur wil naar de 20 graden. Dergelijke omstandigheden zetten aan tot niets doen. Nu doet een mens altijd iets, dus ik ook. De bezigheden vallen onder te verdelen in drie groepen; een wandeling, bestuderen van de werkelijke macht en prutsen.
Om met dat laatste te beginnen, ik heb een vervelend technisch probleem, een luxe probleem, maar toch. Eind vorig jaar heb ik voor ongeveer 150 euro een tracker aangeschaft van het bedrijf Eyon. Vlak voor vertrek heb ik deze slimmigheid ingebouwd. Waar de camper zich ook bevindt, ik weet via de gps techniek altijd waar. Het doel is beveiliging, bij diefstal valt je bezit te traceren. Na zeven dagen goed werk, heeft dit ding echter er de brui aangegeven. Het slimme is er een beetje af, want ze weet niet meer waar ze is. En laat dat nu net haar kerntaak zijn.
Na tips en adviezen van het moederbedrijf, hou ik me nu bezig met alle mogelijke variaties. Vandaag is de laatste aan de beurt. De tracker krijgt een directe verbinding met de startaccu en ik plaats het twijfelgeval bovenin de camper, puur als test. In volledig ontladen toestand wordt het gps-signaal direct opgepakt bij heraansluiting. Echter al na drie kwartier blijkt deze oplossing niet het gewenste resultaat te bieden. Het apparaat tast weer volledig in het duister waar zij eigenlijk is.
In de ochtend heb ik met Joke de Spar winkel vereerd met een bezoek. In een betrekkelijk kleine ruimte is de eigenaar erin geslaagd het volledige voedselpakket van de moderne mens een plekje te geven. Elkaar passeren tussen de stellingen is niet mogelijk, tegen de stroom in is een doodzonde. De prijzen zijn best concurrerend. Het winkeltje heeft weliswaar een locale functie, maar drijft voor een flink deel op de campervloot, die achter het pand op het onvlakke veld staat uitgestald. Daarna komt ochtend gymnastiek in de vorm van een wandeling. Op hoge snelheid scheren wij over de boulevard. Bekritiseren de tuinaanleg en vinden iets van de kleding die de andere boulevard lopers hebben aangetrokken. Het keerpunt ligt vandaag beduidend verder dan de vorige keer, terwijl de tijdsduur korter is.
Dan mijn studie. Gedurende de geschiedenis van de laatste 500 jaar zijn er doorlopend historici geweest, en zijn er nog, die de behoefte hebben jarenlang rond te neuzen in documenten om uiteindelijk een boek te schrijven waar ze hun gevonden wijsheden een plaats geven. Ik heb meerdere van dit soort boeken inmiddels gelezen en zoek dan naar de overeenkomsten. Conclusie: de wereld zit anders inelkaar dan schoolboeken en docenten vertellen. Dit is niet de plaats om daar uitgebreid op in te gaan, maar het blijkt telkens weer dat er maar heel weinig politici zijn die het machtsspel doorhebben en zich heel gemakkelijk laten lenen voor andermans belangen en hun eigen volk daarmee verraden. Maar gelukkig zijn er tussen die massale leeghoofden een paar die het doorhebben. Er is dus hoop.
Zaterdag 21 februari
Het gaat fantastisch. Het weer zit in een heel stabiele periode, elke dag volop zon, geen wind en een lekkere temperatuur. Ik heb de lange broek opgeborgen, overigens wel zo dat ik hem terug kan vinden. We staan natuurlijk schitterend met de neus richting Middellandse Zee en een fraai uitzicht over de baai. Hier kan je ook zonder probleem buiten leven. Op andere plaatsen heerst soms een waar schrikbewind. Raampje open is gelijk boete, want parkeren is niet kamperen. Dit horen we dan ergens, nog nooit zelf meegemaakt.
Het dorp verderop heet Isla Plana. In mijn drang om de wereld te ontdekken, heb ik uitgezocht wat daar te beleven valt. Het is niet veel, maar dat kan ook niet anders, want het is een klein dorp. Twee bijzonderheden hebben mij nieuwsgierig gemaakt; een Romeins badhuis en een watergrot. Mijn laatste boek is uit, ik ben flauw van het puzzelen dus wil ik deze wonderen ontdekken. Ik informeer Joke over de op handen staande activiteit. Dit lijkt haar ook wel leuk, zodat ik twee zitplaatsen vrij maak op ons racemobiel.
Slechts vier kilometer verderop kan ik al in de remmen. Samen lopen we naar de kust en vallen helemaal stil. Wat een prachtige omgeving. In deze streek is alles nog authentiek. Het lijkt allemaal nog onaangetast door de plaag die over-toerisme kan zijn. We overzien de baai. Rondom steekt een laag gebergte omhoog en op de kustlijn bevinden zich een aantal dorpjes. Geen flats of andere hoogbouw. Hier zijn de palmbomen de baas en troeven de huizen in hoogte af. De ruwe kustlijn, afwisselend met strandjes en rotsen, tekent hierbij prachtig af. Even zijn we onze missie vergeten. Ik ontwaak als eerste uit de betovering en zie Joke uiterst relaxed genieten van de eenvoudige schoonheid. Ik kijk alvast even bij het badhuis, zeg ik zacht. Het is luid genoeg, ze draait zich om en loopt met me mee.
Op een uitloper de zee in, zien we een gebouwtje staan. Een wandelsteiger is erlangs gecreëerd, zodat nieuwsgierigen de oudheid van dichtbij kunnen beleven. Het pand is langgerekt en staat zowat in het zeewater. Voor een badhuis geen slecht idee, overigens. We komen totaan de deur. Deze is overdadig dichtgetimmerd. Ik vermoed dat sommige jeugd minder onder de indruk was van de historische schat en het gemeentebestuur wel moest ingrijpen om te zorgen dat het na 2200 jaar niet alsnog in een ruïne eindigde. We genieten van de parkachtig omgeving en lopen zodoende wat minder efficiënt terug naar de brommer. Ik bereken dat het tweede hoogtepunt hier exact 1,2 kilometer vandaan is. Het besluit valt eendrachtig. We gaan lopen.
Na een tijdje de goede kant op hebben geslenterd, vinden we dat we er hadden moeten zijn. Net als we ons bij onszelf beklagen dat een aanwijzing misschien wel handig zou zijn, valt mijn oog op een onopvallend bord met daarop, uiteraard in het Spaans, geschreven 'watergrot'. Nieuwsgierig steken we de weg over en zien tussen de huizen een geitenpaadje in het groen weglopen. Al na een paar meter merk ik op dat er een enorm gat in de rots zit naast ons. Joke vindt een betere weg om naar deze ruimte toe te lopen. Samen dalen we een trap af die ons de grot inbrengt.
In het donker ontwaren we de glinstering van water. Er is geen twijfel meer mogelijk, we staan in de watergrot. We zien in het water onverklaarbare lichtstralen. Het lijkt alsof een paar vissen een mijnwerkerslamp op hun kop hebben gekregen. Dan komt er een man in duikerspak boven het water gerezen. Ik snap nu de lichtstralen. Als we weer de grot uitklimmen, zien we op het infobord de indrukwekkende cijfers. Het water in de grot is 35 meter diep en heeft onderin een temperatuur van 29 graden. De hele spelonk is maar liefst 6,2 kilometer lang en verloopt uiterst grillig. Onder de indruk van deze gegevens wandelen we terug en zoeken we op het dorpsterras een plaatsje, vanwaar we de prachtige kust kunnen overzien en bovendien de zon ons kan bereiken.
Zondag 22 februari
Vanmorgen moet ik weer met het 'tonnetje' op pad. Dit zijn zaken waar ik in mijn leven als burger totaal niet bij stil sta. Als camperaar ligt dat iets anders. Zo rond de drie dagen ligt het gemiddelde. De vraag die er onlosmakelijk aan vast zit is 'waar'? Ik sta op het standpunt en mijn vrouw is het daar volkomen mee eens, dat het op een nette manier moet gebeuren. We zijn gast in een mooi land en willen ons ook als keurige bezoekers gedragen.
Drie dagen geleden stond ik voor dezelfde opgave. Mijn digitale campervriend is P4N. Deze van oorsprong Franse app weet alles als het op voorzieningen voor een camperaar aankomt. De dichtstbijzijnde mogelijk was een camping op tien minuten rijden (scooter). Dankbaar voor dit gegeven ben ik daar naar toe gereden. De slagboom is nooit honderd procent sluitend en met een beetje stuurmanskunst kom ik op het terrein. Maar dan? De grote vraag: waar? Ik heb meerdere kampeerlanen afgereden, maar het antwoord bleef uit. Ten lange leste koos ik ervoor de receptie te benaderen en daar de vraag te stellen.
Na eerst bij een nietsvermoedend echtpaar te zijn binnengestapt, die bivakkeerden in een sprekend op een receptie lijkend gehuurd zomerhuisje, loop ik het juiste kantoor binnen. Hoewel de camping internationale klanten had, sprak de jonge dame geen woord Engels. Als ik min of meer heb uitgelegd wat mijn bedoeling is, typt ze op haar telefoon een Spaans bericht die ze vervolgens door het apparaat in het Duits laat vertalen. Ze meldt dat water storten 27,50 euro kost. Dat is hun dagtarief! Ik wil best voor service betalen, maar wens niet afgezet te worden. Ik breek de onderhandeling af en wou wegrijden.
Toch bedacht ik me op het laatst. Waarom niet nog 1 keer goed rondkijken? De voorzienigheid besloot mij een handje te helpen. Voorzichtig tuffend over de camping zag ik een meneer lopen met een 'tonnetje'. Gelet op zijn inspanning moest er nog geleegd worden. Als volleerd detective volgde ik mijn slachtoffer. Zonder het zelf te beseffen liet de man mij het antwoord op de vraag 'waar' zien. Toen ik even later langs de receptie reed, voelde ik mij nagekeken.
En nu vandaag. Dezelfde camping is mijn doelwit. De keus is namelijk niet erg ruim. Als ik weer lenig om de slagboom swing, hoop ik dat ik niet de jonge dame tegen het lijf loop. Bij het passeren van de receptie kijk ik geïnteresseerd de andere kant op. In 1 streep rij ik naar het mij nu bekende punt en doe mijn ding. Even kriebelt het als ik voetstappen hoor naderen. Gelukkig is het een collega 'tonnetje'-leger. Opnieuw glip ik langs de slagboom en voel me bevrijd. Weer gelukt. ........Met je 27,50 euro.....
In de middag van deze zoveelste prachtige zonnige dag loop ik met Joke naar de bergen achter ons terrein. We hopen op iets wat op een pad lijkt, want we willen even een rondje lopen na uren bivakkeren in de zon. Het pad is er, maar blijkt geen doorzetter. We klauteren nog even bij de rotsen omhoog, maar zien op tijd in dat dit niet leuk gaat worden. We gaan terug en kiezen voor een lange omweg langs het strand. Het begint warempel al gewoon te worden, de aanblik van palmen, stranden, blauwe lucht en een boulevard met veel wandelaars. Van ons camper rijtje is er zolang wij hier staan nog niemand vertrokken. Met enige zorg bekijk ik ons waterniveau.
Maandag 23 februari
Er zijn wat lege plekken in de provisiekast. Daarom trekken we er op uit. Het doel is de schattige Spar winkel 50 meter verderop. Niet goedkoop, wel dichtbij. Maar de weekendrust heeft de voorraad geen goed gedaan. Joke wil bij de groente een pak sperziebonen pakken, maar ziet op tijd dat het verse er al een tijdje af is. Dat geldt ook voor het pak ernaast. Meer van deze bonen in de koeling zijn er niet. De prei kan er mee door. Een bescheiden brood voor 3,60 laden we nog in, evenals een potje vruchten yoghurt. Onze watervoorraad geeft ons nog tot woensdag de tijd om hier heerlijk aan zee te staan, zodat het verblijf hier er bijna op zit. Dan doen we weer een Lidl aan.
Ik stel voor om een bergwandeling te doen. Daar heeft Joke wel oren na. We hijsen ons in de bergschoenen, pakken wat water en koek, en starten het avontuur. De eerste twee kilometer gaat langs de zee. Dat geeft geen centje pijn. Direct achter de huizen wachten de bergen (bergjes). De top ligt op 300 meter, wat we vanaf zeeniveau gaan aanvallen. We stappen kloek de de stijgende weg in, die ons een stukje omhoog gaat helpen.
Maar na de Torre komt het op karakter aan. Het geasfalteerde pad ligt achter ons en voor ons ligt een onduidelijk pad, steil de berg op. Enige onderscheiding met de omgeving is er wel, maar een vergissing is snel gemaakt. Het te volgen pad staat gelukkig in mijn app 'Mappy'. Als ik constateer dat de blauwe punt (dat zijn wij) wel erg ver van de stippellijn afwijkt, voer ik een correctie uit. Dat kan gemakkelijk want veel van de omgeving kan voor pad doorgaan. Langzaam dringt het besef bij ons binnen dat 300 meter klimmen in een korte periode geen kinnesinne is. Gelukkig is er dan nog het water en de koek.
Mist wolken van zee ontnemen ons het uitzicht op de omgeving. Wel steken de toppen er parmantig bovenuit. We klauteren weer verder. De rotsbodem is divers. Soms klein grut, dan weer een stevige plaat. Kleine bosjes, wat heideplanten en een soort varen zijn de bedekking. Behalve een smalle strook, wat dan het pad is. Joke vraagt hoever het nog is. Dit is een charmante manier van zeggen dat ze het wel genoeg vindt zo langzamerhand. Een korte kaart studie maakt haar niet blij. Als ze vervolgens ook bijna struikelt over een echt niet hoge steen is de situatie duidelijk. De voorgenomen route kan in de prullenbak.
Beiden draaien we 180 graden. De kaart draait mee. Het afgelegde traject wordt nu de nieuwe route. Bergaf gaat altijd gemakkelijker. Toch is het oppassen voor overmoed, want de losse steentjes willen nog weleens een geintje met je uithalen. Zonder gefopt te worden, bereiken we weer het asfalt. Met lichte tred volgt het laatste stuk. De worsteling heeft een kleine twee uur geduurd maar heeft ons toch weer een portie gezonde beweging gebracht.
Dinsdag 24 februari
Alles gaat een keertje stuk. Bij de aanschaf van goederen weet je dat de dag komt dat het gekochte stopt met functioneren. Vraag blijft natuurlijk wel, waarom dat allemaal in dezelfde periode moet gebeuren, namelijk als je zoals wij lekker relaxed door Spanje toert. De mifi-router had enige tijd terug al aangekondigd dat hij erover nadenkt om over enige tijd met pensioen te gaan. Peptalk en enkele technische ingrepen hebben het apparaatje er nog van kunnen overtuigen om een tijdje door te gaan. Maar helaas kan ik nu mededelen dat plotseling en onverwacht onze camper router zijn laatste signalen heeft uitgestraald.
Na enige verslagenheid heb ik mij weer bijelkaar geraapt. Het leven gaat door. Ook het maandtegoed bij Orange. Twee oplossingen heb ik derhalve aan mijn lieve echtgenote voorgelegd. Ik kan de internet kaart als tweede simkaart in mijn telefoon plaatsen, of ik kan proberen weer een jonge en frisse router aan te schaffen. De uitkomst is dat ik het laatste ga proberen en bij negatief resultaat op het eerste kan terugvallen. Mijn vriendenkring heb ik weten uit te breiden met een ongelooflijk slimme knul. Daarom heb ik als eerste Chatgpt om advies gevraagd. Zodoende is mij een adresje aangeleverd. Bij het ochtendgloren, hoewel nu ik erover nadenk het na de koffie was, spring ik op mijn onstuimige racefiets. Maps heeft voor mij uitgerekend dat het 22 minuten toeren is naar Mazarron, waar volgens Chatgpt een winkel is die deze apparaten verkoopt. Van je vrienden moet je het hebben.
Hoewel de mevrouw geen woord Engels spreekt, gaan de onderhandelingen lekker. Mijn vriendin Google Translate staat mij dan ook bij. De prijs van 69 gaat terug naar 59 en geef haar een definitieve geluksklap op haar hand. Aan haar rollende ogen meen ik op te maken dat zoiets in Spanje niet altijd gebruikelijk is. Mijn gegevens verdwijnen voor altijd in haar computer, inclusief unieke informatie uit mijn rijbewijs.
In de camper ga ik aan de slag om weer goedkoop internet te heractiveren. Het blijkt lastiger dan gedacht. Het opgegeven wachtwoord op de achterzijde van het digitale machientje werkt voor geen meter. Ik varieer het wachtwoord in al z'n mogelijkheden, maar een gelukkig samengaan met de smartphone lijkt er niet in te zitten. In gedachten ben ik alweer terug in de zaak, waar ik al moeilijk converserend, mijn geld terug eis. Maar dan schiet mij te binnen dat er ook een handleiding bij zat. Translate zet de tekst over in foutloos Nederlands. Zo krijg ik te horen dat ik een verbinding met de pc moet maken en wat instellingen regelen. Na wat clicks en bytes kan ik zelfs een nieuw wachtwoord invoeren. Nadat ik deze op mijn naar contact smachtende telefoon invoer is er warempel verbinding. Eureka. Joke meldt haar toestellen vervolgens ook moeiteloos aan. De komende jaren zal er geen router probleem meer opdoemen.
De rest van de dag brengen we in absolute rust door. We laten de geluiden van de kabbelende zee zachtjes onze oren strelen en turen als tegenprestatie over de prachtige eindeloze zee. Palmbomen markeren de grens met de kust. Aan de strak blauwe hemel schijnt de zon gemoedelijk. Morgen gaan we verder trekken, daarom nemen we de contouren van dit paradijs goed in ons op.
Woensdag 25 februari
Na acht dagen breken we de boel op. Zolang hebben we met de camper nog nooit ergens gestaan, zeg ik tegen Joke. Met prachtige laatste beelden van een voorbij glijdende boulevard langs de zee verlaten we spin tevreden La Azohia. Het eerste deel van de reis hebben we het druk. In Puerta de Mazarron stop ik bij een tankstation. De lpg-flessen kunnen wel weer wat power gebruiken. Ik kom achter een 20 meter lange vrachtwagen te staan, die benzine komt brengen. Joke spot de lpg-slang precies in het midden van de truck. Ik rij langs de tankwagen om te zien of ik er aan de voorkant bij kan. Dat kan niet.
Er rest niets anders dan weer een rondje tankstation en weer aansluiten bij de vrachtrijder. Met een diepe zucht trek ik de handrem aan. De zucht wordt nog dieper als ik merk dat het overtanken nog moet beginnen. Wacht, ik moet ook de jerrycan nog vullen met E5 voor onze trouwe racemotor. Blij dat ik de tijd kan doden, vis ik het kleine tankje uit de garage en vul hem tot het randje. Bij het afrekenen kom ik in de wachtstand, want de kassière moet eerst de grote brandblusser op wielen naar de tankwagen slepen. Voor het geval dat. Uiteindelijk zit ik in de camper weer tegen de kont van de vrachtwagen aan te kijken.
Een nieuw plan plopt op. Ik rij de hinderwagen voorbij en ga tegen de rijrichting in aan de andere kant bij de pomp staan, leg ik Joke uit. Als ik wil indraaien staat er een personenauto in de weg. De chauffeuse komt gelukkig net aangelopen. We zien haar plaats nemen. Maar de wagen blijft staan, waar hij staat. Lichte stoomflarden ontsnappen uit mijn oor. Vol ongeduld rij ik minuten later toch maar op. We zien de mevrouw heerlijk koekjes eten. Ze schrikt van het camperfront en stopt met eten. Uiteindelijk rijdt ze weg en neem ik haar plaats in. Het vullen is daarna zo klaar.
De tweede missie is de Lidl. Dat gaat vlot. De derde is een volledige camperverzorging bij een camperplaats. Water eruit, en er weer in. Zwart water lozen in de daarvoor bestemde put, terwijl Joke de eigenaar vier euro brengt als dank. Dan rijden we naar Les Minas de Mazarron. Dit is een verlaten mijnbouw gebied. Voor ons als ordentelijk volkje is het niet voor te stellen, maar als de laatste mijnwerker wegfietst, blijft de boel verder gewoon liggen. Op het terrein staan vele gebouwen in vervallen staat. De liftkranen zijn weliswaar verroest, maar nog steeds in positie. We dwalen gefascineerd door de wonderlijk structuren, oude gebouwen en groot terrein. Destijds moet het groots gebeuren zijn geweest. Nu neemt de natuur stukje bij beetje het weer over. Over honderd jaar is het weer bos.
Na de bezichtiging rijden we naar Totana. Een mooi vlak terrein aan de rand van de stad wordt onze slaapplaats. Morgen zien we weer verder.
Donderdag 26 februari
Het blijft bij 1 nacht. Totana roept niet een sfeer op van een topattractie. Het is een eerlijke plattelands stad, waar mensen gelukkig leven(?) en hun ding doen, maar spektakel is er niet te verwachten. We rijden in 1 streep naar Huelcar-Overa. We hebben de keus uit een groot camperterrein, schouder aan schouder, of een plekje op de buitenrand met een mooi uitzicht op de rotsachtige heuvels. De discussie met Joke duurt niet lang. Uitzicht wint het van drukte.
De rit gaat door een fraai landschap. We rijden de stad binnen en Google Maps leidt mij blindelings langs de verkeersobstakels. Maar de serene rust aan boord komt onder spanning te staan. Maps wil rechtsaf. We zijn bijna op onze bestemming, nog een paar honderd meter. Ik zet de knipperlichten aan en bereidt mij voor om af te slaan. Deze straat is veel te smal, is de opmerking van mijn altijd goed mee oplettende lieverd. Dit vraagt om snel handelen. In mijn optiek is de weg wel te doen. Paniek naast mij is echter ook een zeer onaangename situatie. Het besluit is genomen, de richtingaanwijzer gaat weer uit. Ik mompel nog de profetische woorden dat het verderop nog wel smaller kan zijn.
Maps vat de weigering sportief op en heeft alweer een nieuw plan. Niet veel later komt kans twee op rechtsaf. Nu zit de kaartenmaker er zelf naast, want aan het begin van deze optie staat een rond rood bord met een dikke witte streep. Onze straat wordt nauwer. De derde poging om af te slaan is een hele krappe. Maar moet worden uitgevoerd, want wij willen naar onze uitgezochte fraaie plek. Direct erop wordt ik naar links gedirigeerd. Een bocht die eigenlijk niet kan. Alleen met een wiskundige berekening is het enige spoor te bepalen. Met beginnersgeluk gaat het met een paar centimeters speling goed. Een mevrouw haalt in alle haast een stoel weg, die nog roet in het eten kan gooien.
Maar het claustrofobische parcours is nu pas echt begonnen, iedere bocht vraagt milimeter werk. Met het zweet op de rug krijg ik de mededeling om een straat in te rijden die er helemaal niet is. Joke stapt uit om te zien wat er na de korte onoverzichtelijke nieuwe bocht komt. Ik mag optrekken. Het daalt zo snel dat de achterzijde van ons voertuig prachtige strepen op het asfalt tekent. Het luide gekras gaat me door merg en been. We staan nu op een onverharde vlakte. Met Joke nog steeds lopend voorop zoeken we een uitweg. Ze wijst opgelucht een richting op. Ze stapt weer in en we ontsnappen aan het doolhof.
Ik rij terug naar de straat waar Maps mij in eerste instantie langs wilde sturen. Als ik indraai, volgt enig protest van de bijrijdersstoel. De weg is niet nauw, alleen staan aan beide zijden auto's geparkeerd. Mijn lief heeft gelijk, er blijft wederom weinig ruimte over, maar gelukkig mag ik nu rechtdoor. Als de kop erdoor kan, dan past de rest ook. We komen een half uur later dan gepland op het beoogde plekje aan, maar het uitzicht is fantastisch.
Samen wandelen we door de plaats. Veel rechte wegen met frequent verkeer. Wel vinden we een mooi groot vierkant plein met winkels en horeca, waar het verkeer van is verbannen. Een bijzonder park ligt een eindje verderop. Allerlei beesten verblijven in aparte verblijven. Goudvissen, geiten, konijnen en pony's brengen de natuur in het centrum. Speelplaats en picknicktafels bieden de plaatselijke bevolking enig vertier.
Vrijdag 27 februari
Een schitterend uitzicht op een vallei is best wel een goede reden om te blijven staan. Zodoende is er vandaag geen verplaatsing. Het heuvelachtige gebied biedt wel een mogelijkheid om er weer flink op los te stappen. Het is iets meer bewolkt dan we de laatste tijd gewend zijn. Voor een stevige wandeling is ook dat geen nadeel.
Vroeg in de middag haal ik de bergschoenen uit de garage, evenals de beide heuptassen. 'Route you' heeft een uitdagende trip door de heuvels met een hoogteverschil van 130 meter. Dit verschil moet over 12,8 kilometer worden weggewerkt. Ik kijk naar Joke. Dat gaat geen enkel probleem zijn, is de blije reactie. En zo zien buurtbewoners twee inmiddels behoorlijk gebruinde campergasten, bepakt en bezakt, met vrolijke tred richting de grimmige vallei lopen.
Het gaat lekker gemakkelijk. Het gestaag naar beneden lopen van de weg zal hier ongetwijfeld iets mee te maken hebben. Omdat ik geen abonnement op het route programma heb, moet ik op het telefoonscherm strak in de gaten houden, dat de blauwe stip (dat zijn wij) in de buurt van de oranje lijn (de route) blijft. Mensen met een dergelijke zuinige instelling krijgen geen actieve tips aangeboden. Opgewekt lopen we langs een hoog omgaasde geitenhouderij. Het wemelt van de bruin-zwarte beestjes. Plotseling klinkt uit de groep dieren een agressief geblaf. Ik zie een grote hond in volle vaart op ons aflopen terwijl hij ongezouten z'n mening geeft over onze aanwezigheid. Ergens ben ik best blij dat het hoge gaas de laatste, maar ook niet te overwinnen, hindernis is voor Cerberus. Maar misschien is die blijheid wel wederzijds. Ook het volgende erf wordt bewaakt door twee ras bloedhonden. Ook deze delen de mening van de geitenhoeder.
Maar dan komen we echt los van de burgerij. De weg verandert onder onze voeten in een pad en we dolen tussen hoge, prachtig getekende en gekleurde rotspartijen. Joke merkt op dat hier weelderige rietgroei is. We zien slijtsleuven over de bodem getrokken. Dit moet een Rambla zijn, zo ventileer ik mijn pas gewonnen wijsheid. Dit is een droge rivierbedding. Slechts sporadisch stroomt hier water. In de nabije heuvels kan bij hoge uitzondering zoveel regen vallen dat het water zich met geweld door zo'n sleuf, als wij nu lopen, een weg naar beneden baant. We genieten van de prachtige omgeving en volgen het spoor van de watergeul.
We lopen onder een hoge vervallen spoorbrug door en het pad lijkt lijkt zonder einde. Ik besluit een route check te doen. Tot mijn schrik zie ik dat deze ver verwijderd is van de oranje lijn. Joke aanvaardt haar lot zonder tegenspraak. We draaien om en gaan terug om de fout te herstellen. Het juiste spoor heb ik snel weer gevonden. Prachtige vlaktes met gele en paarse bloemen laten zich van hun beste kant zien. We dwalen verder en het landschap verandert in grote boerenakkers. Tot over de horizon groeit hier een knolgewas.
We bereiken het dorp waar de route zich terug gaat buigen naar ons thuishonk. Een bouwvallig huis wordt bewaakt door een kwaaie herdershond. Een riem van hooguit drie meter bepaalt zijn bewegingsvrijheid. Plotseling komen twee felle dwergpekinezen van het erf af rennen. Zij mogen zonder riem. 1 van die krengen koerst recht op mijn linkerhiel af. Voor ik het goed en wel besef, zet deze piranha zijn vlijmscherpe kaakjes in mijn onschuldige hak. Tenminste dat was het plan. Sneller dan het monster had verwacht, draai ik mij om en wil zijn tandjes voorgoed van z'n kaken scheiden met een gerichte karatetrap. Het beestje voorziet tijdig het naderende probleem en maakt zich uit de voeten en blijft op veilige afstand de rest van zijn vocabulair uiten.
Op de terugweg is het pad de weg kwijt. Of wij, dat is ook een mogelijkheid. Maar plots lopen we door de wildernis, waar in geen velden of wegen iets begaanbaars te ontwaren is. De blauwe stip weet het ook niet meer. De oranje lijn is voor hem onbereikbaar geworden. Geen paniek, ik zet een koers uit, die uiteindelijk het oorspronkelijke pad weer gaat kruisen. Na de spoorbrug komen we weer op de bekende weg naar de camper. Hoewel deze nu een stuk lastiger is dan bij de start.
Zaterdag 28 februari
Een zwaar bewolkte hemel tref ik aan bij het opstaan. De temperatuur is laag. Dan ziet zelfs een prachtige vallei er een beetje triest uit. Joke en ik genieten daarom extra van het koffiemoment. Heerlijke warme koffie in een behaaglijke camper en speciaal voor mij een chocolade muffin. Mijn lieve schat waakt als een terriër over haar voedsel inname. Vetten en dergelijke worden resoluut de deur gewezen. Zodoende rust op mij de taak om allerlei lekkernijen op te peuzelen, die niet aan haar strenge eisen voldoen. Ik kan er mee leven.
Het is weer inkoopdag. Ik start de scooter, Joke klimt achterop en samen zijn we onderweg naar de Lidl. Na 1,2 kilometer zijn we gearriveerd. Ik zorg ervoor dat mijn chocomuffins weer bij de collectie zitten. De prachtige blauwe lucht wordt nog steeds afgeschermd door oersaai grijs, ondanks alle optimisme van mijn weerapp.
In de middag wil ik een bezoek brengen aan Santa Barbara. Een piepklein gehucht, dat 6 kilometer naar het zuiden ligt. Het hoogtepunt daar is de kasteelruïne. Mijn eega heeft het niet op ingestorte gebouwen, zelfs niet als het historisch erfgoed is. Ze blijft lekker in de warme camper. Na best een fris ritje parkeer ik de scooter op een strategische plek. De ruïne bestaat uit een klein torentje die best hoog op een heuvel ligt. Ik laat de drone er omheen vliegen, dat scheelt een hele klim.
De versterkte toren is door de Moren aangelegd. Deze beheersten Andalusië, terwijl de rest van Spanje al was heroverd door de Christenen. Op de grens werd een heel netwerk van verdedigings torens aangelegd en hier was Santa Barbara er 1 van. Met een gepaste nieuwsgierigheid slenter ik door het kleine dorpje, eigenlijk niet meer dan een paar huizen. Maar de ruige bergen, een diepe vallei en de ongerepte natuur geven het iets bijzonders. Dit zijn voor mij de hoogtepunten in een reis. Het verschil met mijn thuis leven is zo gigantisch groot.
Weer terug in de camper vervloek ik onze bestuurders. Ze blijven ongegeneerd roven bij de burgerij voor hun eigen dwaze waanbeelden. Eind december heb ik de camper weer in de belasting gezet. Hiermee start dan het nieuwe kwartaal wegenbelasting. Tenminste dat dacht ik. Nee, hoor, dan missen de graaiers hun onterechte heffingen. Na 1 maand verklaren ze het kwartaal voor beëindigd. Het nu startende nieuwe kwartaal kunnen ze de verdubbelde wegenbelasting gaan innen.
Zondag 1 maart
Na een paar dagen binnenland begint de zee weer aan mij te trekken als een magneet. Ik heb eens iets gehoord en gezien over Vera Playa. Daar zou ik weer aan de kust kunnen staan. Nadat de boel is ingepakt en de neuzen zijn geteld, krijg ik groen licht om te gaan rijden. Het is maar een korte rit van een half uur. Bij aankomst weten we beide niet wat we zien. De kuststrook bestaat uit een enorm breed en lang plateau langs het strand. En deze staat nagenoeg vol met campers. Ik heb het over een lengte van meer dan twee kilometer. Duizend is heel veel, maar als ik zou gaan tellen moet ik daar wel ergens in de buurt komen. Een bord vertelt mij dat campers niet vooraan op de kustlijn mogen staan. Daar houdt iedereen zich keurig aan.
Nieuwsgierig als we zijn, besluiten we het hele parcours te lopen. Hier kan geen camperbeurs tegen op. Er mist geen model. Van stokoude klassiekers tot de meest moderne Concorde, het staat er allemaal. Daarnaast is het ook een toonbeeld van verenigd Europa. Alle landen van de EU zijn rijkelijk vertegenwoordigd. Sommige hebben de landsvlag zelfs metershoog naast hun karretje te wapperen. Uiteraard mist een flinke voorraad landgenoten niet. We lopen langs een vrij rustige zee en kijken weer heerlijk naar de eindeloze einder. Twee vrachtschepen vinden het hier zo gezellig, dat ze voor anker zijn gegaan.
Eigenlijk is het heel romantisch om zo met je lief langs het strand te slenteren, was het niet dat er vele ogen op je gericht zijn, vanaf een strandstoeltje of wat daarvoor door moet gaan. Net als ik ga denken dat er geen einde aan komt, komt er een einde aan. We hebben dan zeker een paar kilometer gelopen. Samen doen we de route nog een keer maar nu andersom. Een Brit denkt aan deze motorhome bezitters iets te kunnen verdienen. Op zijn vehicle is een bord geplaatst, dat er morgen pizzas bij hem te verkrijgen zijn. Over een prijs wordt niet gerept, het kan dus ook gratis zijn. Mijn inschatting is van niet.
De ene plek is beter gesitueerd dan de andere. Wij zijn bij binnenkomst beduusd op een bescheiden plek gaan staan. Maar de wandeling leert ons, dat je mooi beschut bij een bos kan staan of toch aan zee als je maar ver genoeg doorrijdt. Deze kennis is nuttig voor een volgende bezoek.
Maandag 2 maart
Het is niet uitgesloten, dat Joke en ik een beetje licht geven als we straks weer thuis zijn. Nu hoor ik jullie zeggen, dat we altijd al een lichtend voorbeeld zijn geweest. Maar dit is een serieus verhaal. Mij is ter ore gekomen dat de omgeving waar wij nu zijn jarenlang een rampgebied is geweest. Om alles wat te verhelderen neem ik jullie mee naar 1966. Toevallig precies 60 geleden dit jaar.
Wiens schuld het was, doet er niet meer toe, maar een jachtvliegtuig gaf geen voorrang aan een B52 bommenwerper. Of het was andersom, maar voor het verhaal is dat niet belangrijk. Het gevolg was dat hoog in de lucht de twee toestellen op elkaar knalden. En dat liep niet goed af. De brokstukken vlogen alle kanten op. Het ongeluk gebeurde recht boven Palomares, het Spaanse dorp waar wij nu zijn. Het wordt erger. Aan boord van de bommenwerper waren bommen. Natuurlijk niet vreemd, want het was immers een bommenwerper. De koude oorlog was op z'n heetst. Dus werd er in vol ornaat getraind. Eigenlijk waren het geen gewone bommen, hoewel dat ook al zeer fataal kan zijn. De vier bommen, die nu los van hun moedertoestel waren gekomen, en met een enorme gang naar beneden suisden waren atoombommen.
De boel kwam op de brede stranden terecht. Een geluk bij het ongeluk was dat de gruwelijke monsters niet op scherp stonden. Anders was de Middellandse Zee nu een stuk groter geweest. Twee van de vier ploften in het zand en bleven zonder noemenswaardige gevolgen daar liggen. Maar goed, we zijn er nog niet, want er klapten nog twee anderen op de grond. Dat ging minder goed. Zeg maar gerust dat ging slecht. Waarschijnlijk omdat ze rotsen hebben geraakt, raakten de beide ernstig beschadigd. De gemeenschap is vandaag de dag nog dankbaar dat ze niet in volle kracht explodeerden, maar wel ontsnapte er een aanzienlijke hoeveelheid radioactiviteit.
De Spanjaarden hebben samen met de Amerikanen de omgeving goed schoongepoetst. De burgemeester van Palomares was vooral bezorgd over de gevolgen voor het toerisme. Daarom hebben de Amerikaanse ambassadeur en een Spaanse minister na de schoonmaak beurt gezamenlijk heerlijk in de zee gezwommen. Daarbij hadden ze net zoveel pers uitgenodigd als ze maar konden bedenken. De propaganda actie slaagde gedeeltelijk, de jaren die volgden, kwam het toerisme weer langzaam op gang.
Ik wil weten hoe de vlag er nu bij hangt en ga op onderzoek uit. Uiteraard is Joke van de partij. We rijden op ons werkpaard naar het buurdorp Villaricos om te kijken of het openbare leven daar inmiddels weer volop tot bloei is gekomen. Zoiets zou enorm geruststellen. We maken er geen half werk van. De hele kustlijn lopen we milimeter voor milimeter af. Wat we zien is een prachtig aangelegde boulevard met veel speelse elementen. Maar liefst twee jachthaven(tjes) bezit het kleine dorp. Opvallend veel. Terug gaat de route door het centrum. Veel gloednieuwe vakantie appartementen schitteren door hun aanwezigheid. Een punt van zorg is wel, dat er heel weinig mensen op straat zijn. Waarom is dat? Joke suggereert dat het ook wel eens aan het weer zou kunnen liggen. Amper 15 graden en de hele dag zwaar bewolkt. Ik zeg niets.
Dinsdag 3 maart
We zitten in de Sahara. Deze is geheel uit eigen beweging naar ons toe gekomen. De lucht hangt zo vol met zandstof, dat ik betwijfel of er nog iets is achtergebleven. De zon staat er dan ook een beetje bedroefd bij. Ik merk dat hij er graag een zonnig dagje van had willen maken, maar als daar een hele Afrikaanse zandbak is tussen komen hangen, rest zelfs het machtige hemellichaam niets anders dan zich te schikken. Het blijft dus bij een vaag schijnsel. Ik heb een klusje, waarbij ik mijn racescooter voor nodig ben. Maar zomaar wegrijden gaat vandaag niet. Eerst ben ik met de schop bezig het ding uit te graven om daarna het zand uit de vitale delen te peuteren voordat ik kan starten. Het heeft heel wat voeten in de aarde.
Joke en ik gaan een stuk lopen langs de kust. De zee is erg onrustig. Hoge golven slaan om in de branding waarna het water meters hoog spat als het de kribben en rotsen raakt, die daar juist liggen om de zee te temmen. Kijk, dat maakt de wandeling tot een onderneming. We zeulen door het mulle zand, terwijl we bedacht moeten zijn voor een plens zeewater, welke onze kant op is gestuurd. Het is merkwaardig dat wind en golfslag twee geheel los van elkaar staande elementen zijn. Goed, het waait best wel een beetje, maar de zee gedraagt zich alsof het windkracht 10 is.
Deze streek wacht smachtend op de zomer. We lopen langs strandtenten. Ze staan er verlaten bij, troosteloos vastgeklonken aan het natte strand. Binnen zijn de stoelen opgestapeld en aan de biertap hangt een spinnenweb. De wandzeilen klapperen om aandacht te trekken van de niet aanwezige badgasten. Ook vandaag zal het binnen stil blijven. Grote, luxe appartement gebouwen staan er tegenover met de luiken dicht. Het speelterrein voor de kinderen kent een onaangename rust. Een enkele horecazaak heeft alle moed verzameld en de deur open gezet. Binnen is het donker, met alleen de barman aanwezig. Op het terras zit enkel een oudere dame een boek te lezen, diep in haar jas weggestoken. Waarschijnlijk om de dag van de man een beetje dragelijk te maken, heeft ze een wijntje besteld.
We lopen door en komen op Playa Vera Natura. Tegen een hok, voor beschutting tegen de frisse wind, ligt warempel een blootganger. Je kan je hobby ook overdrijven. De gezichtsuitdrukking van de man is het mij eens. We komen langs een deel waar bloeiende bloemen staan, die heerlijk geuren. Het is het enige wat het voorjaars gevoel ondersteund. De meeste wandelaars die we tegenkomen hebben zich in een jas verstopt. Ik ben een van de weinigen die zich in een t-shirt waagt. We draaien ons na drie kwartier om. Terug gaat altijd sneller, want na een half uur zijn we bij ons reispaleis.
Woensdag 4 maart
Het restant van de Sahara is vannacht stilletjes over onze camper uitgestrooid. Als we de gordijnen open doen, blijven de ramen gesloten. De zandlaag verhindert waarnemingen buiten de camper. We gaan het strand van Vera verlaten en het inruilen voor Vera zelf. Al vier weken lang zijn we het vuile wasgoed aan het opsparen. Het punt is bereikt dat de wasmand overstroomd en de kasten leeg zijn. Hier kom ik weer om de hoek kijken. In de app P4N staan alle interessante punten voor een camperaar. Dus momenteel ook voor ons. Even later heb ik de omgeving afgespeurd op wasgelegenheden. In het stadje Vera zijn meerdere. Vlakbij een plek waar je goed kan parkeren, heb ik 1 gevonden waar de referenties lovend over zijn.
Voordat ik de scooter naar binnen kan schuiven, moet ik met water en poetsdoek in de weer om het machientje z'n oude uiterlijk terug te geven. Daarna bel ik met mijn jarige zus, die me doodleuk vertelt dat het heerlijk weer is in Nederland, veel zon en voorjaars temperaturen. Dat zijn nou net die dingen die je niet wilt weten. De 2500 kilometer die wij hebben gereden, behoort lonend te zijn geweest. Hier is de lucht grijs, regent het zo nu en dan zandkorrels, en blijft de thermometer steken op 17 graden.
In Vera parkeer ik de camper bij de stierenarena. Joke propt de grote tas vol wasgoed. Niet veel later lopen we de wassalon binnen. Het aantal reeds aanwezige personen belooft dat het weleens een lange dag kan worden. Maar dat valt mee. Twee van de drie machines zijn zelfs vrij. Terwijl Joke bont van wit scheidt, ga ik bezig met het ontcijferen van de betaalwijze per app, die in correct Spaans keurig uitgelegd staat op een manshoog bord. Joke is allang klaar, als ik nog worstel met het trage internet. Nadat de creditcard gegevens door het appje zijn opgeslokt, begint er schot in te komen. Tot verbazing van de muntwerpers begint onze wasser plots uit zichzelf te draaien. Ik glimlach slechts.
Jo houdt de wacht over het was gebeuren, terwijl ik terug ga naar de camper om een poging te doen om het zand van de ramen te krijgen. Voor de voorruit is het niet onbelangrijk dat ik enigszins zicht heb. Het wasprogramma gaat vlot en drie uur later loop ik met een tas schone was te sjouwen, die door een gigantische droger ook nog eens watervrij is gemaakt.
Op ons werkpaardje halen we boodschappen bij de Lidl en dan vinden we het te laat om nog verder te rijden, zoals eerst het plan was. Een gezellige Zeeuw komt een tijd met mij een buurpraatje houden. De man reist alleen en is al sinds september met zijn mobilhome in Spanje. Hiermee vergeleken zijn wij nog maar net aangekomen.
Donderdag 5 maart
Hevige nacht achter de rug. 1 en al vuurwerk. Nee, het is niet wat jullie denken. Jaloezie is niet nodig. Het knetterde door een hevig onweer. Enorme dreunen echoden door de bergen. Het feest ging gepaard met regenval en nu bij het opstaan regent het nog steeds. Het gedonder is verderop. Later in de ochtend bespreken we wat we gaan doen. Mijn voorstel is om naar Retamar te rijden. Mijn lieve vrouw doet geen tegenvoorstel, zodat mijn inbreng met algemene stemmen wordt aangenomen.
Met de ruitenwisser op standje interval rijden we weg uit Vera. Een flinke stuk snelweg gaat ons vlot richting het einddoel brengen. Onderweg steken we even aan bij een service station. Heel attent van deze ondernemer. Naast zijn pomp heeft hij een paar autowas cabines. En dus ook een stortplaats voor grijs en zwart water. Voor 2 euro krijg ik de sleutel, waarmee ik het luikje voor de waterkraan kan ontgrendelen. Helemaal leeg en vol gaat het daarna in 1 streep naar Retamar. Omdat het winterseizoen is, kun je daar langs de boulevard parkeren, feitelijk tegen het strand aan.
Als we er bijna zijn, breekt de zon door en zal de rest van de dag ook niet meer weg gaan. In mijn fantasie gaan we straks heerlijk op het strand zitten met een boek en een drankje. Er is plek. We zien fikse golven enthousiast het strand op rollen. Boven alles uit klinkt het zwaar roffelend geluid van de branding. Ik zie de bladeren van de palmboom naast mij strak allemaal dezelfde kant op wijzen en gefrustreerd meld ik Joke dat het strand plannetje de ijskast in kan. Het uitzicht is natuurlijk weer geweldig. Uit het raam zien we alleen maar zee. Tenminste als we door het juiste raam kijken.
De zon brandt ons de camper uit, zodat we van de nood een deugd maken en besluiten om een stuk te lopen. Met de wind stevig door mijn weelderige haardos, inderdaad is het tijd voor een knipbeurt, loop ik met Joke het ruime strandgebied op. De harde wind en ruwe zee zijn waarschijnlijk de oorzaak van het gegeven dat we de enige wandelaars zijn in het immense gebied. In de verte zien we een rond, wit gebouw met een blauw koepeldak. Een stuk erachter staat de voor ons inmiddels bekende toren. De zeerovers hebben langs de hele Spaanse kust voor een enorme bouwactiviteit gezorgd.
De gebouwen zijn ons doel. Het blauwe dak blijkt een ermita te zijn. Een soort reuze kapel, zeg maar. Heel vreemd om dit pand hier, helemaal in de afzondering en ver weg van de bebouwing, midden op het strand te zien staan. De toren verderop blijkt inderdaad schietgaten te hebben. Instemmend kijken we elkaar aan, toch weer die zeerovers.
Vrijdag 6 maart
De wind is vannacht flink gaan aantrekken. Ik had de bui al zien hangen, of beter gezegd: de storm. Laat ik nu net vandaag in Retamar de golfbaan hebben gereserveerd. Lekker dan, ga je na vier weken weer eens een balletje slaan, komt er net een vliegende storm over. Maar de reservering is gedaan en betaald, dus ga ik het beste er maar van maken. Als ik naar buiten ga, om de scooter uit z'n hok te halen, merk ik pas dat menens is. De camperdeur vliegt zowat uit mijn handen. Buiten kan ik me amper staande houden. De voorspellers hebben kracht 6-9 beloofd, ik denk dat ze te zuinig zijn geweest. Een troost gedachte is dat ik nu aan zee sta, de baan ligt een stukje van de kust af. Met houden en keren, vooral de losse onderdelen, breng ik mijn motortje in stelling. Compleet verwaaid werk ik me weer naar binnen.
Na een tijdje zegt Joke dat het wel erg hard waait en dat ze denkt dat het nog erger kan worden. Een goede verstaander is maar een half woord nodig, en na 50 jaar samen in 1 bed te hebben geslapen, kan ik de vertaalslag maken vanuit dit vrouwdiaans. Het betekent zonder twijfel 'ik wil hier weg'. Nader toegelicht; weg duidt op de plaats aan zee. Dilemma lijkt zich aan te kondigen bij haar, de scooter staat net buiten, die moet dan weer naar binnen. Ook een gedoe.
Gisteren hebben we bij het binnenrijden van Retamar gezien dat langs de hoofdweg ruime gelegenheid is te parkeren. Daar ben je weg van de zeer onstuimige zee en super storm. Het staat daar enigszins beschut. Een bijkomend feit is dat we inmiddels ook gezandstraald worden. Kracht 10 en een strand vol met zand en daar staat dan vervolgens een campertje dusdanig opgesteld, dat de natuurkrachten tegen de avond waarschijnlijk alle verf hebben verwijderd.
Het is eigenlijk geen vraag maar een noodzaak. Ik start de motor en we rijden weg naar een betere plek. Het racemonstertje haal ik daarna wel weer lopend op.
Even later staan we langs de hoofdweg, het verkeer passeert op een halve meter, maar het is een stuk rustiger. Als ik op de golfbaan ben, zit Joke nu met gerust gevoel binnen.
Dat het golfen in deze storm uitloopt op een drama, behoeft hier geen verder betoog. Toch was het weer fijn om weer eens met golfstokken bezig te zijn.
Voordat we morgenvroeg vertrekken, moet ik eerst de ramen poetsen, want het zicht naar buiten heeft daar aan de kust een flinke beperking gekregen.
Zaterdag 7 maart
Ik twijfel. De opvouwbare emmer heb ik al ontvouwt. Er zit al een flinke plons water in en de raamragger staat klaar. Maar, zo besef ik me nu, als ik ga boenen, moeten we vanavond weer de gordijnen sluiten. Het is juist zo gemakkelijk, geen inkijk en toch niet de klus van het sluiten van alle jaloezieën. Joke kijkt van achter het keukenraam toe en ik snap haar motivatie. Met een zucht dompel ik de veegdoek in het water en begin.
We rijden Almeria binnen. Geen uitzonderlijke hoogbouw kenmerkt de skyline. Wel een gigantische oppervlakte, maar in Spanje hebben ze de ruimte. Het is druk bij de Lidl. We staan bij de buren geparkeerd en in de winkel moet je brutaal doordrukken anders kom je niet eens voorbij het eerste schap. Na het afscheid van de kassajuffrouw bergen we de spullen op en rijden naar het noorden de bergen van Andalusië in. Wat weer een schitterend gezicht. Hoge reuzen op de achtergrond met daarvoor meerdere rijen van de kleinere modellen. Tussendoor glimmen de valleien van het groen, waar de bergen massief en onbegroeid overkomen. Dit soort ritten doet je weer beseffen dat de mensheid slechts in uithoekjes woont en de open natuur de wereld beheerst, ondanks dat leugenaars het je anders willen doen laten geloven.
We parkeren midden in de bergen bij een archeologische site. Hier kun je overnachten maar uiteraard willen we ook de prehistorie met eigen ogen zien. Ik plaats de camper op een voor het oog meest vlakke deel wat nog beschikbaar is. Maar vlak is het niet en krijg ik het ook niet. Als ik wat vertwijfeld buiten rond loop, komt een Pool vanuit zijn woonmobiel naar me toe. Hij gaat straks weg en vlakker dan zijn plek ga je echt niet vinden. Ik bedank hem. Straks is een ruim begrip in Polen en omstreken.
We zien dat de hekken dichtgaan. De prehistorie wordt voor ons afgesloten. Een bord vermeldt dat de pret om 14.00 uur afgelopen is. Ai, dat valt tegen. Morgen om 10.00 uur is de volgende kans. Joke is resoluut; dan gaan we morgen.
Na een tijdje ontdek ik op de digitale kaart dat op een half uur lopen 'fortin 1' te bereiken is. Het is geen onderdeel van de site, maar wel zo bijzonder dat Maps er melding van maakt. Zonder een idee te hebben wat het gaat opleveren, knopen we de wandelschoenen aan en gaan op pad. Na een stuk langs de weg, worden we een moeilijk begaanbaar pad opgestuurd.
We passeren een vervuilde afgelegen plek, waar tientallen honden aan een korte lijn vastzitten, wel heeft ieder de beschikking over iets wat op een hok lijkt. De beesten gaan flink tekeer als we langslopen. Maar de lijnen zijn tekort voor direct gevaar. Na wat klimwerk bereiken we fortin 1. Even lijkt ook hier een hek roet in het eten te gooien. Maar hier ontbreekt een slot, zodat we erdoor kunnen. Op de top van de heuvel bevinden zich resten van een kleine nederzetting. Iedere informatie ontbreekt, behalve kleine paaltjes met een pijl en het woord archeologie. We leiden daarvan af dat we iets bijzonders zien.
Terug bij de camper zien we dat de Pool eindelijk vertrokken is. Ook daar krijg ik de reiswagen niet horizontaal neergezet, zelfs niet met behulp van de stelpoten. Maar met het maximaal mogelijke zijn we ook tevreden.
Zondag 8 maart
We zijn gekeerd, maar wel ten goede. Hierover straks meer.
Gisteren hebben we de archeologische site gemist, maar wel een tocht naar fortin 1 gemaakt. Dit blijkt alles met onze onderneming van vandaag te maken hebben. Om exact 10.00 uur gaat het hek van Los Millares weer open. De eerste nieuwsgierigen drentelen dan al minuten lang om. Wij zijn zover nog niet. Maar een half uur later zijn we goed wakker. Het infocentrum meldt dat zij geen info hebben, maar dat deze wel op de borden staat bij de vindplaats. Om deze boodschap aan bezoekers te kunnen geven, heeft de organisatie maar liefst drie medewerkers aangetrokken.
Joke loopt door de openstaande poort het terrein op en ik wandel gezellig mee. Omdat we nog onwetend zijn, verbaas ik me over het feit dat we nog een lang wandelpad moeten afstruinen, voordat we bij de nederzetting uit de steentijd zijn. Niet veel later ben ik wijzer. Een kleine afslag brengt ons bij het eerste infobord. Ik lees dat we, sinds we door het hek zijn gegaan, al in de necropolis lopen en dat al die bulten om ons heen grafheuvels zijn. Al met al zijn het er ruim 80. De nederzetting ligt verderop op een uitloper van de heuvel die abrupt eindigt bij de rivier.
Destijds, ik heb het over 6000 jaar geleden, woonden hier best veel mensen. Omdat in die tijd gold; roven of beroofd worden, is alles op de verdediging gericht. Het kampement bestaat uit drie delen achterelkaar. Elk deel heeft een muur van teminste 2,5 meter. Als rover moet ik mij langs drie barricades vechten voordat ik in het centrum ben. Maar, zo lees ik op een ander infobord, de eerste muur halen was al vrijwel onmogelijk. Fortin 1, jawel, behoort al tot de eerste verdedigingslinie. In totaal lagen er wel 20 forten rondom de nederzetting.
Eigenlijk was deze nederzetting het Silicon Valley van de steentijd. Terwijl onze voorouders aan de Noordzee zich nog behielpen met stenen hulpmiddelen en dat ook nog jaren zouden blijven doen, werden hier spectaculaire uitvindingen gedaan. Onze primitieven hadden al het erts ontdekt en wisten hiermee veel handiger spullen mee te maken. Natuurlijk moesten ze het eerst smelten en daarna in een vorm gieten, maar ook dat behoorde tot hun kennis.
Als uitsmijter heeft de beheerder van de site in een andere uithoek van het grote terrein een reconstructie neergezet van wat zij vermoeden hoe het er uit heeft gezien. Tot nu toe hebben we alleen fundamenten, losse stenen en infoborden gezien, dus dat lijkt ons wel wat. Weer een aangename wandeling met mijn eega brengt ons bij dit punt. Een viertal hutten, een stevige verdedigingsmuur en twee grafheuvels brengen een goed beeld van toen. Compleet met huisraad, zodat ik mij er al thuis begin te voelen.
Dan nu het keerpunt. We gaan niet zuidelijker. Onderzoek naar de weersomstandigheden hier, verderop en een eind terug valt duidelijk in het voordeel van de laatste uit. Met z'n tweeën hebben we de camper andersom gezet en naar Lucainena gereden. De hele middag vallen er buien, hoewel we vanmorgen heerlijk in het zonnetje hebben gelopen.
Maandag 9 maart
Een immens parkeerterrein. Wel honderd auto's en 10 bussen kunnen er staan. Met de nadruk op kunnen. De afgelopen nacht waren wij de enige gebruikers van dit enorme plakkaat asfalt. Boze tongen beweren dat het is aangelegd van Europees geld. Een, zo durf ik wel heel voorzichtig te stellen, nutteloze investering. De bedoeling zal ongetwijfeld zijn, dat het volloopt met nieuwsgierigen. Want Lucainena heeft een attractie. Joke stelt voor om naar het mirakel van dit dorp toe te lopen. Ik ben direct voor.
De wandelschoenen worden vastgesnoerd, want we laten ons niet verrassen door een slecht wegdek. Van afstand hebben we ze al zien staan. Een stuk of acht torentjes, keurig op een rij. Een klein billboard op de rand van onze zwarte plaat prijst het aan, dus het moet heel bijzonder zijn. We gaan. Het is even klimmen maar na 500 meter zijn we ter plekke. Wederom een infobord vertelt ons het verhaal. Jarenlang is hier erts gewonnen en verwerkt. Nu niet meer, wegens een te geringe productiecapaciteit. De acht torens functioneerden als een soort hoogovens, waarbij het woord hoog niet al te serieus moet worden genomen.
De attractie biedt twee opties, die uiteraard ook beiden kunnen worden genomen. Een pad in de vorm van een houten plankier loopt voor de torens langs en voor de durfals is een trap gecreëerd die leidt naar een hoger plateau. Vervolgens is het mogelijk om op deze hoogte langs de ovens te lopen. Bovendien is op de verdieping nog een tweede infobord. Dat is het. Ik weet niet wie op het idee is gekomen dat deze opstelling wel eens drommen publiek kon gaan aantrekken, maar volgens mij is het een ietsje overschat. Dat de EU dan geld geeft voor een parkeerterrein van een paar honderd vierkante meter is dan weer een bewijs dat ons bestuur in handen is van onbekwamen.
Joke wil de wandeling graag verlengen naar het dorp. Ik stem alweer voor. Een smalle weg brengt ons naar het centrum. Het is zondermeer een schattige plaats. De straatjes lopen kris kras door elkaar, en zijn zoals dat hoort supersmal. Ik kom tot twee hoogtepunten: een achttiende eeuwse steeg, waar grote bloempotten aan weerszijden de ruimte nog verder inperken. Het andere is de eveneens uit de 18e eeuw stammende kerk. Hierbij komt hetzelfde gevoel als bij de parkeerplaats naar boven; is het niet een tikje te groot voor het dorp?
Na de middag verlaten we onze nachtplaats en reizen naar Hurre. Het Andalusische bergland is weer betoverend. In Hulle stop ik bij een benzinestation om van het zwarte water af te komen. Blijkt dat ze daar een hoge wasplaats voor auto's te hebben en er is een box vrij. Hoewel ze het heel lief opmerkt, krijg ik van mijn vrouw de opdracht onze inderdaad lang niet schone reiswagen eens een flinke beurt te geven. Ook dit vraagt om creativiteit. De Engelse vertaling van de Spaanse instructies bevat een korter programma dan het origineel. Het muntapperaat wil weten welke keuze ik maak en heeft daarvoor uiteraard de Spaanse versie. Ik werp in en druk op wat knoppen. Heet zeewater spuit in volle kracht uit het pistool. Ik schrob, boen en spuit dat het een lieve lust is totdat ons wagentje er weer glimmend bijstaat.
Iets verderop parkeren we in een fraai parkje, waar we via een modderige rivierbedding hadden moeten komen, volgens de navigatie. Ik heb een stukje omgereden.
Dinsdag 10 maart
Bij het gestage ochtend ontwaken dringt het geluid zich langzaam aan mij op. Zacht, licht tikkend op het dak. Regen. Voor het land hier geweldig, de natuur staat volop in bloei en de velden staan vol voedsel. Zo nu en dan een scheutje water is lavend voor deze processen. Bij een overwinteraar ligt dat iets anders. Die kan zo'n scheutje missen als kiespijn. Prachtige zonnige dagen met een boterzachte temperatuur is de droom wanneer deze zijn ingesneeuwde huis verlaat voor betere omstandigheden. Maar goed, wij staan op, doen ons ding en zitten tot 12.00 uur door het raam te kijken naar steeds groter wordende waterplassen. Het prachtige plekje van gistermiddag verandert nogal van structuur. Eentje die niet uitnodigd voor uitstapjes.
Ik werp het plan op tafel om alvast naar de volgende bestemming te rijden. Het fijne aan een goed huwelijk is dat mijn lieverd het meteen weer volledig eens is met het idee.
De camper tuft rustig door het fraaie bergland. Vandaag krijg ik veel slingerwegen aangeboden. Heerlijk om te rijden. We dalen af naar zeeniveau. Iets voorbij San Juan de los Terreros heb ik een leuke optie zien liggen in de app. Als we aankomen zijn we gelijk verliefd. Zo zien we de 'wilde' plekken het liefst. Een groot open veld met hier en daar begroeiing, dicht bij de zee en dicht bij een plaats, mooier gaat het niet worden. Meerdere campers staan verspreid op het terrein. Bij grote campers staat vaak een autootje. Vooral de Smart is favoriet. Hier staan mensen vaak voor lange tijd en maken met de dinkytoy allerlei uitstapjes en halen de noodzakelijke boodschappen.
Nadat we onze plek hebben uitgezocht, kijk ik even rond. Weer internationaal. Maar buiten is het niet prettig. Twaalf graden geeft ons weerstation aan. Daardoor dreigt dit een echte binnendag te worden. Maar dan verschijnt aan de horizon een reepje blauw, wat steeds groter wordt en dichterbij komt. Zou het dan toch nog? Tegen vijven breekt de zon dan eindelijk door. Voor de temperatuur komt hij te laat, die blijft laag. Maar ik heb meteen een niet af te remmen neiging om er uit te gaan. Ik sleep Joke mee. Met de stevige schoenen aan de voeten lopen we richting zee. Deze ligt nog een stuk lager dan waar wij verblijven en heeft geen strand maar een grimmige rotskust. Meerdere kleine eiland rotsen liggen er schitterend bij. Wat weer een adembenemend uitzicht. Gefascineerd staan we de kust af te turen. Niets of niemand kan beter boetseren dan de natuur zelf.
Woensdag 11 maart
Vanmorgen geen regen maar echte zonnestralen op ons dak. Het opstaan gaat nu een stuk vlotter. Bij het openschuiven van de gordijnen zie ik weer in welke mooie omgeving de camper staat. In goed overleg besluiten we te blijven staan. Dit zijn altijd hele relaxte dagen. Ik hang wat rond de camper, Joke leest en puzzelt de hele dag door. Voor alles is er een zee van tijd. Binnen wordt het al gauw te warm. Daarom zet ik onze opvouwbare tuinstoelen op een soort van prive plekje. De camper is zo geparkeerd dat de deur uitkomt op een omboomd miniveldje. Eigenlijk moet ik zeggen omstruikt.
Ik ga naar binnen en zoek een bijpassende korte broek uit de voorraadkast. Ook Joke gaat voor deze dracht. In het dorp staat een supermarkt. Het brood is op. Een goede reden om de winkel eens van binnen te bekijken. Samen lopen we naar het dorp. Op nog geen 500 meter afstand heeft de super zich gevestigd. Wij kijken ons de ogen uit, als we over de drempel stappen. Dit is geen supermarkt, maar een compleet winkelcentrum. Het enige wat ze niet verkopen is kleding. Het is een combinatie van de Hema, de Trekpleister, de Gamma, Blokker, Gall & Gall en de Jumbo. We scharrelen de noodzakelijke spullen bijelkaar en rekenen af.
Op het moment dat mijn achterste pijn begint te doen van het zitten in de zon, stelt Joke voor om bij de zee te kijken. Ik sta al, voor ze is uitgesproken. We banjeren tussen de vele verschillende woonmobielen door en even later zien we de zee weer tegen de rotsen aan klotsen. Naast ons ligt een fikse heuvel. Voor ik het besef, ben ik al bezig bij het ding omhoog te klimmen. Joke laat zich niet kennen en klautert vrolijk mee. Door het heldere weer, zien we meer van de omgeving dan een dag geleden. Fantastisch om hier zo te staan en over de ruime zee te staren. Ik laat de beelden langzaam in mijn geheugen graveren. Altijd handig als we weer thuis zijn en het is een mistige koude dag. Joke laat mij naar de top klimmen, zonder de behoefte te hebben achter mij aan te gaan.
In de namiddag rij ik met de scooter naar een benzinestation waar ik ons zwart water kwijt kan. De ondernemer speelt goed in op de situatie dat er veel campers hier langs de kust staan. De stortputten zitten achter een slot, en voor drie euro krijg ik de sleutel mee. Goede deal, want ik ben blij dat de mini beerput weer leeg is.
Donderdag 12 maart
Zitten we heerlijk aan de koffie, krijg ik ineens een heel vervelende gedachtescheut. Waar zoiets plots vandaan komt, weet ik niet. Een goede verklaring is ook niet in de encyclopedieën te vinden. Inderdaad, ik heb er nog even om gezocht. Joke ziet het gebeuren en zet snel haar koffiemok op de tafel, zodat als het nodig is ze mij kan assisteren. Heel attent, ik waardeer het met een knipoog. Maar de nare gedachteflits is er, en ik heb het er maar mee te doen. Ik zal proberen te beschrijven wat ik voelde.
Aanvankelijk zat ik heerlijk te genieten en om me heen te kijken. Het zonnetje staat er stralend bij. Het is supergezellig op de wilde camperplaats, allerlei figuren lopen van hot naar her en weer terug. Maar daar zat niet het probleem in. Exact weet ik het niet meer, maar ik geloof dat ik mijn telefoon oppakte. In het schermpje verschijnt altijd enige informatie als het toestel beweegt. Zoals de tijd en de datum. Achteraf verwijt ik mijzelf, dat ik naar de info heb gekeken. Want dat is nergens voor nodig. De koffie smaakt er echt niet anders om als ik de boodschap niet lees. Maar goed,, iedereen maakt weleens een fout.
Maar deze kwam wel heel hard binnen en gedane zaken nemen geen keer. Het achteloos lezen van de datum, daar ging het mis. Bijna half maart. Voor begin april staan er zaken op de agenda die zich in Nederland afspelen. Dat betekent dat ik moet nadenken over de terugreis. Het hyperventileren heb ik gelukkig weten te voorkomen maar het trillen van de handen heeft even geduurd.
Voorzichtig bereid ik Joke voor. Ik weet, als ik het te plompverloren op tafel gooi, zijn de poppen aan het dansen. Na een half uur praten over koetjes en kalfjes weet ik het gesprek ongemerkt om te zetten naar de kalender. Ze vat het goed op, echt ze is een sterke vrouw. Enigszins aangeslagen bespreken we het naderende afscheid van Spanje. De prachtige natuur, het ongerepte bergland, de vriendelijke prijzen, de aardige mensen, de onbegrensde tolerantie en natuurlijk die prachtige, ongeschonden zee. Dat we daarna beiden een tijd stil zijn, behoeft geen nadere uitleg. Met tegenzin pak ik de landkaart en begin berekeningen te maken. Ongeveer nog 14 dagen, dan moeten we bij de Franse grens zijn. We willen het niet weten, maar voor de harde werkelijkheid weglopen doen we ook niet.
Toch willen we nog iets van de dag maken. Op onze motorscooter trekken we naar Aguilas. Een middelgrote provinciestad. De hoogtepunten daar zijn volgens mijn vriendin het plaza de Espana en de boulevard. Met dit doel voor ogen, rijden we de stad binnen. In weer zo'n grappige scooterparkeerplaats zet ik ons apparaatje weg. Op naar de plaza. De aangeprezen fontein staat vrolijk z'n water te spuiten. De omvang van het plein had ik mij groter voorgesteld. Maar wel reuze gezellig, met allerlei terrassen er op en om heen. De boulevard lopen we op en af, maar het is niet Benidorm. Bovendien loopt de autoweg er bij langs wat veel verstoring geeft. Maar het beeld van de rotsen op de achtergrond en de beide jachthavens maakt weer veel goed. We drinken nog wat op een terras aan de plaza en stappen dan weer op het motortje.
Vrijdag 13 maart
De tour gaat verder. Drie dagen heerlijk aan de kust gestaan. Maar vandaag start ik de motor van het reispaleis. Het plan is om eerst in Aguilas boodschappen te halen voor het weekend. Als we de winkel naderen, krijg ik al het gevoel dat het weleens een probleem kon gaan worden. Joke zegt precies hetzelfde. De Lidl is bijna in het centrum gevestigd. Daar horen ze helemaal niet te zitten. Anders altijd in een buitenwijk met veel parkeerruimte. Het is de voornaamste reden om naar uitgerekend deze grootgrutter te gaan. Wat doe je dan in een centrum.
Ik rij voorbij het grote gebouw, rondom staat het propvol met auto's, zelfs om een fiets te parkeren is geen ruimte. Op de rotonde draai ik 360 graden. De uitgezochte route gaat over een gebergte strak langs de kust. Ik draai constant aan het stuur. Het slingeren gaat alle richtingen op. Op 400 meter hoogte vindt de berg het genoeg. De neus gaat naar beneden. We komen aan in Puerto de Mazarron. Een groot vlak terrein ligt aan de buitenzijde. Het is een stralende dag. Het is onbewolkt en het voelt zomers. Snel schuif ik de scooter naar buiten. We laten ons niet weer verrassen bij meneer Lidl. Voor het kleine werkpaardje is altijd plaats.
De navigatie komt deze keer van mijn smartwatch. Dat is met een beperking. Ik krijg als chauffeur alleen de handeling op de volgende kruising te zien. Maar lekker loopt het contact niet. Aanwijzing is linksaf. Ik sla linksaf. Horloge in paniek, berekent nieuwe route. Nu wil hij rechtsaf. Zo kom ik met mijn vrouw achterop met horten en stoten aan bij de winkel. De keus voor het monstertje blijkt een juiste. Ook hier is het krap en vol. Maar de tweewieler gaat totaan de voordeur. De terugweg gaat beter. Ik raak beter ingespeeld op de commando's.
Nadat we ons een flinke tijd in de zon hebben gewenteld doet Joke het voorstel om het strand op te zoeken. In t-shirt en korte broek wandelen we naar de blauwe plas. Wat een prachtig strand. De kustlijn slingert nog meer dan de gereden bergweg. Grote rotsen zijn overal neergekwakt. En paar liggen in zee, andere weer op de kust. Daar tussendoor probeert de zee zijn ding te doen. Ook hier is het geheel weer aangekleed met palmbomen. Een paar zwemmers tonen aan dat het water al een beetje op temperatuur komt. We werken ons bij een grote, in zee liggende, rots omhoog. Eerlijkheidshalve zeg ik erbij dat de gemeente ons een handje heeft geholpen. De aangelegde trap was geen slecht idee. Boven dromen we heerlijk weg. De zachte wind streelt door m'n haar. De wijde omgeving kan ik overzien. De grillige kustlijn maakt het plaatje af. Joke staat minutenlang de schoonheid op te snuiven. Zulke momenten bevestigen de keuze voor een winterreis.
Terug bij de camper raken we aan de praat met de buurman. Een solist, hoewel ik dan de hond tekort doe. Het is omdat we het de man hebben horen vertellen anders hadden ook wij het niet geloofd. Daar gaan we: hij is geboren in Israël, heeft een Duitse vader en een Engelse moeder, rijdt in een campertje met een Hongaars kenteken, welke in Polen is gemaakt, woont in Spanje en zijn dochter woont in Thailand. Ons verhaal is een stuk korter.
Zaterdag 14 maart
De zon is weg. Gisteren een hele dag onafgebroken geschenen, maar bij het opstaan geen zon. Een prachtig grijs wolkendek heeft de plaats ingenomen. Ieder z'n plezier, maar het heeft niet onze voorkeur. We gaan rijden. De tijd dwingt ons naar het noorden. Veel van onze halteplaatsen zien we in omgekeerde volgorde voorbij komen. Het blijkt al de eerste training van het reisgeheugen te zijn. Joke is nog haarscherp. Ze weet nog dag en uur van haar bezoek aan de kapper in Cartagena. Weliswaar nadat ze in het bankoverzicht de betaling heeft opgezocht. Uiteraard slechts ter controle.
Voor de eerste stop heb ik een heel programma opgesteld. Bij het benzinestation krijg ik het fors voor de kiezen. Met de nodige precisie parkeer ik de woonwagen exact boven de afvoerput. Terwijl het grijze water hartstochtelijk de vrijheid zoekt in het riool, grijp ik de ton. Inmiddels heb ik ook de waterslang in de vulopening geplaatst. De betaling in de automaat kan achterwege blijven, want het water vloeit spontaan.
De lijst is nog niet af. Ik stuur de kar naar de pompen. Als ik de greep van de diesel pomp afneemt, zegt het infoschermpje dat het 1,92 per liter gaat kosten. Ik heb de foute slang, gaat door mijn hoofd. Bij het aanrijden had ik het nog 17 cent billijker gezien. Ik wissel van slang waarmee ik het hele geautomatiseerde systeem stevig in de war breng. Er komt geen drup uit mijn nieuwe keuze. Ook na een keer terug hangen niet. Na twaalf pogingen komt het kassameisje helpen. Tevergeefs. De pomp zwijgt in alle talen.
Ze gaat serieuze hulp halen. Een jongeman met een redelijke kennis van Engels komt haar vervangen. Of ik normale of superdiesel wil? Normaal is goed genoeg, zeg ik. Hij pakt weer mijn eerste keuze. Verschrikt wijs ik hem op het bedrag en stamel dat ik 1,75 op de prijslijst heb gezien. Manmoedig neemt hij me mee naar de bewuste lijst. Gasoline kost wat ik noem, maar dat is geen diesel. De keus is 1,92 of 1,99. Meer smaken zijn er niet. Hij vult daarna onze tank. Tijden veranderen, begin februari betaalde ik nog 1,21. Oorlog dient slechts het belang van enkelen, terwijl de grote massa slechts schade ondervindt. Als toetje druk ik ook nog de beide Lpg-flessen vol.
De beoogde stop valt tegen en we besluiten na de lunch weer verder te rijden. We stranden in San Miguel de Salinas. Het weer is grijs gebleven met een enkel straaltje. Het uitzicht klopt met wat de folder mij vertelde, maar veel te doen is er niet. Wel zijn we trots te mogen vermelden dat we op het balkon van de Costa Brava staan.
Zondag 15 maart
Wij staan nu in Novelda. Nog nooit van gehoord, denken jullie. Dat klopt, ook voor ons is deze plaats een onbekende vlek. Spanje is groot, het geldt dus voor heel veel vlekken. Wat mij nu zo leuk leek aan deze plaats, is een bezoek brengen aan hun roemruchte kasteel. Kastelen zijn bij uitstek gebouwen waar je prachtige opnames kan maken met de drone. Daarom heb ik gisteravond deze plaats als reisdoel op tafel gegooid. Joke heeft het er niet weer afgesleten, zodat vanmorgen ik het als eindpunt in de navigatie kan invoeren. Maar de glans is er een beetje af. Afgelopen nacht wist ik het eigenlijk al. In die paar seconden dat je net even boven je slaap uitkomt, voelde ik de camper schommelen. Daarna snurk je weer lekker door. Maar de boodschap is binnen, het waait hard.
De palmboom voor onze neus werkt als windmeter. Als alle bladertakken dezelfde kant uitwijzen, weet je dat het menens is. In mijn geval betekent dat de drone thuis kan blijven. Tot en met kracht vier is het vliegmachientje uiterst stabiel. Rukwinden tot kracht zeven weerstaat hij echter niet. Sinds de crash van vorig jaar weet ik dat er een maximum is. Onze trouwe tweewieler staat al weer klaar. Het kasteel staat hoog en is meer dan een uur lopen. Beide zijn een goede reden voor rijhulp. We zijn net buiten de bebouwing, als we hoog op de heuvel al een apart gebouw zien staan. Wonderlijke vormen voor een kasteel, dat wel. Via een paar haarspeldbochten komen we dichter bij. De opvallende verschijning is een kloosterkerk die naast de burcht is gebouwd. Deze steelt echter wel de show.
Van de stoere ridder woning zien we slechts massieve muren. Maar wat een bijzonder, sprookjesachtige, kerkgebouw staat voor onze neus. Gebouwd met gele bolstenen zijn de muren nergens vlak. De twee torens priemen hoog boven het middenschip uit. Speciaal voor ons zijn beide bouwwerken gesloten. We moeten uiteraard nieuwsgierig blijven. De wind giert letterlijk om ons hoofd. Het is best lastig om stil te blijven staan. Vooral het moment als ik een foto wil maken, grijpt de wind zijn kans. Nadat we alle hoeken en gaten uitvoerig hebben onderzocht, rest niets anders dan de aftocht. Bijna rechtstandig gaat het naar beneden.
Het is weer een zonnige dag, met nauwelijks bewolking. Maar de onaangename wind zorgt ervoor dat we de rest van de middag wegkruipen aan boord van de reismobiel.
Maandag 16 maart
Samen met de circus lui maken we ons op voor vertrek. Wij zijn het snelst. Er is een internet probleem sinds vannacht om 0.00 uur. De tijdslimiet van de datacard was op dat moment verstreken. Alle digitale activiteit komt nu weer op de rekening van het in ons thuisland afgesloten contract. Zoiets moet niet te lang duren, weet ik door schade en schande. Ik heb een heel ruim budget van 50 gb per maand, maar o wee als ik dat in het buitenland wil gebruiken. De maand bijdrage vliegt omhoog.
Op de route van vandaag kom ik langs een orange-filiaal. We hoeven maar een heel klein stukje van de snelweg af. Bijna rij ik de camper te pletter op een hoogtebalk. Joke let altijd goed op en geeft net op tijd een bescheiden hint. Iets verderop is voor hoge voertuigen plaats ingeruimd. Het filiaal zit ook nu weer in een winkelcentrum. Ik vraag me af, terwijl ik weer uiterst vriendelijk geholpen wordt, of de Orange-zaak directie een speciaal aanname beleid heeft. Om voor financiering in aanmerking te komen moet een bedrijf door tal van ESG hoepeltjes springen. Waarschijnlijk staat daar iets over dikke dames in dienst nemen. Het is op deze reis de derde keer dat ik een data kaartje haal in verschillende plaatsen. Telkens wordt ik geholpen door hetzelfde type. Corpulent, rond de 35, klein van stuk en altijd vrouw. Mijn paspoort heb ik nu wel bij me. Dat scheelt een keer extra naar de camper op en neer lopen. Haar smartphone doet dienst als vertaalmachine.
Even later snorren we weer over de snelweg. We snijden een stuk af, door binnendoor te reizen. De omgeving verandert van kale rotsen en palmbomen in beboste heuvels en normale bomen. Onze bestemming is Carlet. We kunnen prachtig parkeren aan de buitenzijde bij de Mangro rivier. Het weer is optimaal. Strak blauw, een licht briesje en ruim boven de twintig graden. Zonder echt te overleggen, besluiten we niets te ondernemen. De terrasset gaat naar buiten, de kleding wordt zomers en dat is het wel zo'n beetje.
Wel heb ik een klein takenlijstje af te werken. Een afspraak maken voor apk keuring in Veendam op de dag na aankomst. Documenten naar de verzekeraar, nog steeds in verband met de inbraak. En een afspraak met de zenec-dealer voor verwisselen van de radio-navigatie. Het lukt alledrie. Daarna is het genieten van het mooie uitzicht over de rivier. In de bedding is het volop activiteit. Graafmachines graven, bulldozers schuiven en vrachtwagens voeren zand af. Waarom dit zo gaat, wij hebben geen flauw idee. Misschien moet de rivier breder of dieper, of allebei. Maar het schouwspel is gratis en mooi meegenomen.
Dinsdag 17 maart
Vandaag hebben we opnieuw een lange rit gepland. Lang voor ons doen dan. In Valencia is het goed opletten. Ik laat mij door Maps dwars door de stad voeren. Dat is het snelst, is het argument. Nu is die redenering niet zo gek dan je in eerste instantie denkt. Het einddoel ligt aan de kust. Dan is langs de kust rijden het meest voor de hand liggend. Aldus Maps.
De eerste knooppunten gaat het fantastisch. Met de juiste rijbaan aanduiding op het scherm en die correct interpreteren vloeien we mooi met het verkeer mee. Aan wie het precies heeft gelegen, onderzoek ik nog, maar het onvermijdelijke gebeurt. Vanuit mijn perspectief geeft Mappie een onduidelijke aanwijzing. De lijn loopt duidelijk rechtdoor. Echter, zo was het niet bedoeld. Het gevolg is dat ik met de camper, met daarin ook mijn vrouw, helemaal in het stadshart sta. En wel pal voor het moderne monumentale concertgebouw.
Nu springen de aanwijzingen alle kanten op. Ik kom erachter dat een rotonde tientallen afslagen kan hebben en dat Valencianen daar geen enkele moeite mee hebben. Helaas, ik ben geen Valenciaan. Nu geef ik onmiddellijk toe dat Maps z'n uiterste best doet om zijn(?) fout te herstellen en blijft enthousiast aanwijzingen geven. Na enige tijd begint er warempel weer enige lijn in te komen. Joke studeert aandachtig mee en herkent plotsklaps het aangegeven wegnummer. Maps neemt haar advies direct over en even later rijden we trots de stad uit.
Nu zit achter dit tochtje wel enige haast. Voor de lunch moeten er nog boodschappen komen. We kunnen dit eventueel ook na de lunch doen, maar dan hebben we geen lunch. Ingewikkeld, maar het klopt wel. Het briljante plan is om eerst voor de camper een leuk plekje te hebben, en dan op de scooter erop uit om wat levensmiddelen te halen. Ik stuur trots de weg in waar we willen parkeren. Na het aanschouwen van de situatie is er van de trots niets meer over. Hier kunnen alleen auto's staan, mits ze niet te lang zijn. Een alternatief biedt zich gelukkig snel aan. Na P4N te hebben geraadpleegd, komt er een groene stip in het vooruitzicht. Kenners van de app weten dat dit de meest gewilde plekken zijn. Gratis en alle service bij de hand. We parkeren daar en constateren dat we ook vorig jaar hier hebben gestaan. Even later gaat de motor met ons als passagiers schuin door de bochten om te zorgen dat er eten komt en er ook nog iets van de middag overblijft.
Na een tijd heerlijk in de zon te hebben gelegen, wil Joke graag naar de kust. Vanuit mijn echte gentleman gedachte ga ik haar natuurlijk begeleiden. Het strand bestaat puur uit grind. Een vreemde gewaarwording als je de brede zandstranden van ons land bent gewend. Gelukkig komt er na een tijd een boulevard opduiken, wat toch prettiger loopt. Het is weer een super fijn moment om zo weer met je meisje langs de prachtig blauwe watermassa te lopen.
Woensdag 18 maart
De reis gaat verder. Om een prettig rij-ritme te krijgen heb ik voor alle resterende dagen een mogelijke overnachtingsplaats opgezocht. Bovendien moeten we een dag eerder in Nederland zijn. Dat heb ik mijn mijn werk weigerende zenec te danken. Vanaf dag 1 van deze trip is deze ongevoelig voor mijn aanraking geworden. Dat is onhandig want het betreft een touchscreen. Daardoor viel er met het ding niet meer te navigeren. De radiofunctie werkt gelukkig ook met de klassieke knoppen, zodat we nog wel steeds een gezellig achtergrond muziekje hebben. Bij toeval ontdekt. Joke houdt iedere dag een poetsronde. We waren al een tijdje onderweg zonder radio en navigatie uit het wonderapparaat, toen de poetsdoek langs een van de knoppen flitste. Daarmee kwam de dode tuner weer tot leven. Sindsdien zwingt de Spaanse muziek weer uit de boxen.
Ook de ramp voor niet kunnen navigeren viel mee. Ik ben iemand die graag zekerheden inbouwt. In de camper(s) heb ik tot nog toe altijd met dubbele navigatie gereden. Valt het ene uit, dan is er altijd nog zijn broer. Dat was nu ons geluk. De telefoon via bluetooth gekoppeld aan mijn carpuride levert Maps-navigatie op een groot scherm. Maar met 1 scherm mis ik toch de controle. Zo"n navigeerder doet ook maar wat. Daar kom je achter als je twee hebt draaien. Op lange afstanden meldt de ene soms een wel dertig kilometer langere route dan de andere. Uit principe kies ik voor de korste. De andere springt over en weet soms dan weer een nog kortere. Echt waar. Goed, dit is wel wat een lange inleiding waarom we een dag eerder in Nederland willen zijn, begrijp ik. De dealer in Eindhoven werkt alleen op maandag en woensdag. In plaats van 3 april, zoals eerst bedacht, wordt het nu 1 april, geen grap.
Wij staan in Benicasim. Ook weer zo'n toeristische plaats aan de kust. Braaf had ik vanmorgen de eindbestemming opgegeven. Wij rijden de plaats binnen en arriveren. Joke kijkt verbast om zich heen. Dit is heel anders dan je vertelde, krijg ik als half verwijt te horen. Echter, mij rest niets anders dan toegeven. Waar we terecht zijn gekomen is alles behalve een groot, vlak terrein waar wel 100 kunnen staan. Ik heb strak in een parkeervak lopen inparkeren. Alles staat dicht op elkaar, buiten zitten is niet mogelijk en een drukke weg zorgt voor doorlopend herrie.
Het zal toch niet, vraag ik mij vertwijfeld af. Ik pak mijn telefoon om te checken waar ik op heb in geprogrammeerd. De aap komt uit de mouw. Niet de gewenste, maar een plek verderop waar ik ook even ongeïnteresseerd naar heb gekeken, heeft de eervolle opdracht gekregen om ons te mogen ontvangen. Gelukkig ben ik bereid mijn fout te herstellen. Een kort ritje brengt ons net even buiten de stad, heerlijk rustig gelegen en de plaatsen voor het uitzoeken. De camper komt in een hoekje te staan, zodat we een ruim terras voor de deur hebben.
Opnieuw een aangename, zonnige dag en dan wil je niet gedwongen zijn binnen te zitten. In de middag verkennen we de stranden van Benicasim. Ook weer een fantastisch verblijfsgebied. Een breed zandstrand ala Nederland, waarschijnlijk geïmporteerd, biedt zomers hier aan hele volksstammen strandplezier. Via de droge Rambla lopen we terug. Weer een geslaagde dag.
Donderdag 19 maart
Omdat het zo'n mooie naam heeft, zijn we naar Alcala de Xivert gereisd. Maar het zit niet tegen, want er blijkt ook nog wat te doen. De camper stallen we bij een vrij grote kinderspeelterrein direct in het begin van de plaats. Ik loop het dorp in, terwijl Joke bezig is met een lastige puzzel. Het straatbeeld is gevarieerd, wat de aanblik meteen een stuk prettiger maakt. In het centrum staat een toren heel eigenwijs naar de hemel te priemen. Mijn nieuwsgierigheid dwingt mij om daar een kijkje te nemen. Het blijkt bij een kerkgebouw te horen.
Maar tijdens de bouw is iets faliekant mis gegaan. Tenminste dat is mijn inschatting bij het zien van de situatie. Ik denk dat er twee bouwploegen aan het werk zijn gegaan omdat er haast bij was, of zoiets. Er is in ieder geval geen overleg geweest. Want toen iedereen klaar was en de troffels weer in de gereedschapskist zijn gestopt, bleek dat het niet volgens plan is opgeleverd. Want de toren staat los en naast de kerk. Ze hebben het maar zo gelaten. Zodat nu driehonderd jaar later er nog over wordt geroddeld.
Als ik in de verte naar de bergrug tuur, valt mij een robuust gebouwde burcht op, die werkelijk op de hoogste top is neergezet die beschikbaar was. Ik wijs, Joke kijkt, en vervolgens vertel ik van mijn plan. De vestiging ligt drie kilometer verderop. De vraag is nu, gaan we lopen. In een bijzondere app kan ik hoogtelijnen zien en zo weet ik tegen het loopplan in te brengen dat het ook tweehonderd meter klimmen is. Terwijl wij in het bezit zijn van een ijzersterk motortje. De discussie duurt niet lang. Als je maar goede argumenten hebt. Ik maak ons werkpaard startklaar.
Even later zijn we al pruttelend onderweg. Voor de duidelijkheid, het is het paardje wat pruttelt. De tocht duurt een klein kwartier. Het pad is verhard, maar soms ook niet. De verharding is zo aangelegd, dat alles, inclusief de passagiers, schudt en trilt. Dat is het leuke aan Spanjaarden, ze zijn onvoorspelbaar. We komen terplekke. Het laatste stuk gaan we lopen. Dat was het compromis. Een smal en lastig begaanbaar paadje voert de spanning verder op. Maar even later staan we oog in oog met een onverwoestbaar slot uit de elfde eeuw, welke wel in een ruïne is vervallen. Maar de schade valt mee. Veel oorspronkelijke muren staan nog overeind. Alleen de vertrekken zijn vertrokken.
We mogen vrij rond dwalen. Een smalle omgang rond het kasteel langs een ravijn is geen bezwaar, want er hangt een touwtje aan 1 zijde, die je kan vastpakken. We zijn wel in Spanje, tenslotte. We verwonderen en verbazen ons over de indrukwekkende dikke muren, hoge torens, het grote oppervlak en het fantastische uitzicht. Dan hobbelen we weer naar beneden, waarbij ik als bestuurder alleen maar de remmen nodig ben.
Vrijdag 20 maart
Vandaag heb ik met een kriebelig gevoel rond gereden. Bij het vertrek uit Xivert stuur ik de camper feilloos naar de provinciale weg en schakel ik over naar cruise control. Mijn oog glijdt over het instrumentenbord. Dat doet mijn oog overigens vaker en met grote regelmaat. Als er iets niet klopt, wil ik dat zo snel mogelijk weten. Goed, mijn oog glijdt dus en blijft haken op een rood lampje wat feitelijk helemaal niet hoort te branden. Zeker niet nog na een paar kilometer. Het betreft het lampje met een accu- teken erin. Soms flikkert het even, soms is het zelfs even uit. Maar op het moment dat ik dan denk, he het gaat goed nu, dan flikkert het weer aan.
Het begint me duidelijk te worden dat er een probleem is. Meestal duidt een dergelijk rood lampje op een fout rondom de dynamo. Angstvallig hou ik de temperatuurmeter in de gaten. Een slappe v-snaar is ook daarin terug te lezen. Maar deze blijft stabiel. Samen met Joke ben ik onderweg naar een golfbaan. Ik besluit tot daar gewoon door te rijden.
Iedereen bij de golfclub spreekt goed Engels. Zowel met de poortwachter als de receptioniste valt goed te communiceren. Ik heb de par-3 geboekt. Geen enkel probleem, we kunnen direct los. Dat gaat wel heel gladjes, denk ik een beetje bezorgd. Nadat Joke aan een Fransman de weg heeft gevraagd, komen we in de juiste arena aan. Het kwartje valt, eigenlijk zijn het drie oefenholes die je ieder drie keer mag spelen. Zonder aankleding; geen bunker, geen water of iets anders ellendigs. Maar het is prachtig weer, de zon schijnt, de vogels zingen, zodat we in opperbeste stemming wat balletjes slaan.
Bij het starten voor het vervolg van de route, zit ik gespannen naar het instrumentarium te kijken. Ook nu blijkt weer, dat problemen zich nooit zelf oplossen. Met het rode lampje weer aan rijden we naar een prachtig meer bij Amposta. Na aankomst werp ik een blik op de dynamo. Uitwendig is er niets te zien. De accu 's zitten goed vol, maar dat zegt niets. Het halve dak ligt vol zonnepanelen en deze laden beide accu systemen. Het technisch boekje meldt, dat als het lampje blijft branden, ik direct de servicedienst moet contacteren. Niet ver hier vandaan is een Iveco werkplaats. Morgen daar maar eens om raad vragen.
We lopen nog even naar het meer. Deze ligt vrij naakt in het veld. Rondom is geen enkele begroeiing. Hier kunnen voor vogels huizen, welke je in Veendam niet gauw zult tegenkomen, zoals de ibis en de flamingo. Het enige wat wij zien is een meeuwen kolonie. Als we teruglopen krijgen we toch nog een knipoog van de natuur. Voor onze lensen verschijnen, zowel een witte, als een zwarte ibis.
Zaterdag 21 maart
Het is maar een klein kwartiertje rijden. Eerst hobbelen we de slechte weg weer af en dan gaat het richting Amposta. De camper draait op mijn aangeven het grote Iveco terrein op. Door twee langzame schuifdeuren kom ik bij de balie. Een vriendelijke medewerker vraagt wat ik kom doen. Tot in de puntjes voorbereid, pak ik mijn telefoon, brabbel de boodschap in het Nederlands.. Op hetzelfde moment is mijn vraag keurig vertaald in het Spaans, zodat de man begrip vol mijn probleem kan uitlezen. Wat volgt is overleg in de werkplaats. Even later hoor ik dat de baas met 10 minuten arriveert, zolang moet ik wachten. Geen probleem, uiteraard. Hoeveel keus heb ik?
Zonder dat ik het heb opgemerkt is de baas inderdaad gearriveerd. Opnieuw mijn gefabriceerde tekst getoond. Er komt schot in de zaak, want de camper mag onder de overkapping. Hier is de halve werkplaats ondergebracht. Monteurs kunnen zo buiten werken in de schaduw van het dak. Na wat heen en weer geloop, schuift onze wagen op naar een plek met autolift, zodat er gemakkelijker gespeurd kan worden. De motor mag ik starten, de dynamo ligt aan de hartbewaking en beelden worden bestudeerd. Er wordt zelfs een apparaat ingeplugd onder het dashboard, zodat het hele softwaresysteem uitgelezen kan worden. Mijn rode accu lampje doet ondertussen vrolijk zijn best. Dan weer aan, dan weer uit.
Na anderhalf uur diepgaand onderzoek komt de chef met de diagnose: hij weet het niet. Het vermoeden gaat richting dynamo, maar een softwareprobleem valt toch ook niet uit te sluiten. Hier houdt hun kennis op, want Iveco is niet hetzelfde als Fiat. Voor een verstandiger advies kan ik beter naar de Fiatgarage, hun uitleesapparatuur is beter op Ducato problemen afgesteld. Conclusie, heel aardige mensen van goede wil, maar ik ben geen stap verder en wel 80 euro armer.
We willen nog langs de Lidl voor boodschappen, anders hebben we geen fruit en melk bij de lunch. De geplande winkel in dezelfde plaats als we zijn, blijkt niet meer te bestaan, dan maar een dorp verderop. Tegen half drie zijn we klaar met eten. Ik plan een camperplaats in de buurt van Tarragona, zodat we maandag daar verder kunnen leuren met het rode-lampje-probleem.
De rit gaat door een mooi berggebied. We volgen de rivier de Ebro. Iets te gedwee, want ik mis een afslag, zodat de route met 8 kilometer wordt verlengd. Gelukkig is er nog plaats op de niets te grote plek. We staan aan de buitenzijde van een dorp met een fantastisch mooi uitzicht over een groot dal.
Zondag 22 maart
Samen met Joke heb ik El Masroig bekeken. Het besluit, wel of niet democratisch dat laat ik in het midden, is genomen dat de camper hier nog een keer 24 uur blijft staan. Als we dan zo lang te gast zijn in dit kleine maar uiterst vriendelijke dorp, dan willen we ook even nader kennis maken. Vanaf de camperplaats lopen we zo het dorp binnen. Het gedeelte waar wij werden toegelaten bevat geen enkele nieuwbouw woning. Sterker nog, de laatste nieuwbouw woning die hier is gebouwd, is minstens 70 jaar oud.
En laat ik dat nou juist leuk vinden. Joke deelt dat plezier volledig met mij. De kerk, altijd het hart van dergelijke oude plaatsen, staat volledig ingeklemd tussen de woningen. Alleen aan de voorkant is een ruimte gelaten, die je met de nodige fantasie plein, of liever pleintje, zou kunnen noemen. Samen struinen we verder. De hoofdweg uit 1753 is heerlijk smal. De woningen doen knus aan. Het meest aandoenlijk zijn de schattige balkonnetjes. Gemaakt van gedraaid ijzerwerk. Voor net niet alle ramen is zo'n uitstapje gemaakt. Het levert een gezellig straatbeeld op.
Onze plannen gaan veel verder dan een snelle kennismaking. Ook de omgeving komt aan de beurt. Wat speelt er zich allemaal af in de achtertuin. Onze nieuwsgierigheid gaat ver. Via 'route you' heb ik een kort en niet superzwaar traject blootgelegd. Het moet met ruim een uur bekeken zijn, zo is de belofte. We geven ons over aan de digitale betweterigheid en volgen nauwkeurig de opgegeven lijn. Zo lopen we even later door de wijnbouw akkers. Gesnoeide druiven struiken staan er een beetje zielig bij. Vergeleken met de uitbundige bloei van allerlei fruitbomen zijn de kale takjes eigenlijk geen gezicht. Volgens Joke gaan de druiven veel later geplukt worden dan het andere fruit en gaat het goedkomen. Voor mij is dat een geruststellende gedachte en ik kan er mee verder. Het zal ook wel moeten want mijn lief is doorgelopen. De te volgen weg loopt alleen maar naar beneden. Het keerpunt is bij de brug over het uiteraard opgedroogde riviertje. Vanaf daar gaat het alleen maar omhoog. We lopen over zandpaden die heerlijk slingerend door een bosachtige omgeving gaan. Het dorp verdwijnt nooit echt uit het vizier.
Spin tevreden komen we weer bij ons honk. Even hang ik lekker ontspannen in de klapstoel. Het fantastische uitzicht van gisteren is er nog steeds. Ook nu weer met een blauwe lucht en een al best aantikkende zon. Maar de plicht roept. Ik wil de camper vandaag nog langs de service plaat brengen, zodat we morgenvroeg vroeg kunnen vertrekken. Het rode lampje probleem gaat dan dag 4 in. Wel is er een verandering in het plan gekomen. Oorspronkelijk wilde ik naar een bedrijf in Reus, maar na de reviews te hebben gelezen, ziet Joke mij wit wegtrekken. Nu wil ik naar Tarragona. Het bedrijf daar is ook niet smetvrij, maar dat is met de kritische consument van nu ook bijna onhaalbaar. Maar het gevoel zegt mij, dat ik daar moet zijn.
Maandag 23 maart
De rustdag is voorbij. De garages zijn weer open, zij het tot 13.00 uur. Om 16.00 uur gaan ze weer verder waar ze gebleven waren. Dat schijnt hier handig te zijn(?) Vol vertrouwen stuur ik het woonschip over een weer prachtige bergweg. Het bewuste lampje staat eerst naar hartenlust te stralen. Maar na een paar keer knipperen houdt het er ineens mee op. Met een gedoofd licht rijden Tarragona binnen. Zwierig zwaaien we over de rotonde driekwart en dan gaat het richting garage. Het kan nooit kwaad om het systeem te laten uitlezen is nu in de camper de gangbare opvatting.
De straat is niets te breed en aan beide zijden staat het helemaal vol geparkeerd. Maar we staan wel voor de garage. Ik zeg staan, maar bedoel rijden. Het achterop komende verkeer wil ook graag door zodat we blijven rollen met de garage steeds verder uit zicht. Joke stelt voor om er achterlangs te rijden. Ik sla af en wil de parallel weg inslaan. Het smalle straatje staat aan weerszijden vol met auto's. Het spoor wat overblijft, past een man met kruiwagen door, maar absoluut geen camper. Ons verdachte lampje houdt zich nog steeds rustig. Ik spreek de op zich best wel wijze woorden uit: We gaan verder, overal staan garages.
De tank moet vol. De brandstof app meldt dat vlakbij een station zit die het voor 1,58 wil verpatsen. Gezien de omstandigheden alleszins redelijk. Met volle tank rijden we de stad weer uit. Voor vandaag heb ik een reisdoel ingesteld. Mijn voorstel om op het infoscherm te kijken of de beide accu 's geladen worden op het moment dat lampje zich weer meldt, haalt een meerderheid. Maar nu schijnt de zon volop. Dan zijn de zonnepanelen een stoorzender voor dit slimme plan. Die leveren op dit moment topspanning. De volgende garage wordt pas opgezocht als we bij donker weer en een actief dashboard lichtje constateren dat er geen laadstroom is.
We staan in Castellette. Een schitterend klein dorpje aan een stuwmeer. We wandelen er door heen en kijken ons de ogen uit. Wat een onspaans dorpsbeeld. Een best grote Ermita staat op het hoogste punt, gebroederlijk met een stoer kasteel. Daarna volgen de bijzondere woningen. Grote ijzeren deuren, fraaie bloembakken, diverse trapsteegjes en een wijds uitzicht over het meer zijn de ingrediënten waar we van smullen. Een stoep is er niet. De straat is een strak geplaveide wandelgebied waar bij wijze van hoge uitzondering de aanwonenden heel voorzichtig met hun autootje mogen komen.
Aan het eind van de dag verliest de zon het van een wolkendek. Deze laatste heeft niet onze interesse, zodat we naar binnengaan.
Dinsdag 24 maart
Heerlijk wakker worden na een superstille nacht. We zijn ver van alle drukte. Net als we ons aan een kopje koffie laven, klinkt er een zwaar gebrom. Nieuwsgierigheid dwingt mij naar buiten te kijken. Met verbazing zie ik op het hele smalle weggetje dat naar deze plaats leidt, een grote touringcar aankomen. Met enige aarzeling zet de chauffeur deze half achter ons neer. Omdat het gebrom aanhoudt, kijk ik weer naar het weggetje en zie daar warempel een tweede bus aankomen. Allebei zijn ze afgeladen met schooljeugd. Maar voor de laatkomer is eigenlijk geen plaats.
Ik besef dat wij eigenlijk op de parkeerplaats voor bussen staan, hoewel dit nergens staat aangegeven. Normaal zouden er twee passen, maar zo'n Niesmann Bischoff pikt daarvan 1 in. Paniek bij de reisleiding. Er wordt getelefoneerd en de bestuurders steken de koppen bij elkaar. Ik loop naar ze toe en maak met gebaren duidelijk dat ik prima kan verkassen naar de kleine parkeerplaats waar enkele camperbusjes staan. Chauffeur twee maakt een afwerende houding. Ook goed, ik heb het je aangeboden. Even later staat hij toch bij mijn raam. We verplaatsen de camper en de touringcars kunnen gebroederlijk op onze plek.
Wij zijn onderweg naar een mooie parkeerplek even voorbij Barcelona. Het beruchte lampje weet weer niet wat het wil. Dan brandt het, daarna flikkering, dan een tijd uit. Ik wil wel eens weten wat het opladen doet in beide situaties. Joke wil naar het infoscherm achter in de camper lopen, als haar oog op de 12 volt stekker valt. Deze etaleert ook de spanning. Vanuit haar stoel kan ze deze aflezen en zo constateren wij dat een oplichtende lampje echt betekent dat er geen laadstroom is. Maar het grootste gedeelte van de rit is de alarmlamp uit, en dan wordt er als een dolle geladen. We durven de rit naar huis zo wel aan. Desnoods gaan we op een nachtplaats met stroom staan.
Via P4N heb ik een leuk plekje gezien bij Arenys de Munt gezien. Zandvlakte, omringd met bossages. Weer prachtig prive staan. Als we buiten weer lekker onderuit hangen in de stoel, bestudeer ik de omgeving. Tot mijn verrassing zie ik dat we vlakbij een park, compleet met kasteel staan. Sterker nog, we staan op de parkeerplaats daarvan. Dat willen we wel eens van dichterbij zien. Als we zeven passen hebben gezet, zie ik een enorme waterstraal boven de bomen uitkomen. Het blijkt het werk van de kasteelheer te zijn, die met z'n fontein speelt.
Het kasteel doet mij aan Nienoord denken, alleen wat groter en robuuster. We doen nog even een rondje park. Maar dat valt een beetje tegen. Grasvelden met een aantal bomen. Een kinderspeeltuin, een hondenterrein en een gesloten terras moeten de boel wat opleuken. Helemaal vooraan komen we nog voor de oorspronkelijke toegangspoort te staan. De historie druipt ervan af, evenals de verf trouwens. Een beetje onderhoud zou het poortje goed doen.
Woensdag 25 maart
Waarschijnlijk woedt er ergens een verhitte strijd tussen twee kampen taalpuristen. Is het nu Girona of toch Gerona. De kampen hebben best een stevige invloed in het maatschappelijk leven. Vrijwel iedere kaart, digitaal of niet, komt met de e-variant. Steekpenningen, bedreigingen of wat dan ook zou best eens in het spel kunnen zijn. Het andere kamp heeft z'n tentakels in de bewegwijzerings industrie. Of hier sprake is van omkoping, mogelijkerwijs chantage gaat blijken uit de Epstein-files, ik kan het niet zeggen, want ik weet het niet. Maar ieder bord langs of boven de weg toont consequent de 'i'.
Wij staan ruim en op stand geparkeerd in Gerona. Naast ons staat zo'n charmante Niesmann Bischoff, dat degelijke merk uit Duitsland. Het is warm vandaag. De zon is de volle tijd aanwezig. Toch houden wij een citytrip. Maps heeft verraden waar wij langs moeten lopen. Via een lange loopbrug over de rivier komen we in een park. Niet echt een gezellige omgeving. Alleen kale boomstammen tot aan het uiteinde. Wel ligt er een wandelpad wat ons naar het centrum leidt. In het stadshart lijken alle straten op elkaar. Geel/bruinig opgetrokken panden met ongeveer vijf verdiepingen. Strak tegen elkaar en tegenover elkaar. De smalle straat ertussen is voetgangersgebied maar een enkele auto wordt niet tegenhouden.
Ik loop te watertanden. Het lijkt alsof in iedere winkelpand een banketbakker is gevestigd. De heerlijke uitziende producten staan in de etalage, de deur staat open zodat de geur het beeld versterkt. Ik heb de onbedwingbare neiging om naar binnen te stappen maar Joke loopt vijf meter vooruit en ik kan haar niet alleen in een vreemde stad laten rond dwalen, dus ondanks dat alles in mijn lijf zegt 'ga naar binnen' slaag ik er toch in om door te lopen. Meerdere straten zijn zo gevuld met diverse soorten winkels, met hier en daar een terras. Het centrale anker is de kathedraal. Al in het aanlopen zien we twee stevige torens strak omhoog priemen. Uiteraard staat het gebouw op een heuvel. Voor de kerk is een zeer lange en brede trapopgang. Een ideale pleisterplek voor jeugd en wat er voor door wil gaan.
Achter de kerk is een mysterieus spel van plateaus, trappen en poortjes. We vermoeden hier de oude stadsmuren. Als we het slenteren beu zijn, laat ik me een stoel op een terras aanpraten. Gelukkig neemt Joke naast me plaats. Met een wijntje en een biertje wisselen we de opgedane ervaringen uit. Aan de overkant musiceren twee jongens met gitaar en drums. De zon schijnt vriendelijk door het voorjaars groen aan de de bomen. Perfecter kan bijna niet.
Terug op de basis komen we in aanraking met de prioriteiten van de plaatselijke politie. Wij zijn net gearriveerd en stappen de woonwagen binnen, maar anderen die gezellig in het warme zonnetje buiten zitten worden vermaand de stoelen binnen te zetten. Geen campeergedrag op deze parkeerplaats. Beduusd door deze taakopvatting drinken wij de koffie netjes binnen.
Donderdag 26 maart
Laatste volle dag in Spanje. Het land wil er de nodige aandacht aan schenken. Ongemerkt komen we niet weg. Nog voor we wakker zijn is het feestprogramma al begonnen. Zonder echt wakker te worden voel ik de heerlijke schommelingen. Aan haar gezicht zie ik dat ook Jo er van ligt te genieten. Als de gordijnen een stukje opengaan zien we prachtige stofwolken de mooiste figuren in de lucht schrijven. Met een creativiteit die ik echt niet veel meer zie. Kortom er buldert weer eens een storm. Kracht 6 tot 10 om precies te zijn.
Op de snelweg, onderweg naar Figueres, heb ik de volle aandacht nodig voor het op de weg houden van onze kar. De windvlagen komen van opzij. Dat geeft het meeste effect op de koers van een hoog voertuig. Ook de navigatie wil meedoen aan het afscheidsfeestje. De meest efficiënte routes komen later wel weer, vandaag maakt hij er een potje van. Een feestdag waardig. Nadat we de rondweg halfrond hebben gereden, word ik onwetend de verkeerde kant op gestuurd. Zowel bij Joke als bij mij bekruipt het gevoel dat we gefopt worden. Nadat de camper weer een prachtig vrij plaatsje heeft gekregen, analyseren we het gereden traject. Wat we in het dorp wat een stuk verderop ligt te zoeken hadden, blijft voor ons beiden een raadsel.
In Figueres doet de storm er nog een tandje bij. De camper staat zelfs op z'n stelpoten flink heen en weer te schudden. De lucht is prachtig blauw, maar de storm en lage temperatuur zorgen voor guur weer. Deze stad is trots op een oud inwoner. In de twintigste eeuw heeft Salvador Dali de hele wereld weten te raken met zijn creaties, voornamelijk schilderijen. In sur-realistische stijl gaf hij het leven een heel ander aanzien. Hij heeft zelf nog meegewerkt aan de realisatie van het museum over zijn leven. Als echte kunstkenners willen wij zijn werk wel eens van dichtbij zien. Voor €15 per persoon bestel ik vooraf kaarten in het tijdslot van 14.30 uur. Als senioren genieten we een korting van €3,50 pp. Op deze manier blijft er nog iets over van het reisbudget.
Exact half drie gaan we naar binnen. Waar we in terecht komen is een wonderlijke wereld. Het hele pand straalt de sur-realistische werkelijkheid uit. Naast schilderijen zijn er veel voorwerpen te zien. Ons is niet duidelijk of deze gemaakt of gebruikt zijn door de kunstenaar. Niets is normaal, overal moet je extra voor kijken om te zien welke capriolen zijn uitgehaald om de feitelijke vorm te ondermijnen. Sommige schilderingen zijn ongelofelijk levensecht. Andere zijn op het naïeve af. We dwalen de hele middag door 22 zaken/vertrekken en krijgen een goed beeld van de persoon en producties van Dali. Tijdens de rondgang moeten we het opnemen tegen meerdere schoolklassen die een cultureel uitje hebben. Niet iedere leerling is geraakt door de aparte kunst. Maar met geduld en even wachten raken we de schooljeugd al gauw weer kwijt.
We vieren de laatste dag in Spanje nog even na op een terras waar we ons wat heerlijke Spaanse hapjes laten voorzetten.
Vrijdag 27 maart
Heel lief van de wind. Hij wil ons koste wat het kost in Spanje houden. Ondanks de enorme inspanning met een kracht tippend aan 10, slaagt hij er uiteindelijk toch niet in om van de krachten van een 180 pk sterke ducato-motor te winnen. Ook deze laatste moet tot de bodem gaan. Maar met flink wat extra litertjes zuivere diesel blijkt het toch een ongelijke strijd.
Wij rijden het Franse land weer binnen. In 1 slag hebben alle auto's nu een F op het nummerbord staan. Heel knap hoe zoiets gaat, want je merkt er niets van. Ook de radio verwisselt spontaan van spreektaal. Als we door de eerste dorpen rijden, constateren we meteen een groot verschil met Spanje. Er wordt veel gevarieerder gebouwd, wat dat typische Franse dorpsgevoel oproept. Het is weer ouderwets toeren. Direct na het ontbijt op de rit, nog even profiteren van de 'lage' dieselprijs van de iberiers en na een tijd stoppen voor de koffie. Vervolgens vindt Jo dat ik weer veel te snel wil vertrekken, maar mijn argument dat we alweer drie kwartier stil staan, zorgt voor instemming.
Na een kleine twee uur volgt de lunch. Daarna gaan we nog een dik uur door naar het dorp Le Caylar. Het blijkt dat ik een rekenfout heb gemaakt. Inderdaad onvoorstelbaar, maar helaas toch. Mijn inschatting was dat dit dorp nog niet echt hoog lag. We zijn nog steeds niet ver van de zee tenslotte. Maar de hoogtemeter geeft 780 meter aan. En dat heeft gevolgen die ik had willen vermijden. De thermometer is gedaald naar 7 graden en de verwachting is dat deze vannacht rond 0 uitkomt en dat met nog steeds een loeiende wind. Mijn vrees is dat er een gasflesje doorgaat tot morgen.
De winterjas komt aan, met de rits helemaal naar boven dichtgetrokken. Het dorp op een bergtop spreekt ons aan en we gaan op verkenning. Wat weer een schitterende parel. In het aanlopen valt het nog niet op. Maar eenmaal een trappetje op en een poortje door staan we in 1 klap in de middeleeuwen. Oude panden hangen kreunend in hun eigen ontwerp. Overal stenen trappetjes om bij de voordeur te kunnen komen. Nauw en donker, ook in de huizen want door de ramen kan nog geen kat kruipen wat grootte betreft. En toch woont er volk. Hartje zomer als het flink warmer is, zal het hier prettig wonen, maar nu lijkt het op een beproeving. Voor ons, verstopt in de winterjas, is het maar een keer doorkruisen, maar woon je hier dan moet je het een hele winter volhouden. Het dorp heeft, gelukkig voor de inwoners, wel een supermarkt en een burgemeester.
Op de parkeerplaats zijn nog een paar campers gekomen, zodat we de koude nacht niet helemaal alleen door hoeven komen.
Zaterdag 28 maart
Druilerig, donkere grijze luchten, venijnige kou, storende windvlagen. Dit is in het kort het programma van de afgelopen dag. We rijden noordwaarts. De camper kraakt en kreunt. De hellingen zijn steil. Ik neem het besluit dat ik de regie van de automaat overneem. Een prima stukje techniek, hoor, zo'n zelfdenkende schakelbak. Alleen is zijn programmering niet goed uitgetest. Normaal hoor je mij hier nooit over klagen, omdat de tekortkoming zich pas voordoet bij langdurig een fikse heuvel danwel berg opklimmen. Zo vaak doe ik dat niet in Nederland. Dus hoor je me niet.
Maar de A75 is een kreng. Dwars door het Franse centraal plateau. Nou, vergeet dat plateau maar. Op en neer is geen plateau. Toch wil ik constant kunnen rijden. En daar komt de kleine frustratie om de hoek. De doehetzelfer achter het motorblok reageert te traag. Mijn idee van constant rijden, komt niet overeen met de prestaties. De snelheid die ik aanhoud ligt rond de 95. De vaart mag bij een beetje extra moeite wel een klein stukje zakken. Ik ben tolerant, tenslotte. Maar laat ik de schakelhulp zijn gang gaan, dan gaan we met een sukkelgangetje van net geen 70 omhoog. Dat komt omdat hij te laat terug schakelt. Of soms helemaal niet.
Nu is er een achterdeur ingebouwd. Met een simpele beweging van de pook kan ik het initiatief overnemen. Dus dat doe ik vanaf nu ook in zwaar berg terrein. Terug van 6 naar 5, als het moet naar 4, maar de snelheid komt niet onder de 90. Sorry voor dit technisch geleuter, maar het moest er even uit.
Terwijl wij in slecht weer noordwaarts gaan, begint ons iets op te vallen. Er rijden verdacht veel campers naar het zuiden. Aanvankelijk geef ik er geen aandacht aan, maar na een tijd ga je nadenken. En dan weer even later heb je het. Enthousiast vertel ik Joke wat ik waarneem. Al die lui die voor ons richting huis aan het rijden zijn, krijgen door dat ze een foute beslissing hebben genomen. Bij de rotonde verderop, draaien ze weer terug naar het zuiden. Joke knikt instemmend, maar ik geloof niet dat ik haar heb overtuigd.
We naderen onze nacht stop. De tankinhoud nadert de bodem. Ik wil vandaag nog bijvullen, dan hoeft dat morgen niet. De app vertelt me dat de goedkoopste aanbieder 2,09 vraagt. Goeiedag. Maar als ik het handeltje thuis wil krijgen, rest mij geen keus. Voor 160 euro verdwijnt in de tank. Nog nooit in mijn leven heb ik zo'n bedrag hoeven te betalen voor een tankbeurt. Iemand wordt hier heel rijk van. Ik droom hardop van de dag dat we met z'n allen het gemanipuleer zat zijn.
Zondag 29 maart
Dat is even schrikken voor mijn lief. In ons gesprek krijgen we het over de tijd. Samen met de radio is ze er van overtuigd dat het een uur eerder is dan ik beweer. Overigens geven alle digitaal werkende apparaten mij volkomen gelijk. Pas nadat ze internet heeft gecheckt, weet zij ook dat het halfjaarlijkse klokritueel de afgelopen nacht heeft plaatsgevonden. Goed, iedereen is weer bij de tijd.
Voor we met een lange rit beginnen, wippen we nog even bij de Lidl langs. In tegenstelling tot Spanje zijn hier de winkels wel open op zondag(morgen). We hebben het uitgesteld tot vanmorgen omdat we dan lekkere broodjes voor de lunch kunnen scoren. Maar Jo loopt de broodstelling drie keer op en neer, maar vindt niets van haar (en dus mijn) gading. In zo'n geval denk je, zou het dan toch....
Dan begint de reis. Ook vandaag willen we een paar honderd kilometer onder ons doortrekken. Als notoire tolwegontwijkers krijgen we het nu voor onze kiezen. Hier en daar een recht stukje weg, soms zelfs met meerdere rijstroken, maar het leeuwendeel is provinciaals toeren. Van de ene slinger naar de andere, heuvel op en heuvel af. Van tijd tot tijd een stad, dorp of dorpje. Vooral de laatste categorie spreekt ons aan. Hoe hebben ze het ooit zo kunnen maken. De weg gaat tussen twee huizen door, ooit net breed genoeg voor een boerenwagen. De tijd is doorgegaan, maar de weg is nog het zelfde. De breedte van de camper is wel de max. Vervolgens passeer je de dorpskerk met een ambitie van de Notre Dame. De heerlijk rommelig neergebouwde huizen, maar na 1 keer gassen ben je weer midden in het veld.
Uiteindelijk bereiken we de groene stip in Chaource. Op een klein veld mogen de campers vrij parkeren tussen de huizen. Tap en loospunt prima in orde. Waarom kan het hier wel en is het thuis 1 en al onbegrip. 'Er zijn wel campings'.
Het dorp heeft prachtige oude plekken. Dat zien we tijdens de rondwandeling. Een vervallen huis staat evengoed trots in de straat, als de villa ernaast. Kleine beken slingeren zich door de bebouwing met een fikse waterstroom. Voor de wandelaar is er zelfs een bruggetje geplaatst, zodat de voettocht door kan gaan. De toren van de kerk is te krap uitgevallen. Dat is mijn conclusie bij het zien van het klokkenspel dat vrolijk in de open lucht vertoefd.
Na de kletsnatte dag van gisteren valt het weer vandaag alleszins mee. Wolkenvelden en zon vechten om onze aandacht, de wind is normaal. De temperatuur houdt niet over, maar daar heeft heel Noordwest Europa last van, zie ik op de kaart. De gasflessen zijn weer gevuld, zodat we ongemerkt weer langs het vriespunt kunnen glippen, komende nacht.
Maandag 30 maart
Onze reis duurt te lang of ik heb te weinig lectuur meegenomen. Mijn laatste boek heb ik weken terug al dichtgeslagen. Vandaag heb ik de laatste, zeer complexe, puzzel opgelost. Het enige wat nog rest is de fantastische historische atlas die ik van mijn oudste dochter heb gekregen voor onderweg. Nu heb ik deze al volledig doorgebladerd, maar met dit soort boeken is het zo dat je telkens weer iets nieuws ontdekt, als ze weer worden opengeslagen. Nu dreigt verveling. Als ik de bestede dagen aftrek van de einddatum, komt het verschil uit op 8. Geen paniek, dus. Dit moet te doen zijn. Maar als ik nu naar buiten kijk, zie ik donkere wolken voorbij jagen. Zo nu en dan komt er regen en zelfs hagel naar beneden. Buiten spelen valt hiermee af.
Vanmorgen in Chaource heb ik de watertank gevuld. Ook weer zo'n fantastische service van de Fransen. Keurig ingerichte, vrije plaatsen, met ook nog eens een keer een waterkraan. Daarna zijn we vertrokken. Vandaag gaat de reis zo wat in 1 streep naar boven. Ook weer typisch Frans. Als er een weg moet worden aangelegd tussen twee plaatsen, pak de landinrichter gewoon een potlood en een lineaal. Alleen als er problemen dreigen met hoge heuvels, water of niet te nationaliseren boerenland, komt er een bochtje in. Dit soort lastigheden kent Noord Frankrijk niet. Uiteindelijk zijn we net niet het land uitgereden. De volgende groene stip in P4N die we aan doen, ligt in Rocroi. Weer precies op de meerdaagse route, wat de terugreis lekker efficiënt houdt.
Regenbuien, vergezelt met hagel, proberen ons weliswaar binnen te houden, maar dan kennen ze ons nog niet. Joke pakt resoluut een paraplu en bindt de schoenen aan. Ik volg, zoals altijd. Rocroi is een oude vestingstad. De grote aarden wallen, verstevigd met muren en grachten, liggen nog steeds in de zelfde formatie , als de dag toen ze werden aangelegd. De schans is waarschijnlijk nog van nut geweest in WO1, want een groot monument staat pal voor de poort. Binnen de veilige muren is een heus stadje ontstaan.
Een paar gebouwen maken indruk, helaas staan er ook veel fantasieloze bouwsels tussen. In het hart is een plein, waar enkele belangrijke panden aan zijn gevestigd. We gaan nog even een verdedigingswal op. Hierin zitten nog een soort kazematten verstopt. Ideaal voor de jeugd, zien we in het voorbij lopen. Erg lang maken we het bezoek niet. Het gure weer is daar debet aan. Wat kun je Spanje dan al na een paar dagen missen.
Dinsdag 31 maart
Er wordt op de deur geklopt. Omdat dit niet heel gebruikelijk is in het leven van een camperaar, kijken we beiden verschrikt naar de deur. Politie, handhaving, douane, belastingdienst, vanalles schiet op zo'n moment door je hoofd. Joke staat het dichtst bij de deur. Ik knik haar bemoedigend toe. Voorzichtig op een kier, loert ze naar buiten. Drie stralende tieners staan verwachtingsvol naar het steeds ruimer wordende deurgat te kijken. Zodra mijn vrouw vol in beeld is, begint de jongeman op keurige toon, beleefd een vraag te stellen. Het enige probleem is dat hij dit in vloeiend Frans doet. Jo redt zich prima met Je ne comprend pas. Can you speak English? De jongeman 'can not'.
Nu springt het kleinste meisje naar voren, die in heel goed Engels uitlegd, dat ze niet goed Engels kan, maar het wil proberen. Het moslimmeisje gaat door met het uitleggen dat ze een enquête houden onder de camperaars. Dan komt de vragen serie, die mijn lief zo goed mogelijk, en naar eer en geweten beantwoord. Waarom we hier zijn, wat we van Rocroi vinden, hoeveel geld we gaan uitgeven en nog meer van deze strekking. Joke is er bij gaan zitten in de deuropening, zolang duurt het kruisverhoor. Uiteindelijk wordt er vriendelijk afscheid genomen en is de volgende aan de beurt.
We reizen in twee kleine etappes naar Warnant-Dreye. Op een niet al te groot parkeerterrein bij een sportveld komt de camper te staan. Niet al te ver bij onze standplaats vandaan ligt een chateau. De foto's doen meer aan een boerderij denken, maar de interesse is gewekt. Razendsnel organiseer ik een rondwandeling, die toevallig ook langs het chateau komt. Iedereen gaat mee. Gewapend met meerdere camera's lopen we prompt de verkeerde kant op. Maps gebruiken blijft lastig. Eerst dwalen we door het dorp. Wat opvalt is dat hierin meerdere boerderijen staan, welke meer op een fort lijken, dan op een gemoedelijke plattelands stulpje. Volledig ommuurd met een heuse poort, die gelukkig uitnodigend wagenwijd open staat.
Buiten de dorpszone gekomen, verschijnt ons doel boven op een heuvel. De voorkant doet aan een kasteel denken, de rest toch echt aan een boerderij. Wel staat er ook een kerkje tegenaan gebouwd. Het vermoeden rijst, dat voorheen de voorname eigenaar meerdere manschappen in dienst had. Het bezit bestaat uit vee en veel land. Het lijkt mij leuk een drone-opname te maken van het robuuste pand. Het machientje stijgt op en krijgt z'n commando's. Het voert deze onberispelijk uit. Dan zet ik de landing weer in.
Opdat moment stopt er een ruime auto voor mijn neus. Een keurig geklede heer met hoed vraagt of ik zijn pand toevallig aan het opnemen ben. De drone is inmiddels tot onze hoofden gezakt. Even overweeg ik te ontkennen dat het apparaatje bij mij hoort, maar besef dat alle bewijs tegen mij is. Daarom vertel ik enthousiast dat het omliggende land, met de dieren en bossages, er prachtig uitziet en dat deze nu vereeuwigd zijn. Feitelijk heeft de heer zijn mening al kenbaar gemaakt. Dat beseft hij ook en daarom gaat het gesprek verder over de drone, het type, het vermogen, etcetera. Hij heeft ook zo'n ding en vindt het ook fijn om daar opnames mee te maken. We nemen afscheid.
De wandeling eindigt weer bij het startpunt.
Woensdag 1 april
Soms zit het mee. Maar evengoed zit het soms ook tegen. Dat laatste is ons lot vandaag, teminste in het eerste deel. Wij staan heel plezierig in een miezerig Belgisch dorpje. Na de koffie begint het verhaal. Trots meld ik aan Jo dat we maar 1 keer in Frankrijk hebben getankt en daarmee tot Luik kunnen komen. Kunnen, want we zijn er nog niet. Slechts 25 kilometer scheidt ons nog. De brandstofmeter staat laag, maar niet verontrustend. Mijn studie naar brandstof prijzen had een grillig beeld. Gisteren kon ik bij de Makro-vestiging in Luik nog voor €2,04 terecht. De check van vanmorgen springt naar €2,20. Nog altijd goedkoper dan de normaal laagste prijzen hier van rond de €2,27.
Het makro-adres ingevoerd en rijden maar. Bij Luik prefereert de navi een zuidelijker gelegen autoweg, omdat de meest logische vol staat met stilstaande auto's. Als we mogen afslaan de stad in, begint een kruip door, sluip door route. Het is te doen, maar het gaat nog wel om een behoorlijk stuk. Dan volgt de instructie 'rechtsaf' met nog 600 meter te gaan. Maar dat gaat niet. Grote betonblokken maken mij duidelijk, dat ik het niet eens hoef te proberen. Geen andere keus dan linksaf. Navi corrigeert ogenblikkelijk maar we zien dat de nieuwe route op hetzelfde punt uit gaat komen. We rijden daarom verder de stad in.
Uiteindelijk kiezen er een keer voor rechtsaf. Inmiddels is de afstand weer opgelopen naar 4 kilometer. Na veel bochtjes en lastige situaties komen we weer in de buurt van de pomp. Maar de te rijden weg lijkt afgesloten. Grote kranen draaien, wegwerkers wandelen door elkaar en van de weg is niet veel over. Toch schijn ik er langs te mogen, mijn voorligger wordt teminste geen strobreed in de weggelegd. Ik volg. Al schuddend en trillend halen we het andere uiteinde. Nog maar 500 meter. Nu gaat het lukken is de blijde en optimistische stemming aan boord. Inderdaad mag ik van de navi het parkeerterrein opdraaien.
Het grote makro-gebouw lijkt doods en is dat ook. Het parkeerterrein is maagdelijk leeg, maar aan het einde is het station met wapperende vlaggen en een actieve prijspaal. We volgen het nog mogelijke pad tussen de afzettingen. Als ik voor de pompen sta, zie ik een rood lint wapperen. Een stuk of zeven mannen zijn bezig met wat lijkt op het ontmantelen van het benzinestation. Wel prijkt de prijspaal trots er boven uit, nu met €2,33. Na drie kwartier rond prutsen zijn er geen steek verder. En de tank wordt er ook niet voller op. Noodgedwongen kies ik 1 van de vele andere opties. De meest logische vraagt €2,27 wat in België redelijk is. Met een zucht rij ik de snelweg op, waar ik meteen mag invoegen in de file, die we zouden ontwijken.
Dan ineens zijn het allemaal gele nummerborden. Elke keer vraag ik me weer af, hoe het kan dat ze dat zo snel kunnen regelen. We rijden tot Weert. Op deze snelweg haven kun je zwart water lozen. Om twee uur word ik in Mierlo verwacht. Hier stel ik het vertrek moment op in. Mooi op tijd loop ik de elektrozaak in Mierlo binnen. De oude, niet werkende zenec wordt vervangen door een splinternieuwe. Het ziet er heel fancy uit, maar dat mag ook wel voor het bedrag.
De nachtplaats kiezen we in Nuenen. Gratis plaatsen bij het sportterrein, zonder service. Wat ons betreft een prima deal.
Donderdag 2 april
We lopen de Lidl binnen en staan meteen pal voor de broodhoek. Ik ken mijn taak na bijna drie maanden training. Ons type brood is volop voorradig. Met de lange schuif pruts ik twee uit de voorraadbak in de zijsleuf. Hierna volgt het snijmoment. Nu schijnt het erg moeilijk te zijn om hier een soort standaard uitvoering van te ontwerpen. De afgelopen weken heb ik diverse modellen moeiteloos aan het werk gekregen. Met een professioneel gebaar plaats ik het brood voor de gevaarlijke snijmessen. De bak sluit ik met uiterste precisie. Nu dwalen mijn ogen over het apparaat op zoek naar de keuzeknop voor brooddikte, waarna het machien meestal begint met zijn enige taak. Waar ik ook kijk, geen knop te bekennen.
Eerst bestudeer ik de linkerzijde, dan de rechterzijde en eindig bij de voorkant. Geen knop. Het zoekwerk doe ik over, zij het in een andere volgorde. Ook nu zonder resultaat. Een medewerkster staat vlakbij, maar houdt zich Oostindisch doof voor mijn hardop uitgesproken verontwaardiging. Daarom besluit ik haar maar direct aan te spreken. Nu ze mij niet meer kan negeren, wijst ze naar een andere klep en schuift deze open. Als ik het brood plaats en de klep sluit, begint de onwillige snijder toch met snijden. Nu pas valt mijn oog op een plaatje, welke het allemaal duidelijk uitlegt.
We toeren naar Huissen. Dit dorp, onder de rook van Arnhem, biedt aan passerende campers een eventuele nachtplaats. Geen luxe, gewoon op een deel van een groot parkeerterrein. Joke en ik gaan op familiebezoek. Mijn zus woont in Arnhem en we hebben afgesproken vanmiddag langs te komen. Daarvoor komt de scooter weer te voorschijn. Aan de Rijnkade is geen plaats voor een camper, maar zo'n handig machientje kan ik overal kwijt. In Spanje ging ik meestal in t-shirt, maar nu komt de dikke jas over het vest . Joke kleedt zich ook dubbel, compleet met handschoenen. Het miezert en het is slechts 9 graden. Ik weet de scooter weer feilloos door het stadsverkeer te wurmen. Na een gezellige middag doen we de rit nog een keer in de omgekeerde volgorde.
De camperlocatie is een succes, want zelfs vandaag staat het helemaal vol. Begin april en slecht weer, toch helemaal vol. De huisregels staan meerderen malen op een groot bord vermeld. Om de bossages te beschermen is 1 van de regels dat als er geen toilet aan boord is, er ook niet mag worden overnacht. We kunnen dus om 24.00 uur controle krijgen van een ambtenaar om aan te tonen dat we er 1 bezitten.
Vrijdag 3 april
Het schiet op. Over een paar dagen zijn we weer thuis. Vandaag van Arnhem naar Wormer gereden. Onze dochter Helen viert het paasweekend haar verjaardag, dus we blijven een paar dagen hier staan. Dag 79 en het is de eerste betaalde plaats van deze reis! Camperen hoeft niet duur te zijn. Wel heb ik bij mijn bank een extra lening afgesloten om de tank nog een keer te kunnen bijvullen. Anders komen we niet thuis. Deze laatste dagen komt er een kort verslag, want we zijn veel op bezoek bij familie.
Zaterdag 4 april
We staan geparkeerd op caravanpark 'De Akker'. Nadat ik Jo heb afgeleverd bij het oppasadres, kan ik lekker prutsen met de editor. Voor de lunch meld ik me ook aan op dit adres, zodat we gezellig samen eten met Helen en Jip. 's Middags komt Jip op visite bij de camper. Als ze met Joke weer terug gaat, tuiten m'n oren nog na van het gekwetter. Heerlijk, hoe zo'n vierjarige nooit een moment van spraakpauze kent. Ruud is Noord- en Zuid Holland rondgefietst en met z'n vijven eten we 's avonds samen de warme maaltijd.