Griekse Idylle
In mei beleven we echte zomerse dagen. Binnenkort breekt de lange zomerperiode weer aan. De scholen gaan dicht, bedrijven pruttelen op halve kracht. Voor de vakantieganger breekt de gouden tijd aan. Alle toeristische bestemmingen staan weer volop te blinken en de rondhangende reiziger kan zich tegoed doen aan kunst, cultuur, zon en strand.
Onze zomerreis staat inmiddels volledig in de steigers. De veerboot van Brindisi naar Igoumenitsa gaat ons overvaren van Italie naar Griekenland. Daarom zullen we eerst heerlijk in Italie gaan ronddwalen, waarbij we ons vooral op Toscane en Umbrie zullen richten. Na de oversteek gaan we weken door Griekenland dolen, over de Peloponessos naar Meteora. Zowel het binnenland, als de kust is ons doelgebied.
Uiteindelijk gaan we via de Balkan weer aan de thuisreis beginnen. Ook hiervoor nemen we de tijd en willen onder andere enige tijd doorbrengen in Boedapest.
Zondag 5 juli
De dag van vertrek is nooit mijn meest favoriete moment van een camperreis. Thuis maken we alles in orde en brengen de laatste loodjes aan boord. We drinken nog even relaxed een kop koffie. Dan gaat de achterdeur toch echt op slot. Het hek draait open en we zijn weg. In Haren (Dld) laat ik de dieseltank vollopen voor 1,91. Het plan is duidelijk; alleen autobahn vandaag. Het is zondag, voor mij een geruststelling want dat betekent doorrijden.
Nauwelijks toeren we op de A31 of de navihulp begint al te pruttelen: Verderop is een stau waargenomen, of ik gebruik wil maken van de alternatieve route. Kort overleg met Joke levert op dat we van de aanbieding gebruik gaan maken. Zo kruipen we door dorpjes, laveren we over smalle wegen en denken op deze manier tijd uit te sparen. Terug op de snelweg volgt de ene wegverbouwing al weer snel op de andere. Een auto die een prachtige spin heeft gemaakt en nu met z'n neus in de verkeerde richting op de linkerbaan staat, zorgt opnieuw voor 'stockende ferkehr'. Ondertussen meldt de navi dat op de A44 verkeersopstoppingen staan. Een alternatief blijft uit, dus tuffen we vrolijk de genoemde weg op.
Het lot brengt wederom veel vertraging en stau. Als er zich weer een kans aandient om de file te omzeilen, volg ik wat graag de door de navigeerder aangeboden omleiding. Behalve een fikse omleiding omdat een dorp geen hoog verkeer meer door het centrum wil, komen we redelijk doorgestroomd op de A7. Dan is het einddoel niet ver meer. In Oberbeisheim heb ik met behulp van P4N een schitterend plekje gevonden. Flink gaar van alle verkeersperikelen zitten we even later heerlijk van een kop koffie te genieten. Binnen, want buiten regent het. Als de avond een droog moment weet te presteren, gaan we dan het dorp nog even in.
Maandag 6 juli
Vandaag wacht de A7. Bijna vierhonderd kilometer en alleen maar deze snelweg. Eigenlijk is Duitsland te groot. We zijn redelijk vroeg uit de veren en om 9.15 uur begint de eindeloze rit. Duitsers zijn echte klussers en ze zijn niet gauw tevreden. Zolang wij al door hun land reizen, zijn ze met hun autobahn aan het sleutelen. Het moet toch een keer af zijn, zou je zeggen. Een trip door Frankrijk gaat over slechte wegen, maar geen wegwerker te zien.
Een tijdje terug moet iemand van de Duitse Rijkswaterstaat bedacht hebben, dat alle bruggen in de A7 wel eens vervangen mochten worden. Gewoon een leuk klusje, dan hebben we weer wat te doen. Zoals dat gaat in dit land volgt geen tegenspraak. Als er gezegd wordt alle bruggen, dan pakken we ook echt alle bruggen. En dat zijn al gauw een paar honderd. Overal hebben ze bruggen overheen gelegd, over de vele dalen, over een fiks aantal rivieren en over kruisende wegen.
De klusploeg is vol enthousiasme begonnen. Niet 1 voor 1, ben je mal, allemaal tegelijk. Zo hebben wij om de drie kilometer weer een bouwproject te passeren. Rijstroken afgesloten en alle weggebruikers over 1 rijbaan, gelukkig nog wel net 4 rijstroken. Oranje lampen knipperen, rode matrixborden in lange rijen, ondersteund door hele reeksen pionnen. Gebodsborden tonen de nieuwe maximum snelheid, die beduidend lager is dat men hier gewend is. Maar voor een camper is dit verschil gelukkig niet al te groot. Gelukkig is het vandaag niet al te druk. Nu wel veel vrachtwagens, maar beduidend minder personenwagens dan gisteren en al met al kunnen we ondanks deze overdaad aan werklust rustig door tuffen.
Na vierhonderd kilometer komen we aan in Weissenhorn. Een officiële camperplaats met service, waar plek voor vier is. Joke is tevergeefs aan het duimen. De plek is vol, wat bij de aangebrachte capaciteit niet vreemd is. We zijn wel klaar met het eentonig toeren en parkeren op het gedeelte waar personen auto's kunnen staan, met de achterzijde vier meter het gemeentelijke perk op.
Bij het verkennen van de stad, gaan we steeds meer de hier toegepaste gevelbouw waarderen. De mooiste bouwsels verdringen elkaar om onze bewondering. Ook zijn in het straatbeeld de prachtige pastelkleuren van de huizen een lust voor het oog. Het is zomers warm en op een terras doe ik mij tegoed aan twee bollen Italiaans ijs. Werkelijk een heerlijke versnapering. Joke vindt haar gezondheid te kwetsbaar voor zo'n portie maar ondersteunt mij behulpzaam met het verorberen.
Bij terugkomst blijkt dat er ruimte is gekomen op de legale staanplaats. De vrees voor een pittig gesprek met een handhaver geeft ons voldoende motivatie om de reiswagen te verplaatsen naar het toegewezen gebied. Dat slaapt weer een stuk rustiger.
Dinsdag 7 juli
De A7 is nog honderd kilometer langer. Het kan niet op.
Wij verlaten het mooie Weissenhorn. Ik stuur de Nibi resoluut naar het Zuiden. Een groep wegwerkers is bezig met het maaien van de middenberm. Een dergelijke klus is goed voor de werkgelegenheid. Er zijn maar liefst drie fel oranje knipperende busjes met chauffeur nodig om de automobilisten af te schrikken. De eerste maant het verkeer zich tot honderdtwintig te beperken. De tweede pakt het resoluter aan en gaat niet verder dan tachtig, bovendien verklapt hij dat de linkerbaan moet gaan invoegen.
Ik heb inmiddels genoeg ervaring met files om te weten dat als ik vlot wil doorrijden juist in deze baan moet rijden. Zo passeren wij bestuurders die dat niet weten of blij zijn dat ze niet hoeven in te voegen. Nummer drie brengt de snelheid terug naar zestig en herhaalt het invoegpatroon. Eigenlijk is dat laatste niet nodig want anders zou ik mij te pletter rijden op de met maaigerei uitgeruste zware tractor. Een vrachtauto vangt het maaisel op en zorgt ook voor de afvoer. Dat zijn vijf man met zwaar materieel, terwijl de klus ook gedaan kan worden door 1 persoon met een zeis.
De A7 stopt abrupt op de eerste de beste Alp. Een tunnel zorgt ervoor dat we toch door kunnen rijden. Bij het inrijden zijn we nog in Duitsland, als we er uitkomen zijn we in Oostenrijk. De magen beginnen te knorren. Ik zeg tegen Joke dat ik nog even verder wil rijden. Dat is de goden verzoeken. De navi geeft het commando om op de rotonde de derde afslag te nemen. Een rood/wit hek, waar bovenuit een rond wit bord met een rode rand prijkt voorkomt deze actie. Ik weet niets anders dan nu maar de vierde afslag te nemen.
De verkeersstroom sleurt mij mee naar een onbekend doel. Joke raadpleegt een digitale kaart en meldt dat we nu op weg zijn naar Innsbruck. Een vluchthaven voor vermoeide reizigers geeft mij de kans om aan de kant te gaan na een paar kilometer. De zenec-navi moet plaats maken voor Maps. Deze is wel actueel en moet ons weer op het goede spoor zetten. Verderop kunnen we draaien. Een tijdlang vergezelt de Inn ons met z'n prachtige lichtblauwe water. Het moment van afscheid komt als we richting de Reschenpas gaan rijden.
Niet veel later zijn we in Italië. We komen langs het Reschenmeer waar het blauwe water prachtig combineert met de grijze bergen met op de toppen sneeuw. De verdronken kerk staat nog altijd overeind met alleen de toren boven het water als gevolg van een aangelegd stuwmeer. In Prad am Stilfserjoch vinden we een mooie plek in de natuur. Het uitzicht op de besneeuwde bergtoppen geeft deze plek extra charme
Woensdag 8 juli
Ik stap gespannen de winkel binnen. Zitten de woorden nog goed in mijn hoofd. Gisteravond zijn Joke en ik de hele tijd aan het oefenen geweest. Met Google Translate continu aan. Als ik wat wilde zeggen, blokkeerden de woorden weer in mijn hoofd. Na wat zenuwachtig gerommel met de vertaler, leek het er toch nog redelijk uit te komen. Vlak voor het vertrek naar de telecom shop heeft mijn lief nog een paar belangrijke woorden nagevraagd, en ik wist ze allemaal op 1 na.
Twee heren kijken mij behulpzaam aan. 'Guten morgen, womit kan ich Ihnen hilfen?'. Ik kijk de vriendelijke bediende aan, alsof ik water zie branden. Maar dat is gewoon Duits, daar is geen woord Italiaans bij. Al mijn ingestudeerde one liners kunnen bij het oud vuil. In mijn beste Duits regel ik met de knaap een prepaid simkaart met onbeperkt internet voor 4 weken. Nadat ik de overeengekomen 40 euro heb betaald, verlaat ik de zaak kilo's lichter. Na twee kilometer lopen ben ik weer bij de camper. Enigszins bezweet, want het is warm in Merano, plof ik neer. Het is geregeld, zeg ik trots en de communicatie ging geweldig.
We vertrekken en rijden vlot langs Bozen en Trento. De Niesmann neemt een bocht naar links en rijdt een prachtige vallei in die uiteindelijk eindigt bij Padova. Maar zover gaan we vandaag nog niet. Nabij Villa Agnedo rijden we naar de beoogde nacht plek. Om daar te komen wacht een onmogelijk scherpe bocht naar links. Uitgerekend op dit kruispunt zijn wegwerkers volop bezig, wat de voorgenomen manoeuvre nog ingewikkelder maakt. Ik rij eerst een stukje rechtdoor om daar te keren. Joke voelt echter nattigheid. Zal ik eerst lopend de boel even verkennen? Na 50 jaar weet ik dat dit niet een vraag is maar een voorwaarde. Vervolgens stapt ze kwiek terug richting het kruispunt. Twee minuten later volgt het meedogenloze rapport. Onmogelijk, de plek is niet te bereiken en ligt vol puin. De uitkomst verrast me niet.
Kort daarop parkeren we bij optie 2. Een lege parkeerplaats bij een sportgebeuren in ruste. De eenzaamheid van de plek wordt regelmatig doorbroken. Hier staat ook een laadpunt voor EV's. De paar klanten staan een klein uur doelloos bij hun voertuig te wachten en dan is een praatje gauw gemaakt. Er komt een sportieve wagen aan gescheurd die met piepende banden tot stilstand komt. Vliegensvlug komt de stekker in het juiste gat. Omdat er vanaf dat moment een zee van tijd aanbreekt, vraag ik hem naar zijn haast. Ik moet even 20% bijladen meer niet, is het antwoord. Mijn vrouw staat op punt van bevallen, het ziekenhuis is nog 10 minuten vanhier, maar ik ben helemaal leeg. Als na twintig minuten de minimum laadstroom aanwezig is, gaat zijn telefoon. Een kerngezonde flinke zoon van 9 pond, stamelt hij. Als ik hem feliciteer, zie ik tranen in zijn ogen. Ik vraag maar niet of deze van vreugde zijn of verdriet
Een jonge moeder is getuige van dit voorval. Haar wagen staat inmiddels al drie kwartier aangeprikt. Ze houdt haar dreinende peuter zoet met een meegebrachte en goedgevulde zak met snoep. Ze hebben tegenwoordig ook auto's die rijden op vloeistof, zo begin ik mijn praatje. Ze kijkt me ongelovig aan. Ik wijs haar op onze camper en toon het vulgat. Een paar minuten en je kunt weer 1000 km verder. Haar ongeloof stijgt nog verder. Inmiddels zijn deze wagens ook wel in Italië te koop, zo ga ik verder . Ongeloof wordt enthousiasme. Dat ga ik vanavond met mijn man, die een belangrijke bestuursfunctie heeft bij de Italiaanse GroenLinks, bespreken. Terwijl het laatste snoepjes in het mondje van de jonge telg verdwijnt, koppelt ze de wagen af. Nog bedankt, roept ze me toe bij het wegrijden. Succes, zeg ik, maar niet zo hard dat ze het kan horen.
Donderdag 9 juli
We mogen weer verder rijden in de prachtige kloof. Indrukwekkende rots en berg partijen proberen bij ons de indruk te wekken dat er geen doorgang mogelijk is. De muur lijkt massief en ondoordringbaar. Maar de natuur is genadig geweest. Mee stromend water wijst ons de weg.
Ook de Italianen kennen de doorgang. Ze hebben voor het gemak een geasfalteerde weg aangelegd in de kloof. Omdat er toen nog een beetje ruimte over was, is er ook een spoorlijn naast gemaakt. Behalve wij, maken meer mensen dankbaar gebruik van deze ijver. Echt druk is het niet. Na een half uur gebeurt er iets wonderlijks. Terwijl ik druk bezig ben om de Nibi langs de scherpe rotsen te sturen, hoor ik plots Joke verrast roepen: ze zijn weg. Ongerust informeer ik voorzichtig wat we zijn kwijtgeraakt. Ze wijst naar voren. Ik snap er niets van, voor ons ligt een prachtig vlak land, al waren we in hartje Friesland. Dan valt het kwartje, de bergen zijn bij wijze van een donderslag ineens verdwenen, maar dan ook helemaal. Niet dat er nog een miezerig bergje voor wat napret zorgt.
In de spiegel zijn de reuzen nog te zien. Ongelovig tuur ik het veld rond. Andere automobilisten doen net of het heel normaal is, maar dat is logisch, die komen van hier. We stoppen in Cittadella om van de schrik te bekomen. Maar ook omdat dit een schitterend middeleeuws stadje is, wat nog volledig is ommuurd. Vier toegangspoorten laten gecontroleerd nieuwsgierigen toe. Eerst genieten we van de zelf gezette koffie. Dan trekken we er op uit. De schildwachters zijn er even niet als we door de noordelijke poort naar binnen glippen. Binnen bruist het. Op het centrale plein is de weekmarkt. De belangstelling is matig. Dat geldt niet voor de terrassen. Misschien drinken de kopers zich eerst even moed in.
We volgen een tijdje de indrukwekkende vestigings muur. Minstens een paar meter dik en met een hoogte van wel tien meter, moet deze in vervlogen tijden onneembaar zijn geweest. Deze streek beleeft een hittegolf, maar gek genoeg is niemand in paniek. De kleding is wat luchtiger en het tempo wat lager. Maar het leven gaat gewoon door. Niets wordt er afgelast. Net alsof het hier iedere zomer boven de dertig graden is(?). Als ik een voorbijganger vraag naar het geldende protocol, kijkt hij me onnozel aan, zo van waar heeft die het over.
Na de lunch toeren we weer verder naar het zuiden. Een plaats met de prachtige naam Piove de Sacco heeft onze belangstelling gewekt. Na aankomst komt de motorscooter naar buiten voor een bezoek aan de Lidl. De streling van de rijwind ondergaan we als een welkome verkoeling. Volgepropt zoeven we weer terug. Voor de rest van de dag blijven we onder de bomen om zo weinig mogelijk zweet te verspillen.
Vrijdag 10 juli
De missie gaat verder. De meter van de dieseltank staat laag. Op de route van vandaag wil ik langs een tankstation. Nu ben ik kritisch en let vooral op de prijs. Ander verschil heb ik nog nooit ervaren. Het is altijd starten en lopen. Onderweg spint de dieselmotor vervolgens van genoegen. Waar ik ook maar heb getankt en wat de prijs is geweest, mijn noeste krachtbron maakt het niet uit.
Nu heb ik een paar apps die me helpen om het meest geschikte (lees: de goedkoopste) tankstation te vinden. Het zoeken start ik in Fuel Flash. Daarbij vind ik de kaart optie het handigst. Ik speur de te rijden route af op buitenkansjes. De app helpt daarbij door de schappelijkste in de groene kleur te tonen. Duur is rood. De brandstof is in Italië redelijk aan de prijs. Deze varieert van 1.89 tot iets over de twee euro.
Het eerste baalmoment heb ik direct te pakken. Gisteravond veel groen op de kaart, nu overwegend oranje en rood. Ook hier variëren ze dus per dagdeel met de prijs. Als ik de moed bijna heb opgeven voor een koopje, valt mijn oog toch nog op een groen vakje. Daar betaal ik 1,89. Keurig aan de route.
Nu is het al dagen homeless met de navigatie systemen. Ik heb er gewoon teveel. De telefoon, Carpuride, de zenec-navi en dan wil de smartwatch ook nog een keer meedoen. Alles is via Bluetooth te verbinden en daar gaat het mis. De zenec is stabiel maar de rest is elke keer een verrassing. Nadat de route naar ons einddoel is ingevoerd in de zenec, wil ik de reis naar de pomp op de Carpuride invoeren. Geen reactie. Dan maar op de telefoon. Succes, maar nu valt de zenec weer uit. Die weer herstart, met als gevolg dat de telefoon op zwart gaat. Helemaal gestoord raak ik van die mysterieuze verbindingen.
We rijden. Bij het tankstation volgt een lastige oversteek, want deze zit uiteraard aan de linkerkant van de zeer drukke weg welke ik na uitvoegen in 1 keer moet oversteken. Dan kan alleen als van beide kanten geen verkeer komt. Na tien minuten ontstaat even een gat. Vol gas om te voorkomen dat we alsnog door een vrachtwagen worden geschept, weet ik de overzijde te halen. Vervolgens is de pomp gelimiteerd op honderd euro, zodat ik mijn voordeel niet maximaal kan uit nutten.
We staan in Mesola. Een mooi pleintje aan de buitenzijde van het dorp. Tegen een al volwassen maïsveld aangeklemd. Welgeteld 1 boom voor de schaduw, maar dat is in dit geval net genoeg. Het is een merkwaardig plaatsje. Vlakbij staat een kasteel, die er meer uitziet als een gloednieuw kantoorpand met hoektorens. Volgens mijn bron is het ding echt in de zestiende eeuw gebouwd, maar recent gerestaureerd.
We struinen nog even de kolossale kerk binnen maar deze is vrij sober en niet zo heerlijk koel. Een lange rij gesloten winkeltjes staan er troosteloos bij, behalve het cafe, waar warempel op het terras wat leven is. Een paar straten hebben een gezellige uitstraling met gekleurde huizen en een klassieke bouw. Terug onder de enige boom nemen we een koel drankje en duiken we weg in een boek
Zaterdag 11 juli
De route is nog steeds zuidwaarts. Mesola is een aardig plaatsje, maar niet 1 om lang te verblijven. Dus pakken we de boel weer in. De volgende stop is in Cervia gepland. Onderweg een koffiestop om de trip wat te onderbreken. Dat de kustweg van Italië zo druk is, hebben we niet bij stil gestaan. Dat laatste is ondertussen meer dan goed gekomen. Waar mij door m'n trouwe navigator drie kwartier is beloofd, is zowat in het dubbele uitgepakt. De doorgaande weg heeft zoveel opdringerige invoegers van zijwegen, dat we afwisselend stapvoets rijden of stil staan.
De koffie smaakt er niet minder om. Het laatste stuk kustweg naar de badplaats Cervia is ook niet bepaald een haast klus geworden. Een groot, met grind bedekt, terrein is aangewezen als camper standplaats. Er is zelfs een waterzuil en afvoerput. Maar de gestalde exemplaren zijn nu niet bepaald de absolute top in het markt segment. We zien gevallen staan, waar je met enige moeite een kampeerwagen in kunt herkennen. De onderkant lijkt nog het meest, de bovenkant bestaat uit alle los voor handen liggende materialen bijelkaar geraapt en vastgeplakt, waarschijnlijk om bij regen lekkage te voorkomen. Er naast staat een opzich nog heel herkenbaar wagentje, maar de vier lekke banden, vertellen mij dat de laatste rit al lange tijd terug is.
Twijfelend rijden we langzaam over het terrein. De plek is aan de buitenkant van de stad, is omzoomd met bomen, er zijn dus ook voordelen. Joke hakt de knoop door en dirigeert mij naar een plek aan de drukke weg, maar ver weg van onze zojuist benoemde campervrienden. Een paar grote bomen bieden als bonus flinke schaduw. Als we lui achterover in onze terrasstoelen hangen, maken we ook kennis met de bewoners van de surrogaat campers. Een broodmagere man komt met een luid spelende radio naar de verzorgingsplaats om hem zelf te verzorgen in plaats van zijn vieze bak. In zijn fantasie staat hij in een herenurinoir en laat een waarschijnlijk hoog nodige straal de vrije ruimte. Hij merkt niet op dat het de paal van een verkeersbord is en zijn toilet niet over wanden beschikt.
De zee trekt ons zijn kant op. Een kleine 500 meter lopen, brengt ons in een bebost duingebied, waar het heerlijk koel is. Daarachter moet de zee ergens zijn. Het enige wat wij zien is een woud aan strandbedden met of zonder parasol. Niet alle bedden worden gebruikt. Als we ons hier doorheen hebben geworsteld staan we plots op een klein reepje strand, direct gevolgd door de Adriatische Zee. Het is 1 grote brij aan zwemmers, pootje baders en drijvende luchtbedden. Voor de meeste geldt dat dit de topdagen van hun vakantie zijn. Wij rillen en huiveren bij de gedachte. Toch lopen we een tijdje langs de waterlijn, in en uitkomend mensenverkeer richting zee zoveel mogelijk ontwijkend.
Na een tijdje zijn we dol gedraaid en zoeken gauw het koele duinbos weer op. Ik investeer op de terugweg in heerlijk zacht en koud Italiaans ijs. Gelukkig wil Joke me helpen met het weglikken ervan, zodat ik er niet alleen voor sta.
Zondag 12 juli
Er bestaan hogere machten. Dat zeg ik niet zomaar. Pas als het overtuigende bewijs zich aandient, kan ik meegaan in een theorie. Wij staan, zoals gisteren verteld, in Cervia. Als de wijzers van de klok afgelopen nacht 24.00 uur zijn gepasseerd, kruipen wij moe, maar voldaan, onder de wol. Neem deze beeldspraak alsjeblieft niet te letterlijk, want als de binnentemperatuur nog meer dan 30 graden is, zou zoiets zeer slecht kunnen aflopen. Om even uit de school te klappen, wij trekken half over ons heen een licht linnen lakentje, die bij tijd en wijle ook nog wel eens wordt afgeworpen.
Cervia is een toeristen bolwerk. Ons hele parkeerterrein is in de loop van de avond helemaal vol gelopen met auto's van feestgangers. De eersten daarvan hebben net het plan opgevat om huiswaarts te gaan op het moment dat wij ons te ruste willen leggen. Het is warm, onze ramen staan open. Voordat ze instappen moet het hele feest nog even worden besproken en overgedaan. Leuke herinneringen gaan met luide lachsalvo's gepaard. Mooi voor hen, maar niet voor ons. Joke heeft haar slaap hard nodig, want een onwillige rugspier plaagt al dagen.
We hebben het zo'n beetje een half uur ondergaan als er plots van hogerhand wordt ingegrepen. Uit het niets steekt er plots een zware storm op. Maar dan ook echt zwaar. De camper staat te trillen op de stelpoten. Het flitst en rommelt, een paar losse regendruppels bereiken de aarde. Autodeuren klappen dicht. Lichtschijnsels verdwijnen met een brommend geluid. Even later gaat de wind liggen en is het doodstil op ons terrein. Ik hoor tot mijn tevredenheid een zacht snurkende echtgenote. Het komt goed.
Na het opstaan vertrekken we van deze onrustige plaats. Een korte rit brengt ons bij een gesloten archeologische opgraving. Ons doel is echter het mooi gelegen parkeerterrein ernaast. De Nibi komt schitterend in een schaduwrijke hoek te staan. Het verschil met gisteren is levensgroot. In de middag scooter ik naar Gradara. Een levend museum. Boven op een berg ligt dit middeleeuwse en ommuurde stadje er nog authentiek bij. Op de top van de berg bevindt zich een robuust kasteel, wat voorheen over de veiligheid van de inwoners waakte. Nu is het een toeristennest, een highlight in de omgeving. Maar heerlijk cultureel te bezoeken. Joke past op onze toerwagen. Haar pijnlijke rug dwingt haar, dit uitstapje te laten schieten. Gelukkig zijn de vele romannetjes nog lang niet uit.