Griekse Idylle
In mei beleven we echte zomerse dagen. Binnenkort breekt de lange zomerperiode weer aan. De scholen gaan dicht, bedrijven pruttelen op halve kracht. Voor de vakantieganger breekt de gouden tijd aan. Alle toeristische bestemmingen staan weer volop te blinken en de rondhangende reiziger kan zich tegoed doen aan kunst, cultuur, zon en strand.
Onze zomerreis staat inmiddels volledig in de steigers. De veerboot van Brindisi naar Igoumenitsa gaat ons overvaren van Italie naar Griekenland. Daarom zullen we eerst heerlijk in Italie gaan ronddwalen, waarbij we ons vooral op Toscane en Umbrie zullen richten. Na de oversteek gaan we weken door Griekenland dolen, over de Peloponessos naar Meteora. Zowel het binnenland, als de kust is ons doelgebied.
Uiteindelijk gaan we via de Balkan weer aan de thuisreis beginnen. Ook hiervoor nemen we de tijd en willen onder andere enige tijd doorbrengen in Boedapest.
Zondag 5 juli
De dag van vertrek is nooit mijn meest favoriete moment van een camperreis. Thuis maken we alles in orde en brengen de laatste loodjes aan boord. We drinken nog even relaxed een kop koffie. Dan gaat de achterdeur toch echt op slot. Het hek draait open en we zijn weg. In Haren (Dld) laat ik de dieseltank vollopen voor 1,91. Het plan is duidelijk; alleen autobahn vandaag. Het is zondag, voor mij een geruststelling want dat betekent doorrijden.
Nauwelijks toeren we op de A31 of de navihulp begint al te pruttelen: Verderop is een stau waargenomen, of ik gebruik wil maken van de alternatieve route. Kort overleg met Joke levert op dat we van de aanbieding gebruik gaan maken. Zo kruipen we door dorpjes, laveren we over smalle wegen en denken op deze manier tijd uit te sparen. Terug op de snelweg volgt de ene wegverbouwing al weer snel op de andere. Een auto die een prachtige spin heeft gemaakt en nu met z'n neus in de verkeerde richting op de linkerbaan staat, zorgt opnieuw voor 'stockende ferkehr'. Ondertussen meldt de navi dat op de A44 verkeersopstoppingen staan. Een alternatief blijft uit, dus tuffen we vrolijk de genoemde weg op.
Het lot brengt wederom veel vertraging en stau. Als er zich weer een kans aandient om de file te omzeilen, volg ik wat graag de door de navigeerder aangeboden omleiding. Behalve een fikse omleiding omdat een dorp geen hoog verkeer meer door het centrum wil, komen we redelijk doorgestroomd op de A7. Dan is het einddoel niet ver meer. In Oberbeisheim heb ik met behulp van P4N een schitterend plekje gevonden. Flink gaar van alle verkeersperikelen zitten we even later heerlijk van een kop koffie te genieten. Binnen, want buiten regent het. Als de avond een droog moment weet te presteren, gaan we dan het dorp nog even in.
Maandag 6 juli
Vandaag wacht de A7. Bijna vierhonderd kilometer en alleen maar deze snelweg. Eigenlijk is Duitsland te groot. We zijn redelijk vroeg uit de veren en om 9.15 uur begint de eindeloze rit. Duitsers zijn echte klussers en ze zijn niet gauw tevreden. Zolang wij al door hun land reizen, zijn ze met hun autobahn aan het sleutelen. Het moet toch een keer af zijn, zou je zeggen. Een trip door Frankrijk gaat over slechte wegen, maar geen wegwerker te zien.
Een tijdje terug moet iemand van de Duitse Rijkswaterstaat bedacht hebben, dat alle bruggen in de A7 wel eens vervangen mochten worden. Gewoon een leuk klusje, dan hebben we weer wat te doen. Zoals dat gaat in dit land volgt geen tegenspraak. Als er gezegd wordt alle bruggen, dan pakken we ook echt alle bruggen. En dat zijn al gauw een paar honderd. Overal hebben ze bruggen overheen gelegd, over de vele dalen, over een fiks aantal rivieren en over kruisende wegen.
De klusploeg is vol enthousiasme begonnen. Niet 1 voor 1, ben je mal, allemaal tegelijk. Zo hebben wij om de drie kilometer weer een bouwproject te passeren. Rijstroken afgesloten en alle weggebruikers over 1 rijbaan, gelukkig nog wel net 4 rijstroken. Oranje lampen knipperen, rode matrixborden in lange rijen, ondersteund door hele reeksen pionnen. Gebodsborden tonen de nieuwe maximum snelheid, die beduidend lager is dat men hier gewend is. Maar voor een camper is dit verschil gelukkig niet al te groot. Gelukkig is het vandaag niet al te druk. Nu wel veel vrachtwagens, maar beduidend minder personenwagens dan gisteren en al met al kunnen we ondanks deze overdaad aan werklust rustig door tuffen.
Na vierhonderd kilometer komen we aan in Weissenhorn. Een officiële camperplaats met service, waar plek voor vier is. Joke is tevergeefs aan het duimen. De plek is vol, wat bij de aangebrachte capaciteit niet vreemd is. We zijn wel klaar met het eentonig toeren en parkeren op het gedeelte waar personen auto's kunnen staan, met de achterzijde vier meter het gemeentelijke perk op.
Bij het verkennen van de stad, gaan we steeds meer de hier toegepaste gevelbouw waarderen. De mooiste bouwsels verdringen elkaar om onze bewondering. Ook zijn in het straatbeeld de prachtige pastelkleuren van de huizen een lust voor het oog. Het is zomers warm en op een terras doe ik mij tegoed aan twee bollen Italiaans ijs. Werkelijk een heerlijke versnapering. Joke vindt haar gezondheid te kwetsbaar voor zo'n portie maar ondersteunt mij behulpzaam met het verorberen.
Bij terugkomst blijkt dat er ruimte is gekomen op de legale staanplaats. De vrees voor een pittig gesprek met een handhaver geeft ons voldoende motivatie om de reiswagen te verplaatsen naar het toegewezen gebied. Dat slaapt weer een stuk rustiger.
Dinsdag 7 juli
De A7 is nog honderd kilometer langer. Het kan niet op.
Wij verlaten het mooie Weissenhorn. Ik stuur de Nibi resoluut naar het Zuiden. Een groep wegwerkers is bezig met het maaien van de middenberm. Een dergelijke klus is goed voor de werkgelegenheid. Er zijn maar liefst drie fel oranje knipperende busjes met chauffeur nodig om de automobilisten af te schrikken. De eerste maant het verkeer zich tot honderdtwintig te beperken. De tweede pakt het resoluter aan en gaat niet verder dan tachtig, bovendien verklapt hij dat de linkerbaan moet gaan invoegen.
Ik heb inmiddels genoeg ervaring met files om te weten dat als ik vlot wil doorrijden juist in deze baan moet rijden. Zo passeren wij bestuurders die dat niet weten of blij zijn dat ze niet hoeven in te voegen. Nummer drie brengt de snelheid terug naar zestig en herhaalt het invoegpatroon. Eigenlijk is dat laatste niet nodig want anders zou ik mij te pletter rijden op de met maaigerei uitgeruste zware tractor. Een vrachtauto vangt het maaisel op en zorgt ook voor de afvoer. Dat zijn vijf man met zwaar materieel, terwijl de klus ook gedaan kan worden door 1 persoon met een zeis.
De A7 stopt abrupt op de eerste de beste Alp. Een tunnel zorgt ervoor dat we toch door kunnen rijden. Bij het inrijden zijn we nog in Duitsland, als we er uitkomen zijn we in Oostenrijk. De magen beginnen te knorren. Ik zeg tegen Joke dat ik nog even verder wil rijden. Dat is de goden verzoeken. De navi geeft het commando om op de rotonde de derde afslag te nemen. Een rood/wit hek, waar bovenuit een rond wit bord met een rode rand prijkt voorkomt deze actie. Ik weet niets anders dan nu maar de vierde afslag te nemen.
De verkeersstroom sleurt mij mee naar een onbekend doel. Joke raadpleegt een digitale kaart en meldt dat we nu op weg zijn naar Innsbruck. Een vluchthaven voor vermoeide reizigers geeft mij de kans om aan de kant te gaan na een paar kilometer. De zenec-navi moet plaats maken voor Maps. Deze is wel actueel en moet ons weer op het goede spoor zetten. Verderop kunnen we draaien. Een tijdlang vergezelt de Inn ons met z'n prachtige lichtblauwe water. Het moment van afscheid komt als we richting de Reschenpas gaan rijden.
Niet veel later zijn we in Italië. We komen langs het Reschenmeer waar het blauwe water prachtig combineert met de grijze bergen met op de toppen sneeuw. De verdronken kerk staat nog altijd overeind met alleen de toren boven het water als gevolg van een aangelegd stuwmeer. In Prad am Stilfserjoch vinden we een mooie plek in de natuur. Het uitzicht op de besneeuwde bergtoppen geeft deze plek extra charme
Woensdag 8 juli
Ik stap gespannen de winkel binnen. Zitten de woorden nog goed in mijn hoofd. Gisteravond zijn Joke en ik de hele tijd aan het oefenen geweest. Met Google Translate continu aan. Als ik wat wilde zeggen, blokkeerden de woorden weer in mijn hoofd. Na wat zenuwachtig gerommel met de vertaler, leek het er toch nog redelijk uit te komen. Vlak voor het vertrek naar de telecom shop heeft mijn lief nog een paar belangrijke woorden nagevraagd, en ik wist ze allemaal op 1 na.
Twee heren kijken mij behulpzaam aan. 'Guten morgen, womit kan ich Ihnen hilfen?'. Ik kijk de vriendelijke bediende aan, alsof ik water zie branden. Maar dat is gewoon Duits, daar is geen woord Italiaans bij. Al mijn ingestudeerde one liners kunnen bij het oud vuil. In mijn beste Duits regel ik met de knaap een prepaid simkaart met onbeperkt internet voor 4 weken. Nadat ik de overeengekomen 40 euro heb betaald, verlaat ik de zaak kilo's lichter. Na twee kilometer lopen ben ik weer bij de camper. Enigszins bezweet, want het is warm in Merano, plof ik neer. Het is geregeld, zeg ik trots en de communicatie ging geweldig.
We vertrekken en rijden vlot langs Bozen en Trento. De Niesmann neemt een bocht naar links en rijdt een prachtige vallei in die uiteindelijk eindigt bij Padova. Maar zover gaan we vandaag nog niet. Nabij Villa Agnedo rijden we naar de beoogde nacht plek. Om daar te komen wacht een onmogelijk scherpe bocht naar links. Uitgerekend op dit kruispunt zijn wegwerkers volop bezig, wat de voorgenomen manoeuvre nog ingewikkelder maakt. Ik rij eerst een stukje rechtdoor om daar te keren. Joke voelt echter nattigheid. Zal ik eerst lopend de boel even verkennen? Na 50 jaar weet ik dat dit niet een vraag is maar een voorwaarde. Vervolgens stapt ze kwiek terug richting het kruispunt. Twee minuten later volgt het meedogenloze rapport. Onmogelijk, de plek is niet te bereiken en ligt vol puin. De uitkomst verrast me niet.
Kort daarop parkeren we bij optie 2. Een lege parkeerplaats bij een sportgebeuren in ruste. De eenzaamheid van de plek wordt regelmatig doorbroken. Hier staat ook een laadpunt voor EV's. De paar klanten staan een klein uur doelloos bij hun voertuig te wachten en dan is een praatje gauw gemaakt. Er komt een sportieve wagen aan gescheurd die met piepende banden tot stilstand komt. Vliegensvlug komt de stekker in het juiste gat. Omdat er vanaf dat moment een zee van tijd aanbreekt, vraag ik hem naar zijn haast. Ik moet even 20% bijladen meer niet, is het antwoord. Mijn vrouw staat op punt van bevallen, het ziekenhuis is nog 10 minuten vanhier, maar ik ben helemaal leeg. Als na twintig minuten de minimum laadstroom aanwezig is, gaat zijn telefoon. Een kerngezonde flinke zoon van 9 pond, stamelt hij. Als ik hem feliciteer, zie ik tranen in zijn ogen. Ik vraag maar niet of deze van vreugde zijn of verdriet
Een jonge moeder is getuige van dit voorval. Haar wagen staat inmiddels al drie kwartier aangeprikt. Ze houdt haar dreinende peuter zoet met een meegebrachte en goedgevulde zak met snoep. Ze hebben tegenwoordig ook auto's die rijden op vloeistof, zo begin ik mijn praatje. Ze kijkt me ongelovig aan. Ik wijs haar op onze camper en toon het vulgat. Een paar minuten en je kunt weer 1000 km verder. Haar ongeloof stijgt nog verder. Inmiddels zijn deze wagens ook wel in Italië te koop, zo ga ik verder . Ongeloof wordt enthousiasme. Dat ga ik vanavond met mijn man, die een belangrijke bestuursfunctie heeft bij de Italiaanse GroenLinks, bespreken. Terwijl het laatste snoepjes in het mondje van de jonge telg verdwijnt, koppelt ze de wagen af. Nog bedankt, roept ze me toe bij het wegrijden. Succes, zeg ik, maar niet zo hard dat ze het kan horen.
Donderdag 9 juli
We mogen weer verder rijden in de prachtige kloof. Indrukwekkende rots en berg partijen proberen bij ons de indruk te wekken dat er geen doorgang mogelijk is. De muur lijkt massief en ondoordringbaar. Maar de natuur is genadig geweest. Mee stromend water wijst ons de weg.
Ook de Italianen kennen de doorgang. Ze hebben voor het gemak een geasfalteerde weg aangelegd in de kloof. Omdat er toen nog een beetje ruimte over was, is er ook een spoorlijn naast gemaakt. Behalve wij, maken meer mensen dankbaar gebruik van deze ijver. Echt druk is het niet. Na een half uur gebeurt er iets wonderlijks. Terwijl ik druk bezig ben om de Nibi langs de scherpe rotsen te sturen, hoor ik plots Joke verrast roepen: ze zijn weg. Ongerust informeer ik voorzichtig wat we zijn kwijtgeraakt. Ze wijst naar voren. Ik snap er niets van, voor ons ligt een prachtig vlak land, al waren we in hartje Friesland. Dan valt het kwartje, de bergen zijn bij wijze van een donderslag ineens verdwenen, maar dan ook helemaal. Niet dat er nog een miezerig bergje voor wat napret zorgt.
In de spiegel zijn de reuzen nog te zien. Ongelovig tuur ik het veld rond. Andere automobilisten doen net of het heel normaal is, maar dat is logisch, die komen van hier. We stoppen in Cittadella om van de schrik te bekomen. Maar ook omdat dit een schitterend middeleeuws stadje is, wat nog volledig is ommuurd. Vier toegangspoorten laten gecontroleerd nieuwsgierigen toe. Eerst genieten we van de zelf gezette koffie. Dan trekken we er op uit. De schildwachters zijn er even niet als we door de noordelijke poort naar binnen glippen. Binnen bruist het. Op het centrale plein is de weekmarkt. De belangstelling is matig. Dat geldt niet voor de terrassen. Misschien drinken de kopers zich eerst even moed in.
We volgen een tijdje de indrukwekkende vestigings muur. Minstens een paar meter dik en met een hoogte van wel tien meter, moet deze in vervlogen tijden onneembaar zijn geweest. Deze streek beleeft een hittegolf, maar gek genoeg is niemand in paniek. De kleding is wat luchtiger en het tempo wat lager. Maar het leven gaat gewoon door. Niets wordt er afgelast. Net alsof het hier iedere zomer boven de dertig graden is(?). Als ik een voorbijganger vraag naar het geldende protocol, kijkt hij me onnozel aan, zo van waar heeft die het over.
Na de lunch toeren we weer verder naar het zuiden. Een plaats met de prachtige naam Piove de Sacco heeft onze belangstelling gewekt. Na aankomst komt de motorscooter naar buiten voor een bezoek aan de Lidl. De streling van de rijwind ondergaan we als een welkome verkoeling. Volgepropt zoeven we weer terug. Voor de rest van de dag blijven we onder de bomen om zo weinig mogelijk zweet te verspillen.
Vrijdag 10 juli
De missie gaat verder. De meter van de dieseltank staat laag. Op de route van vandaag wil ik langs een tankstation. Nu ben ik kritisch en let vooral op de prijs. Ander verschil heb ik nog nooit ervaren. Het is altijd starten en lopen. Onderweg spint de dieselmotor vervolgens van genoegen. Waar ik ook maar heb getankt en wat de prijs is geweest, mijn noeste krachtbron maakt het niet uit.
Nu heb ik een paar apps die me helpen om het meest geschikte (lees: de goedkoopste) tankstation te vinden. Het zoeken start ik in Fuel Flash. Daarbij vind ik de kaart optie het handigst. Ik speur de te rijden route af op buitenkansjes. De app helpt daarbij door de schappelijkste in de groene kleur te tonen. Duur is rood. De brandstof is in Italië redelijk aan de prijs. Deze varieert van 1.89 tot iets over de twee euro.
Het eerste baalmoment heb ik direct te pakken. Gisteravond veel groen op de kaart, nu overwegend oranje en rood. Ook hier variëren ze dus per dagdeel met de prijs. Als ik de moed bijna heb opgeven voor een koopje, valt mijn oog toch nog op een groen vakje. Daar betaal ik 1,89. Keurig aan de route.
Nu is het al dagen homeless met de navigatie systemen. Ik heb er gewoon teveel. De telefoon, Carpuride, de zenec-navi en dan wil de smartwatch ook nog een keer meedoen. Alles is via Bluetooth te verbinden en daar gaat het mis. De zenec is stabiel maar de rest is elke keer een verrassing. Nadat de route naar ons einddoel is ingevoerd in de zenec, wil ik de reis naar de pomp op de Carpuride invoeren. Geen reactie. Dan maar op de telefoon. Succes, maar nu valt de zenec weer uit. Die weer herstart, met als gevolg dat de telefoon op zwart gaat. Helemaal gestoord raak ik van die mysterieuze verbindingen.
We rijden. Bij het tankstation volgt een lastige oversteek, want deze zit uiteraard aan de linkerkant van de zeer drukke weg welke ik na uitvoegen in 1 keer moet oversteken. Dan kan alleen als van beide kanten geen verkeer komt. Na tien minuten ontstaat even een gat. Vol gas om te voorkomen dat we alsnog door een vrachtwagen worden geschept, weet ik de overzijde te halen. Vervolgens is de pomp gelimiteerd op honderd euro, zodat ik mijn voordeel niet maximaal kan uit nutten.
We staan in Mesola. Een mooi pleintje aan de buitenzijde van het dorp. Tegen een al volwassen maïsveld aangeklemd. Welgeteld 1 boom voor de schaduw, maar dat is in dit geval net genoeg. Het is een merkwaardig plaatsje. Vlakbij staat een kasteel, die er meer uitziet als een gloednieuw kantoorpand met hoektorens. Volgens mijn bron is het ding echt in de zestiende eeuw gebouwd, maar recent gerestaureerd.
We struinen nog even de kolossale kerk binnen maar deze is vrij sober en niet zo heerlijk koel. Een lange rij gesloten winkeltjes staan er troosteloos bij, behalve het cafe, waar warempel op het terras wat leven is. Een paar straten hebben een gezellige uitstraling met gekleurde huizen en een klassieke bouw. Terug onder de enige boom nemen we een koel drankje en duiken we weg in een boek
Zaterdag 11 juli
De route is nog steeds zuidwaarts. Mesola is een aardig plaatsje, maar niet 1 om lang te verblijven. Dus pakken we de boel weer in. De volgende stop is in Cervia gepland. Onderweg een koffiestop om de trip wat te onderbreken. Dat de kustweg van Italië zo druk is, hebben we niet bij stil gestaan. Dat laatste is ondertussen meer dan goed gekomen. Waar mij door m'n trouwe navigator drie kwartier is beloofd, is zowat in het dubbele uitgepakt. De doorgaande weg heeft zoveel opdringerige invoegers van zijwegen, dat we afwisselend stapvoets rijden of stil staan.
De koffie smaakt er niet minder om. Het laatste stuk kustweg naar de badplaats Cervia is ook niet bepaald een haast klus geworden. Een groot, met grind bedekt, terrein is aangewezen als camper standplaats. Er is zelfs een waterzuil en afvoerput. Maar de gestalde exemplaren zijn nu niet bepaald de absolute top in het markt segment. We zien gevallen staan, waar je met enige moeite een kampeerwagen in kunt herkennen. De onderkant lijkt nog het meest, de bovenkant bestaat uit alle los voor handen liggende materialen bijelkaar geraapt en vastgeplakt, waarschijnlijk om bij regen lekkage te voorkomen. Er naast staat een opzich nog heel herkenbaar wagentje, maar de vier lekke banden, vertellen mij dat de laatste rit al lange tijd terug is.
Twijfelend rijden we langzaam over het terrein. De plek is aan de buitenkant van de stad, is omzoomd met bomen, er zijn dus ook voordelen. Joke hakt de knoop door en dirigeert mij naar een plek aan de drukke weg, maar ver weg van onze zojuist benoemde campervrienden. Een paar grote bomen bieden als bonus flinke schaduw. Als we lui achterover in onze terrasstoelen hangen, maken we ook kennis met de bewoners van de surrogaat campers. Een broodmagere man komt met een luid spelende radio naar de verzorgingsplaats om hem zelf te verzorgen in plaats van zijn vieze bak. In zijn fantasie staat hij in een herenurinoir en laat een waarschijnlijk hoog nodige straal de vrije ruimte. Hij merkt niet op dat het de paal van een verkeersbord is en zijn toilet niet over wanden beschikt.
De zee trekt ons zijn kant op. Een kleine 500 meter lopen, brengt ons in een bebost duingebied, waar het heerlijk koel is. Daarachter moet de zee ergens zijn. Het enige wat wij zien is een woud aan strandbedden met of zonder parasol. Niet alle bedden worden gebruikt. Als we ons hier doorheen hebben geworsteld staan we plots op een klein reepje strand, direct gevolgd door de Adriatische Zee. Het is 1 grote brij aan zwemmers, pootje baders en drijvende luchtbedden. Voor de meeste geldt dat dit de topdagen van hun vakantie zijn. Wij rillen en huiveren bij de gedachte. Toch lopen we een tijdje langs de waterlijn, in en uitkomend mensenverkeer richting zee zoveel mogelijk ontwijkend.
Na een tijdje zijn we dol gedraaid en zoeken gauw het koele duinbos weer op. Ik investeer op de terugweg in heerlijk zacht en koud Italiaans ijs. Gelukkig wil Joke me helpen met het weglikken ervan, zodat ik er niet alleen voor sta.
Zondag 12 juli
Er bestaan hogere machten. Dat zeg ik niet zomaar. Pas als het overtuigende bewijs zich aandient, kan ik meegaan in een theorie. Wij staan, zoals gisteren verteld, in Cervia. Als de wijzers van de klok afgelopen nacht 24.00 uur zijn gepasseerd, kruipen wij moe, maar voldaan, onder de wol. Neem deze beeldspraak alsjeblieft niet te letterlijk, want als de binnentemperatuur nog meer dan 30 graden is, zou zoiets zeer slecht kunnen aflopen. Om even uit de school te klappen, wij trekken half over ons heen een licht linnen lakentje, die bij tijd en wijle ook nog wel eens wordt afgeworpen.
Cervia is een toeristen bolwerk. Ons hele parkeerterrein is in de loop van de avond helemaal vol gelopen met auto's van feestgangers. De eersten daarvan hebben net het plan opgevat om huiswaarts te gaan op het moment dat wij ons te ruste willen leggen. Het is warm, onze ramen staan open. Voordat ze instappen moet het hele feest nog even worden besproken en overgedaan. Leuke herinneringen gaan met luide lachsalvo's gepaard. Mooi voor hen, maar niet voor ons. Joke heeft haar slaap hard nodig, want een onwillige rugspier plaagt al dagen.
We hebben het zo'n beetje een half uur ondergaan als er plots van hogerhand wordt ingegrepen. Uit het niets steekt er plots een zware storm op. Maar dan ook echt zwaar. De camper staat te trillen op de stelpoten. Het flitst en rommelt, een paar losse regendruppels bereiken de aarde. Autodeuren klappen dicht. Lichtschijnsels verdwijnen met een brommend geluid. Even later gaat de wind liggen en is het doodstil op ons terrein. Ik hoor tot mijn tevredenheid een zacht snurkende echtgenote. Het komt goed.
Na het opstaan vertrekken we van deze onrustige plaats. Een korte rit brengt ons bij een gesloten archeologische opgraving. Ons doel is echter het mooi gelegen parkeerterrein ernaast. De Nibi komt schitterend in een schaduwrijke hoek te staan. Het verschil met gisteren is levensgroot. In de middag scooter ik naar Gradara. Een levend museum. Boven op een berg ligt dit middeleeuwse en ommuurde stadje er nog authentiek bij. Op de top van de berg bevindt zich een robuust kasteel, wat voorheen over de veiligheid van de inwoners waakte. Nu is het een toeristennest, een highlight in de omgeving. Maar heerlijk cultureel te bezoeken. Joke past op onze toerwagen. Haar pijnlijke rug dwingt haar, dit uitstapje te laten schieten. Gelukkig zijn de vele romannetjes nog lang niet uit.
Maandag 13 juli
Colombarone is lekker afgekoeld vannacht. Dat is heerlijk slapen. De haast is inmiddels totaal uit het reisschema geschrapt. Als we willen zouden we wel een week kunnen blijven staan. Tot nog toe hebben we zo'n plek nog niet gehad. Het is hier aardig, maar we willen ook wel weer verder, is de gedachte bij het opstaan.
Vanmorgen geven we ons zelfs extra tijd om een keus te maken. Blijven of gaan? Het is heerlijk koel onder de bomen naast de archeologie. De relax- fauteuils gaan naar buiten en met wat digitaal leesvoer in combinatie met zeer smakelijke koffie blijven we al ongewoon lang hangen. Wel is dit het gespreksonderwerp. Maar de overweging van koele en rustige plek moet het toch afleggen tegen lege koelkast en watertank, en volle tank met afvalwater. Maps verraadt binnen drie seconden waar de dichtstbijzijnde Lidl zich bevind en alsof dat al niet erg genoeg is, fluistert hij ook in waar een loospunt is.
Met enige tegenzin aanvaarden we onze opdracht. Even later begeven we ons weer in het drukke verkeer op de kustweg. Maar opstoppingen blijven uit. De Lidl's in Italië hebben altijd wel ruimte op hun parkeerterrein. Dat is even wennen voor ons, want in Spanje staat het altijd vol bij de grutter. Met een sierlijke beweging chauffeur ik de Nibi in twee autovakken. Niet veel later stoppen we de buit in de koel- en/of de provisiekast.
Omdat zowel Joke als ik ook wel eens wat meer in het binnenland willen kijken, kiezen we voor Petrione als onze tijdelijke verblijfplaats. De gemeente heeft door een volledig gratis camperplaats aangelegd met alle voorzieningen er op en eraan. Landschappelijk gaan we er meteen op vooruit. De omgeving wordt heuvelachtig waar bossen en gedorste graanvelden een wonderschone mozaïek voor ons neerleggen. De verkeersdrukte neemt af, zodat zelfs de bestuurder nu en dan een glimp naar buiten kan werpen. De laatste kilometer gaat nog even met flinke haarspeldbochten omhoog en dan bereiken we de mooie, goed voorziene, maar maagdelijk lege camperplaats.
Acht voertuigen zouden er kunnen staan. Maar de ondankbare camperaars willen alleen maar aan de kust staan en laten deze toch wel flinke investering ongemoeid. Nou ja, behalve wij dan. Een blik op de thermometer geeft een aanwijzing dat de andere camperbezitters misschien wel een punt hebben. Het is hier maar liefst vijf graden warmer! En dan zitten we hoog. Dat dit een serieus argument is merken we aan de middag besteding. De 36 graden is een passend excuus voor alle daadkracht. Het blijft bij stoelhangen, drinken en niets doen. Hooguit een beetje lezen. In totaal weet ik zo'n veertig meter rondom de camper te lopen om de boel een beetje te verkennen. Gelukkig biedt de avond wat meer koelte. Morgenochtend wacht weer de keus; blijven of vertrekken.
Dinsdag 14 juli
Langzaam ontwaak ik uit een mooie droom. Uit gewoonte draai ik me op mijn rug. M'n ogen knipperen tegen het daglicht, wat de ruimte binnendringt door het open gelaten gordijn voor de frisse lucht. Ik kijk tegen het grote witte vlak van het apparaat aan, wat boven mij tegen het plafond is gemonteerd. Ineens besef ik ten volle wat dat is: een airco. Nu heb ik al ruim tweehonderd keer de ogen geopend na een nachtje dutten in de camper, dus zo shocking hoeft dat niet te zijn. Maar deze ochtend is het anders, de situatie van nu is uniek. Als snelle denker heb ik ogenblikkelijk twee onderscheidende factoren erbij geplaatst; het is hier snikheet en we hebben gratis stroom bij de paal buiten.
Joke merkt mijn onrust en stelt vragen. Ik wijs naar de koelmachine boven ons hoofd. Oh, en we hebben gratis stroom, merkt ze direct op. Joke denkt altijd iets sneller dan ik. Deze ontnuchtering op de vroege ochtend heeft gevolgen voor de planning. Na de boterhammen begint mijn schattebout over een dagje langer staan. Haar argumenten zijn dat hitte ons niet deert met een airco en dat er behalve stroom, ook een waterkraan aan de servicepaal zit. Ze kan mooi een bescheiden wasje doen. Haastig denk ik na over tegenargumenten. Hoe ik ook pieker, er wil even niets zinnigs boven komen drijven. Ergens ben ik ook wel nieuwsgierig naar de prestaties van onze nog nooit gebruikte airco. Omdat mijn antwoord te lang uitblijft, is Joke's wens nu leidend.
Het wordt nog een dag Petriano, ondanks dat het hier 37 graden gaat worden. Als na verloop van de tijd de gesopte kledingstukken aan een primitieve noodlijn zijn gehangen, wordt het tijd voor het experiment. De temperatuur begint al weer hoog op te lopen, dus tijd voor tegenactie. Zorgvuldig sluit ik alle luiken en ramen. Ook na een checkronde blijkt dat alles nu potdicht zit. Buiten heb ik met de stroomkabel een verbinding aangelegd met de aangeboden 220 volt contactdoos. Met een berekende precieze stel ik de airco in op 22 graden en druk op 'on'. Vrij geruisloos begint het apparaat te zoemen. Ik voel een heerlijk koude lucht over me heen trekken. Ha, wij hebben een fris antwoord op de hoge buitentemperatuur. Buiten ga ik bij mijn lief onder de bomen zitten, waar een stevige bries zorgt voor een acceptabele situatie. Hij doet het, zeg ik glunderend.
Mijn woorden zijn nog niet weg ge-echood als ik het licht brommend geluid van de dakairco mis. Onderzoek wijst uit dat het ding is gestopt. Ergens heel diep van binnen had ik al deze vrees. Misnoegd kijk ik naar de stroompaal. Recreatief gebruik wordt vaak begrenst op 4 ampère. En dat is niet veel, zeker niet voor een machine die de binnentemperatuur van 38 graden moet terugbrengen naar 22. Kortom, de zekering is gesprongen. Omdat ik niet voor 1 gat ben te vangen, druk ik de schakelaar weer omhoog, stel de gewenste temperatuur bij naar 30 graden en druk weer op 'on'. Opnieuw vriendelijk gezoem, opnieuw een springende zekering. Driemaal is scheepsrecht doet mij het rondje nog eenmaal maken. Een tijdje horen we weer een zachte brom. Dan een klik, gevolgd door stilte. De desillusie moet van mijn gezicht af zijn te lezen. Langzaam moet ik ontwennen aan de gedachte van een gekoelde ruimte op deze snikhete dag.
Woensdag 15 juli
De aanhouder wint en krijgt loon naar werken. Nadat de zon achter de heuvels is verdwenen en de buitentemperatuur ietsje is gezakt, doe ik toch nog een vierde poging. De ruimte beperk ik tot het slaapvertrek door de tussendeur te sluiten. De airco op 30 en een voorzichtige 'on'. Het wonder geschied, het apparaat blijft zoemen. In twee stappen verlaag ik de temperatuur naar 25. Aan het eind van de avond hebben we een koele slaapkamer.
Na de koffie zijn we vanmorgen weer richting kust gegaan. Daar is het gewoon 4-5 graden koeler. Wel krijgen we weer een prachtig landschap te zien onderweg. Golvende heuvels, bekleed met diverse akkergewassen en bossages. De weg brengt ons er met soepele haarspeldbochten doorheen. Van verwondering rij ik langzaam door dit moois. Toegegeven, de kwaliteit van de weg is hiervoor ook een reden. In Fano heb ik een rustig pleintje bij een park uitgezocht voor halteplaats.
Als we koud staan is er bij Joke lichte paniek; de koelkast piept. Ze is geconditioneerd dat piepjes foute boel zijn. Wacht de omschakeling naar gas maar even af, is mijn kalmerend advies. Als ze het douche luikje wil openen, merkt ze dat 1 steunarm los zit.. Twee pechmomenten in een minuut tijd. Dit is niet een moment voor grapjes of iets dergelijks. Onderzoek van mij laat zien dat het asje pleitte is. Ook niet meer te vinden op de vloer. Maar geen groot probleem, met een schroefje is het zo (tijdelijk) verholpen. Inmiddels is de koelkast op gas overgeschakeld en terstond zijn de piepjes over. De kalmte keert weer terug. Plannen voor acute verkoop worden weer ingetrokken.
De motorscooter komt van stal. De reden om naar Fano te rijden is omdat er wat dingen geregeld moeten worden. Op vijfhonderd meter zien we de supermarkt staan, maar een spoorbaan zorgt ervoor dat het vijf kilometer brommen is. Ook willen we nog een brief posten, maar ja, daar moet wel een postzegel op. Geen winkel die dat nog verkoopt. In het centrum staat een postkantoor. Dat wordt een een gezamenlijk uitje. In het postkantoor wordt nog een flinke discussie gevoerd over de te plakken postzegel. Drie mensen houden zich er mee bezig. De personeelskosten overstijgen zo vele malen de waarde van de zegel. Maar ze komen eruit.
Daarna willen we wat dwalen door het historisch centrum. We dwalen wel, maar zien met name lege straten. Na wat heen en weer gekuier staan we plots op een levendige straat. Er wordt volop gewinkeld, er is een mini markt en een muziekbandje staat op het punt van los gaan. Een paar terrasstoelen vangen ons op. Met een koel drankje in de hand nemen we het Italiaanse stadsleven enige tijd waar. 's Avonds trekt er een onweersbui over de stad. Dat werkt net zo goed als een airco.
Donderdag 16 juli
Nog niets vermoedend van de dingen, die gaan komen, nestelen we ons heerlijk onder de boom om daar in alle rust van de ochtend koffie te genieten. Een vriendelijke opa, die z'n kleinkind leert, hoe je een hond uit moet laten, wenst ons een goede morgen en voegt daar iets Italiaans aan toe wat Joke meteen wist te vertalen in 'Welkom in Italië'. Zo'n talenknobbel maakt Google Translate helemaal overbodig.
We beginnen aan de dag etappe en komen prachtig langs de kust te rijden. Mijn ogen gaan echter frekwent naar het rode accu-lampje. Het gedonder met dat lampje, waar we de laatste weken in Spanje ook al last van hadden, begint weer opnieuw. De laatste dagen brandt het onding weer regelmatig en dat klopt niet. De reis duurt maar een goed halfuur, maar al die tijd is het waarschuwingslampje niet uit geweest. Vrees voor verergering en een beetje uit voorzorg, bedenk ik me dat er hier in Italië veel deskundigheid moet zitten over een Fiat Ducato motor en toebehoren.
Mijn assistent in zulke zaken geeft meteen acte de presence. Ze beveelt me een garage in Mondolfo aan, op slechts zeven kilometer afstand. Ik krijg keurig adres en telefoonnummer aangereikt. Bellen gaat een beetje stroef in verband met mijn slechte Italiaans en hun slechte Engels maar de afspraak wordt gemaakt. Om half drie is de pauze voorbij en kunnen ze wel even kijken. Zo rond deze tijd meldt ik mij bij de bewuste garage. De chef spreekt anderhalf woord Engels, maar ik slaag er desondanks in hem kundig te maken van het probleem. Momento!, hij begint driftig te typen. In de veronderstelling dat ik een Duitser ben, laat hij me in deze taal zijn in het Italiaans getypte essay lezen. Vrij vertaald, we hebben geen tijd voor u. Voorzichtig informeer ik naar collega-bedrijven met misschien iets meer tijd. Het lukt; ik krijg een adres.
We verplaatsen ons voertuig richting het opgegeven adres. Helaas pakt de navigatie de toevoeging 'B' niet in de adresinvoer, zodat we een paar keer fout zitten, maar we komen aan. Vriendelijke mensen, slecht in Engels, doen hun uiterste best om mij te begrijpen. Er wordt wat heen en weer gelopen, een monteur kijkt drie tellen onder de motorkap en vervolgens komt een keurig gekleed persoon mij vertellen dat hij heeft gebeld met een garage in Mondolfo en die kunnen op basis van hun kennis veel beter het probleem analyseren. Hij geeft naam en adres en, ja hoor, dezelfde waar we vandaan komen. Maar goed er is gebeld, en de verteller lijkt heel overtuigd van zichzelf.
We rijden terug naar de eerste garage. Dezelfde chef zit nog steeds strak achter z'n bureau, ziet mij komen en toont weinig enthousiasme. Ik voel nattigheid. Het gesprek komt niet opgang, hij weet niets van een telefoontje en probeert mij iets te laten inspreken in zijn toestel. Het mislukt. Ik probeer met mijn smartphone een beetje communicatie op gang te brengen, maar het ding levert geen gesproken tekst. (Achteraf blijkt deze op 'niet storen' te staan) Nu krijg ik geen enkele aandacht meer. Dit is onbegonnen werk. Ik groet en vertrek. Wij rijden naar een veldje en parkeren daar. De dag is om en ik voel me enigszins bij de neus genomen. Wordt zondermeer vervolgt.
Vrijdag 17 juli
Voor het veld waar we opstaan moeten we 7 euro stageld betalen. Dat is per dag. De nieuwe dag begint voor deze uitbater om 9.00 uur. Voor die tijd behoor je het terrein te hebben verlaten, anders ben je weer stageld verschuldigd. We redden dat op een kwartier na. Maar Italianen zijn soepel.
Zodra ik weer rij, hou ik mijn controlelampje in de gaten. Opnieuw brandt deze constant rood. Het is geen lange rit naar Marina di Rocca Priora. Bijna op de plaats van bestemming gaat er nog een rood lampje aan op het dashboard. Gezellig! Het nieuwe talent betreft de stuurbekrachtiging, dat wil zeggen het lampje geeft aan dat deze op het punt van uitvallen staat. Gisteren heb ik uitvoerig met mijn assistent over de situatie gesproken en een ding waarvoor ze waarschuwde is een zwakker wordende startaccu, waardoor meer zaken gaan uitvallen. De stuurondersteuning is daar dus 1 van.
De waarschuwing komt hard binnen. Er zal nu echt iets moeten gebeuren. In een gesprek met Joke hierover is de ANWB al eens ter sprake gekomen. We zijn lid, zelfs voor het buitenland en ook niet onbelangrijk ook voor de camper. Nadat ik tevergeefs heb geprobeerd mijn jarige broer in Denemarken te bellen om onze felicitaties over te brengen, ik krijg op zijn nummer iemand uit Egypte aan de lijn(?), voer ik in de wegenwacht-app ons probleem in. De eerste vraag is of ik veilig sta. Jammer dat het niet mogelijk is om een foto te uploaden, dan hadden ze onze camper op het strand zien staan bij een prachtige blauwe zee. Veiliger kan bijna niet.
Aan het eind van de invoer krijg ik het verzoek op de belknop te drukken, want het wordt te complex. Ik doe braaf wat van me verlangt wordt en krijg een uiterst vriendelijk medewerker aan de lijn. Ook dit soort pechgevallen vallen gewoon onder de voorwaarden. Hij gaat zorgen dat iemand van de Italiaanse wegencentrale naar ons toekomt. Mocht deze na twee uur er nog niet zijn geweest, mocht ik weer contact opnemen. Na twee uur en drie kwartier vind ik dat de tijd om is en bel opnieuw de ANWB. Ze overtuigen mij nogmaals dat er respons is, en ik nog wat geduld moet opbrengen. Heb ik na een uur nog niets gezien, kan ik opnieuw hen verwittigen.
Na anderhalf uur zegt Joke dat het vandaag waarschijnlijk niet meer gaat lukken. Enigszins teleurgesteld pak ik mijn mobiel. Nog voordat ik de eerste toets kan aantikken, stopt er een auto met een jongeman erin. De hulpdienst. Opnieuw worden we uiterst vriendelijk tegemoet getreden. Na wat heen en weer gepraat in goed verstaanbaar Engels en het opnemen van enkele gegevens, maakt hij terplaatse een afspraak met een garage vlakbij de plek waar we staan. Die gaan alvast een dynamo en distributieriem bestellen, omdat deze maandag in de loop van de dag worden bezorgd, mag ik mij daar met de camper dinsdag om half negen melden.
De hele aanpak voelt goed. Dit hadden we nodig. Uiteraard wordt er voordat er wordt gesleuteld een diagnose gesteld. Maar vanuit een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wordt dit traject voorgesteld. Het is nu vrijdag. We staan dus nu verplicht drie dagen op het strand bij de zee de tijd af te wachten. Het kon beroerder treffen.
Zaterdag 18 juli
Men heeft ons ernstig gewaarschuwd. We hebben deze echter in de wind geslagen. De reviews van ons paradijselijke plekje zijn niet mals. Het geval wil dat direct grenzend aan het terrein er een dubbelspoor ligt. Bepaalde momenten overdag passeren er inderdaad veel treinen, waarvan sommige met het geluid van een straaljager langskomen. Andere zijn weer stukken milder. Het lijkt er op dat de Italiaanse spoorwegen al hun materiaal een tijd heen en weer langs onze camper willen laten scheuren.
Maar goed, dat is overdag. De reviewers bedoelen de nacht. Dit zou de hele nacht doorgaan, zodat het onmogelijk is om ook maar even in te dutten. Best spannend als je dan tegen twaalven de sponde opzoekt. Eenmaal horen wij een transport van goederen voorbij denderen, maar dan liggen we amper. Daarna rust. Geen trein heeft het nog aangedurfd om de stilte te verstoren. Wij hebben ze niet gehoord in ieder geval. Bij het licht worden de volgende ochtend beginnen ze weer te rijden, maar de passage langs de Nibi gaat heel beheerst. Onze conclusie is dat de bangmakers met hun berichten hier helemaal niet geslapen hebben, maar leed onder de eigen vrees door weer weg te gaan. Of ze lagen 's avonds al om negen uur in bed.
Ons wacht een heerlijk ontspannen dag. We blijven op stee. Dat het zaterdag is, ontgaat de Italiaanse bevolking niet. In aanmerkelijke grotere drommen komen ze op de strandplek af in vergelijking met gisteren. Zo valt er veel vermakelijks te zien. Een echtpaar op leeftijd komt aanrijden. Zij stapt uit en gaat met de armen over elkaar staan wachten. Meneer ijvert zich met het openen van de achterklep waar een stoel en parasol in razend tempo uit worden gehaald. De stoel wordt achter de eega geplaatst zodat ze kan gaan zitten. De parasol wordt boven haar in positie gebracht, zodat het gevaar voor een zonnesteek is geneutraliseerd.
Ook de tweede en derde zonnescherm zijn voor de dame. De zon draait en het zo is het zeker dat ze altijd schaduw zal ervaren. Het vierde scherm is voor de hond. Het zweet wordt van het voorhoofd gewist en dan gaat pa met lakens aan de slag. Drie stuks in totaal. De opzet is deze over de bolide te hangen, waardoor de wagen, na afloop van de sessie, weer enigszins koel kan worden betreden. Het is geen gemakkelijke klus doordat een stevige zomerbries er het behagen in heeft om de lakens weer terug te leggen waar hij ze met veel moeite net vandaan heeft gehaald. Mevrouw kijkt toe en geeft af en toe commentaar. Als laatste komt de koelbox tevoorschijn, waaruit de lady als eerste het een en ander krijgt aangeboden.
Zelf dwalen we ook heerlijk over het grindstrand. Overal in het water beweegt wat. Soms lijkt het op zwemmen. Veel drijfvermogen wordt toegevoegd, zodat het heerlijk dobberen is. Bij de ruim eenendertig graden wil ikzelf ook even plonsen. Drijfnat kom ik weer boven. Een stranddouche weet wel raad met het aangeplakte zoute water. Met een koel drankje in de hand zoek ik het gezelschap van mijn lief weer op. Zij heeft last van haar ogen en ook de rug is nog niet de oude. Hierdoor geeft ze de voorkeur eraan om droog te blijven.
Zondag 19 juli
Als bewakers van de strandparkeerplaats krijgen wij aardig zicht op de patronen van de badgasten populatie. Grofmazig vallen deze in drie groepen te verdelen. De eerste laat zich het best omschrijven als de ochtendploeg. De overige twee kun je in navolging dan als meest ideaal de middagploeg en de avondploeg omschrijven. In theorie is er voor iedereen plaats. Hiermee bedoel ik dan een parkeerplaats op het ons inmiddels behoorlijk bekende terrein. Vandaag neem ik jullie mee in de praktijk.
De eerstaankomenden van de ochtendploeg hebben geen enkel probleem. Dan hebben we het over de echte puristen, die al om 7.00 uur hun vervoermiddel breeduit kunnen neerzetten waar ze maar willen. Nu komt het voor, en daar is vandaag een voorbeeld van, dat er teveel inschrijvingen zijn voor de liefhebbers van dit dagdeel. Dan raken de gangbare plekken al gauw vol. Een familie heeft zich verslapen, of zich te laat gerealiseerd dat de ochtend al begonnen is, komt pas aan als alles al vol staat. Dankbaar zien ze nog een lege plek. Vreemd, moeten ze gedacht hebben, dat daar niemand staat. Lekker ruim en het dichtst bij de zee.
Vanaf 11.30 uur begint de wisseling op gang te komen. De vroege vogels vertrekken en haastige middagliefhebbers melden zich al. Even is het weer druk voor de camper. De eerder genoemde laatkomers willen ook weer naar huis. Als iedereen de riem weer vast heeft, geeft moeders vol gas om achterwaarts te gaan. De terreinwinst valt echter enorm tegen. Eigenlijk is er geen winst. Wel lijkt vanaf onze positie de wagen wat veranderd te zijn in een lager model. Consternatie alom. Veel badgasten, weinigen die zin hebben om een auto die tot zijn assen in het grind staat weg te duwen. Gelet op de 32 graden valt daar ook iets voor te zeggen. Een van de ongelukkige familie belt met de Italiaanse ANWB. Ze zijn tenslotte lid. Een klein uurtje later verschijnt er een grote Iveco-vrachtwagen met kraan en lier. Tegen zulk geweld is de geniepige grindbak niet opgewassen. Ietsje later dan gepland rijdt ook de laatste ochtendganger even later naar huis.
De belangstelling voor de middagsessie uitis ook enorm. Het parkeerterrein heeft veel plekken waarvoor je creatief moet zijn om ze te zien. Iedereen houdt zich aan de ongeschreven regel, dat je niemand klem mag zetten. Slechts 1 iemand staat daar even niet bij stil. Een tijd lang zien we de patstelling voortduren. Maar dan komt er leven in de brouwerij. Een oudere mevrouw is het slachtoffer. Ze is klaar met zonnebaden en wil naar huis. Ze overziet haar hopeloze uitgangspositie en stapt resoluut terug naar de waterlijn. In heldere en niets mis te verstane woorden maakt ze behalve aan de strandgangers, ook aan het halve dorp bekend dat ze te weinig ruimte heeft om weg te komen omdat (en dan wordt kleur en type auto genoemd) het heeft behaagd haar uitgang te blokkeren. Het helpt. Vanaf afstand lijkt het een fikse ruzie met de aangewezen chauffeuse, maar bij Italianen weet je het nooit.
Een gezin met jonge kinderen wil ook naar huis. Maar pa laat op het moment van instappen zijn uit de kluiten gewassen hondebeest los. Nu wordt weer eens aangetoond hoe belangrijk het volgen van een hondecursus is, als je zo'n mormel aanschaft. Bij dit gezin was daar geen geld voor, of zoiets. Voor onze ogen zien we de onmacht van het baasje. Kwaad of gespeeld lief roepen, het blijkt nutteloos. De hond heeft er duidelijk behagen om verstoppertje te spelen in het woud van geparkeerde auto's. Na een kwartier lukt het dan toch, de feitelijke vangst speelt zich buiten ons gezichtsveld af, maar een geërgerde huisvader drukt de ontsnapte viervoeter in de auto en vertrekt iets gehaaster dan normaal. De rest van de doorgaande voorstelling op de parkeerplaats zal ik jullie besparen.
Maandag 20 juli
Ons huisarrest zit er bijna op. Voor de vierde dag op rij staan wij voor de uitdaging er weer wat van te maken in afwachting op een hopelijke succesvolle reparatie. Vandaag gaan de benodigde onderdelen op transport en worden bij de garage afgeleverd, waar ik mij morgenvroeg kan melden met de patiënt. Op ons mooie stukje strand is de rust weer teruggekeerd. De beide weekenddagen hebben we de Italianen beter mogen leren kennen. Niet altijd in hun voordeel.
We nestelen ons gewoonte getrouw in de schaduw van de camper en een stukje luifel. Het terrein blijft maagdelijk leeg op 1 ongevallen fiets na. Het ruisen van de zee komt in deze stilte pas goed tot z'n recht. Hier door heen praten is een ernstige zonde. De vers gezette koffie maakt het moment compleet. Geen grote slok, maar een bescheiden nipje is een harmoniserende handeling, waarvan de uitwerking gelijk staat aan de meest gelukzalige gevoelens van een mens.
Langzaam komt een meneer dichterbij. Een groot schepnet hangt over zijn schouder. Een grote plastic zak, waar ook Nederlandse huisvrouwen voorheen de boodschappen mee naar huis namen tot aan de inquisitie, bungelt in zijn andere hand. Hij hoort bij de gevallen fiets. Met de nodige behendigheid zet hij het rijwiel weer terug in de arbeidsstand en komt onze kant op. Bongiorno, klinkt het uiterst vriendelijk. Wij groeten terug in soort gelijke bewoording.
Het gesprek wat volgt is geheel in het Italiaans, uitgezonderd een paar Engelse woorden. Hij is wel eens in Nederland geweest en wel in de stad Groningen. Dit is opzich al hoogst opmerkelijk, want de meeste buitenlanders die we ontmoeten en die weleens in 'Hollanda' zijn geweest noemen steevast Amsterdam. Dan begint hij in de bolle plastic buidel iets te zoeken. Hier verduidelijkt zo'n Engels woord zijn bedoeling, want hij begeleidt het doorzoeken van de tas met het woord 'souvenir'.
De hand komt weer tevoorschijn met daarin een kleine zeester. Ik zeg klein omdat ik denk dat ze er ook wel groter zijn, maar dat weet ik niet zeker. Het beestje maakt deel uit van zijn vangst vanmorgen, maar wij mogen deze van hem hebben als aandenken aan Marina di Rocca Priora. Het is altijd genieten wanneer je zulke innemende persoonlijkheden ontmoet. Het sterretje moet de hele dag in de zon liggen, zodat het volledig uitgedroogd ons op verdere reizen kan vergezellen. Het afscheid van de ochtendvisser is heel hartelijk.
De rest van de dag weten we ook goed door te komen. Ons motortje brengt ons in een dorp verderop, waar we bij de bekende grutter wat boodschappen inslaan. Een tweede rit maak ik solo, samen met het vertrouwde tonnetje. In de namiddag worden we weer getrakteerd op bijzondere voorvallen. Opnieuw was een strandbezoeker te enthousiast bij het zien van de zee. Op dit terrein moet je tijdig stoppen, hebben we gisteren gedemonstreerd gekregen. Veel gasgeven blijkt ook nu niet de remedie. Twee potige kerels helpen de man uiteindelijk uit zijn lijden en duwen het wagentje met vereende kracht uit de grindbak. Het slotakkoord komt ditmaal van een bestuurder die z'n achteruitrij-kwaliteiten te hoog inschat. Dit gaat ten koste van de bumper en de zijflank van een onschuldige auto die op dat moment op de verkeerde plek stond.
Dinsdag 21 juli
Vier dagen na de afspraak vertrekken we richtting garage. Niet zomaar een huis, tuin en keuken werkplaatsje, wij gaan naar een Iveco bedrijf. Hier worden veertigtonners gerepareerd, hier staan autoliften die complete vrachtwagens huffen, hier zijn de werkhallen bijna 150 meter lang. Hier werken top technici aan wie we ons troetelkind kunnen toe vertrouwen. We jagen onszelf een uur eerder dan normaal uit bed. Half negen stipt staan we voor de deur. In de grote hallen kan ik mezelf nauwelijks meer terugvinden, geen wonder dat ik de werkhoek van de planner tot driemaal toe over het hoofd zie. Hij weet van de afspraak, als ik mij bekend maak.
Vanmorgen is het nog erg druk, het komt beter uit om twee uur in de middag. Ik knik beleefd. De hoop om verlost te worden van dat elektroprobleem wordt nog meer op de proef gesteld. Aan een pracht plek bij strand en zee parkeer ik de camper voor een paar uur. Het rode lampje lijkt me grijnzend aan te kijken. Gelukkig weet ik het te negeren. Zenuwachtig doden we de tijd met over de prachtige lichtblauwe zee te turen, wat informatie uit de social media te halen en het wegwerken van een paar boterhammen. Dan is het tijd voor de finale. Nu grijns ik naar het rode pitje, en denk 'nog even vriend'.
De reiswagen mag naar binnen en vier monteurs staan klaar om het euvel voorgoed te laten verdwijnen. Wij worden meegeloodst naar de administratieve afdeling. Het invoeren van de gegevens valt niet mee als je Italiaanse bent en je wilt van die oernederlandse woorden intypen. Samen komen we er uit. Het gastenverblijf of te wel de wachtkamer is de plek waar ze ons naar toe verwijst. Een kop koffie slaan we niet af. Het apparaat kreunt en steunt . Ik krijg als eerste het voortgebrachte product. Ze overhandigt mij een vingerhoedje van karton. Deze is net niet tot de helft gevuld met een gitzwart goedje. Ook Joke wordt niet vergeten. Het eerste kleine slokje onderstreept de gedachte dat wij een hele 12 liter pot kunnen trekken van de hoeveelheid cafeïne die zich in deze voorzichtige terug bevindt. Het wordt donker buiten. Een rollende donder verduidelijkt de bedoeling. Even zitten we in de impasse.
Vervolgens ontwikkelt zich een noodweer, waar de KNMi geen kleur meer voor handen heeft. Stromende regen en een gierende wind veranderen het liefelijke Middellandse Zee klimaat in no time in een zware orkaan. Het zicht valt totaal weg, materialen die zo pas nog veilig op de grond lagen, zien we nu hoog in de lucht. Het noodweer houdt minstens een half uur aan. Als de boel is gekalmeerd, neem ik buiten een kijkje. Een goederentrein komt langzaam tot stilstand. Als ik de spoorbaan aftuur zie ik een groot stuk materiaal in de bovenleiding hangen. De draden komen wat ingewikkeld over. Na anderhalf uur komt de chef ons opzoeken met de mededeling dat de klus is gefikst. Translate zorgt voor een vlotlopend gesprek.
We betalen en mogen wegrijden. Twee paar ogen staan op het accu-lampje gericht. Zelfs niet een lichte flikkering. De dynamo is vervangen. Deze blijkt de boosdoener zijn geweest al sinds onze laatste weken in Spanje. Een half uur zuidelijker vinden we een pracht plek op het dorpsplein van Calle Lauro. Vanaf de hooggelegen positie kijken we kilometers het dal in.
Woensdag 22 juli
Wij beiden zijn in een gat gevallen. Hoe ziet het leven er uit als we ons niet druk hoeven te maken over een rood lampje op het dashboard. Het is zoeken naar een nieuwe levensbestemming. Joke is er vrij rustig onder. Dit soort momenten kan zij goed handelen. Ik kan daar jaloers op zijn, want bij mij is dat wat complexer. Nu ben ik geen psycholoog, maar ik ben bang dat ik een tick heb ontwikkeld. Tijdens het rijden schieten mijn ogen steeds naar de plek, waar de waarschuwingslampjes zitten. Er zit geen vast patroon in. Nu weet ik niet of dat een goed of een slecht teken is. Ergens denk ik eraan professionele hulp te zoeken, maar dan moet ik eerst aan mijn Italiaans werken.
Volgens Joke ben ik goed bezig mijzelf weer onder controle te krijgen. Zo ben ik helemaal uit mijzelf vanmorgen naar een golfbaan gereden, die slechts op twee kilometer van onze nachtplaats af ligt. Even heerlijk een balletje of 50 de vrije wereld inschieten op de driving range, om daarna uiterst geconcentreerd een aantal putts te maken van verschillende lengtes. Als herboren kom ik weer terug bij de camper. Voor vandaag heb ik weer vertrouwen.
De ss16 is een hele lange weg langs de oostkust van Italië. Het is onze leidraad op weg naar Brindisi. Het stuk waar we nu doorrijden is een lang lint van bebouwing, kilometers lang. Zo nu en dan staat er ergens een plaatsnaambord tussen de huizen. We nemen aan dat we dan het volgende dorp zijn binnengereden. Het is saai en boeiend tegelijk. Soms wipt er even een weiland tussendoor, maar dan weer alleen maar huizen. In Marina Palmensa stoppen we ermee. Een ruim grasveld vlak bij de kust biedt de gelegenheid voor een heerlijke ontspannen nachtstop.
We wandelen een heel eind langs de kust. Het geluid van de branding blijft een van de mooiste auditieve strelingen. Hier en daar huizen badgasten. Een parasol geeft aan welk stuk strand hen toebehoort. Alleen handdoeken eronder betekent dat de bewoners in de zee drijven. Hier en daar is een strandtent waar een paar klanten hun best doen om de eigenaar aan enige omzet te helpen. Zelf doe ik ook een duit in het zakje. Twee bollen Italiaans ijs met de smaken pistache en lemoen. De buitentemperatuur dwingt mij met tempo maken bij het verorberen.
Enige zorg ontstaat bij ons over de ontspanning, die we hier verwachten. Al gauw bemerken we dat de dubbele spoorlijn ook hier vlakbij ligt. De spoorweg loopt langs de hele kust van noord tot zuid. Soms slechts op luttele meters van de zee. Het is een blijvende plaag voor de toeristenindustrie. Iedere strandtent, kustcamping en boulevard wordt overstemt met langs denderende treinen.
Iets wat zonodig voor een nog ergere verstoring van onze vakantierust gaat zorgen is het festival. Tijdens de strandloop begrijpen we plotsklaps de vele affiches. Op een steenworp van onze positie is een grote tent op een omheind terrein. De kassa poorten zijn al bemand, maar het is niet druk. Een behoorlijke installatie speelt nu al vrij luid eentonige rapmuziek. Vanavond gaan de registers echt open bij diverse live-artiesten. Dat het daar druk gaan worden merken we op ons grasveld als het avond is geworden. Festivalgangers parkeren er hun auto's. In korte tijd staan we helemaal ingebouwd. Om middernacht of nog later gaat dit ook weer toeterend en gassend naar huis. Ik zie mijn hoognodig rustmoment helemaal in het water vallen.
Donderdag 23 juli
Niet alle dagen hebben een gouden randje. De dag start op ons ruime en rustige veldje. De ochtend koffie genieten we in de schaduw van de camper met een heerlijk zomerbriesje vanaf de zee. De reiswagen wordt gestart. Voor ons liggen slechts zeventig kilometer, maar de navi heeft daarvoor twee uur reistijd berekend. Huh, 35 km per uur? De beoogde route kent een inrij verbod. Een kleine kilometer omrijden, het eerste vege teken.
Langs de kust is een nimmer ophoudende bebouwing. Onze route loopt door centra en populaire strandwegen. Het eerste levert stoplichten op, die een ernstige voorkeur voor rood hebben, het tweede is een soort spitsroeden lopen. De weg is bezaaid met verkeersdrempels en de zebrapaden kennen een continue stroom badgasten. En ja, ze hebben voorrang. Om 35 kilometer te halen in een uur wordt nog een hele uitdaging. Met enige(?) vertraging bereiken we ons potentiële einddoel. Een groene stip in de camperatlas. Vrij parkeren met alle gemakken bij de hand. De gemakken zijn dik in orde. We lozen alle kleuren water en laten de tank weer barstens vollopen met het zachte Italiaanse drinkwater.
Tijdens de lunch, die we op de bijbehorende parkeerplaats nuttigen, concluderen we dat deze geïsoleerde plaat asfalt niet past bij onze wensen. Laten we verderop kijken naar een leukere plek, is mijn voorstel. Joke is gelijk voor. Zo komt het, dat we na twee uur stapvoets rijden, ons weer in de trage stroom auto's op de ss16 mengen. Het beoogde paradijsje ligt gelukkig niet te ver weg, zodat mijn geduld niet erg op de proef zal worden gesteld. Al snel zijn we terplekke. Op de rotonde neem ik de derde afslag in rij richting kust. In Italië moet je dan altijd het spoor passeren. De onderdoorgang biedt ruimte voor voertuigen met een maximale hoogte van 2.60 meter.
Ik keer de camper op een kruising. Na een kilometer komt kans twee. Nu mag alles tot 4.50 passeren. We prijzen ons gelukkig. Na twee bochten is het nog 100 meter. Voor mij ligt een laantje van nog geen twee meter breed, waar de overhangende takken van de bomen kunnen worden aangeraakt door kinderen uit groep 4. Het tweede einddoel wordt doorgestreept. Voor de grotere stad Pescara zijn er eigenlijk geen mogelijkheden meer voor aangenaam verpozen met een acht meter bak. We plannen een traject wat ons om de stad leidt. De diesel is bijna op en door Trump zijn fratsen zien we de prijzen ook hier dagelijks oplopen. Een station met een prijs van 2,05 pl is nu onze tussenstop.
Nadat we Pescara zijn gepasseerd mag ik afslaan. Direct tegen de grote rotonde zien we een aanbieding van dezelfde prijs, maar door een soort van hypnose rij ik door naar mijn keuze. Het infobord toont 2,07. Dat waren we niet afgesproken! Ik keer principieel de camper en rij terug naar de grote rotonde. Alleen zonder navi en dat in een drukke stad. Bij de tweede rotonde gaat het dan ook fout. Joke merkt op dat de weg haar niet bekend voorkomt. Mij eigenlijk ook niet. In de verte nadert een tunnel. Duidelijk, ik zit fout. Nadat de navi wel is ingeschakeld komen we bij het grote tankstation aan de rotonde. Ook deze keer slaat de pomp bij honderd euro af. Verdorie, weer op rantsoen. Lang niet vol meld ik me bij de LPG-zuil. Deze is bediend. No gaz for camper, stottert de beste man in z'n beste Engels. De gasflessen zullen het nog een poosje moeten volhouden, dus.
In Ortona heb ik mijn laatste hoop gevestigd voor een nachtplekje. De eerste blijkt helemaal niks, dan naar de tweede. Een groot plein voor een voetbalstadion en aan een drukke weg. Joke hakt de knoop door. We blijven toch maar staan.
Vrijdag 24 juli
Sommige dagen in het jaar zijn speciaal. Zo zijn er dagen waarmee een heel land iets heeft, bijvoorbeeld 5 mei. Soms zelfs een groot deel van de wereld, zoals 25 december. Vandaag is een gedenkwaardige dag voor Joke en mij. Al heel lang zijn we bijelkaar en op 24 juli 75 zijn we getrouwd, op de kop af 51 jaar vandaag. Vanaf het moment van wakker worden voelt het al anders. Zelfs de zon straalt op een manier, die je niet op normale dagen ziet. Dit kan trouwens verbeelding van mij zijn, hoor.
Als er wat te vieren valt, zo is mijn grond gedachte, dan hoort daar een stuk gebak bij. De dagplanning wordt erop ingesteld. Nu kent de plek op een plein voor een voetbalstadion weinig romantiek. We vertrekken dan ook zo snel mogelijk. Voordat het ochtend ritueel met een drankje, getrokken uit koffiebonen, begint, heb ik een bezoek aan de Lidl opgenomen in de reisroute. Het gebak kan niet vers genoeg zijn. Het is nog wel even doorrijden, maar na een klein uur draaien we het terrein op. Verheugd huppel ik naar binnen, Joke volgt op een paar meter. Terwijl zij begint met noodzakelijke waar in de kar te plaatsen, speur ik de bakkers afdeling af op zacht, romige en zoete baksels, afgetoefd met een flinke portie slagroom.
Als ik meeste uitstallingen heb gehad, bekruipt me een onbehaaglijk gevoel. Enigszins gehaast speur ik de laatste twee af. Onbehagen dreigt over te slaan in teleurstelling. De winkel is groot, er gaan nog vele rijen met stellingen volgen. Met deze gedachte hou ik de moed er tegen beter weten in. De kar raakt steeds gevulder, maar het zijn de alledaagse artikelen. De koekjes afdeling brengt ook geen verlichting. Ik raak een beetje in paniek en speur zelfs de non-food en parfumerie afdeling tot het laatste rek af. Joke heeft echt wel meegezocht maar is minder betrokken want zij mijdt al jaren lekkernijen in verband met haar gezondheid. Dan ben je toch minder gemotiveerd. Het beste alternatief is een verpakking met vier muffins. Gevuld met chocolade, dat dan nog wel. Maar gebak ontbreekt volledig in het assortiment.
Onze toerwagen rij ik naar een rustig plekje. De stoelen naar buiten. Net even na elven start het feestelijke koffiemoment. Ik met een muffin, Joke met een minuscuul stukje koek. Voor zo'n mooie dag als vandaag heb ik een mooie standplaats opgezocht. In Marina di Chieuti parkeer ik het woonpaleis strak tegen de kust met vrij uitzicht over de zee. Hier krijgt de dag een mooi vervolg. Helaas is ook de wind enthousiast over onze komst en zet een tandje bij. Eerlijk gezegd was dat voor ons niet nodig geweest.
Het is lastig zo de meest prettige positie te vinden; in de wind en uit de zon, in de zon en uit de wind of toch een mix van allebei. De herrie van de branding en de harde wind, maakt communiceren lastig, zodat Joke de lieve woordjes die ik haar toe fluister, niet binnen krijgt. Ook haar proza weet mij niet te bereiken. We doen het er maar mee. Vlakbij onze tijdelijke woonplek staat een aangeprezen restaurant. We wandelen knus langs de kust er naar toe. Een tafel voor twee, met royaal uitzicht op de zee. Als hoofdattractie krijgen we de ondergaande zon. Een prima maal ronden we af met een heerlijk toetje. Mijn lief gunt haarzelf ook deze versnapering zodat we toch heerlijk zitten te smullen bij een oranje hemel, waar de zon net ten onder is gegaan.
Zaterdag 25 juli
Halverwege de ochtend valt het besluit, dat we gaan opbreken. Het is zondermeer een schitterende plek, pal aan zee. Al voor wij aan opstaan denken, spartelen de eerste daggasten alweer tussen de golfbrekers. Maar we hebben een missie. We willen Griekenland bereiken. De boot vertrekt volgende week woensdag met of zonder ons. Onze voorkeur is duidelijk, we zien onszelf graag aan boord. Vanaf hier is het vier dagetappes zo van rond een uur. Dat is een prettig ritme. Wij rijden een stuk, maar hebben ook nog wat aan de dag om allerlei aardige dingen te doen.
Niet veel later toeren we weer over de ss16. Het wegdek is in eerste instantie goed te noemen. Het rammelt, maar niet heftig. Ik laat me door het eentonig voort zoeven in een soort van tranche brengen. Plotseling, vanuit het niets, verandert de weg van type wegdek. Van creme wit naar echt zwart. Het redelijk gladde is getransformeerd naar de vorm van een ouderwets wasbord. In 1 klap ben ik uit mijn droomwereld. Ik rem uit alle macht, hoewel de snelheid best meeviel van zo rond de zeventig. Het ergste moet nog komen. Het wasbord is op, het vervolg heeft iets weg van een uitgegraven sloot. Met een harde bons is de Nibi aan het eind van z'n veerkracht. Vervolgens zwiept de achterkant zowat een meter omhoog.
Alles wat niet muurvast staat verankerd, begint te zweven. Ik kan jullie zeggen, dat is vrijwel alles. Aan dat vrij bewegen komt ook een eind, want de zwaartekracht doet zijn werk. Angstig omklem ik het stuur in de verwachting dat de wagen gaat waggelen. Tenminste 1 van de wielen zal toch ernstig zijn vervormd, is mijn te snelle conclusie. Joke is ondertussen ook weer terug in haar stoel gekropen. Het technische deel blijkt deze brute aanval wonderwel te hebben doorstaan. Het rijdt nog, geen rare geluiden, geen gekke bewegingen. Joke doet een voorlopige opname van de schade intern. In de hangkasten is niets meer wat nog hangt. Er loopt geen lastig herkenbaar vocht uit de koelkast. Met de nodige voorzichtigheid rijden we door naar de eindbestemming in Lucera.
Mijn lief doet de kastjes in het woongedeelte, ik ontferm mij over de garage. De scooter ligt half onderuit gezakt tegen de zijkant. De golfkar heeft een andere positie en ondersteunt nu onbedoeld het gemotoriseerde rijwiel. Wandel en golf schoenen zijn door de hele ruimte verspreid en de inhoud van de bak onder de buddyseat heeft zich daar bijgevoegd. Maar verder valt het mee. Ook Joke geeft het sein op groen.
Een immense kasteelmuur sluit het hele uitzicht naar voren af. Een ronde toren steekt op het hoekpunt daar nog eens ver bovenuit. Onze nieuwsgierigheid is gewekt. We sluiten de camper af en gaan op onderzoek. Een smalle voetbrug leidt ons over een diepe gracht zonder water. De poort is half open en we dringen de vesting binnen. Een enorme groot binnenterrein is het eerste wat ons opvalt. Terwijl wij ons nog staan te oriënteren, komt er uit een soort schaftkeet, die ook op het terrein staat, een paar onduidelijke Italiaanse kreten. Aanvankelijk besteed ik er geen aandacht aan, maar als een manspersoon eruit te voorschijn komt en het duidelijk wordt, dat het roepen voor ons is bedoeld, verandert dat de situatie.
We lopen naar hem toe en zien het baasje druk wijzen naar meerdere kanten en geeft daarbij in onnavolgbaar Italiaans uitleg. Hij sleept ons mee zijn hut in. Beide krijgen we een achterhaalde ansichtkaart in de hand gedrukt. Duim en wijsvinger worden over elkaar heen gewreven en uit de bijgeleverde tekst met zowel Duitse als Italiaanse woorden maak ik op dat er betaald moet worden. De schade valt mee. Drie euro per persoon. Grote funderings resten en Romeinse zuilen, die her en der lggen maken duidelijk dat de burcht betere tijden heeft gekend. De hoektoren is te betreden en daar wordt in een video getoond wat hier ooit heeft gestaan. De wandeling langs de buitenzijde van de muren laat zien hoe kolossaal en degelijk deze fortificatie eeuwen geleden is neergezet.
Het is etenstijd en ik hoor Joke een ingehouden gilletje produceren. Snel neem ik polshoogte. De echt hard werkende koelkast heeft de gisteren gekochte zak sla niet eetbaar kunnen houden. Nu dreigt de uitgedachte maaltijd in het water te vallen. De winkels zijn nog wel open, schat. Ik haal wel een vers pak sla op. Inspectie van de plattegrond leert dat alle supermarkten zich aan de andere kant van de best wel grote plaats bevinden. De scooter, inmiddels weer netjes in de spanbanden, komt nu weer gelegen. Met de route in mijn hoofd opgeslagen kom ik bij een andere winkel uit dan bedoeld. Maar ook deze heeft sla. Zonder foute afslagen weet ik de camper weer terug te vinden. Niet veel later genieten we van een heerlijke salade, waarbij een zacht en koel roseetje is geserveerd
Zondag 26 juli
De horizon is breed. De grote vlaktes laten zich gemakkelijk bekijken. Veel fruitteelt valt op ten opzichte van gewone landbouw. Met het sturen moet ik zeven paar ogen hebben. Een paar houdt doorlopend de weg voor mij in de gaten. Ieder moment kan er een krater opduiken, waar je niet in terecht wilt komen. Na gisteren hebben wij onze portie wel gehad. Een ander paar loert continue in de zijspiegels. Als het nodig is om snel naar links te zwenken, is het natuurlijk zonde als daar net een oud vrouwtje mij aan het inhalen is. Het derde paar heb ik nodig voor de stoplichten. Het maakt ook in Italië groot verschil of dat op rood staat of op groen. Het vierde paar kijkt af en toe op het instrumentenbord. Een rood lampje moet je tijdig signaleren. De overige paren kunnen bijspringen als het te druk wordt. Hun basisopdracht is op te letten of er verkeer van de overige wegen komt.
Het leidt geen twijfel dat wij ons in Zuid Italië bevinden. Misschien klinkt het ongelooflijk maar daar ben ik niet een atlas voor nodig om het te constateren. Slechts drie punten hoef ik maar af te vinken. Ten eerste kijk ik naar de kwaliteit van het wegennet. Deze dient echt belabberd te zijn. Af en toe een iets beter stukje maar zodra ik denk, dit gaat er op lijken, behoort de camper weer flink te gaan rammelen. Het tweede zijn de parkeerhavens langs de weg. Hierop is nauwelijks ruimte voor een pechgeval, want Zuid Italianen gebruiken deze als openbare vuilnisbelt. Het derde punt gaat over de vaak in bikini geklede jonge vrouwen, die in ruim voldoende mate zich in de wegberm ophouden onder een parasol. Hun taak is het behagen van met name mannelijke chauffeurs, die een stressvol leven leiden en een beetje ontspanning goed kunnen gebruiken. Uiteraard dient de dienst volgens geldend tarief afgerekend te worden.
De nachtstop doen we vlak bij Molfetta. Deze officiële camperplaats blijkt toe te behoren aan een gigantisch groot Outlet-centrum. In de middag uren houden we ons koest in de schaduw van de luifel. Beide hebben we wat dingetjes te doen, teminste als het bekijken van een romantische serie daar onder valt. Ik moet wat achterstallig werk aan beeldmateriaal uitvoeren. Na het eten is het wat koeler. Voor ons een ideaal moment om toe te slaan. Overigens is de autostroom van de doorgaande weg naar het parkeerterrein de hele middag en avond niet gestopt. We verwachten dan ook ons een pad naar binnen te moeten slaan, maar dat valt reuze mee. Het centrum is zo omvangrijk dat we het toegestroomde volk niet weer terug vinden.
Het geheel is in sprookjesachtige sfeer opgezet. De panden kennen een grote diversiteit aan bouwstijlen. Het is hier alweer vroeg donker, maar dat is nu een meevaller. De verlichting is prachtig geharmoniseerd met het thema. Lichtsnoeren zijn stijlvol weggewerkt in het groen en langs de gevels. Joke komt vaker in een dergelijke omgeving dan ik. De meeste aanbieders heeft ze wel van gehoord of in enkele gevallen wel iets van gekocht. Ik kom niet verder dan C en A en die zijn hier niet. We dwalen het hele gebied door en overal is het gezellig druk. De spaarzame terrassen doen goede zaken. Een bijzonder ding wat opvalt is hoe smerig en bevuild de openbare ruimte ook is, dat geldt niet voor dit paradijs. Behalve de prachtige inrichting is het ook heel schoon en netjes. Zelfs het parkeerterrein is heel ordelijk en leuk aangeplant. Marketing technisch zou ik zeggen 'dom', want de bezoekers krijgen geen herkenningspunt op deze manier. Maar op een wonderlijke en onnavolgbare manier heeft een dergelijke omgeving juist aantrekkingskracht op de lokale bevolking.
Maandag 27 juli
Langdurig op reis zijn, brengt allerlei zaken met zich mee, die er niet waren geweest, als we twee weken in Appelscha hadden gekampeerd. Een typisch voorbeeld hiervan is de was. Na drie weken begint de verse voorraad kleding, handdoeken en lakens op te raken. Daarentegen zien we de wasmand naar zijn maximum niveau groeien. Woensdag zitten we op de boot en wanneer we bij de Grieken aankomen, willen we dat niet met onze vuile was doen. Er zit dus niets anders op dan vandaag de bezwete t-shirts en het overige niet frisse spul in een wasmachine te stoppen.
Gisteravond heb ik alles uitgebroed. In de plaats Polignano is een parkeerplaats niet ver van een wasserij. Op onze route passeren wij dit punt. Deze gegevens combineren levert de conclusie op dat hier onze was gedraaid gaat worden. Direct na ontbijt vertrekt de Nibi. Ik zit weer overgeconcentreerd achter het stuurwiel, Joke denkt na over in welke volgorde ze het goed in de machine wil proppen. Het plan werkt. We nemen de juiste afslag, het parkeren gaat ook vlot. De zware wastas komt netaan door deur.
Beide aan een kant zeulen we het ding door de straten. Het is al weer aardig op temperatuur, waardoor het shirt wat ik draag eigenlijk ook direct mee kan de was in. Moe, maar voldaan arriveren we op het juiste adres. Joke tuurt door het raam en merkt op; vreemd, in de ruimte staat helemaal niets. De deur is zwaar vergrendeld. Het enige wat nog aan de eerdere functie herinnert, is de poster met een lachende wasvrouw. Wij lachen niet. Achterhaalde informatie op P4N. Voor nu hebben we geen andere keus dan de boel weer meenemen naar het woonmobiel. De koffiepot heeft als taak ons weer de teleurstelling te boven laten komen. Dat lukt wonderbaarlijk. Ik snuffel weer in de data en vind warempel nog een tweede wassalon op anderhalf kilometer. Joke laat mij even overwegen of we dat te voet willen doen. De uitkomst laat zich raden.
Hoopvol om weer een parkeergelegenheid te vinden bij het alternatieve washok, rijden we door de nauwe straatjes van het Italiaanse stadje. Door handig manoeuvreren en een beetje brutaliteit weet ik de woonwagen op een klein pleintje in een hoek weg te drukken. De verplaatsing van de waszak gaat over een aanzienlijk kortere afstand dan poging 1. Het geluk lacht ons toe. De salon is open, er zijn machines vrij, zelfs een hele grote waar we zo het drie weken opgespaarde textiel in kwijt kunnen. Maar dan moet de wasser nog aan. Veel Italiaanse instructies, maar gewoon op een klein A-viertje gelukkig ook in het Engels. Negen euro verdwijnt in de gleuf, het programma kan worden uitgezocht, om daarna de startknop in te drukken. De laatste twee punten doen we omgekeerd. Hierdoor heeft het programmeren geen betekenis meer. Onze was krijgt dezelfde behandeling als die van de vorige gebruiker. De machine draait, zeepsop verschijnt in het venster en het water is warm.
Na 30 minuten zullen we weten of het overhaast indrukken van de startknop nog gevolgen heeft. Het tweede kopje koffie doodt de wachttijd. Inspectie levert geen verdachte effecten, de boel wordt overgeplaatst in een turbodroger, waar nu wel de juiste startvolgorde wordt gehanteerd. Netjes opgevouwen in de wastas breng ik de buit weer naar de camper. We rijden naar een prachtig plekje bij Monopoli. (Echt waar, zo heet deze stad) Een vrij en open terrein, direct aan de zee. Een heerlijke verkoelende wind, een schitterend uitzicht over de Adriatische Zee en diverse bootjes die voorbij komen varen. We maken nog even een korte wandeling naar een mini strandje. Meer is er voor de stad niet voor handen, de rest bestaat uit een rotskust waar het zeewater spectaculair hoog op uiteen spat.
Dinsdag 28 juli
Vandaag wacht de slotetappe in Italië. Wakker worden doen we op de fantastisch mooie plek in Monopoli. De zee is een stuk kalmer dan een dag geleden. We hebben geen haast om weg te komen, daarom zet ik het buitenterras onder de luifel voor nog een paar uur genieten. Dan zet ik het woonpaleis in beweging. De motor krijgt niet echt de gelegenheid om warm te draaien, want na een kilometer parkeren we om de boodschappen aan te vullen. Als we later toch de stad uitrijden zie ik een dieselprijs van 2,01. Ook nu mag ik maar 50 liter tanken. Waarom ze zo beknepen doen is mij niet duidelijk. Ik rij er geen kilometer minder om. Als de indicatie meter weer in het rood dreigt te komen, vullen we gewoon weer bij. Ik vermoed dat alle andere weggebruikers net zo handelen. Iemand zal blij moeten worden van deze rantsoenering, anders is het wel erg zinloos.
Opnieuw biedt de ss16 ons ruim baan naar het zuiden. De Nibi spint van genoegen. Een tankstation laat via een groot uithangbord weten dat ze GPL kunnen leveren. Toch nog maar eens een poging wagen, knipoog ik naar Joke. Perfect naast de slang komt de wagen tot stilstand. Geen bediende te zien, alleen een enthousiaste Italiaan die mij trots zijn Marco van Basten tattoe laat zien op z'n bovenbeen. Of ik hem persoonlijk heb gekend? Oke, we komen uit een klein land maar er wonen meer mensen dan alleen onze buren. De juiste adapter schroef ik aan de invoer en koppel de gasslang aan. Wanneer ik op de startknop wil drukken, springt er een andere persoon plots ertussen. Relax, ik ben de bediende, dit werk hoor ik te doen. Toegegeven, dit is een vrije vertaling van zijn woorden, maar ze geven goed de kern van zijn boodschap weer. Ach, nee, niet weer een bediende die komt uitleggen dat LPG leveren aan campers verboden is, schiet door mij heen. Onterecht, want de man geeft alle medewerking.
Met twee volle gasflessen zetten we nu definitief koers naar Brindisi, onze laatste halteplaats in Italië. Op de officiële camperplaats is nog net een plekje. Aanvankelijk lummelen we wat rondom het parkeerterrein, maar tegen vijven trekken we goed gekleed de stad in. Het historische centrum verrast ons met mooie doorkijkjes, prachtige gebouwen en sfeervol ingerichte lanen. Het plan is om een echte Italiaanse pizza te eten. Het is nog te vroeg om het uitgezochte establishment te betreden. Daarom maken we wat meer meters in het fraaie stadshart. Al dwalend komen we bij de haven uit. Grote en kleine schepen lijken doelloos rond te varen. Het zeewater klost tegen de havendam. Een heerlijke zeebries maakt de temperatuur een stuk aangenamer.
Eigenlijk zouden we hier een tafeltje moeten vinden, laat ik Joke weten. Nog geen tien tellen later wijst ze op een iconisch uithangbord; ristorante & pizzeria. We nemen bescheiden een tafel voor twee aan de waterkant. Bij de eerste avondgasten behoren, heeft z'n voordelen. De ober is zeer vriendelijk en correct. Hij plaatst een stoel extra waar mijn lief haar tas op kan zetten. We bestellen ieder onze eigen favoriet. Met een biertje en wijntje erbij beleven we een heerlijk avond in deze havenplaats. Morgen vertrekken we om half tien naar de veerboot. Om 13.00 uur is dan de afvaart.
Woensdag 29 juli
Ongewild zijn we al vroeg in de veren. De op stapel staande zeereis zorgt voor voor meer onrust, dan ik wil toegeven. Het is een soort vrees dat ik denk de boot wel eens te kunnen missen. De camperplaats biedt alles wat een reiziger graag ziet. De watertank vul ik weer tot het randje, zwart- en grijs water klotst naar een verder bestaan in het riool. We zijn er meer dan klaar voor, daarom rijden we richting haven. Het is daar, zoals in zuid-italie valt te verwachten, een georganiseerde chaos. We passeren een groot bord met daarop een pijl en het woord 'tickets'. Wie dit door overijver over het hoofd ziet, krijgt verderop in het proces ongetwijfeld enige last. De slagboom van het aangewezen terrein zit dicht.
Nadat de camper aan de kant van de weg een plek heeft gekregen, stap ik manmoedig langs de afsluiting en ontwaar ik inderdaad meerdere loketten. Ik sluit achteraan in de Grimaldi-rij. Zo heet onze vervoerder, vandaar mijn keus. Na zo'n tien minuten, als ik wat ben geacclimatiseerd en om me heen begin te kijken, zie ik een afbeelding van een grote vrachtwagen boven het loket. Als ik vervolgens mijn medewachters onder de loep neemt, valt ineens het kwartje. Enige paniek maakt zich meester van mijn gedachten. Nu had ik al eerder een tweede Grimaldi-loket ontdekt met een bewegend persoon, maar daar staat niemand voor en dat leidt dan tot de onjuiste conclusie, dat dit loket niet terzake doet. De plek van de vrachtauto wordt hier ingenomen door een personenauto. Weer overvalt mij een 'aha-erlebnis'. Ik meld mij bij het laatst ontdekte loket en wordt keurig geholpen. De digitaal toegestuurde tickets worden geruild voor tastbare exemplaren.
Als we weer verder rijden, staan op verschillende punten medewerkers tegenstrijdige aanwijzingen te geven. Joke lost de puzzel op en zo komen we op een groot parkeerterrein te staan in de buurt van de monster veerboot, die we al die tijd al hadden zien liggen. De zekerheid stellende check bij de meneer met hesje, bevestigd onze keuze. Inmiddels komt uit de afgemeerde veerboot een onophoudelijke rij vrachtwagens, met soms een personenauto of camper afgewisseld. Een klein uur gaat dit door. Langzaamaan krijg ik een aardig beeld van het laadvermogen. Dan is het de beurt aan de opstap passagiers. Eerst begint ook hier weer eerst een colonne vrachtrijders, uiteindelijk krijg ook ik een seintje van de regelaar.
Op het schip gekomen moet ik de Nibi tweemaal een erg steile oprit laten nemen om zo op het bovendek voor auto's uit tekomen. Een niet al te grote, maar wel een gezette, medewerkers staat met z'n armen te zwaaien. Samen denken we na over de oplossing. Keren en achteruit op de aangewezen baan, is onze, niet correcte, slotsom. Langzaam laat ik de reiswagen achteruit rollen. In de veronderstelling dat anderen gaan aansluiten, blijf ik naar achteren gaan, totdat een angstige harde knal de camper met een schok tot stilstand komt. Verschrikt kijken we elkaar aan. Op het scherm was niets van een obstakel te zien. De klap heeft ook de te dikke regelaar bereikt. Driftig wijst hij een laan aan waar al meerdere gekeerde voertuigen keurig opgesteld staan. Ik sluit trilkend van verontwaardiging aan bij mijn voor buurman. Ons rijdend woonhuis staat op z'n plek, wij kunnen naar boven. Eenmaal buiten zien we wat blauwe verf op de bovenkant van de achterzijde. Deze komt overeen met de blauwe verf van een overhangende balk op de achteraf onjuiste laan waar ik eerst vertoefde. We schatten het als niet ernstig in. Een poetsbeurt herstelt de fout wel, is onze gezamenlijke conclusie.
Wat volgt is een schitterende zeereis. We kiezen voor het bovendek, waar frisse lucht en prachtig uitzicht samengaan. De rugtas met versnaperingen helpt ons de middag door. Rond zes uur gaan we in het restaurant een bord warm eten halen, welke we bij een tafel bij een raam soldaat maken. Dan volgt het mooiste deel van de route. De veerboot vaart langzaam tussen het eiland Corfu en Albanië door. De zon is bezig met zijn ondergang. Op het dek komt sfeervolle jazz-muziek met een Grieks tintje uit de luidspreker. We voelen ons even de koning te rijk. Na het afmeren gaan we zowat als laatsten van boord. De eerste beoogde plek blijkt onbereikbaar, daarom parkeren we op een plein bij een voetbalstadion. Inmiddels is het bijna twaalf uur. Nog even een biertje en dan onder de veren. Morgen zien we verder.
Donderdag 30 juli
We beginnen een nieuw leven. Griekenland maakt alle anders. De eerste beelden, de eerste ontmoetingen, de eerste ritten, dit hier is een totaal ander bestaan dan de zilte koppen aan de Noordzee. Overigens hebben we het onszelf niet gemakkelijk gemaakt met een nachtplaats aan een druk plein. Maar, ja, we waren totaal verreisd. Alle nachtelijke herrie heb ik overigens pas vanochtend vernomen, omdat mijn bedgenoot er uitvoerig over verteld. Ik knik, maar feitelijk is het allemaal nieuwe informatie voor mij. Overigens loop ik de eerste uren als een zombie rond. De hele zeetrip heeft een beste aanslag op mijn energievoorraad gedaan.
Voor mijn eerste klus in het Griekse is het belangrijk helder van geest te zijn. Voordat ik deze oppak, laat ik twee koppen koffie naar binnen lopen. Een paar keer flink met het hoofd schudden, gecombineerd met in de handen spugen, maakt mij klaar voor de opdracht. Onze onbeperkte data kaart geldt alleen voor Italië, waardoor de router nu volkomen stil is komen te liggen. Na wat info van mijn andere s(chat) gpt, weet ik wat mij te doen staat. De Cosmo winkel is 20 minuten lopen en daar kunnen ze mij aan een Griekse databundel helpen. Onderweg hou ik bewust de stappen kort. Het tempo breng ik terug naar het standje 'rustig aan'. Wil ik een goede indruk maken bij het winkelpersoneel dan is deze aanpassing hard nodig. Normale pas en tempo zouden ervoor zorgen dat ik druppende van het zweet de zaak zou betreden bij de hier heersende temperaturen.
Op het juiste adres aangekomen, stap ik een koele winkel binnen, waar tientallen aanwezige klanten mij als nieuwkomer wijzen op het plaatselijke gebruik van achter aansluiten, zonder een woord te zeggen. Braaf sta ik als sluitpost om mij heen te kijken. Aan drie tafels worden zaken gedaan. Qua lengte van de wachtrij heb ik de slechtste uitgekozen. Door mijn assertiviteit verlaat ik de groep en stel mij op bij tafel twee. Dat zijn zo 'vijf wachtenden voor u' minder. Als daarna een meneer door een bekende wordt aangesproken en beide heren besluiten in een hoekje hun conversatie voort te zetten, betekent dat voor mij weer winst.
Geduldig leg ik de juffrouw uit waarvoor ik kom. De beste keus is een data kaart van 150 GB voor 16 euro. Ik knik. Samen zijn we het eens. Het blijkt ook hier een hele administratieve klus om zo'n kaart uit te geven. Een lichte inschatting van mij is dat het bijna de helft van de verkochte eenheid kost om alle gegevens op te slaan, die hun baas wil weten. Een klein kwartier later lijkt alles dan geregeld, maar mij wordt verzocht in de rij voor tafel 1 aan te sluiten voor betaling en afronding. De rij is sinds mijn vertrek er eerder langer dan korter op geworden. Geduldig sta ik naar het plafond te staren, afgewisseld met de vier zijwanden.
Een half uur later legt de blonde dame mij uit dat de kaart is aangemeld, maar het wachten is op vrijgave door de centrale computer. Dat kan in het ongunstigste geval een aantal uren duren. Of ik wil wachten of terugkomen. Het wordt terugkomen. Als ik Joke het relaas overbreng is ons besluit dat we de camper wegrijden van het drukke plein en dat ik met de scooter vanmiddag, vanaf onze nieuwe, rustige plek, het tweede bezoek ga afleggen. Inderdaad vinden we op twee kilometer een heerlijk plekje aan de zeearm, midden in de natuur. De enige dissonant is de weg.
Het tweede gemotoriseerde bezoek gaat vlot. Activatie is gedaan, ik betaal cash omdat ze het digitale systeem te ingewikkeld vind. Helaas ondervind ik bij de camper nog erg veel ongemak om internet draaiende te krijgen met de aankoop. Zelfs met hulp van s(chat) is het onbegonnen werk. Teleurgesteld laat ik het liggen tot morgen. De 4g van de telefoon zal vanavond een extra dienst moeten draaien.
Vrijdag 31 juli
Iets is er niet goed gegaan. Hoewel de dames karrevrachten aan informatie hebben verwerkt, mij in de middag laten terugkomen, hun uitgifte van de data kaart is niet goed uitgevoerd. Ik lees jubel verhalen van klanten die in een tijdsbestek van hooguit een kwartier een werkende kaart in hun router hebben weten te krijgen. Mijn tijdsinvestering in de winkel is alleen al tweeënhalf uur. Tel ik daar de uren bij op, die ik gisteren en vandaag heb besteed om het signaal te pakken te krijgen, kom je volgens mij al in de buurt van een dag. Van opgeven wil ik echter nog niet weten. In de buurt van Preveza zijn we met de camper gaan staan. In deze stad is ook een Cosmote vestiging. Wellicht dat zij de weigerende simkaart op andere gedachten kunnen brengen. Zoniet, dan koop ik daar weer 1 en verlaat pas de zaak als de router werkt. Als ik internet van mijn telefoon blijft gebruiken, maak ik iemand van KPN stinkend rijk.
Het reisplan voor vandaag hadden we gisteravond al door gesproken. We hebben beide mooie herinneringen aan het dorp Ammoudia. De camper kon daar prachtig staan op een parkeerterrein, wat tegen een park aanligt. Na de koffie begint onze dag pas en dus ook de dagtrip. Slechts drie kwartier rijden en we bereiken ons ideale plekje. De reis verloopt lekker vlot en rijden we de plaats binnen. Als we In de buurt van het parkeerplein komen, zien we veel auto's staan. Die waren er toen niet, weten we ons nog goed te herinneren.
We draaien het terrein op en zien tot onze schrik het hele strand volgepropt met zonnemeubilair. Jaren terug was het een prachtig ruime zandplaat, waar nauwelijks badgasten waren. Een groot bord licht een tipje van de sluier op. Deze informeert ons dat de Europese Unie hier flink heeft geïnvesteerd in de vooruitgang. We zien inderdaad veel hotels in de hoofdstraat, die niet in ons geheugen voorkomen. Een camper staat in de rij, verder staat het vol met auto's. Tegen het park aan is geen ruimte. Wel zie ik een open plek aan de andere kant, tegen de oever van de mythologische rivier de Acheron. Hoewel onze reiswagen nog niet eens stil staat, komt een vriendelijke meneer mij vertellen dat het hier voor campers verboden is. Geen enkel bord bevestigt zijn inbreng, maar we zoeken geen problemen.
Even denken we een prachtplek te hebben gevonden in het park, waar links en rechts allerlei voertuigen staan geparkeerd. Het lijkt mij echter te mooi om waar te zijn, daarom ga ik op onderzoek uit, gevolgd door Joke. Mijn oog valt op een zwaar verbleekt bord, waar toch nog leesbaar staat vermeld dat kamperen verboden is. Voor de visueel ingestelden, is er onder een tekening van een tent en een camper geplaatst, met door beide een groot kruis. We rijden door het dorp om ergens een open plekjes te vinden. Een veldje biedt plaats, naast een grote vrachtwagen en een graafmachine. Na veel gedoe en een keer omdraaien heb ik de Nibi op z'n plek. Vanavond gaan we kijken of de auto's weg zijn, dan kunnen we naast die andere camper gaan staan, zo is de hoofdgedachte. Echter verschijnt er opnieuw een Griek aan het raam. Dit is prive-terrein en hij zou het erg op prijs stellen, dat we weer vertrekken. Een uur om te lunchen, krijg ik nog van hem gedaan.
Joke heeft er geen zin meer in. Het mooie van de plek van jaren terug is volledig weg. Het is een druk vakantieoord geworden. Het besluit valt meteen, we zoeken een andere plek. Na een half uur rijden komen we in de plaats Kanali aan het strand te staan. Hoewel een beetje winderig, hebben we er een mooie middag. Tegen zessen lopen er een flinke stuk langs de kust. Er is ook hier de nodige horeca-activiteit, maar het is erg rustig. Ook het strand is maar heel incidenteel bezet. Dit lijkt ons wel een prima overnachtingsplaats.
Zaterdag 1 augustus
We blijven. Zonder uitvoerig overleg zijn we beide tot deze conclusie gekomen. Zo we nu staan is eigenlijk het model plaatje voor camperen in Griekenland. De camper staat op 50 meter van de zee. Een heerlijke zeebries koelt de dagtemperatuur. De stations geven 34 graden op. Onze eigen thermometer is de hele dag niet hoger dan 29 uitgekomen. Gewoon buiten zitten, weliswaar continu in de schaduw van de Nibi, en vrij kijken over een eindeloze zee. Kleine aantallen badgasten vermaken zich met zwemmen en zonnen. Maar ook uren stil in het water zitten. Deze merkwaardige gewoonte is ons ook bij een eerder bezoek al opgevallen. Vooral ouderen vermaken zich door in een kringetje te gaan zitten in het water, schouder en hoofd blijven boven. Zolang ze het gesprek gaande weten te houden, zolang duurt ook deze exercitie.
Voor ons is het een drukke dag. Na de koffie komt de scooter naar buiten. Deze brengt ons met gezwinde spoed naar de Lidl in Preveza. De hele rit duurt 10 minuten. Wel dient zich een nieuw probleem aan. Met het vastzetten van de telefoon in de houder, zegt het ene armpje 'knak'. Met veel kracht druk ik houder aan omdat de slechte wegen een constante dreiging zijn voor een lancering van de telefoon. De aangeklemde smartphone slingert als een gek heen en weer. Maar na het horen van de knak is mijn vertrouwen in de spankracht van het ding aardig gedaald. De hele rit naar de winkel rij ik de slechtste stukken heel voorzichtig. Gelukkig komt mijn mobiel, net als wijzelf overigens, behouden aan. We slaan weer vanalles in. Mijn taak is het regelen van het brood. Waar in heel Italië geen enkele winkel een snijmachine heeft, staat er bij de Grieken wel weer zo'n wreed apparaat naast de broden. Mijn uitgekozen deegwaar gaat in 20 stukken de zak in. Bij het eten kan de broodplank en het grote snijmes in de kast blijven.
Direct na de middag pak ik het vervelende simkaartje weer op. Tot mijn verbazing geeft het nu wel een signaal af, waardoor de telefoon weer wifi heeft. Maar behalve niet willen zenden, gaf de router ook aan dat de kaart slechts 2G wiide uitstralen. Dat wordt sinds 1880 in geen enkel land meer gebruikt. Zo zit ik even later solo op de scooter op weg naar de Cosmo vestiging in Preveza. Voor de route zit mijn ouwe trouwe mobiel weer in de nu krakkemikkige houder. Rustig en bedaard waar het moet, vol gas waar het kan. Totaan het eerste stoplicht gaat het goed. Bij dat punt ben ik bijna terplekke.
Het licht springt op groen, de gashendel kan weer open. Een venijnige spleet in de weg onderschat ik volledig. De scooter geeft de hevige trilling door aan de telefoonhouder. Deze zet de kracht om in een aantal zwiepen, waarvan de derde mijn mobiel fataal wordt. Ik zie deze met een mooie boog z'n plek verlaten. Vanuit mijn ooghoek neem ik waar dat het apparaatje flink over het asfalt stuitert en in de 2e rijbaan tot stilstand komt. Onder tussen heb ik mijn lichte motor al tegen de stoep geparkeerd. Nu was ik niet de enige die voor rood stond te wachten. Achter mij is een hele rij auto's eveneens in beweging gekomen. Deze passeren mijn ongelukkig toestel nu 1 voor 1. Iedere passage levert mij kippevel. Maar door een wonder blijft verder onheil bespaart. Geen rubberband die de totale vernietiging uitvoert. Ik raap het restant op en zie dat het touchscreen eruit ziet als een autoraam na een inslag van een forse steen.
Maar er zit nog leven in. De route staat nog steeds fier in het venster. Door de barsten en scheuren heen valt er met enige inspanning nog informatie van het scherm te lezen. Een weinig terneergeslagen kom ik de winkel binnen. Gelukkig moet ik nog even wachten. Die tijd benut ik om de gedachtengang weer normaal te krijgen. Ze knikt naar me, als teken dat het mijn beurt is. Na een korte uitleg pakt ze resoluut de onwillige simkaart bij zijn lurven(?). Het ding komt in een daar aanwezige smartphone en ze tikt enige malen op het scherm. It must be good now, hoor ik haar zeggen, als ik de kaart weer in ontvangst mag nemen. Nog in de winkel test ik het uit. Ongelooflijk, maar het is allemaal gefikst. Ik bedank haar met enige bewondering voor haar kunnen in mijn stem. De gebarsten telefoon komt in de koffer.
De route naar de huiswagen weet ik uit het hoofd. Omdat de accu van m'n mobiel ook al niet meer best is, bestel ik thuis een nieuwe, deel ik aan mijn lief mee. Maar de router werkt als een tierelier, de komende weken weet het internet niet wat het meemaakt. Later in de middag lopen we samen een flinke eind langs de kust. Het is zaterdag en dat is te merken. De drukte op het strand en de strandtenten is aanzienlijk meer dan gisteren. Op een enkele gast uit de Balkan na, is het voornamelijk eigen volk wat hier recreeert. Ik kom weer heelhuids terug, maar mijn lieve schat heeft met een doorgebroken blaar een pijnlijke herinnering aan de voettocht.
Zondag 2 augustus
Vanmorgen staat er een zeer urgent klusje op mijn to-do-list. Ikzelf heb het zelfs als nummer drie ingedeeld. Bij de bespreking van de voor ons liggende camperdag met mijn lieverd, heeft dat echter geen stand gehouden. De klus staat nu als nummer 1 met stip. De stip geeft aan dat er geen tijd meer mag worden verspild, en het meteen aangepakt moet worden. In dat laatste zie je de hand van mijn vrouw terug. Nu heb ik wel eens over Italië gemopperd. Maar voor iemand die rondreist in een camper heeft dit land een groot voordeel op Griekenland als het gaat om groene stippen. Het staat er vol mee. Als ik als onafhankelijk reiziger afhankelijk ben van servicepunten, zoek ik direct om een groene stip. Daar kun je vaak lozen wat je wil en de kraan opendraaien voor vers water.
Griekenland is prachtig en qua natuur en cultuur met afstand het mooiste vakantieland. Maar het heeft geen groene stippen. Gewoon geen! Voor de klus, die mijn echtgenote hoog heeft geprioriteerd, zou een groene stip nu een geweldige uitkomst bieden. Dit vraagt om een creatieve oplossing,, overigens ook een kwaliteit van mij. Het probleem is het volgende; in het toilet brandt het rode lampje. De wens van mijn wederhelft is dat dit verandert in een groen lampje, en niet straks maar nu. Tijdens mijn reizen naar Preveza gisteren, is mij opgevallen dat aan die route een camping ligt. Waar ik nu naar op zoek moet, zou heel goed zich op die camping kunnen bevinden. Als ervaren gokker waag ik het erop.
De scooter dient nu als een soort vrachtwagen. Op de treeplank, tussen mijn benen bevindt zich de vracht. Even vol gassen op de doorgaande weg en het bord met daarop 'Campung' staat voor mijn neus. Voorzichtig rij ik het terrein op. Er heerst een duidelijke zondagmorgen-campingsfeer. Hier en daar een gast, een gesloten receptie en verder rust. Ik tuf door naar twee lokaaltjes, waarvan ik aanneem dat het hier om een was- en toilet gaat. De mini vrachtwagen parkeer ik op het doorgaande pad. Vervolgens snuffel ik wat rond. Aan de zijkant van het hok, waar de toiletten zich bevinden, zie ik een stevige rioolpijp omhoog steken uit de grond. Voor de kenners, minstens een 120. Verder zijn er geen opties te ontdekken. Om de hoek zit ook nog een kraan, zodat ik nu alle noodzakelijke middelen voor de klus heb getraceerd. De uitvoering gaat soepel.
Het starten van mijn machien is een lichte inbreuk op de serene stilte die er nog steeds heerst. Zachtjes tuf ik weg. Op de weg komt de stoere kracht weer tot volle uiting. Terug bij ons woonhuis handel ik de klus discreet af. In de toiletruimte brandt nu weer een bescheiden groen lampje. De eerste vink kan worden gezet. De volgende taak is gezellig koffiedrinken met mijn vrouw in de schaduw van de camper met uitzicht op zee. De voorruit ontdoen van ongewenste viezigheid is ook in een handomdraai geregeld. Dan volgt inpakken en wegwezen. Griekenland laat zich op de ochtend trip van z'n allerbeste kant zien. We passeren knusse dorpen waar de weg zich tot twee meter breed versmald door dubbel geparkeerde auto's en ik tegelijk langs een tegemoetkomende bestelbus moet zien te komen.
Maar het mooiste is het uitzicht. Bergruggen staan in rijen achterelkaar, de zee wurmt zich telkens met grillige vormen er tussen door. Eilanden vormen daar weer in een schitterend decor. Groene bomen en bloeiende oleanders zorgen voor de finishing touch. De nieuwe parkeerplaats is ook al weer een beauty. Pal aan zee, met uitzicht op Lefkas. Grillige rotsachtige kustlijn, wordt sfeervol onderbroken door twee mini strandjes. Op de tegenoverstaande berghelling grazen koeien, voorzien van een Alpenbel. Later op de dag komt een kudde geiten voorbij wandelen, alsof dat doodnormaal is. Voor de volledigheid meld ik nog even dat zoiets in Griekenland inderdaad normaal is. De avond valt, de wind is zwoel. Met z'n tweeën genieten we honderd procent van hoe mooi Europa ook kan zijn.
Maandag 3 augustus
We rijden op een bloedmooie weg. Om misverstanden te voorkomen wil ik hier aan toevoegen dat het hier over het uitzicht gaat. Het zou ook over de kwaliteit van het wegdek hebben kunnen gaan, maar dan moet ik hier nadrukkelijk zeggen dat dit niet het geval is. De weg is ooit uitgehakt uit de rotsen langs de kust. Daardoor hebben we doorlopend zicht op de Griekse zeeën. Die zijn bezaaid met eilanden, waarvan de bergen net zo hoog zijn, dan die op het land. Stadjes en dorpen willen allemaal aan de kust gepositioneerd worden en de meeste is dat ook gelukt. Daar rijden wij nu doorheen. Hoewel het beeld weliswaar eigenlijk hetzelfde blijft, is het na iedere bocht toch weer anders.
Allerlei vaartuigen dobberen op het water. Zeilboten scheren sierlijk langs de scherpe uitstekende rotspartijen. Een miljoenenjacht ploegt door de zee met hoge snelheid, alsof er haast bij is om de overzijde te halen. Een rubberbootje met twee opvarenden tuft parmantig langs de oever. Een erop gemonteerde parasol voorkomt een overdosis zonlicht. Deze taferelen aan je ogen voorbij te zien glijden, is altijd 1 van de hoogtepunten van een Griekenland reis.
Dan nu het wegdek. Voor de balans in schoonheid hebben de Grieken deze omgekeerd evenredig gemaakt aan het panorama. De weg bestaat uit meerdere onsamenhangende stukken asfalt. Diepe kuilen zorgen voor golvende bewegingen, waardoor het noodzakelijk is geen losse voorwerpen in het voertuig te hebben liggen. Sommige slechte stukken zijn voorzien van een rimpel structuur, wat voor heftige trillingen zorgt, zelfs als de snelheid is teruggebracht tot bijna nul. Om bovengenoemde zaken rijden we heel behoedzaam en voorzichtig de kustweg naar Astakos.
Opluchting en jammer-dat-het-weer-voorbij-is gevoel vechten om voorrang. Tenminste als ik voor mezelf mag spreken. Maar Joke zit waarschijnlijk ook zo in de wedstrijd, want ieder gat of bobbel wist ze steeds vooraf te melden. Astakos druipt van de historie. De resten van de oude stad liggen verspreid voor de ruïne van het Byzantijnse kasteel. Hoog in de bergen is dan ook nog de grot van de Cycloop waargenomen, maar dat is dan meer mythologisch onderbouwd. Genoeg om te onderzoeken voor een oprecht historicus, een klasse waartoe ik mij zelf ook reken. Kort na aankomst wordt de scooter dan ook weer opgetuigd. Met alle mogelijke opname apparatuur aan boord, vertrek ik kort na het middaguur.
De route is eenvoudig wat duiding betreft. Dit geldt helaas niet voor het fysiek. Het eerste deel is asfalt, wat zich in de al beschreven staat bevindt. Dan gaat het rechtsaf, waar enige verharding ontbreekt. Ijverige types hebben het pad voorzien van de meest uiteenlopende puinresten. Grote brokken, waar je nog een huis van zou kunnen bouwen, en fijn gemalen grit met alle varianten ertussen is zeer onregelmatig verspreid wat het pad nagenoeg onbegaanbaar heeft gemaakt. Toch weet mijn motorfietsje boven te komen, knap hoor. Waar ik een indrukwekkend silhouet van een voormalige burcht had verwacht, staat een bordje met de tekst 'tempel van Zeus'. Achter slecht hekwerk liggen meerdere grote stenen het en der verspreid. Zelfs niet 1 zuiltje wordt mij gegund.
Ik sla de reisgids er nog maar eens op na. Volg het omhoog lopende pad tot je bij de eerste muur komt, staat daar hoopvol te lezen. Gedwee volg ik de instructies op. De omstandigheden zijn niet ideaal voor een ontdekkingstocht met een geschatte temperatuur van 35 graden. Maar wie weet kan ik na de eerste bocht de ruïnes al zien. De tocht wordt verlengd na de tweede bocht, omdat van kasteelresten hier geen sprake is. Bij de vijfde hoop ik dat na de zesde mijn honger naar historie zal worden gestild. Na de elfde is het geloof in een positieve uitkomst gedoofd. De warmte eist zijn tol. In omgekeerde volgorde loop ik de gemaakte bochten weer terug. Het sneue is dat de Cycloop-grot zich bij het onvindbare kasteel bevindt. Daardoor mis ik twee hoogtepunten en zal ik tevreden moeten zijn met de hoop stenen van Zeus. Terug bij de woonmobiel kan ik Joke melden dat de missie niet datgene heeft gebracht wat ik veronderstelde en dat de thuisblijvers deze keer het geluk aan hun zijde hebben.
Dinsdag 4 augustus
Er is iets mis met onze koffiebekers. Ruim tien jaar geleden heeft Joke ze als kwartet aangekocht. In hun vorm identiek, in kleur twee witte en twee grijze. Het zijn stevige mokken, waar je een volwassen bak koffie in kwijt kan. Al die jaren zijn de mokken onze vaste reisgezel geweest. In de tijd van de Hymer waren ze al honkvast. Liters koffie zijn door de jaren heen ingeschonken. Met liefde en smaak hebben we het met kleine teugjes naar binnen geslobberd. Met de overstap naar de Niesmann-Bischoff zijn ze zonder protest mee overgegaan. Van ons hebben ze ook een mooie plek gekregen. Een soort sponsachtig materiaal, waarin de vorm is voorgesneden. Hoe slecht de wegen in Italië of Griekenland ook zijn, de koffiebekers kan niets gebeuren.
Nu zijn we met de Griekenland reis bezig. In dit land zijn er vaak mysterieuze krachten. Figuren als Zeus, Hera en Afrodite worden verantwoordelijk gehouden voor onbegrijpelijk voorvallen. Maar ook de geleerdheid heeft in Hellas zijn roots liggen. De geesten van Aristoteles, Archimedes, Plato en Pythagoras zweven hier nog steeds over de velden en zetten de normale mens hedentendage nog voor raadsels. Mijn vrees is dat dit soort krachten een einde proberen te maken aan ons gerieflijk koffiemoment. Ik zal direct toegeven dat ik daar geen enkel hard bewijs voor heb. Het is meer natuurlijke logica, welke ik hierin bedrijf. De vreemde voorvallen gebeuren ons nu we in het land van de orakels zijn. Een simpel rekensommetje leert mij dat 1 en 1 twee is. Schuif ik deze mathematiek door naar de feiten die ons teisteren, leidt dat tot de onontkoombare conclusie dat er een Griekse invloed is op ons ongemak.
Ter zake. Enige tijd terug zaten Joke en ik heerlijk buiten te genieten van het bruine vocht. Toen de sessie ten einde liep, begonnen we de gebruikte materialen op te ruimen. Exact de directe oorzaak kan ik niet achterhalen, maar op een vervelend moment tuimelde 1 van de twee grijze bekers achterover van de tafel af. Nu is de bijzettafel slechts 40 centimeter hoog en als de ondergrond een beetje meewerkt is er niets aan de hand. Een stuk beroerder is het echter dat uitgerekend op de landingsplek er zich een stuk steen bevindt. Machteloos moesten wij toezien hoe de mooie en trouwe beker in meerdere delen uitelkaar spatte en niet meer te gebruiken was voor datgene het was aangeschaft. Enigszins geëmotioneerd hebben wij de scherven op een respectvolle plaats achter gelaten. Maar gelukkig hebben we nog drie.
Toen kwam de wasdag. Onder- en bovenlaken gaan mee het frisse sop in, en daarom heeft het dekbed een tijdelijk onderkomen nodig. Ik dacht deze gevonden te hebben op de tafel in het woongedeelte. Het gehele blad was leeg, slechts twee koffiemokken deelden de ruimte, maar hun bescheiden omvang was niet hinderlijk voor het beddengoed. Nadat de wasklus is geklaard, maken wij gezamenlijk het bed weer op. Uiteindelijk slapen we er ook alle twee, vandaar. De lakens liggen weer strak, glad en schoon op hun gewenste positie als mijn schat de finishing touch wil uitvoeren door het dekbed te grijpen, die al die tijd geduldig op het tafelblad heeft gelegen. Zij had geen voorkennis van de daar ook huisende koffiebekers. De zwierige zwaai wordt op de voet gevolgd door een rinkelende geluid. De witte beker had in zijn val precies de stalen ring van de tafelpoot uitgezocht om neer te komen. Die bleek net iets te stevig te zijn voor een zachte landing.
Nu waren er nog twee, een witte en een grijze. Als wij vandaag heerlijk aan het water met het zicht op de Peloponnesos willen gaan genieten van onze koffie verslaving, biedt Joke aan alvast de bekers naar buiten te brengen. Omdat ik het water sta op te gieten is het handiger dat ik haar ze even aanreik. Ik begin met de grijze. Bij de 400 meter estafette moeten de sporters een stokje doorgeven, dit gaat nagenoeg altijd goed, zeker op de trainingen. Net dat ene zelden voorkomende moment maken wij mee. De fout ligt altijd bij de aangever, daarover geen discussie. De kop is nog te gebruiken, dat geluk hebben we. Maar het is geen gezicht zonder het oor. In 1 reis drie bekers gemold, waar we al tientallen reizen mee gemaakt hebben, dat moet wel de Griekse invloed zijn.
Onze reis van Astakos naar Kato Vasiliki is weer prachtig. Opnieuw staan we aan de zee. Een koel zeebriesje zorgt ervoor dat het aangenaam blijft. Tijdens onze wandeling zien we dat de kern van het dorp heel gezellig is, met een ruim strand en vele terrasjes. Wij staan meer aan de buitenzijde, waar we ons prive strand hebben.
Woensdag 5 augustus
Eigenlijk is onze plek veel te mooi om weer te verlaten. Zolang als we al in Griekenland zijn bekruipt ons bij ieder naderend vertrek dat gevoel. Oke, uitgezonderd de noodplek op het plein bij het voetbalstadion dan. Het dorp is op steenworp afstand, in onze omgeving komt bijna niemand, we staan op 5 meter van de zee. De combinatie van hoge temperatuur met verkoelende zeebries geeft het ideale klimaat. Waarom zou een mens een dergelijke plek willen verlaten. Deze vraag stel ik mezelf, want we gaan weer verder. Het antwoord ligt in zaken als nieuw avontuur en ooit weer naar huis. Zo komt het dat na het zalige koffiemoment, begeleidt door een zacht kabbelende zee, ik het tuinmeubilair weer begin in te pakken.
Niet veel later kruipt de Nibi door de net niet breed genoege straat. Iets later krijg ik als chauffeur het akelige dilemma voorgelegd welke van de twee objecten ik moet kiezen, want beide ontwijken gaat niet. Links tegemoetkomende oudere vrouw op een fiets, rechts een boomtakje die de camper gaat raken. Mijn keuze valt op het twijgje. De vrouw kan ongehinderd doorfietsen. Wel levert de keuze een stevige discussie op met mijn lief. Het verwijt is dat ik optie 3 niet heb toegevoegd, namelijk vol in de remmen. Ze is meer het type dat de kool en de geit wil sparen.
De overzijde van het water is ons doel. Hiervoor hebben we twee mogelijkheden. De veerboot of de brug. De kosten voor de brug zijn klip en klaar: 24,75. Het is dan ook niet zomaar een brug. Deze is 3 kilometer lang, bestaat uit vier spanbogen en is sinds 2004 het alternatief voor de ferry. Tot dan was de Peloponnesos alleen over water te bereiken, tenminste aan de westoever. (S)chat zegt dat de kosten voor het bootje nogal kunnen variëren, zo van 12 tot 18 euro. Voor de minimaal zes euro verschil nemen we de snelste methode en passeren sierlijk via de hoge brug. In Patras bezoeken we de Lidl en tanken we voor 1,98.
Dan zetten we koers naar Alykes. Inderdaad weer aan het strand. De zenec mag dit stuk navigeren. Ik moet het werk wat verdelen onder mijn personeel, anders krijg ik onvrede. Apetrots meldt ze bijna met zangstem de orders, die mij als bestuurder de juiste richting wijzen. In het voorjaar aangeschaft met de meest verse kaartenset, die er te krijgen is. Ik vertrouw dan ook blindelings de aanwijzingen. Borden langs de snelweg melden dat het tolvrije deel eindigt bij de naderende afslag. Mijn blik gaat naar de gloednieuwe zenec. Gewoon 7,5 kilometer doorrijden is het zelfbewuste signaal. Ik glimlach, wat is het toch fijn dat je techniek aan boord hebt. Voordat de eerste tolpoort zich aankondigt, kan ik er nog af, memoreer ik de situatie. We passeren de aangekondigde laatste afslag. Bij een volgende aanschouwing van het navigatiebeeld zie ik tot mijn verrassing dat we door de weilanden rijden. De stip, die ons rijdend woonhuis voorstelt, schiet heftig heen en weer. Door de voorruit zie ik dat we een rij tolpoortjes naderen. Er is geen weg terug. Braaf voldoe ik aan de opgelegde heffing. Niet veel verder zien we het dorp, waar we naartoe moeten, voorbij glijden. Pas enkele kilometers verder kunnen we de weg verlaten en via gewone wegen terugrijden naar het einddoel.
Het dorp Alykes is ons bezoek meer dan waard. We staan op het havenhoofd geparkeerd met de voorwielen weer bijna in het zeewater. De haven is een schitterende mengelmoes van vaartuigen. Enkele nieuwere schepen, overjarige vissersboten die nog vol in bedrijf zijn en als klap op de vuurpijl enkele plezierjachten, die al zolang geleden onderhoud hebben gehad dat ze nu rusten op de haven bodem, met nog net de kajuit boven water. In Griekenland ruimt men zoiets niet op. Als we door het dorpje wandelen zien we aandoenlijke taferelen. Huizen staan schots en scheef door elkaar gebouwd. De meeste ogen vrij pover. Waslijnen dragen de opbrengst van wat wij vermoeden de wastobbe. De scheidslijn tussen weg en erf is niet te bepalen. Een spiksplinter nieuwe Range Rover rijdt voorbij een jaren zestig model, waar inmiddels geen nummerplaten meer opzitten. Dit is het authentieke Griekenland. Hier komt geen toerist. Ook het strand kent alleen maar locals als gast. Wij genieten en nemen waar.
Donderdag 6 augustus
Tijdens ons koffiemoment zien we de vissersschepen 1 voor 1 weer binnenkomen. Deze zijn gisteravond bij de ondergaande zon vertrokken. Terwijl wij vannacht bewusteloos lagen te snurken zijn deze gasten flink in touw geweest om een maaltje vis bijelkaar te harken. Op de grote boten lopen zo een man of zeven rond. Het is te hopen dat de vangst goed is geweest. Ondanks de unieke plek op het havenhoofd besluiten we toch om verder te reizen. Pas na het lezen van enige informatie op de middag hebben we daar alsnog spijt van gekregen.
Google is aan de beurt om te navigeren en die neemt me direct te grazen. De tolwegen zijn voor de navi's een no-go gebied. Net het dorp uit wordt ik de snelweg opgestuurd. Zeker een stuk tolvrij, mijmer ik hardop. De woorden zijn nog niet weggegalmd of ik sta voor een tolpoort. Het gaat niet om een groot bedrag. Nu is hier een nieuw stuk snelweg aangelegd heel recent. Daar ging zenec gisteren ook al de must mee in. Ook Maps is nog niet volledig op de hoogte van de strapatsen van de Grieken. We koersen aan op een oud Olympisch dorp. De reisgids prijst de plek de hemel in. Mede daardoor is de sfeer goed aan boord. Het landschap waar we doorkomen houdt niet over. Voornamelijk vlak en rommelig.
Dan nadert de ontknoping. Na een bocht kom ik uit op de beloofde plek. Joke's gezicht spreekt boekdelen, samen met de historische woorden 'hier kunnen we niet staan'. Een klein pleintje door struiken omgeven staat barstens vol met auto's. De bestuurders bevinden zich op het strand. Sfeerloos, smakeloos en pretentieloos. Ik wurm de Niesmann tussen twee geparkeerde auto's. Eerst de middaglunch, dan zien we wel verder. Ik neus wat door de reisgids en zie dat de komende twintig, dertig kilometer nauwelijks of beter gezegd geen mogelijkheden zijn voor twee vrijbuiters in een camper. We kunnen dan net zo goed direct doorrijden naar Kalo Nero. Dit is een parel van de vorige camperreis door de Peloponnesos. Maar de teksten zijn gewijzigd. De plek van toen is niet meer. Ik lees van politie controles met boetes tot 300 euro. Deze plek hadden we als longstay bedacht. In tien jaar kan er veel veranderen.
Dit is het moment dat we denken, dat het beter was geweest om in Alykes te blijven. Maar, ja, te laat. Naarstig speuren vind ik wat leuke mogelijkheden verderop. We toetsen Agio Nicolas in als nieuwe hoop. Daar aangekomen zien we een groot terrein waarop meerdere bomen staan, waarvan de stammen wit zijn geschilderd. Geen idee waarom deze creativiteit is uitgevoerd. Her en der staat personenwagens geparkeerd. We schuiven de camper tussen twee bomen. De zee is op vijftig meter. Twee strandtenten voor onze neus. Toch haalt de plek bij lange niet het niveau van de laatste dagen. We doen het ermee. Dat maakt een ongeorganiseerde reis juist zo boeiend. Minder leuk is dat de wind flink begint toe te nemen. Zand wolken trekken over het terrein. Joke sluit alles af, wat open kan in de camper.
Voor mij is het tijd voor een klus. De uittrek ladder komt uit de garage en met een handige greep heb ik in no time het ding van zestig centimeter verlengt naar 3.20 meter. De zonnepanelen op het dak lijken meer op een zandbak bij een kinderdagverblijf dan op stroomopwekkers. Met water en spons hervorm ik ze weer naar het origineel. Omdat er stranddouches aanwezig zijn, vind ik het tijd voor een zeegang. De mans hoge golven gunnen mij geen enkele zwemslag. Met grof geweld probeert de zee mij weer terug op het strand te zetten. Een klein kwartier geeft dit vermaak maar dan zoek ik, afgespoeld en al, Joke weer op, die een spannend boek zit te lezen onder de boom.
Agio Nicolas is een merkwaardig dorp. Alleen de hoofdstraat is geasfalteerd. Samen wandelen we door de onverharde steegjes. Met wat los grind wordt voorkomen dat het bij nat weer hier veranderd in een modderbad. De enige taveerne is gesloten. Komt het toch weer aan op zelfredzaamheid.
Vrijdag 7 augustus
Wat een onvoorstelbare rust om ons heen bij het wakker worden. Zelfs de buren met twee kleine kinderen zijn nog stil. Geen wonder, trouwens, want ze kwamen vannacht even na twaalven nog aanschieten. Precies op het moment dat ik mijn eerste slaap in wou duiken. Dat hebben ze toen nog een klein half uur weten te voorkomen door rumoerige familie taferelen. Het zijn huurders en niet bezitters. Daarin zit de verklaring, want mensen die op huurbasis rondrijden kennen de etiquette niet. Bij de check van de watertanks wordt meteen het dagprogramma bepaald. Ons drinkwater is nagenoeg op, ons grijs water daarentegen is vrijwel maximaal aanwezig. Joke meldde dat gisteren al, want ze heeft een dramatisch goed reuksysteem.
Voor mij als planner betekent deze meting veel werk. In Griekenland komen we niet zomaar aan water en we komen er ook niet zomaar vanaf. Als alle mogelijkheden naast alle opties zijn gelegd kan het plan worden gemaakt. Even verderop is een gratis camperplaats waar beide acties kunnen worden gecombineerd. Bovendien staan we daar weer aan zee. Een klein half uur later zwaait de Nibi rechtsaf het ongewisse in. Een smal weggetje moet ons de laatste vier kilometer op de plaats van bestemming brengen. Na een kilometer is de opdracht linksaf te gaan. Daar ligt een onvlak zandpad, door de wederzijdse begroeiing is de breedte ingeperkt tot fiat panda formaat. Rechtsaf daarentegen is het vervolg van het nog rijdbare asfaltweggetje. Het probleem wordt bij de navi van dienst gelegd door, mede op aandringen van mijn echtgenote, voor de rechter optie te kiezen.
Maar dat kun je wel aan Maps overlaten. In zeer korte tijd staat het bijbehorende alternatief op het scherm. De vreugde is van korte duur. Na vijfhonderd meter moet ik ook in dit traject linksaf en ook deze variant gaat over een smal, onverhard pad. Joke kan niet geloven dat bij de camperplaats een restaurant staat. Wie wil nu dit pad rijden voor een bord soep. Noodgedwongen laat ik de camper langzaam over het aangewezen pad kruipen. De beproeving gaat twee kilometer duren. Op de juiste plek ontmoet ik een tegenligger. Net daar wat ruimte is. Dan kom ik voor een nauwe bocht te staan. Aan de linkerkant ligt een geniepige greppel, rechts is zwaar begroeid met tien soorten grassen. Halverwege de ronding zakt plots het rechter achterwiel weg. Ik reageer razendsnel door flink het gas in te drukken. Samen met de nog aanwezige snelheid, trekt deze boost de wagen door het gat heen weer het pad op.
Dan is het lijden over. Het restaurant komt tussen de bomen tevoorschijn, ernaast ligt een groot grasveld, welke vrij door campers is te gebruiken en de zee is aan de andere kant tevoorschijn gekomen. We tanken water, en als ik de eigenaar vraag waar het grijze naar toe moet, wijst hij naar het achtereinde van het veld. Zet daar de kraan maar open, is zijn advies. Het is een verrassend leuke plek, aan zee en naast een restaurant. Volop ruimte, die we samen met enkele andere reiswagens delen. Terwijl ik aan het wateren ben, ontmoet Joke het stel van een Nederlandse camper die er ook staan. Ze raken in een lang gesprek. Het zijn westerlingen, die onlangs hier in Griekenland een huis hebben gekocht. Tot de opleveringsdatum wonen ze in hun camper hier op het veld. Ze wilden hoe dan ook weg uit Nederland. Ook zij zien hoe ons eens zo vriendelijke en vrije land verandert in een dictatuur met nare trekjes. Een busje komt het terrein oprijden. Pal voor ons optrekje stopt deze en de zijdeur zoeft open. Een vriendelijke mevrouw prijst allemaal lokale producten aan, die ze zelf hebben gecreëerd. Joke is om en koopt voor dertig euro allerlei vruchten en mengsels.
Vanavond gaan we het restaurant op z'n kwaliteiten testen. Er is een groot overdekt buitenterras met uitzicht op zee. Het lijkt ons geen straf daar te moeten dineren.
Zaterdag 8 augustus
Het bevalt. Het veld is ruim en hier en daar staat een camper. De zee is op een steenworp afstand. Het gezellige restaurant is vanaf twaalf uur open met een grote variëteit aan lekkernijen. Vandaag geen trektocht. De motor blijft uit en we gaan een relaxed dagje tegemoet.
Nu zijn we daar ook wel aan toe. Gisteravond zijn we uit eten geweest in het restaurant. Een tafel aan de zeekant met als hoofdthema de ondergaande zon. Nadat we een verantwoorde keuze hebben gemaakt uit het menu kijken we goed om ons heen. Dit zou zomaar voor het paradijs door kunnen gaan. Wuivend riet, stoere palmen, een schitterende baai en het constant kabbelen van de steeds kleiner wordende golven. Als de avond valt, doet de wind hetzelfde in dit land. Hier beleef je dan absolute windstilte. Een heerlijk koel biertje en dito glas droge witte wijn maken het startmoment van ons avonddiner af. De kipfilet van Joke is groter dan de gemiddelde kip in Barneveld. Mijn variëteit van diverse gerechten vormt een toren op mijn bord, waar ze in Pisa nog jaloers op zouden worden
Na dit romantische gebeuren krijgen we visite. Joke heeft het Nederlandse stel uitgenodigd voor een borrel. Het is een heel gezellige avond geworden, temeer omdat we ontdekten tot dezelfde partij te horen. 'Emigreren nu het nog kan' is het centrale onderwerp maar daarnaast zijn ook veel koetjes en kalfjes voorbij gekomen. Voor je het weet is het bijna twee uur.
Vandaar dat de morgen traag op gang komt. Uiteindelijk komen we weer in de schaduw schuin voor de Nibi te zitten met een kop leut. Als we het een en ander memoreren blijkt dat de voedselvoorraad wat te wensen overlaat. Hoewel we het gevoel hebben echt in het midden van de wildernis te zitten, blijkt bij een geografische check dat er een Lidl op 4,5 kilometer zit. Daarvoor hebben we een klein motortje aanboord. Het is dubbele winst want op deze manier verkennen we het alternatieve pad voor deze rimboe met de geciviliseerde samenleving. Inderdaad is deze toegang vele malen geschikter voor een vijf-tonner dat het geotenpaadje wat we hebben gevolgd om hier te komen.
De middag is voor lanterfanten. Omdat ik altijd graag iets nuttigs doen, is mijn plan om op de scooter naar Kalo Nero te rijden om ter plekke polshoogte te nemen van de anti-camper houding daar. Het is nog korter dan de supermarkt. In de plaats aangekomen zie ik meteen dat het hier ook een stuk toeristischer is geworden ten opzichte van negen jaar geleden. Meerdere strandtenten, die geen van alle te klagen hebben over belangstelling. De mooie vlakke parkeergrond waar toendertijd een vijftiental campers stonden waaronder wij, is nu volledig bezet door personenwagens. Slechts 1 reiswagen heeft zich er tussen gewaagd. Met enige respect betreed ik de mulle plaat waar we destijds muurvast hebben gestaan en door een toevallig passerende Griek met een 4x4 weer van zijn bevrijd. Het zal verbeelding zijn maar volgens mij zie ik nog enkele zweetdruppels van mijn mijn voorhoofd in het zand liggen. En dat na negen jaar!
Bij het vallen van de avond genieten we maximaal van het prachtig rood ondergaan van de zon. Vanaf deze plek gebeurt dat in de volle zee.
Zondag 9 augustus
De reis gaat van west naar oost. Op een eerdere reis hebben we de 'vingers' bezocht. Nu slaan we die over. Het is een beste trip, dus is er een tussenstop ingelast. Al sturend en turend volg ik de aanwijzingen van Zenec. Beiden zijn we verrast door de bijzondere keuze van het toestel. Van een goede en redelijke weg worden we een binnenweg opgestuurd. Joke verondersteld dat we in een prive gebied terecht zijn gekomen, zo dicht staan de olijfbomen tegen het pad (onze weg) gezet. Door slingerend te rijden voorkom ik dat de Niesmann er met de zomeroogst vandoor gaat. Worden we eerst naar het zuiden gedreven, even later gaan we weer noordwaarts.
Tijdens de middagstop proberen zowel Joke als ik een logisch verhaal achter onze dwaaltocht te vinden, helaas, beiden slagen we er niet in. Als we weer op de rit zijn, kunnen we het wat beter volgen. Na een afslag rijden we zowaar op de snelweg. Dan valt het kwartje. Omdat ik Zenec heb bevolen uit de buurt van tolwegen te blijven, is het stuk techniek bezig gegaan om een weg te vinden die aan deze eis voldoet. Waarschijnlijk(?) heeft op de provinciale weg een tolpoort voor een brug of zoiets gestaan, waardoor we de bergen zijn ingestuurd. De Grieken zijn wat ruimhartiger dan de Fransen. Bij de laatsten ontkom je niet aan tol voor een snelweg omdat iedere op- en afrit is afgevangen. De ambtenaren hier vinden dat te veel gedoe. Ze zetten ergens op de weg een tolpoort, maar laten de diverse toe- en afvoer ongemoeid. Door slim te rijden kun je veel snelweg kilometers maken zonder tol, door tijdig de weg te verlaten. Het hele stuk snelweg wat wij hebben gereden is na de tolpoort.
De stop voor vandaag is in Sparta. Dit is historisch gezien een belangrijke stad in Griekenland. Duizend jaar voor Christus vochten de Spartanen met de Atheners om de heerschappij van Hellas.
We staan mooi onder de olijfbomen en een stevige wind zorgt voor koeling, zodat we de 36 graden kunnen doorstaan. Met mijn lief wandel ik naar het oude Sparta. Deze vrij te bezoeken site laat de resten van de oorspronkelijk belangrijke gebouwen zien. Van de Agora, Acropolis en het theater zijn voldoende delen bloot gelegd om in je fantasie er honderden Spartanen te zien rondlopen. Op een centrale plaats staat een standbeeld van Leonardus. Dit was de aanvoerder van een kleine groep Spartanen, 300 man, die een heel Perzisch leger wist tegen te houden in een bergpas.
Het huidige Sparta maakt geen indruk. Dus als ik een tip aan de Perzen mag geven: Probeer het nog een keer. Het is een klein plattelands stad zonder bijzondere gebouwen. Maar ze hebben hun verleden en daar kunnen ze nog eeuwen op teren
Maandag 10 augustus
Het meest verre punt van huis. Dit is niet de titel van een boek. Het zou een erg rare titel voor een boek zijn, want het is weinig prikkelend. Voor ons tweeën heeft het wel een betekenis want verder dan de plek waar we nu zijn gaan we deze reis niet. Zonder veel afscheidsceremonieel zijn we vanochtend uit Sparta vertrokken. Slechts 1 man heeft ons nagekeken en dat kwam meer omdat ik hem geen voorrang verleende, dan dat er een stukje weemoed achter zat. Via vrij goede wegen, de gaten niet meegerekend, leggen we ons traject vandaag af.
Onderweg maak ik een noodstop, zonder ernstige gevolgen, om bij een tankstation te kunnen komen. Op de route zien we de prijs van diesel dalen. Op een gegeven moment passeren we een aanbieding van 1,79. Echt nodig is bijvullen nog niet, maar ik spreek met mezelf af, dat als iemand onder die laatste prijs duikt, ik hem vereer met een bezoek. De gelofte is nog niet uitgekristalliseerd of ik zoef voorbij 1,78. Een man, een man. Een woord, een woord. Vandaar die noodstop.
Uiteindelijk bereiken we Monemvasia. Een plek waar je gewoon geweest moet zijn als je Griekenland aandoet. Op de vorige trips is het er niet van gekomen, we zijn in de buurt, dan wordt het nu tijd om de bovengenoemde slagzin eer aan te doen. De camper parkeer ik bij de jachthaven. De enige plek waar dit soort wagens mogen staan. Buiten raast een Noordwester. De vlagen gaan tot 8. De zee is ruw met dreigende schuimkoppen. Eerst hebben we de deur open, maar bij een volle vlaag komt het arme karretje helemaal bol te staan. De temperatuur is heerlijk, dankzij die vreselijke wind. Met de zon stevig op het dak loopt de binnentemperatuur echter op tot boven verantwoorde waarden. Daarom breng ik de scooter in gereedheid en tuffen we naar de oude stad. Voor de poort kan ik het ding wegzetten zodat we gelijk terplekke zijn. Scheelt een uur lopen.
Achter de poort ligt een openlucht museum. Zeer nauwe straatjes geven de vele toeristen net genoeg ruimte om iets vooruit te komen. De oude pandjes zijn omgeturnd tot winkeltjes en cafeetjes. Niets is er groot of ruim. Trapstegen geven ons de kans wat lager of hoger de buurt te doorkruisen. Prachtige doorkijkjes naar de zee of de berg geven een extra tintje aan de schoonheid. Monemvasia, tenminste het oude centrum, ligt achter een hoge rots verscholen, die als een uitstulping in zee is gelegen. Het trekt wel volk. Meerdere nationaliteiten weten dit pareltje te vinden.
Na veel gestruin, zoeken we een terras met schaduw op en trakteren onszelf op een koel drankje. Inmiddels hebben de Griekse goden de wind weer wat tot kalmte weten te bewegen. Dat is een stuk prettiger. We dalen nog wat trappen af, bewonderen nog een spierwit kerkje en stappen dan weer op. Bij de camper is het zonder die harde windstoten een stuk gezelliger. We zetelen ons buiten en zien als toegift de bootbewoners allerlei onnodige activiteiten uitvoeren.
Dinsdag 11 augustus
De kop is gekeerd en vandaag toeren we noordwaarts. De ochtend in Monemvasia is nog onrustig. Al vroeg begint de wind weer op te steken. Luiken en deuren rammelen bij iedere vlaag. Maar ook Joke heeft wilde plannen. Haar huidige kapsel is uit de tijd, zo heeft ze het mij uitgelegd. Haar idee is om er een Griekse draai aan te geven. Ze heeft geluk. Hier zijn twee kappers actief. Dan moet het al gek lopen wil dat niet lukken vandaag. Beide salons bevinden zich in het centrum. Wij staan aan de haven en dan is het best een stuk lopen bij 33 graden. Dan is de scooter weer een uitkomst.
Gestaag tuf ik door de hoofdstraat, met mijn vrouw fier achterop. Zo komen we aan bij de eerste zaak. Het ziet er een beetje doods uit. Ietsje te doods. Tegen beter weten in loopt Jo naar de gesloten voordeur. De deur geeft niet mee. De gordijnen zijn dicht en niets wijst erop dat in deze situatie spoedig verandering gaat komen. De motorscooter wordt weer opgestart. Lenig klimt ze op haar positie. Als we in de juiste straat zijn aangekomen, bespieden we ieder pand op activiteiten met een schaar. Deze staat er echter niet tussen.
De digitale kaart wordt geraadpleegd. Spoedig komen we er achter dat we de verkeerde zijde aandacht hebben gegeven. Ik loop wel even terug, zegt mijn lief en paradeert weg. Met de nodige onhandigheid keer ik ons rijwiel. Ik stop voor een luxe opgang, waar het bord 'Hair&Nails' doet vermoeden dat hier vrouwen worden opgeknapt. Joke loopt al een paar straten verder maar met de nodige geluidssignalen weet ik haar aandacht krijgen. Resoluut betreedt ze de trappen en wil naar binnen, maar ook hier werkt de voordeur niet mee. Een bord legt uit dat de zaak om 9.30 uur opent. Samen rijden we terug naar de camper waar de koffiepot al klaar staat.
Ik wil Maps de schuld geven van onjuiste openingstijden, maar zie dat daar dezelfde tijd staat als op het bord. Dat hebben ze dan vannacht nog verandert, poog ik onder gezichtsverlies uit te komen. Onze tweede ronde start om 9.45 uur. De eerste zaak is nog steeds hermetisch afgesloten, zodat we weer bij de voorname trap uitkomen. Deze deur staat nu uitnodigend open en Joke glipt zonder helm stijlvol naar binnen. Geen tijd, ze zitten vol is haar bericht na een paar minuten. De Griekse krullen zullen op een later tijdstip gezet moeten worden.
We zetten koers richting Leonidio. Bij het passeren van zaak 1 zijn de gordijnen opgetrokken. Het gebied wat we nu doorkruisen is vrij bergachtig. Het is een schitterende route met veel fraaie uitzichten. De weg is gewoon 1 grote slinger, voorzien van niet al te best asfalt. Met een snelheid van 30 a 40 kilometer en om de meeste gaten heen rijdend, probeer ik zo weinig mogelijk te verliezen onderweg. Nu is 90 km geen grote afstand maar met de snelheid van een handkar doen we er uren over om op de plek uit te komen. Een kaart studie had ons een plek aan een brede rivier in het vooruitzicht gesteld. Een ideale plaats bij de huidige hoge temperaturen.
Bij aankomst stellen we vast dat de rivier inderdaad breed is, maar een andere eigenschap blijkt te missen. In de bedding is geen enkel spoor van water te ontdekken, zodat de verkoelende werking zal ontbreken tijdens ons verblijf. We slepen het meubilair onder een dichte olijfboom die op vijftig meter afstand staat. Daar genieten we van de fraaie aanblik van een stad die tegen een immens grote rots is aangebouwd.
Woensdag 12 augustus
Bij het opstaan is het al best warm in de camper, zo'n 32 graden. Midden in een stad staan brengt dat soort ongemak met zich mee. Maar er is een aanmerkelijk groter probleem. Aan de oostkust van de Peloponnesos is niet 1 Lidl. Op zich valt daar nog mee te leven, ware het niet dat de voorraadkast leeg is. Zo worden we wreed uit onze comfortzone getrokken. Via uitstekend speurwerk ben ik een Griekse grutter op het spoor gekomen. Deze bevindt zich op 600 meter afstand van de camperdeur. Dit geeft ook weer een dilemma. De scooter is nu wel erg overdreven, maar een zware boodschappentas zeulen bij 34 graden is geen pretje.
Toch is mijn vrouw onverbiddelijk, het wordt lopen. Daar sta je dan in een supermarkt vol met onbekende producten. Zo moet een kat zich voelen bij een sloot vol kikkers. Gelukkig herkennen we appels aan de vorm en voor de overige nood vinden we naar ons gevoel heel acceptabele alternatieven. Terug naar de camper delen we de last. Beiden hanteren we een lus van de tas.
Midden op een plein, met omzwervend verkeer, is het niet prettig buiten zitten. Negen jaar geleden hebben we in deze omgeving een schitterend plekje aan de zee ontdekt, die hier niet ver vandaan moet zijn. Joke gaat akkoord. Dat wordt de koffie halte. Maps begeleidt de Nibi bij het vinden van de juiste uitweg. Dan slingeren we langs de berghellingen vlak langs de zee. Ergens is een ruime parkeerplek op de punt van een rots, zo'n 60 meter boven ANP. Het blijkt toch iets verder dan gedacht door mij. En de ochtend vordert al aardig. Bij mijn echtgenote begint het gebrek aan cafeïne al op te spelen. Kleine parkeermogelijkheden becommentarieerd ze al naar vervangende geschiktheid. Ik waan mij een oost- Indiër.
Het beloofde kwartier wordt een half uur, maar dan verschijnt de wonderplek na bocht. Wel is het een stuk kleiner dan de afdruk in mijn hoofd. Het is opnieuw een fantastische ervaring. Uitzicht van grote hoogte over de azuurblauwe zee. De reis gaat verder naar Paralia Astros. Ook weer een plek uit de herinnering. De zandplaat is er nog, ook is er nu weinig drukte. Alleen staan er wat nutteloze hekken, die geen hinder geven. Het winderige weer is uiterst aangenaam, samen met het geluid van een verse branding. De zon zetten we buitenspel door de luifel een stukje uit te draaien. Met deze omstandigheden kan de dag niet lang genoeg duren.
Ik ben een erkend pootje-bader. De roep van de zee kan ik dan ook niet lang weerstaan. Gehypnotiseerd laat ik mij door mijn gevoel het water inzuigen. Gelukkig heb ik wel de zwembroek aan. De eerste meters gaan perfect. Het zeewater klotst tot boven m'n middel. Dan merk ik plots dat de bodem onder mijn voeten ontbreekt. Voor een gerenommeerd pootje-bader een brisant moment. In mijn collectie vaardigheden zitten gelukkig ook een paar zwemslagen, zodat de strandwacht op z'n post kan blijven.
Als het avond wordt hebben we het hele strand voor ons alleen, samen met een camperaar helemaal op het andere uiteinde. Nog lang zitten we in het donker te genieten van de zwoele wind en de nimmer stoppende branding.
Donderdag 13 augustus
Wij hebben last van winderigheid. In de nanacht is het weer komen opzetten. Joke is er meerdere keren door opgestaan. Gelukkig heeft dit wel geholpen. Nadat ze de luiken steviger heeft dicht gedaan, is het rammelen tenminste over. Maar de wind blijft stevig doorwaaien met vervelende vlagen als toetje. Na het ochtend ritueel gaan we weer verder met onze vakantereis. Eerst rijden we nog langs de slingerkust, maar dan wordt het landschap vlakker en de wegen rechter.
Er speelt nog een onopgelost probleem. Joke's haren worden langer en daardoor ontstaat er kleurverschil in het haar. De oude lokken stralen een ondeugende jeugdigheid uit, maar de meer versere kleuren neigen meer naar bedachtzaamheid en wijsheid. Ze wil graag dat de haardos weer uniform wordt qua tintuur. Een kapper zou deze zorg kunnen wegnemen. Dat is nu precies de reden waarom wij naar Eliniki rijden. Het is maar een klein plaatsje en de laatste kapper is rond 1930 vertrokken, zodat er niet direct opgetreden kan worden. Maar wel indirect. De hoop heeft zich gevestigd op Argos. Een redelijk grote stad met meerdere kapsalons. Tenminste volgens Google.
Maar de lastige kernvraag is altijd, waar laten we de camper. Het antwoord is; in Eliniki. Bij een raadselachtige piramide is een ruim parkeerterrein. Het ligt 8 kilometer van Argos, en wij hebben een scooter. Nauwelijks is de Nibi tot stilstand gekomen, of over de slechte weg hobbelen een man en een vrouw op een gemotoriseerd rijwiel richting de grote stad. Het adres klopt als een bus. Dat heeft de zoekmachine juist. Minder is dat de salon al jaren gesloten is. Deze informatie ontbrak. Op naar nummer twee. Omdat het eenrichting is, dreigt omrijden. Dan maar te voet, het is tenslotte maar een paar honderd meter.
Opnieuw blijkt de informatie te haperen. Dichte deuren en geen kapper te bekennen. Joke klamt een jonge vrouw met een verrassend goed kapsel aan. Waar krijg je dat voor elkaar, vraagt ze, wijzend naar de haardos. Het stel is aller vriendelijkst en geeft een adres door, waar nog wel geknipt wordt. Even later komt mijn vrouw hoofdschuddend deze zaak weer uit, geen tijd, al een week volgepland. Dit gaat niet werken, is haar goed te volgen conclusie. Ze gaat nu kappers aanschrijven, waar we over een week denken te kunnen zijn.
We verlaten de deels ingestorte piramide weer. Het bouwsel behoort zondermeer tot de oudheid. Archeologen ruziën over de leeftijd. De meesten denken aan 500 jaar voor Christus. Als functie twijfelen ze over grafmonument, militaire vesting of boerenschuur.
De weg naar Korinthe gaat vlot. De camper parkeren we op 100 meter van de opgegraven historische stad. In de bijbel wordt deze stad al beschreven. De inwoners hadden het met apostel Paulus aan de stok. Met ons sterk ontwikkeld gevoel voor vroeger, heden en toekomst willen we hier rond zwerven, op zoek naar herkenbare wortels. De entree is 15 euro pp. Voor ons ligt een enorme bak met grote, grijze stenen. Sommige staan nog op elkaar, waardoor een beeld ontstaat van iets wat het zou kunnen zijn geweest.
Gelukkig hebben we de wijsheid in de hand, letterlijk. Boven alles uit torenen de vijf overgebleven zuilen van de tempel van Apollo. Ook lopen er over een geplaveide weg van zeker 2500 jaar. Dan denk je onwillekeurig aan de duizenden personen, die in de loop van de tijd hier een kuiertje hebben gemaakt. Voor de nacht blijven we op de parkeerplaats staan. Wie weet, komt de oude stad 's nachts tot leven.
Vrijdag 14 augustus
Na een kwartier rijden kunnen we de Niesmann gemakkelijk kwijt op een parkeerplaats. Fototoestel komt uit de kast en we lopen naar de brug. Hier zijn al hele groepen mensen samen gekomen. De 1 staart in de verte, de ander kijkt naar beneden, een derde kijkt de andere kant op. Met wat duwen en trekken bereiken we het midden van de brug. Dit geeft het beste overzicht. Onder ons ligt het kanaal van Corinthe. Een wereldberoemd kanaal. De ontwerper hield niet van krommingen. Met de liniaal stevig op de kaart gedrukt heeft hij een lijn getrokken. Zo van de golf van Athene naar de golf van Corinthe.
Al in de oudheid, toen Griekenland het meest ontwikkelde land was van een groot deel van de wereld, zijn de eerste plannen al bevroed. Slaven werden aan het werk gezet met hamers en houwelen. Het harde rots massief wilde echter maar moeilijk wijken. Toen na jaren er feitelijk nog geen meter gegraven was, heeft men de pet aan de wilgen gehangen. Pas in de negentiende eeuw toen er machinale hulp was gearriveerd, zijn de Griekse doorzetters weer verder gegaan. Het resultaat; een kaarsrecht kanaal van 6,4 kilometer lang. Compleet uit de rotsen gehouden, boven het water zijn de wanden 40 meter hoog, onder water nogeens 8 meter diep.
Zo vrolijk rondrijdend in dit land valt ons op dat Griekenland een broertje-dood heeft aan opruimen. Op onze route passeren we wel tien keer dezelfde spoorlijn. Alle overgangen worden goed aangegeven met andreaskruis en paaltjes met drie, twee en/of 1 streep. Het wegdek is bepaald niet glad gestreken met de rails. Schadevrij doorrijden kan alleen stapvoets. Maar erg ongerust dat we tijdens zo'n trage oversteek worden gegrepen door een aansnellende trein hebben we niet. Het spoor links en rechts afkijkende zie je vooral prachtige natuur. Frisse bomen, weelderige struiken en bloeiende grassen hebben het domein van de locomotief volledig ingenomen. Al zou er ergens nog een machinist rondlopen die nog 1 keer het traject zou willen boemelen, het is onbegonnen werk. Onze inschatting is, en dan doen we het vrij voorzichtig, dat de laatste trein 30 jaar geleden is gepasseerd. Maar de hele infrastructuur ligt er nog, alsof ze binnenkort weer gaan railen. De passages met het autoverkeer is een beproeving, maar kennelijk denkt niemand eraan de boel eens te gaan saneren.
Vandaag zijn we gestrand in Thebe. Eens een beroemde stad in Griekenland. Rond het jaar 400 voor Christus was deze plaats militair de baas in deze regio. Zelfs de Spartanen hadden ze weten te verslaan. Mooie artefacten uit deze tijd zijn hier echter zeldzaam omdat het moderne Thebe bovenop zijn illustere en oorspronkelijke basis is gebouwd
Zaterdag 15 augustus
We zijn er weer ingetrapt. Het is niet de eerste keer. Hoewel wij veronderstellen op de meeste buitenlandse verrassingen goed te zijn voorbereid en signalen vroegtijdig herkennen, is het toch weer misgegaan. Op de natuur heuvel midden in Thebe worden we in alle rust wakker. We hebben genoten van de absolute stilte, die hier 's nachts heerst, zonder het overigens zelf door te hebben gehad. In de schaduw laten we ons de ochtendkoffie goed smaken.
Al sinds zeven uur is een Griekse priester onophoudelijk bezig met gebeden door de luidspreker de stad in te strooien. Dit is een signaal, maar bij ons gaat niet een lampje branden. De afgelopen tijd hebben we al vaker op deze manier een gebed over ons heen gekregen. Ik wist niet dat de orthodoxen ook door de stad galmen, zeg ik tegen Joke. Deze ietwat opdringerige methode wordt tot zover mijn kennis rijkt, alleen door de Islam toegepast, voeg ik nog even toe.
Omdat we Delfi willen bezoeken en ook boodschappen moeten halen, pakken we even na tienen in. Met een strak schema is dat allemaal goed uitvoerbaar. De priester is geen moment stil geweest en heeft zelfs ondersteuning van een tweede stem gekregen. Ook worden er teksten uitgesproken zowel door een mannenstem als een vrouwenstem. Nog steeds wil het kwartje niet vallen. Voorzichtig rij ik de vijf-tonner de heuvel af. De weg is vrij steil zodat de remmen de klus moeten doen. Het is zeer rustig op straat, maar ook dat signaal is aan ons niet besteed.
Na wat gemanoeuvreer door de binnenstad neem ik de afslag naar de Lidl. Het wordt een beetje onrustig in m'n hoofd. Het is zaterdag, veel mensen halen dan boodschappen, maar vandaag niet, want de weg is vrijwel zonder verkeer. Met een fraaie stuurbeweging zwaai ik het winkelterrein op. Heel even zitten we beiden met ongeloof in de ogen naar buiten te staren. Het hele terrein is leeg en de winkel is donker: gesloten. Ineens begint het in mijn hoofd te flitsen, meerdere kleine gebeurtenissen worden aan elkaar gerijgd en dan ineens heb ik het helder: Maria Hemelvaart. In Zuid Europa is 15 augustus een dag waarop bijna alles is gesloten. Ik verontschuldig mijn onwetendheid bij Joke met de opmerking dat het in mijn kennis ontbreekt dat Grieks Orthodox nogal parallel loopt met Katholicisme.
We kunnen nu direct door naar Delfi. Geen vrachtwagens en weinig verkeer zorgt voor een snelle rit. In een dorp wat we passeren, is het superdruk met hier en daar een winkel open. Ik stop op de Griekse manier, gewoon camper aan de kant en alarmlichten aan. We scoren wat voedsel zodat we maandag moeten kunnen halen. Anderhalve kilometer voor Delfi parkeer ik de mobilhome op een brede parkeerstrook. Op de scooter gaan we richting Orakel. Voor 40 euro kan ik naar binnen en mag ik Joke meenemen.
Eerst struinen we door het museum waar diverse fragmenten, assescoires, gereedschappen en versieringen van 2500 jaar geleden worden getoond. Onvoorstel goed gemaakt, levensecht zijn de namaakdieren in brons gegoten. Dan lopen we de archeologische site op. Iedere stap is omhoog. Delfi is gebouwd op een zijflank van een steile berg. Ze wilden duidelijk de latere toeristen het lastig maken. Met een Orakel in de collectie wisten ze veel dingen vooruit. De schatkamer van Athene, de tempel van Apollo, het grote theater en het sportstadion liggen allemaal nog op hun plaats. Negen jaar geleden waren we hier ook. In onze herinnering was het toen veel drukker. Maar goed het is fijn alle ruimte te hebben. Na de bezichtiging rijden we naar Gravia, een uur verderop. Daar staan we op het dorpsplein van het rustige dorpje. Lekker bijkomen van een hectische dag.
Zondag 16 augustus
Om half acht 's ochtends dringt vredig gejemel langzaam door de geopende ramen heen. In de toestand van half wakker wil ik me er niet druk om maken. Om kwart over acht is mijn toestand opgewaardeerd naar volledig wakker. Het tweestemmige geluid is al die tijd onverminderd door gegaan. Nadat we de stemmen hebben uitgepeild, weten we dat het uit het kerkgebouw schuin achter ons komt. Uit de waargenomen setting kunnen we concluderen dat er niet wordt getracht het hele dorp te verontrusten.
Het lage gezang zit binnen de kerkmuren. Wel is er daar een versterker ingezet om wat kracht bij te zetten. Voor de rust in de omgeving is het beter de openslaande deuren dicht te laten, maar waarschijnlijk om het leefklimaat binnen aangenaam te houden, is er anders besloten. Omdat we er vanuit gaan dat er twee priesters bezig zijn met het warmdraaien voor de aanstaande eredienst, geven we er verder geen aandacht aan.
Omdat we besluiten ook de koffie hier nog naar binnen te werken, zet ik ons luxe buiten meubilair voor de camper neer. Het tweestemmige gezang is nog niet een moment onderbroken geweest. Joke werpt een blik in de kerk door de openstaande deuren. Hiermee bedoel ik uiteraard dat ze naar binnen gluurt. Anders zou het erg onbeleefd zijn geweest. Ze neemt waar dat het kerkgebouw vol met mensen zit. Serieus, het is half tien! Deze personen zitten al twee uur te luisteren. Ook tijdens ons tweede kopje blijft de voorstelling doorgaan.
Vandaag willen we weer een stuk noordelijker rijden, zodat ik voorzichtig en stilletjes de boel begin in te pakken. Om half elf rijdt de Niesmann langzaam achteruit. Nog steeds hebben de beide geloofsheren de volle aandacht van hun publiek. Drie uur zitten op een houten kerkbank luisteren naar een vrij eentonig en onverstaanbaar verhaal/lied, wat gebeurt hier? Zijn ze bezig een nieuw record te halen voor het Guinness Book of Records. De ware reden zullen we nooit weten, want de Nibi neemt ons mee naar de uitgang van het dorp.
Onderweg krijg ik het nog even Spaans benauwd. De wijzer van de tankinhoud-indicatie staat nogal laag. In Lamia vind ik vast wel een benzinepomp, is mijn interne geruststelling. De eerste pomp vind ik te duur. Jo deelt mijn mening. De tweede pomp bestaat niet meer en de derde is gesloten. Inmiddels zijn we Lamia voorbij en duiken de bergen weer op. Dilemma, terug naar de stad of gokken op toch nog een station. Terwijl ik nog aan het dubben ben, ziet mijn vrouw aan de overzijde datgene waarnaar we op zoek zijn.
Een dubbel getrokken witte streep probeert mij nog even te ontmoedigen, maar nood breekt wet en bovendien zijn we zowat de enigen op de weg. In Griekenland wordt je altijd bediend aan de pomp. Een oudere mevrouw komt naar buiten, wijst naar de juiste pomp en pakt alvast het vulpistool. Het worden 71 liters, waar er in totaal 80 inpassen. Na opnieuw de dubbele witte streep te hebben genegeerd, rijden we naar Domokos. Een tussenstop voor de kloosters van Meteora. Hier gaan we het de rest van de dag uithouden.
Maandag 17 augustus
Een flinke roedel straathonden inspecteert onze parkeerplaats op onwelgevalligheden. Nadat we sein veilig van de opperhond, een kruising van vier rassen, hebben gekregen, kunnen we weer naar buiten. Het is fris buiten, niet meer dan 17 graden. We vertoeven bovenop een kleine berg, dat maakt het er ook niet warmer op, natuurlijk. Voor vertrek gaan we nog even buiten zitten. De zon piept al een klein beetje over de bergtop heen.
Het gesprek komt terloops op de kapper. Voor Joke het sein om weer afspraken te willen maken. Informatie van de smartphone geeft aan,vast Domokos over een kapperszaak beschikt, en die is ook nog open. Dat laatste is tenminste wat Google beweert. Mijn lief fleurt helemaal op. Telefooncontact wil niet lukken, maar het is slechts zeven minuten lopen. Tas over de schouder en met een berg optimisme stapt ze moedig het plaatsje in. Met mijn stoel op de uiterste relaxstand zit ik het resultaat af te wachten. Mijn eerste gok is dat ze binnen tien minuten terug is.
Enigszins zenuwachtig tuur ik zo nu en dan naar de straathoek. Bij ieder loop geluid ben ik attent. Maar de tien minuten gaan zonder wederkomst voorbij. Zou het dan toch..? Juist dat ogenblik dat ik niet oplet, komt ze om de hoek. Veel tekort voor een geslaagde behandeling. Maar te lang voor een dichte deur. Als ze zit, vertelt ze de afloop. De zaak was eerst niet te vinden, maar met hulp van buitenstaanders op het goede pad gekomen. Slechts 1 bruine deur was alles wat van buiten te zien was. En deze zat op slot. Gelukkig wisten de straatgenoten een tweede zaak.
Eenmaal daar binnen heeft ze haar persoonlijke Babylonische spraakverwarring beleeft. Zoiets tref je zo nu en dan. Handen, voeten en knipgebaren over en weer leek de uitkomst te hebben dat er geen tijd was. Maar om een verdere onderbouwing te vragen leek nutteloos. Mijn schat is weer niets opgeschoten. Omdat de belcontacten met het kappers front uit Larissa ook stroef verloopt, neus ik nog even naar alternatieven. Warempel vind ik nog een optie. Wel gebeld, maar aangezien de zaak op maandag dicht is, wordt er niet opgenomen. Maar goed, dan morgen maar proberen.
De wegen naar Kalampaka zijn recht en af en toe heel slecht. De sinds zaterdag al noodzakelijk aanvulling van de levensmiddelen weten we te regelen in een Lidl langs de route. Voor de overnachting zet ik de camper op een royaal plein bij een voetbalstadion. Schitterend uitzicht op de markante bergen van Meteora is ons enige vermaak. Voor nu is het te laat om de kloosters op te zoeken. Bovendien waait het bij vlagen net te hard voor de drone. Ons leven bestaat voor de rest van de middag uit lezen, puzzelen, omhangen en prutsen. Die laatste slaat alleen op mij. Wel regelen we een eigen hapje en drankje. Nu de koelkast weer vol zit, is de rantsoenering weer opgeheven.
Dinsdag 18 augustus
Het is bewolkt. Voor Nederlanders een vertrouwd beeld. Maar we zijn in Griekenland. En het is zomer. Maar om ons heen merken we niets van enige paniek. Daarom proberen wij ook zo normaal mogelijk te doen. Toch blijf ik met verbazing naar de lucht kijken. Wolken, ik kan me bijna niet meer herinneren, wanneer ik deze voor het laatst zag. In het zuiden zit een stukje blauwe hemel. Een eerste straal perst zich door de vochtcondensatie. Het komt voor de camper terecht. Niet veel later gevolg door een tweede straal. Ik sleep de tuinset naar achteren, daar waar schaduw valt te verwachten. Net op tijd. De laatste stoel staat nog geen tien seconden, of duizenden stralen doen het laatste wolkje verdwijnen.
In deze omstandigheden begint Joke weer over haar wens om door een kapper onderhanden te worden genomen. Ik speur in mijn telefoon naar de gisteren gevonden haarstylist. Joke toetst het nummer in, en krijgt contact! Wat een spectaculaire ontwikkeling, een Griekse kapper neemt de telefoon op. Jo is er even beduusd van, maar weet zich kranig te herstellen. Nadat ze de best Engels sprekende medewerker aan de lijn heeft weten te krijgen, legt ze voorzichtig de vraag neer of er morgen heel misschien nog een gaatje in de agenda zit. Even is het stil. Op de achtergrond veel Griekse conversatie, de stem komt terug en meldt dat er om drie uur wel een plekje is. Er volgt wat gesteggel over de naam en wensen, het tijdstip wordt vervroegd naar twee uur, niet meer belangrijk, na een week teleurstellingen slikken, gaat dit super soepel. Zondermeer een Grieks mirakel. Mijn lieverd glimt van oor tot oor. Het is gelukt. Er komt een einde aan de tweekleurigheid.
Met nog steeds een zeer blijde echtgenote achterop pruttelt ons scootertje de berg op. Flink steil en dubbel gewicht zijn omstandigheden dat 125 cc niet heel veel is. Maar het trekpaard krijgt ons boven. Op het viewpoint is het behoorlijk druk. Voor auto's is al geen plaats meer, de gastenbusjes parkeren dubbel om hun passagiers te lozen, maar voor ons rijwiel vind ik gemakkelijk nog een plekje. Alle merken, typen en soorten camera's heb ik bij me. Vanuit onze veroverde hoge positie kijken we naar de bovenkant van een pilaarrots, waar precies een klooster op past. De architect had niet een metertje breder moeten tekenen, want dan was het project destijds niet door gegaan. Van afstand zien we hoe belangstellenden zich een trap op zwoegen. De weinige schaduw die hen wordt gegund staat overvol van uithijgende kloostergangers. Mijn camera legt dit alle genadeloos vast.
Prachtige beelden en vergezichten hier in Meteora. Wat een bouwkunst. In de veertiende eeuw al gerealiseerd. Meerdere platte toppen van de omhoog stekende rotsen zijn voorzien van zo'n bouwwonder. Via een echt lange trap is al het materiaal naar boven gesleept. Deze topprestatie wordt ook vandaag weer door talloze bewonderaars aanschouwd. Omdat we gezien hebben hoe zwaar het is een zeer lange trap bij 37 graden te beklimmen, laten we het bij uitzicht op afstand. We brommen weer terug naar de camper en ploffen in de schaduw neer met een bord boterhammen.
Als we zo lekker zitten na te genieten, komt een Griekse man op ons aflopen. Hij draagt een grote zak vruchten bij zich. Zodra hij bij ons staat pakt hij twee vijgen uit zijn voorraadtas en geeft die aan Joke, vervolgens reikt hij mij ook twee aan. We bedanken hem in het Engels, maar dat ontgaat hem volledig. Maar een vriendelijk gezicht met een gulle lach vertelt ons dat hij plezier heeft aan het contact met figuren zoals wij. Ik hoop dat hij de juiste uitleg weet van mijn opgestoken duim.
Woensdag 19 augustus
Om half elf start ik de moter van de Niesmann. Al onze bezittingen die rondom het voertuig lagen, zijn dan weer keurig binnen gezet. Ik volg de aanwijzingen van Maps om het juiste pad te vinden. Maar deze navi heeft niet alles op een rijtje. Na een paar bochten en een kruising sta ik voor een tolpoortje. En dat zou niet moeten kunnen. Beide systemen, die ik gebruik, hebben de tolwegen op uit staan. Puur door de consternatie chauffeur ik onze wagen voor de slagboom, die alleen gebruikt kan worden door auto's met een zendkastje. De slagboom blijft dan ook keurig perfect horizontaal staan. Ik frommel mijn bankpasje uit m'n broekzak, maar in dit vak heb je daar niets aan.
Een geluk bij een ongeluk is, dat we de enigen zijn in dit tijdslot, die via deze oprit toegang zoeken tot de snelweg. Nadat ik via de spiegels en achteruitrijcamera mij dubbel heb verzekerd dat ik vrij ben van achterliggers, rij ik een flink eind achteruit. Hier is namelijk een vrij lange toeleiding naar de doorrit gerealiseerd. De andere poort is geschikter voor mijn situatie. Hier staat een zelfbedieningskast met een gleuf voor bankpassen. Deze hele drukte heb ik moeten maken om uiteindelijk €2,45 te betalen. Inderdaad, Griekenland is niet duur.
Nu rest ons een lange en vrij rechte weg naar Larissa. Een behoorlijke plaats met meerdere kapsalons. In de zaak van Anthi Papadopoulos staat ene mevrouw van der Wier in de agenda bij twee uur. Ongetwijfeld zal de naam anders zijn geschreven maar de afspraak staat. Nadat de boterhammen op zijn, haal ik de motorfiets van stal. Het is een half uur lopen, maar dat kan ik niet over m'n hart krijgen. Het is tenslotte 35 graden. Joke neemt haar vertrouwde plaats in. Wat een zalige beleving bij deze temperatuur om licht zomers gekleed op een fel scheurijzer door de stad te racen. De harde verkoelende rijwind is meer dan welkom.
Helaas duurt de tocht maar drie kilometer. Bij een keurige zaak zet ik mijn dolgelukkige vrouw af. Anthi Papa staat haar al op te wachten. Knippen en kleuren hoor ik haar nog net zeggen tegen de vaardige kapper. Dan gaat de deur dicht. Mij rest de weg terug en wachten op het verlossende telefoontje. Ik dood de tijd met ijs eten en wandelen door het park. De grote fonteinen zijn uit gezet, waarvan ik vermoed dat dit niets met mijn bezoek te maken heeft.
De telefoon gaat over. Ik kruis mijn vingers en neem op. Aan het andere eind klinkt een blijde stem, wat toch wel een opluchting is voor mij, want je weet het nooit met Griekse kappers. Opnieuw een heerlijk winderig tochtje op de scooter en mijn schat is weer thuis, met een heel mooi geslaagd kapsel. Het heeft even moeite gekost en we zijn half Griekenland doorgereden maar uiteindelijk is de missie geslaagd.
Donderdag 20 augustus
In het binnenland is het vier graden warmer dan aan zee. Het plan is dus terug naar de kust. Er wacht nog 1 klus. Het is alweer een paar weken terug dat we een was hebben gedraaid. Behalve de kalender, weet ook de wasmand ons er aan te herinneren. Steeds achteloos een shirt en broek er ingooien heeft consequenties. Gisteren heb ik tot vier maal toe een uitgedragen shirt er aan toe willen voegen. De mand gooide hem even zovele malen weer terug. Iets met maximum draagkracht en CAO werd mij verteld. Voordat we het verkoelende water op kunnen zoeken, wacht een rit door de stad.
In de ruime boodschappen tas zit nu onze halve kledingkast en ik hou deze veilig tussen mijn benen. Jo zit achterop en kijkt vrolijk om zich heen. Wel heb ik haar een taak toebedeeld. De telefoonhouder is kapot gegaan, met als gevolg dat mijn mobiel nu van een mooie ster is voorzien. Maar het werkt nog. Mijn lief is nu zo vriendelijk de defecte houder te vervangen, zolang het nodig is. Wanneer ik met hoge snelheid een kruispunt nader, komt automatisch van achteren het scherm van mijn toestel voor mijn ogen te hangen. Een blik en een knik om aan te geven dat de assistent weer in de rust kan. Slechts 1 verkeerde afslag levert dit systeem op.
De wassalon heeft nog geen publiek getrokken, zodat wij deze geheel in bezit kunnen nemen. Ik prop de witte was in een trommel, Joke redt zich met bont. Dan valt mij een stopcontact in de wand op. Meteen weet ik mijn fout. Vooraf had ik al gezegd mijn scheerapparaat mee te willen nemen, want het accuutje is zo goed als leeg. Ik scheer om de dag om zo het ding zolang mogelijk te kunnen gebruiken. Maar het moet aan de stroom, maar waar vind ik een stopcontact in de vrije wereld. Mijn gok is; in een wasserette. En nu vergeten. Na een extra geen en weer vlucht is ook dat weer opgelost. Even later knorren we door de stad met een tas vol schone en gevouwen was, plus een geladen scheerapparaat.
Na een rit over de tolweg parkeren we in Nei Pori. Op de eigenlijke plek staat het barstenvol met strandgangers, maar iets van de kust af is een braakliggend terrein met meerdere bomen. Ik schuif de Nibi geweldloos de schaduw in. Stoelen naar buiten en genieten van die heerlijke koele zeebries. Als de zon iets is gezakt maken we een wandeling over de boulevard. We zijn nu op de meest mondaine badplaats van de hele reis terechtkomen. De stoep is kilometerslang met aan de ene kant horeca en aan de andere zijde georganiseerde ligbedden. Het is er gezellig druk. Maar het volk kan dan ook ruim worden uitgesmeerd over een brede kuststrook. In de loop bewonderen we ook een prachtige Griekse kerk. Spierwit met een rood dak en met allerlei fraaie vormen gebouwd. Het is geen kathedraal, eigenlijk zelfs veel mooier
Vrijdag 21 augustus
Herrie in de late nacht. Terwijl ik mezelf wijs maak, dat ik nog slaap, hoor ik auto's vlakbij voor bij rijden. Er klinken stemmen, gepaard aan rinkelende metaal. En we stonden nog wel op zo'n mooie rustige plek, dachten we. Voor Joke is de ellende nog groter. Een grote vrachtwagen heeft zich gisteravond bij ons gevoegd. Keurig aan de kant en buiten ons zicht, niets aan de hand, dus. Maar er is iets mis met deze truck. De chauffeur laat om de drie uur de moter een uur draaien. Dag en nacht. 's Nachts heb ik daar geen last van, gelet op mijn comateuze toestand. Maar Jo slaapt vederlicht.
Voorzichtig doet ze de gordijnen open. Er is hier een markt, pal voor de camper, roept ze, nadat ze de situatie goed heeft geanalyseerd. Nieuwsgierigheid wint het van mijn luiheid en ik sla mijn laken open. Nu ik pal voor het raam sta en het hele terrein kan overzien, sta ik versteld van de drukte. Op dit tijdstip staat een normaal mens op, maar de markt is in volle gang. Vele marktkramen met al honderden belangstellenden. Hebben die personen geen slaap nodig?
We zetten ons aan het ontbijt. Het brood is van twee dagen terug, en dat is in dit klimaat net even te oud. Prachtige schimmels hebben op artistieke wijze zich een plaats weten te veroveren. Joke is gauw uit de brand. De markt, ik haal brood van de markt. Het lijkt mij ook wel interessant, dus ik ga mee. Kleding, tassen, groente en fruit en als klapper, levende kippen. Maar geen brood. Mijn creatieve vrouw weet direct raad, vers fruit met kwark is een prima ontbijt. De kippenboer raakt zijn dagwinst overigens kwijt aan de staat, want we zien even later dat hij door agenten wordt bekeurd. Waarschijnlijk is hij er illegaal gaan staan.
We trekken weer verder naar het noorden. Nu heeft de Griekse regering een idee gekregen om meer verkeer op de tolweg te krijgen. De provinciale parallel weg toont namelijk een bord met daarop de tekst: Verboden voor verkeer, zwaarder dan 3,5 ton, behalve voor gepermitteerde voertuigen. Voorzichtig kijk ik Joke vragend aan. Ze knikt. Ik kan nu met een gerust hart deze secondaire weg oprijden. Opnieuw zoeken we de kust op, maar het verschil met gisteren kan bijna niet groter. Toen een drukke, toeristische badplaats en nu staan we aan de zee zonder strand in een heel rustig dorpje met weinig verkeer. Wat er wel is, dat is de verkoelende zeewind. Dat in combinatie met de schaduw zorgt er voor dat het ook hier prima vertoeven is. Ik dwaal wat door de omgeving. Tegen het water aan staat een standbeeld van een stoere Griekse krijger uit het verleden. Als ik de zee over tuur, zie ik geen windmolens. Beelden die nog staan, zee die nog puur is, wat is dit toch een heerlijk land.
Zaterdag 22 augustus
Bij het wegrijden kijken we beiden naar de langzaam verdwijnende zee. Eerst een rij huizen, dan volgt een heuvel en daarmee is het beeld voorgoed weg. Eigenlijk is dit al afscheid van Griekenland, hoewel er nog honderdzeventig kilometers volgen. In verband met onfrisse moeras geuren heeft Joke aangegeven dat het koffiemoment elders moet. Direct van het dorp gaan we op de snelweg. Vandaag worden de tolwegen niet vermeden. Anders zouden we drie uur onderweg zijn, wat we nu in een krappe anderhalf uur kunnen doen. De parkeergelegenheden langs de Griekse autoweg zijn knudde. Een kleine smalle strook, met soms een toilet.
Zodoende denken we het verplichte ochtendvochr binnen. Bij Thessaloniki maakt maps de route een stuk spannender dan hij werkelijk is. Meerdere afslagen met een paar keer een scherpe bocht. Slechts 1 bocht zie ik over het hoofd, zodat er een lastige 'keren op een drukke weg' manoeuvre moet worden uitgevoerd. Feitelijk waren deze afslagen niet nodig, want we hadden gewoon dezelfde weg kunnen aanhouden. We stranden in Lefkonas. Voor vandaag willen we nog 1 stop in dit fantastische vakantieland maken. Morgen wacht dan Bulgarije.
Zo'n wens heeft overigens wel een prijs. Aan de kust werden we steeds door een verkoelende zeebries uit de hitte gehouden, maar dat zeewindje is niet in de bergen. De dagtopper is eenenveertig graden, zowel binnen als buiten. Om wat wind te genereren pak ik de scooter voor een bezoek aan een Byzantijns kasteel in Serres. Joke ligt zo voor Pampus dat ze niet in staat is achterop te klimmen. Met een fles water aan haar mond, laat ik d'er achter.
Het genoemde kasteel heeft betere tijden gekend, zie ik bij aankomst. Feitelijk is het nu een decorstuk van een luxe wijnbar/restaurant geworden. Vanaf het terras heb ik een prachtig uitzicht over Serres. Waar het terras stopt, begint de ruïne. Een relatief klein vierkant blok opgebouwd met onlogische stenen, met hier en daar een gat. Alleen met een hele rijke fantasie kun je er nog een kasteel inzien. Het Byzantijnse tintje wordt echt lastig. Maar goed, ik loop een keer rond het kasteel, bezoek nog een aanpalend kerkje en stap weer op.
Weer een kwartiertje heerlijke rijwind. Bij de camper kan ik mijn echtgenote aanvankelijk niet vinden, maar de schaduw heeft haar in de bossen geduwd. Een verplaatsing van de reiswagen levert weer functionele ruimte zonder zon op. Met veel drinken en weinig bewegen proberen we de laatste dag in Griekenland te overleven.
Zondag 23 augustus
Wij vinden, dat als je ergens bent geweest en het is je goed bevallen, dat je dan je dankbaarheid moet tonen. Koud weggaan is geen stijl. Deze houding zorgt er wel voor dat we moeten nadenken over welke onuitwisbare herinnering we willen nalaten aan onze gastheren/vrouwen. Aanvankelijk zat ik te denken aan een mooi standbeeld van ons tweeën, uiteraard bescheiden van omvang, hooguit een meter of vier. Deze zou dan mooi passen bij de collectie van Delphi. Hoewel Joke het niet volledig afbrandde, gaf ze wel aan dat ze aan iets subtielers dacht. In het kader van een middenweg zoeken, zei ik dat ik 3,5 meter bij nader inzien ook wel genoeg vond. Maar na enig doorvragen bleek dat zij in het geheel niet aan zo'n stenen uitvoering dacht. Een klein gebaar zegt soms meer over de genegenheid dan een bombastische overdaad, waren haar woorden die mij tot inkeer brachten.
Zo staan we vanochtend aan het begin van onze reis naar Bulgarije. Alles is klaar voor vertrek. Het moment is aangebroken van onze erkenning aan de Griekse levensstijl. Het tuinmeubilair wordt weer vastgesjord in de garage. Ik stap in en langzaam rijden we weg. Het mooie terreintje verliest zijn enige bewoners. Maar, heel subtiel, in het hoekje waar zopas nog een grote Niesmann stond, ligt, bij onopvallend, een klein groen deurmatje. Een symbolische gedachte van ons om het land in de zomer ook enige vergroening toe te wensen. Ik weet vrijwel zeker dat deze geste zeer gewaardeerd gaat worden.
Op de laatste kilometer pakken de slimme Grieken nog een stukje winst van de bezoekers door daar een tolpoort neer te zetten. De grens met Bulgarije is open. Aan beide kanten geen controles meer. De eerdere bezoeken van ons ging altijd met paspoort controle, zodat we enigszins verrast zijn.
In een lastige kloof ligt nog geen snelweg, zodat we enkele kilometers door Bulgaarse dorpen mogen rijden. Deze hebben van de nood een deugd gemaakt door langs de route een aaneengesloten rij marktkramen neer te zetten waar ze alles aanbieden, wat het land voortbrengt. We stoppen in Bragoevgrad. Wie er ook stopt daar is onze koelkast. Om de minuut klinken er een serie zielige piepjes. Na de lunch vestig ik mij bij het buitenluik, samen met de gereedschapskist. Nadat ik het rooster heb verwijderd voel ik aan de brander, maar deze is goed warm. Ik hoor het gezellig preutelen van de kleine werkvlam. Van schrik zijn ook de piepjes gestopt.
Joke vermoedt dat er lucht in de gasleiding heeft gezeten, wat uit spaarzaamheid heb ik gewacht met gas innemen tot we in Bulgarije waren. Waar de Grieken gemiddeld 98 cent vroegen, heb ik het nu gefikst voor 66 cent per liter. Met als gevolg dat beide flessen nagenoeg leeg waren, wat dan zo'n koelkast weer niet kan waarderen. Maar nu er weer voldoeygas door de leiding vloeit, is het probleem weer over. Geen koelkast bij 35 graden is een uitdaging.
In Bragoevgrad hangt een naar sfeertje. Een parkeerplaats met auto's en broeierig warm, en totaal geen uitzicht. We rijden verder naar een schattig dorpje Staro Selo. Het kerkplein ontvangt ons met open armen. De mensen hier plannen hun zaken goed vooruit. De kerstboom in het midden is alweer voorzien van de fraaiste ballen, inclusief een lichtsnoer. Laat de kerst maar komen.
Maandag 24 augustus
Het is een super stille nacht, die achter ons ligt. Eigenlijk heeft dit gehucht het helemaal. Het is slechts een enkel blaffende hond die de stilte verstoord. Maar deze verstoring geeft juist aan hoe onwerkelijk geluidloos deze omgeving is, als de zon eenmaal is ondergegaan. Geen auto, bromfiets of vliegtuig die met eentonige neurose geluiden de nacht weet op te breken in twee delen. Zelfs de haan in het kippenhok beseft dat nu geluid maken het de serene betovering van een wereld in rust onderbreekt, hetgeen ernstige gevolgen kan hebben voor z'n gezondheid. Het is een groot voorrecht in deze non-auditieve omgeving te mogen ontwaken.
Weliswaar ietsje later dan normaal, wat dan weer een logisch gevolg is van dat gebrek aan geluid. Heel rustig en voorzichtig zet ik de stoelen buiten. Behoedzaam zet ik ze neer van het eventuele gekletter zou de ban breken waarin het dorp zich nu bevindt. We nemen plaats en luisteren naar de absolute stilte. Mooier gaat het niet worden. Wij beiden kunnen ons niet een eerder moment uit ons best al lange leven herinneren waarin we het koffiemoment zo intens hebben beleefd. Een enkele auto rijdt door de straat, maar op de een of andere manier harmonieerd het met de sfeer. De koele ochtendwarmte omringd ons en laat ons het genot van het bestaan ervaren.
De Niesmann dendert de hoogten af richting Sofia. Zeven jaar geleden was het een stad in grijs gegoten vierkant beton, tenminste in mijn herinnering. De stad lijkt herschreven. Moderne kantoorgebouwen, en architectonisch verantwoorde flatgebouwen omzoomen nu de plaats, die veel dichter op de snelweg staat, als mijn geheugen het weer gaf. Dan slaan we linksaf. De weg naar Montana is in 1 stuk 75 kilometer lang. Ik moet denken aan mijn gesprek met de pompbediende gisteren. Hij keek somber en zei dat het slecht ging in Bulgarije. Een arbeider verdient 600 euro in de maand, waarvan hij een heel gezin van moet onderhouden, vertelde hij zuchtend. Tijdens ons laatste bezoek aan dit land reden de Bulgaren in afgedankte auto's uit het westen. De karretjes waren minstens 20 jaar oud. Maar nu worden we ingehaald of tegemoet gereden door moderne en vrij nieuwe wagens. Sterker nog, de meerderheid wordt gevormd door Audi, Mercedes en BMW. En dan hebben we het niet over de instapmodellen. Onwillekeurig moet ik dan aan de medewerker van het benzinestation denken.
Via een heftig slingerende bergweg komen we in Montana aan. De staplaats ligt aan een groot meer, volgens de bijgaande foto's van mijn reisboek. Maar iemand heeft iets aan de opstelling gedaan, want als we arriveren is dit niet het beloofde land. Een scherp onderzoek van de kaart laat echter zien, dat we verkeerd staan. Door een klein stukje terug tegaan en een terrein op te rijden, waarvan ik dacht dat het een fabrieks omgeving was, komen we gelukkig toch nog uit bij de mooie plek aan het water.
Dinsdag 25 augustus
Om van Bulgarije naar Roemenië te gaan, komen we over een tolbrug. Deze voorkennis heb ik dankzij een eerdere passage zeven jaar terug. Ook Roemenië kent een tolvignet voor de belangrijke wegen van het land. Gisteravond zit ik te puzzelen om de reistrip van vandaag voor te bereiden. Om wat wijzer te worden vraag ik het aan mijn (s)chat vriendin om enige informatie. Zoals gebruikelijk krijg ik veel antwoorden op vragen die ik nooit gesteld heb. Tussen deze bulk aan wetenswaardigheden zoek ik dan enige nuttige feiten. Zo kom ik erachter dat je het e-vignet voor de Noorderburen via internet kan bestellen. Peulenschilletje, denk ik. Bij het uitgebreide antwoord van (s)chat zit ook een link naar ik veronderstel, en zo wordt het ook aangegeven, voor de juiste aankoop site.
Maar er verschijnt een pagina om vooraf tol te betalen voor de Giurgiu bridge. Nee, maar dat is attent, flitst door mijn hoofd. Zo betaal ik alvast de eerder genoemde tolbrug. Braaf maak ik zes euro over. In deze landen is het leven niet zo duur. Om ook de Roemeense tol te betalen zie ik geen enkele opening. Via het vertrouwde Google kom ik aan de officiële website. Wat vragen beantwoorden, akkoord voor betaling en klaar is Kees. Voor elf euro mag ik tien dagen over welke weg dan ook racen bij de Roemenen. Apetrots vertel ik Joke dat we de til voor de brug al betaald hebben op kenteken herkenning en dat de slagboom automatisch open gaat als we dicht genoeg zijn genaderd.
Vanmorgen voel ik nattigheid. Wat is eigenlijk de naam van de te passeren brug, vraag ik mij af. Ik kan nu vlot over de Giurgiu brug maar is dat wel de onze. Enigszins bezweet pak ik de landkaart erbij. Mijn vinger gaat bij Montana omhoog, totdat ik de Donau kruis. De naam van de brug is klein geschreven maar met extra turen lees ik dat deze de Califat bridge heet. Schoorvoetend leg ik Joke uit dat de tol voor de brug weliswaar is betaald, maar dat wij over een andere moeten.
We rijden over de juiste brug Roemenië binnen. Ik stop voor de gesloten slagboom. Zes euro graag, zegt een vriendelijke caissière. Mijn bankkaart regelt de afwikkeling. Elders over de Donau had ik een vrije doorgang, maar dat zal nog wel even duren voor ik er gebruik van maak. Na een klein stuk verder te zijn gereden slaan we af voor de overnachtingsplek. Op de Donau oever is vrije recreatie mogelijk. Een paar caravans, waarvan twee niet bewoond, staan er al. De camper schuif ik onder de bomen en het recreëren kan beginnen. Maar dat blijkt nog een hele worsteling met een buitentemperatuur van 37 graden. Puffen en zweten op een stoel in de schaduw. Ik pak het boek van David Talbot erbij. Die legt in 477 pagina's uit hoe verrot de geheime diensten zijn, met name de CIA. De rode draad is de moord op Kennedy in 1963.