rondreis Griekenland

In mei beleven we echte zomerse dagen. Binnenkort breekt de lange zomerperiode weer aan. De scholen gaan dicht, bedrijven pruttelen op halve kracht. Voor de vakantieganger breekt de gouden tijd aan. Alle toeristische bestemmingen staan weer volop te blinken en de rondhangende reiziger kan zich tegoed doen aan kunst, cultuur, zon en strand.

Onze zomerreis staat inmiddels volledig in de steigers. De veerboot van Brindisi naar Igoumenitsa gaat ons overvaren van Italie naar Griekenland. Na de oversteek gaan we weken door Griekenland dolen, over de Peloponessos naar Meteora. Zowel het binnenland, als de kust is ons doelgebied.

Uiteindelijk gaan we via de Balkan weer aan de thuisreis beginnen. 


Woensdag 29 juli

We maken een rondreis door Italie en Griekenland en willen daarna via de Balkan weer naar huis. De afgelopen drie weken hebben we door Italie gereden en vanochtend zijn we aangemonsterd op de veerboot vanuiot Brindisi.

Wat volgt is een schitterende zeereis.  Rond zes uur gaan we in het restaurant een bord warm eten halen, welke we bij een tafel bij een raam soldaat maken. Dan volgt het mooiste deel van de route. De veerboot vaart langzaam tussen het eiland Corfu en Albanië door. De zon is bezig met zijn ondergang. Op het dek komt sfeervolle jazz-muziek met een Grieks tintje uit de luidspreker. We voelen ons even de koning te rijk. Na het afmeren gaan we zowat als laatsten van boord. De eerste beoogde plek blijkt onbereikbaar, daarom parkeren we op een plein bij een voetbalstadion. Inmiddels is het bijna twaalf uur. Nog even een biertje en dan onder de veren. Morgen zien we verder.


Donderdag 30 juli

We beginnen een nieuw leven. Griekenland maakt alle anders. De eerste beelden, de eerste ontmoetingen, de eerste ritten, dit hier is een totaal ander bestaan dan de zilte koppen aan de Noordzee. Overigens hebben we het onszelf niet gemakkelijk gemaakt met een nachtplaats aan een druk plein. Maar, ja, we waren totaal verreisd. Alle nachtelijke herrie heb ik overigens pas vanochtend vernomen, omdat mijn bedgenoot er uitvoerig over verteld. Ik knik, maar feitelijk is het allemaal nieuwe informatie voor mij. Overigens loop ik de eerste uren als een zombie rond. De hele zeetrip heeft een beste aanslag op mijn energievoorraad gedaan.

Voor mijn eerste klus in het Griekse is het belangrijk helder van geest te zijn. Voordat ik deze oppak, laat ik twee koppen koffie naar binnen lopen. Een paar keer flink met het hoofd schudden, gecombineerd met in de handen spugen, maakt mij klaar voor de opdracht. Onze onbeperkte data kaart geldt alleen voor Italië, waardoor de router nu volkomen stil is komen te liggen. Na wat info van mijn andere s(chat) gpt, weet ik wat mij te doen staat. De Cosmo winkel is 20 minuten lopen en daar kunnen ze mij aan een Griekse databundel helpen. Onderweg hou ik bewust de stappen kort. Het tempo breng ik terug naar het standje 'rustig aan'. Wil ik een goede indruk maken bij het winkelpersoneel dan is deze aanpassing hard nodig. Normale pas en tempo zouden ervoor zorgen dat ik druppende van het zweet de zaak zou betreden bij de hier heersende temperaturen.

Op het juiste adres aangekomen, stap ik een koele winkel binnen, waar tientallen aanwezige klanten mij als nieuwkomer wijzen op het plaatselijke gebruik van achter aansluiten, zonder een woord te zeggen. Braaf sta ik als sluitpost om mij heen te kijken. Aan drie tafels worden zaken gedaan. Qua lengte van de wachtrij heb ik de slechtste uitgekozen. Door mijn assertiviteit verlaat ik de groep en stel mij op bij tafel twee. Dat zijn zo 'vijf wachtenden voor u' minder. Als daarna een meneer door een bekende wordt aangesproken en beide heren besluiten in een hoekje hun conversatie voort te zetten, betekent dat voor mij weer winst.

Geduldig leg ik de juffrouw uit waarvoor ik kom. De beste keus is een data kaart van 150 GB voor 16 euro. Ik knik. Samen zijn we het eens. Het blijkt ook hier een hele administratieve klus om zo'n kaart uit te geven. Een lichte inschatting van mij is dat het bijna de helft van de verkochte eenheid kost om alle gegevens op te slaan, die hun baas wil weten. Een klein kwartier later lijkt alles dan geregeld, maar mij wordt verzocht in de rij voor tafel 1 aan te sluiten voor betaling en afronding. De rij is sinds mijn vertrek er eerder langer dan korter op geworden. Geduldig sta ik naar het plafond te staren, afgewisseld met de vier zijwanden.

Een half uur later legt de blonde dame mij uit dat de kaart is aangemeld, maar het wachten is op vrijgave door de centrale computer. Dat kan in het ongunstigste geval een aantal uren duren. Of ik wil wachten of terugkomen. Het wordt terugkomen. Als ik Joke het relaas overbreng is ons besluit dat we de camper wegrijden van het drukke plein en dat ik met de scooter vanmiddag, vanaf onze nieuwe, rustige plek, het tweede bezoek ga afleggen. Inderdaad vinden we op twee kilometer een heerlijk plekje aan de zeearm, midden in de natuur. De enige dissonant is de weg.

Het tweede gemotoriseerde bezoek gaat vlot. Activatie is gedaan, ik betaal cash omdat ze het digitale systeem te ingewikkeld vind. Helaas ondervind ik bij de camper nog erg veel ongemak om internet draaiende te krijgen met de aankoop. Zelfs met hulp van s(chat) is het onbegonnen werk. Teleurgesteld laat ik het liggen tot morgen. De 4g van de telefoon zal vanavond een extra dienst moeten draaien.


Vrijdag 31 juli

Iets is er niet goed gegaan. Hoewel de dames karrevrachten aan informatie hebben verwerkt, mij in de middag laten terugkomen, hun uitgifte van de data kaart is niet goed uitgevoerd. Ik lees jubel verhalen van klanten die in een tijdsbestek van hooguit een kwartier een werkende kaart in hun router hebben weten te krijgen. Mijn tijdsinvestering in de winkel is alleen al tweeënhalf uur. Tel ik daar de uren bij op, die ik gisteren en vandaag heb besteed om het signaal te pakken te krijgen, kom je volgens mij al in de buurt van een dag. Van opgeven wil ik echter nog niet weten. In de buurt van Preveza zijn we met de camper gaan staan. In deze stad is ook een Cosmote vestiging. Wellicht dat zij de weigerende simkaart op andere gedachten kunnen brengen. Zoniet, dan koop ik daar weer 1 en verlaat pas de zaak als de router werkt. Als ik internet van mijn telefoon blijft gebruiken, maak ik iemand van KPN stinkend rijk.

Het reisplan voor vandaag hadden we gisteravond al door gesproken. We hebben beide mooie herinneringen aan het dorp Ammoudia. De camper kon daar prachtig staan op een parkeerterrein, wat tegen een park aanligt. Na de koffie begint onze dag pas en dus ook de dagtrip. Slechts drie kwartier rijden en we bereiken ons ideale plekje. De reis verloopt lekker vlot en rijden we de plaats binnen. Als we In de buurt van het parkeerplein komen, zien we veel auto's staan. Die waren er toen niet, weten we ons nog goed te herinneren.

We draaien het terrein op en zien tot onze schrik het hele strand volgepropt met zonnemeubilair. Jaren terug was het een prachtig ruime zandplaat, waar nauwelijks badgasten waren. Een groot bord licht een tipje van de sluier op. Deze informeert ons dat de Europese Unie hier flink heeft geïnvesteerd in de vooruitgang. We zien inderdaad veel hotels in de hoofdstraat, die niet in ons geheugen voorkomen. Een camper staat in de rij, verder staat het vol met auto's. Tegen het park aan is geen ruimte. Wel zie ik een open plek aan de andere kant, tegen de oever van de mythologische rivier de Acheron. Hoewel onze reiswagen nog niet eens stil staat, komt een vriendelijke meneer mij vertellen dat het hier voor campers verboden is. Geen enkel bord bevestigt zijn inbreng, maar we zoeken geen problemen.

Even denken we een prachtplek te hebben gevonden in het park, waar links en rechts allerlei voertuigen staan geparkeerd. Het lijkt mij echter te mooi om waar te zijn, daarom ga ik op onderzoek uit, gevolgd door Joke. Mijn oog valt op een zwaar verbleekt bord, waar toch nog leesbaar staat vermeld dat kamperen verboden is. Voor de visueel ingestelden, is er onder een tekening van een tent en een camper geplaatst, met door beide een groot kruis. We rijden door het dorp om ergens een open plekjes te vinden. Een veldje biedt plaats, naast een grote vrachtwagen en een graafmachine. Na veel gedoe en een keer omdraaien heb ik de Nibi op z'n plek. Vanavond gaan we kijken of de auto's weg zijn, dan kunnen we naast die andere camper gaan staan, zo is de hoofdgedachte. Echter verschijnt er opnieuw een Griek aan het raam. Dit is prive-terrein en hij zou het erg op prijs stellen, dat we weer vertrekken. Een uur om te lunchen, krijg ik nog van hem gedaan.

Joke heeft er geen zin meer in. Het mooie van de plek van jaren terug is volledig weg. Het is een druk vakantieoord geworden. Het besluit valt meteen, we zoeken een andere plek. Na een half uur rijden komen we in de plaats Kanali aan het strand te staan. Hoewel een beetje winderig, hebben we er een mooie middag. Tegen zessen lopen er een flinke stuk langs de kust. Er is ook hier de nodige horeca-activiteit, maar het is erg rustig. Ook het strand is maar heel incidenteel bezet. Dit lijkt ons wel een prima overnachtingsplaats.


Zaterdag 1 augustus

We blijven. Zonder uitvoerig overleg zijn we beide tot deze conclusie gekomen. Zo we nu staan is eigenlijk het model plaatje voor camperen in Griekenland. De camper staat op 50 meter van de zee. Een heerlijke zeebries koelt de dagtemperatuur. De stations geven 34 graden op. Onze eigen thermometer is de hele dag niet hoger dan 29 uitgekomen. Gewoon buiten zitten, weliswaar continu in de schaduw van de Nibi, en vrij kijken over een eindeloze zee. Kleine aantallen badgasten vermaken zich met zwemmen en zonnen. Maar ook uren stil in het water zitten. Deze merkwaardige gewoonte is ons ook bij een eerder bezoek al opgevallen. Vooral ouderen vermaken zich door in een kringetje te gaan zitten in het water, schouder en hoofd blijven boven. Zolang ze het gesprek gaande weten te houden, zolang duurt ook deze exercitie.

Voor ons is het een drukke dag. Na de koffie komt de scooter naar buiten. Deze brengt ons met gezwinde spoed naar de Lidl in Preveza. De hele rit duurt 10 minuten. Wel dient zich een nieuw probleem aan. Met het vastzetten van de telefoon in de houder, zegt het ene armpje 'knak'. Met veel kracht druk ik houder aan omdat de slechte wegen een constante dreiging zijn voor een lancering van de telefoon. De aangeklemde smartphone slingert als een gek heen en weer. Maar na het horen van de knak is mijn vertrouwen in de spankracht van het ding aardig gedaald. De hele rit naar de winkel rij ik de slechtste stukken heel voorzichtig. Gelukkig komt mijn mobiel, net als wijzelf overigens, behouden aan. We slaan weer vanalles in. Mijn taak is het regelen van het brood. Waar in heel Italië geen enkele winkel een snijmachine heeft, staat er bij de Grieken wel weer zo'n wreed apparaat naast de broden. Mijn uitgekozen deegwaar gaat in 20 stukken de zak in. Bij het eten kan de broodplank en het grote snijmes in de kast blijven.

Direct na de middag pak ik het vervelende simkaartje weer op. Tot mijn verbazing geeft het nu wel een signaal af, waardoor de telefoon weer wifi heeft. Maar behalve niet willen zenden, gaf de router ook aan dat de kaart slechts 2G wiide uitstralen. Dat wordt sinds 1880 in geen enkel land meer gebruikt. Zo zit ik even later solo op de scooter op weg naar de Cosmo vestiging in Preveza. Voor de route zit mijn ouwe trouwe mobiel weer in de nu krakkemikkige houder. Rustig en bedaard waar het moet, vol gas waar het kan. Totaan het eerste stoplicht gaat het goed. Bij dat punt ben ik bijna terplekke.

Het licht springt op groen, de gashendel kan weer open. Een venijnige spleet in de weg onderschat ik volledig. De scooter geeft de hevige trilling door aan de telefoonhouder. Deze zet de kracht om in een aantal zwiepen, waarvan de derde mijn mobiel fataal wordt. Ik zie deze met een mooie boog z'n plek verlaten. Vanuit mijn ooghoek neem ik waar dat het apparaatje flink over het asfalt stuitert en in de 2e rijbaan tot stilstand komt. Onder tussen heb ik mijn lichte motor al tegen de stoep geparkeerd. Nu was ik niet de enige die voor rood stond te wachten. Achter mij is een hele rij auto's eveneens in beweging gekomen. Deze passeren mijn ongelukkig toestel nu 1 voor 1. Iedere passage levert mij kippevel. Maar door een wonder blijft verder onheil bespaart. Geen rubberband die de totale vernietiging uitvoert. Ik raap het restant op en zie dat het touchscreen eruit ziet als een autoraam na een inslag van een forse steen.

Maar er zit nog leven in. De route staat nog steeds fier in het venster. Door de barsten en scheuren heen valt er met enige inspanning nog informatie van het scherm te lezen. Een weinig terneergeslagen kom ik de winkel binnen. Gelukkig moet ik nog even wachten. Die tijd benut ik om de gedachtengang weer normaal te krijgen. Ze knikt naar me, als teken dat het mijn beurt is. Na een korte uitleg pakt ze resoluut de onwillige simkaart bij zijn lurven(?). Het ding komt in een daar aanwezige smartphone en ze tikt enige malen op het scherm. It must be good now, hoor ik haar zeggen, als ik de kaart weer in ontvangst mag nemen. Nog in de winkel test ik het uit. Ongelooflijk, maar het is allemaal gefikst. Ik bedank haar met enige bewondering voor haar kunnen in mijn stem. De gebarsten telefoon komt in de koffer.

De route naar de huiswagen weet ik uit het hoofd. Omdat de accu van m'n mobiel ook al niet meer best is, bestel ik thuis een nieuwe, deel ik aan mijn lief mee. Maar de router werkt als een tierelier, de komende weken weet het internet niet wat het meemaakt. Later in de middag lopen we samen een flinke eind langs de kust. Het is zaterdag en dat is te merken. De drukte op het strand en de strandtenten is aanzienlijk meer dan gisteren. Op een enkele gast uit de Balkan na, is het voornamelijk eigen volk wat hier recreeert. Ik kom weer heelhuids terug, maar mijn lieve schat heeft met een doorgebroken blaar een pijnlijke herinnering aan de voettocht.


Zondag 2 augustus

Vanmorgen staat er een zeer urgent klusje op mijn to-do-list. Ikzelf heb het zelfs als nummer drie ingedeeld. Bij de bespreking van de voor ons liggende camperdag met mijn lieverd, heeft dat echter geen stand gehouden. De klus staat nu als nummer 1 met stip. De stip geeft aan dat er geen tijd meer mag worden verspild, en het meteen aangepakt moet worden. In dat laatste zie je de hand van mijn vrouw terug. Nu heb ik wel eens over Italië gemopperd. Maar voor iemand die rondreist in een camper heeft dit land een groot voordeel op Griekenland als het gaat om groene stippen. Het staat er vol mee. Als ik als onafhankelijk reiziger afhankelijk ben van servicepunten, zoek ik direct om een groene stip. Daar kun je vaak lozen wat je wil en de kraan opendraaien voor vers water.

Griekenland is prachtig en qua natuur en cultuur met afstand het mooiste vakantieland. Maar het heeft geen groene stippen. Gewoon geen! Voor de klus, die mijn echtgenote hoog heeft geprioriteerd, zou een groene stip nu een geweldige uitkomst bieden. Dit vraagt om een creatieve oplossing,, overigens ook een kwaliteit van mij. Het probleem is het volgende; in het toilet brandt het rode lampje. De wens van mijn wederhelft is dat dit verandert in een groen lampje, en niet straks maar nu. Tijdens mijn reizen naar Preveza gisteren, is mij opgevallen dat aan die route een camping ligt. Waar ik nu naar op zoek moet, zou heel goed zich op die camping kunnen bevinden. Als ervaren gokker waag ik het erop.

De scooter dient nu als een soort vrachtwagen. Op de treeplank, tussen mijn benen bevindt zich de vracht. Even vol gassen op de doorgaande weg en het bord met daarop 'Campung' staat voor mijn neus. Voorzichtig rij ik het terrein op. Er heerst een duidelijke zondagmorgen-campingsfeer. Hier en daar een gast, een gesloten receptie en verder rust. Ik tuf door naar twee lokaaltjes, waarvan ik aanneem dat het hier om een was- en toilet gaat. De mini vrachtwagen parkeer ik op het doorgaande pad. Vervolgens snuffel ik wat rond. Aan de zijkant van het hok, waar de toiletten zich bevinden, zie ik een stevige rioolpijp omhoog steken uit de grond. Voor de kenners, minstens een 120. Verder zijn er geen opties te ontdekken. Om de hoek zit ook nog een kraan, zodat ik nu alle noodzakelijke middelen voor de klus heb getraceerd. De uitvoering gaat soepel.

Het starten van mijn machien is een lichte inbreuk op de serene stilte die er nog steeds heerst. Zachtjes tuf ik weg. Op de weg komt de stoere kracht weer tot volle uiting. Terug bij ons woonhuis handel ik de klus discreet af. In de toiletruimte brandt nu weer een bescheiden groen lampje. De eerste vink kan worden gezet. De volgende taak is gezellig koffiedrinken met mijn vrouw in de schaduw van de camper met uitzicht op zee. De voorruit ontdoen van ongewenste viezigheid is ook in een handomdraai geregeld. Dan volgt inpakken en wegwezen. Griekenland laat zich op de ochtend trip van z'n allerbeste kant zien. We passeren knusse dorpen waar de weg zich tot twee meter breed versmald door dubbel geparkeerde auto's en ik tegelijk langs een tegemoetkomende bestelbus moet zien te komen.

Maar het mooiste is het uitzicht. Bergruggen staan in rijen achterelkaar, de zee wurmt zich telkens met grillige vormen er tussen door. Eilanden vormen daar weer in een schitterend decor. Groene bomen en bloeiende oleanders zorgen voor de finishing touch. De nieuwe parkeerplaats is ook al weer een beauty. Pal aan zee, met uitzicht op Lefkas. Grillige rotsachtige kustlijn, wordt sfeervol onderbroken door twee mini strandjes. Op de tegenoverstaande berghelling grazen koeien, voorzien van een Alpenbel. Later op de dag komt een kudde geiten voorbij wandelen, alsof dat doodnormaal is. Voor de volledigheid meld ik nog even dat zoiets in Griekenland inderdaad normaal is. De avond valt, de wind is zwoel. Met z'n tweeën genieten we honderd procent van hoe mooi Europa ook kan zijn.


Maandag 3 augustus

We rijden op een bloedmooie weg. Om misverstanden te voorkomen wil ik hier aan toevoegen dat het hier over het uitzicht gaat. Het zou ook over de kwaliteit van het wegdek hebben kunnen gaan, maar dan moet ik hier nadrukkelijk zeggen dat dit niet het geval is. De weg is ooit uitgehakt uit de rotsen langs de kust. Daardoor hebben we doorlopend zicht op de Griekse zeeën. Die zijn bezaaid met eilanden, waarvan de bergen net zo hoog zijn, dan die op het land. Stadjes en dorpen willen allemaal aan de kust gepositioneerd worden en de meeste is dat ook gelukt. Daar rijden wij nu doorheen. Hoewel het beeld weliswaar eigenlijk hetzelfde blijft, is het na iedere bocht toch weer anders.

Allerlei vaartuigen dobberen op het water. Zeilboten scheren sierlijk langs de scherpe uitstekende rotspartijen. Een miljoenenjacht ploegt door de zee met hoge snelheid, alsof er haast bij is om de overzijde te halen. Een rubberbootje met twee opvarenden tuft parmantig langs de oever. Een erop gemonteerde parasol voorkomt een overdosis zonlicht. Deze taferelen aan je ogen voorbij te zien glijden, is altijd 1 van de hoogtepunten van een Griekenland reis.

Dan nu het wegdek. Voor de balans in schoonheid hebben de Grieken deze omgekeerd evenredig gemaakt aan het panorama. De weg bestaat uit meerdere onsamenhangende stukken asfalt. Diepe kuilen zorgen voor golvende bewegingen, waardoor het noodzakelijk is geen losse voorwerpen in het voertuig te hebben liggen. Sommige slechte stukken zijn voorzien van een rimpel structuur, wat voor heftige trillingen zorgt, zelfs als de snelheid is teruggebracht tot bijna nul. Om bovengenoemde zaken rijden we heel behoedzaam en voorzichtig de kustweg naar Astakos.

Opluchting en jammer-dat-het-weer-voorbij-is gevoel vechten om voorrang. Tenminste als ik voor mezelf mag spreken. Maar Joke zit waarschijnlijk ook zo in de wedstrijd, want ieder gat of bobbel wist ze steeds vooraf te melden. Astakos druipt van de historie. De resten van de oude stad liggen verspreid voor de ruïne van het Byzantijnse kasteel. Hoog in de bergen is dan ook nog de grot van de Cycloop waargenomen, maar dat is dan meer mythologisch onderbouwd. Genoeg om te onderzoeken voor een oprecht historicus, een klasse waartoe ik mij zelf ook reken. Kort na aankomst wordt de scooter dan ook weer opgetuigd. Met alle mogelijke opname apparatuur aan boord, vertrek ik kort na het middaguur.

De route is eenvoudig wat duiding betreft. Dit geldt helaas niet voor het fysiek. Het eerste deel is asfalt, wat zich in de al beschreven staat bevindt. Dan gaat het rechtsaf, waar enige verharding ontbreekt. Ijverige types hebben het pad voorzien van de meest uiteenlopende puinresten. Grote brokken, waar je nog een huis van zou kunnen bouwen, en fijn gemalen grit met alle varianten ertussen is zeer onregelmatig verspreid wat het pad nagenoeg onbegaanbaar heeft gemaakt. Toch weet mijn motorfietsje boven te komen, knap hoor. Waar ik een indrukwekkend silhouet van een voormalige burcht had verwacht, staat een bordje met de tekst 'tempel van Zeus'. Achter slecht hekwerk liggen meerdere grote stenen het en der verspreid. Zelfs niet 1 zuiltje wordt mij gegund.

Ik sla de reisgids er nog maar eens op na. Volg het omhoog lopende pad tot je bij de eerste muur komt, staat daar hoopvol te lezen. Gedwee volg ik de instructies op. De omstandigheden zijn niet ideaal voor een ontdekkingstocht met een geschatte temperatuur van 35 graden. Maar wie weet kan ik na de eerste bocht de ruïnes al zien. De tocht wordt verlengd na de tweede bocht, omdat van kasteelresten hier geen sprake is. Bij de vijfde hoop ik dat na de zesde mijn honger naar historie zal worden gestild. Na de elfde is het geloof in een positieve uitkomst gedoofd. De warmte eist zijn tol. In omgekeerde volgorde loop ik de gemaakte bochten weer terug. Het sneue is dat de Cycloop-grot zich bij het onvindbare kasteel bevindt. Daardoor mis ik twee hoogtepunten en zal ik tevreden moeten zijn met de hoop stenen van Zeus. Terug bij de woonmobiel kan ik Joke melden dat de missie niet datgene heeft gebracht wat ik veronderstelde en dat de thuisblijvers deze keer het geluk aan hun zijde hebben.


Dinsdag 4 augustus

Er is iets mis met onze koffiebekers. Ruim tien jaar geleden heeft Joke ze als kwartet aangekocht. In hun vorm identiek, in kleur twee witte en twee grijze. Het zijn stevige mokken, waar je een volwassen bak koffie in kwijt kan. Al die jaren zijn de mokken onze vaste reisgezel geweest. In de tijd van de Hymer waren ze al honkvast. Liters koffie zijn door de jaren heen ingeschonken. Met liefde en smaak hebben we het met kleine teugjes naar binnen geslobberd. Met de overstap naar de Niesmann-Bischoff zijn ze zonder protest mee overgegaan. Van ons hebben ze ook een mooie plek gekregen. Een soort sponsachtig materiaal, waarin de vorm is voorgesneden. Hoe slecht de wegen in Italië of Griekenland ook zijn, de koffiebekers kan niets gebeuren.

Nu zijn we met de Griekenland reis bezig. In dit land zijn er vaak mysterieuze krachten. Figuren als Zeus, Hera en Afrodite worden verantwoordelijk gehouden voor onbegrijpelijk voorvallen. Maar ook de geleerdheid heeft in Hellas zijn roots liggen. De geesten van Aristoteles, Archimedes, Plato en Pythagoras zweven hier nog steeds over de velden en zetten de normale mens hedentendage nog voor raadsels. Mijn vrees is dat dit soort krachten een einde proberen te maken aan ons gerieflijk koffiemoment. Ik zal direct toegeven dat ik daar geen enkel hard bewijs voor heb. Het is meer natuurlijke logica, welke ik hierin bedrijf. De vreemde voorvallen gebeuren ons nu we in het land van de orakels zijn. Een simpel rekensommetje leert mij dat 1 en 1 twee is. Schuif ik deze mathematiek door naar de feiten die ons teisteren, leidt dat tot de onontkoombare conclusie dat er een Griekse invloed is op ons ongemak.

Ter zake. Enige tijd terug zaten Joke en ik heerlijk buiten te genieten van het bruine vocht. Toen de sessie ten einde liep, begonnen we de gebruikte materialen op te ruimen. Exact de directe oorzaak kan ik niet achterhalen, maar op een vervelend moment tuimelde 1 van de twee grijze bekers achterover van de tafel af. Nu is de bijzettafel slechts 40 centimeter hoog en als de ondergrond een beetje meewerkt is er niets aan de hand. Een stuk beroerder is het echter dat uitgerekend op de landingsplek er zich een stuk steen bevindt. Machteloos moesten wij toezien hoe de mooie en trouwe beker in meerdere delen uitelkaar spatte en niet meer te gebruiken was voor datgene het was aangeschaft. Enigszins geëmotioneerd hebben wij de scherven op een respectvolle plaats achter gelaten. Maar gelukkig hebben we nog drie.

Toen kwam de wasdag. Onder- en bovenlaken gaan mee het frisse sop in, en daarom heeft het dekbed een tijdelijk onderkomen nodig. Ik dacht deze gevonden te hebben op de tafel in het woongedeelte. Het gehele blad was leeg, slechts twee koffiemokken deelden de ruimte, maar hun bescheiden omvang was niet hinderlijk voor het beddengoed. Nadat de wasklus is geklaard, maken wij gezamenlijk het bed weer op. Uiteindelijk slapen we er ook alle twee, vandaar. De lakens liggen weer strak, glad en schoon op hun gewenste positie als mijn schat de finishing touch wil uitvoeren door het dekbed te grijpen, die al die tijd geduldig op het tafelblad heeft gelegen. Zij had geen voorkennis van de daar ook huisende koffiebekers. De zwierige zwaai wordt op de voet gevolgd door een rinkelende geluid. De witte beker had in zijn val precies de stalen ring van de tafelpoot uitgezocht om neer te komen. Die bleek net iets te stevig te zijn voor een zachte landing.

Nu waren er nog twee, een witte en een grijze. Als wij vandaag heerlijk aan het water met het zicht op de Peloponnesos willen gaan genieten van onze koffie verslaving, biedt Joke aan alvast de bekers naar buiten te brengen. Omdat ik het water sta op te gieten is het handiger dat ik haar ze even aanreik. Ik begin met de grijze. Bij de 400 meter estafette moeten de sporters een stokje doorgeven, dit gaat nagenoeg altijd goed, zeker op de trainingen. Net dat ene zelden voorkomende moment maken wij mee. De fout ligt altijd bij de aangever, daarover geen discussie. De kop is nog te gebruiken, dat geluk hebben we. Maar het is geen gezicht zonder het oor. In 1 reis drie bekers gemold, waar we al tientallen reizen mee gemaakt hebben, dat moet wel de Griekse invloed zijn.

Onze reis van Astakos naar Kato Vasiliki is weer prachtig. Opnieuw staan we aan de zee. Een koel zeebriesje zorgt ervoor dat het aangenaam blijft. Tijdens onze wandeling zien we dat de kern van het dorp heel gezellig is, met een ruim strand en vele terrasjes. Wij staan meer aan de buitenzijde, waar we ons prive strand hebben.


Woensdag 5 augustus

Eigenlijk is onze plek veel te mooi om weer te verlaten. Zolang als we al in Griekenland zijn bekruipt ons bij ieder naderend vertrek dat gevoel. Oke, uitgezonderd de noodplek op het plein bij het voetbalstadion dan. Het dorp is op steenworp afstand, in onze omgeving komt bijna niemand, we staan op 5 meter van de zee. De combinatie van hoge temperatuur met verkoelende zeebries geeft het ideale klimaat. Waarom zou een mens een dergelijke plek willen verlaten. Deze vraag stel ik mezelf, want we gaan weer verder. Het antwoord ligt in zaken als nieuw avontuur en ooit weer naar huis. Zo komt het dat na het zalige koffiemoment, begeleidt door een zacht kabbelende zee, ik het tuinmeubilair weer begin in te pakken.

Niet veel later kruipt de Nibi door de net niet breed genoege straat. Iets later krijg ik als chauffeur het akelige dilemma voorgelegd welke van de twee objecten ik moet kiezen, want beide ontwijken gaat niet. Links tegemoetkomende oudere vrouw op een fiets, rechts een boomtakje die de camper gaat raken. Mijn keuze valt op het twijgje. De vrouw kan ongehinderd doorfietsen. Wel levert de keuze een stevige discussie op met mijn lief. Het verwijt is dat ik optie 3 niet heb toegevoegd, namelijk vol in de remmen. Ze is meer het type dat de kool en de geit wil sparen.

De overzijde van het water is ons doel. Hiervoor hebben we twee mogelijkheden. De veerboot of de brug. De kosten voor de brug zijn klip en klaar: 24,75. Het is dan ook niet zomaar een brug. Deze is 3 kilometer lang, bestaat uit vier spanbogen en is sinds 2004 het alternatief voor de ferry. Tot dan was de Peloponnesos alleen over water te bereiken, tenminste aan de westoever. (S)chat zegt dat de kosten voor het bootje nogal kunnen variëren, zo van 12 tot 18 euro. Voor de minimaal zes euro verschil nemen we de snelste methode en passeren sierlijk via de hoge brug. In Patras bezoeken we de Lidl en tanken we voor 1,98. 

Dan zetten we koers naar Alykes. Inderdaad weer aan het strand. De zenec mag dit stuk navigeren. Ik moet het werk wat verdelen onder mijn personeel, anders krijg ik onvrede. Apetrots meldt ze bijna met zangstem de orders, die mij als bestuurder de juiste richting wijzen. In het voorjaar aangeschaft met de meest verse kaartenset, die er te krijgen is. Ik vertrouw dan ook blindelings de aanwijzingen. Borden langs de snelweg melden dat het tolvrije deel eindigt bij de naderende afslag. Mijn blik gaat naar de gloednieuwe zenec. Gewoon 7,5 kilometer doorrijden is het zelfbewuste signaal. Ik glimlach, wat is het toch fijn dat je techniek aan boord hebt. Voordat de eerste tolpoort zich aankondigt, kan ik er nog af, memoreer ik de situatie. We passeren de aangekondigde laatste afslag. Bij een volgende aanschouwing van het navigatiebeeld zie ik tot mijn verrassing dat we door de weilanden rijden. De  stip, die ons rijdend woonhuis voorstelt, schiet heftig heen en weer. Door de voorruit zie ik dat we een rij tolpoortjes naderen. Er is geen weg terug. Braaf voldoe ik aan de opgelegde heffing. Niet veel verder zien we het dorp, waar we naartoe moeten, voorbij glijden. Pas enkele kilometers verder kunnen we de weg verlaten en via gewone wegen terugrijden naar het einddoel.

Het dorp Alykes is ons bezoek meer dan waard. We staan op het havenhoofd geparkeerd met de voorwielen weer bijna in het zeewater. De haven is een schitterende mengelmoes van vaartuigen. Enkele nieuwere schepen, overjarige vissersboten die nog vol in bedrijf zijn en als klap op de vuurpijl enkele plezierjachten, die al zolang geleden onderhoud hebben gehad dat ze nu rusten op de haven bodem, met nog net de kajuit boven water. In Griekenland ruimt men zoiets niet op. Als we door het dorpje wandelen zien we aandoenlijke taferelen. Huizen staan schots en scheef door elkaar gebouwd. De meeste ogen vrij pover. Waslijnen dragen de opbrengst van wat wij vermoeden de wastobbe. De scheidslijn tussen weg en erf is niet te bepalen. Een spiksplinter nieuwe Range Rover rijdt voorbij een jaren zestig model, waar inmiddels geen nummerplaten meer opzitten. Dit is het authentieke Griekenland. Hier komt geen toerist. Ook het strand kent alleen maar locals als gast. Wij genieten en nemen waar.


Donderdag 6 augustus

Tijdens ons koffiemoment zien we de vissersschepen 1 voor 1 weer binnenkomen. Deze zijn gisteravond bij de ondergaande zon vertrokken. Terwijl wij vannacht bewusteloos lagen te snurken zijn deze gasten flink in touw geweest om een maaltje vis bijelkaar te harken. Op de grote boten lopen zo een man of zeven rond. Het is te hopen dat de vangst goed is geweest. Ondanks de unieke plek op het havenhoofd besluiten we toch om verder te reizen. Pas na het lezen van enige informatie op de middag hebben we daar alsnog spijt van gekregen.

Google is aan de beurt om te navigeren en die neemt me direct te grazen. De tolwegen zijn voor de navi's een no-go gebied. Net het dorp uit wordt ik de snelweg opgestuurd. Zeker een stuk tolvrij, mijmer ik hardop. De woorden zijn nog niet weggegalmd of ik sta voor een tolpoort. Het gaat niet om een groot bedrag. Nu is hier een nieuw stuk snelweg aangelegd heel recent. Daar ging zenec gisteren ook al de must mee in. Ook Maps is nog niet volledig op de hoogte van de strapatsen van de Grieken. We koersen aan op een oud Olympisch dorp. De reisgids prijst de plek de hemel in. Mede daardoor is de sfeer goed aan boord. Het landschap waar we doorkomen houdt niet over. Voornamelijk vlak en rommelig.

Dan nadert de ontknoping. Na een bocht kom ik uit op de beloofde plek. Joke's gezicht spreekt boekdelen, samen met de historische woorden 'hier kunnen we niet staan'. Een klein pleintje door struiken omgeven staat barstens vol met auto's. De bestuurders bevinden zich op het strand. Sfeerloos, smakeloos en pretentieloos. Ik wurm de Niesmann tussen twee geparkeerde auto's. Eerst de middaglunch, dan zien we wel verder. Ik neus wat door de reisgids en zie dat de komende twintig, dertig kilometer nauwelijks of beter gezegd geen mogelijkheden zijn voor twee vrijbuiters in een camper. We kunnen dan net zo goed direct doorrijden naar Kalo Nero. Dit is een parel van de vorige camperreis door de Peloponnesos. Maar de teksten zijn gewijzigd. De plek van toen is niet meer. Ik lees van politie controles met boetes tot 300 euro. Deze plek hadden we als longstay bedacht. In tien jaar kan er veel veranderen.

Dit is het moment dat we denken, dat het beter was geweest om in Alykes te blijven. Maar, ja, te laat. Naarstig speuren vind ik wat leuke mogelijkheden verderop. We toetsen Agio Nicolas in als nieuwe hoop. Daar aangekomen zien we een groot terrein waarop meerdere bomen staan, waarvan de stammen wit zijn geschilderd. Geen idee waarom deze creativiteit is uitgevoerd. Her en der staat personenwagens geparkeerd. We schuiven de camper tussen twee bomen. De zee is op vijftig meter. Twee strandtenten voor onze neus. Toch haalt de plek bij lange niet het niveau van de laatste dagen. We doen het ermee. Dat maakt een ongeorganiseerde reis juist zo boeiend. Minder leuk is dat de wind flink begint toe te nemen. Zand wolken trekken over het terrein. Joke sluit alles af, wat open kan in de camper. 

Voor mij is het tijd voor een klus. De uittrek ladder komt uit de garage en met een handige greep heb ik in no time het ding van zestig centimeter verlengt naar 3.20 meter. De zonnepanelen op het dak lijken meer op een zandbak bij een kinderdagverblijf dan op stroomopwekkers. Met water en spons hervorm ik ze weer naar het origineel. Omdat er stranddouches aanwezig zijn, vind ik het tijd voor een zeegang. De mans hoge golven gunnen mij geen enkele zwemslag. Met grof geweld probeert de zee mij weer terug op het strand te zetten. Een klein kwartier geeft dit vermaak maar dan zoek ik, afgespoeld en al, Joke weer op, die een spannend boek zit te lezen onder de boom.

Agio Nicolas is een merkwaardig dorp. Alleen de hoofdstraat is geasfalteerd. Samen wandelen we door de onverharde steegjes. Met wat los grind wordt voorkomen dat het bij nat weer hier veranderd in een modderbad. De enige taveerne is gesloten. Komt het toch weer aan op zelfredzaamheid.


Vrijdag 7 augustus

Wat een onvoorstelbare rust om ons heen bij het wakker worden. Zelfs de buren met twee kleine kinderen zijn nog stil. Geen wonder, trouwens, want ze kwamen vannacht even na twaalven nog aanschieten. Precies op het moment dat ik mijn eerste slaap in wou duiken. Dat hebben ze toen nog een klein half uur weten te voorkomen door rumoerige familie taferelen. Het zijn huurders en niet bezitters. Daarin zit de verklaring, want mensen die op huurbasis rondrijden kennen de etiquette niet. Bij de check van de watertanks wordt meteen het dagprogramma bepaald. Ons drinkwater is nagenoeg op, ons grijs water daarentegen is vrijwel maximaal aanwezig. Joke meldde dat gisteren al, want ze heeft een dramatisch goed reuksysteem.

Voor mij als planner betekent deze meting veel werk. In Griekenland komen we niet zomaar aan water en we komen er ook niet zomaar vanaf. Als alle mogelijkheden naast alle opties zijn gelegd kan het plan worden gemaakt. Even verderop is een gratis camperplaats waar beide acties kunnen worden gecombineerd. Bovendien staan we daar weer aan zee. Een klein half uur later zwaait de Nibi rechtsaf het ongewisse in. Een smal weggetje moet ons de laatste vier kilometer op de plaats van bestemming brengen.  Na een kilometer is de opdracht linksaf te gaan. Daar ligt een onvlak zandpad, door de wederzijdse begroeiing is de breedte ingeperkt tot fiat panda formaat. Rechtsaf daarentegen is het vervolg van het nog rijdbare asfaltweggetje. Het probleem wordt bij de navi van dienst gelegd door, mede op aandringen van mijn echtgenote, voor de rechter optie te kiezen.

Maar dat kun je wel aan Maps overlaten. In zeer korte tijd staat het bijbehorende alternatief op het scherm. De vreugde is van korte duur. Na vijfhonderd meter moet ik ook in dit traject linksaf en ook deze variant gaat over een smal, onverhard pad. Joke kan niet geloven dat bij de camperplaats een restaurant staat. Wie wil nu dit pad rijden voor een bord soep. Noodgedwongen laat ik de camper langzaam over het aangewezen pad kruipen. De beproeving gaat twee kilometer duren. Op de juiste plek ontmoet ik een tegenligger. Net daar wat ruimte is. Dan kom ik voor een nauwe bocht te staan. Aan de linkerkant ligt een geniepige greppel, rechts is zwaar begroeid met tien soorten grassen. Halverwege de ronding zakt plots het rechter achterwiel weg. Ik reageer razendsnel door flink het gas in te drukken. Samen met de nog aanwezige snelheid, trekt deze boost de wagen door het gat heen weer het pad op.

Dan is het lijden over. Het restaurant komt tussen de bomen tevoorschijn, ernaast ligt een groot grasveld, welke vrij door campers is te gebruiken en de zee is aan de andere kant tevoorschijn gekomen. We tanken water, en als ik de eigenaar vraag waar het grijze naar toe moet, wijst hij naar het achtereinde van het veld. Zet daar de kraan maar open, is zijn advies. Het is een verrassend leuke plek, aan zee en naast een restaurant. Volop ruimte, die we samen met enkele andere reiswagens delen. Terwijl ik aan het wateren ben, ontmoet Joke het stel van een Nederlandse camper die er ook staan. Ze raken in een lang gesprek. Het zijn westerlingen, die onlangs hier in Griekenland een huis hebben gekocht. Tot de opleveringsdatum wonen ze in hun camper hier op het veld. Ze wilden hoe dan ook weg uit Nederland. Ook zij zien hoe ons eens zo vriendelijke en vrije land verandert in een dictatuur met nare trekjes. Een busje komt het terrein oprijden. Pal voor ons optrekje stopt deze en de zijdeur zoeft open. Een vriendelijke mevrouw prijst allemaal lokale producten aan, die ze zelf hebben gecreëerd. Joke is om en koopt voor dertig euro allerlei vruchten en mengsels.

Vanavond gaan we het restaurant op z'n kwaliteiten testen. Er is een groot overdekt buitenterras met uitzicht op zee. Het lijkt ons geen straf daar te moeten dineren.


Zaterdag 8 augustus

Het bevalt. Het veld is ruim en hier en daar staat een camper. De zee is op een steenworp afstand. Het gezellige restaurant is vanaf twaalf uur open met een grote variëteit aan lekkernijen. Vandaag geen trektocht. De motor blijft uit en we gaan een relaxed dagje tegemoet.

Nu zijn we daar ook wel aan toe. Gisteravond zijn we uit eten geweest in het restaurant. Een tafel aan de zeekant met als hoofdthema de ondergaande zon. Nadat we een verantwoorde keuze hebben gemaakt uit het menu kijken we goed om ons heen. Dit zou zomaar voor het paradijs door kunnen gaan. Wuivend riet, stoere palmen, een schitterende baai en het constant kabbelen van de steeds kleiner wordende golven. Als de avond valt, doet de wind hetzelfde in dit land. Hier beleef je dan absolute windstilte. Een heerlijk koel biertje en dito glas droge witte wijn maken het startmoment van ons avonddiner af. De kipfilet van Joke is groter dan de gemiddelde kip in Barneveld. Mijn variëteit van diverse gerechten vormt een toren op mijn bord, waar ze in Pisa nog jaloers op zouden worden 

Na dit romantische gebeuren krijgen we visite. Joke heeft het Nederlandse stel uitgenodigd voor een borrel. Het is een heel gezellige avond geworden, temeer omdat we ontdekten tot dezelfde partij te horen. 'Emigreren nu het nog kan' is het centrale onderwerp maar daarnaast zijn ook veel koetjes en kalfjes voorbij gekomen. Voor je het weet is het bijna twee uur. 

Vandaar dat de morgen traag op gang komt. Uiteindelijk komen we weer in de schaduw schuin voor de Nibi te zitten met een kop leut. Als we het een en ander memoreren blijkt dat de voedselvoorraad wat te wensen overlaat. Hoewel we het gevoel hebben echt in het midden van de wildernis te zitten, blijkt bij een geografische check dat er een Lidl op 4,5 kilometer zit. Daarvoor hebben we een klein motortje aanboord. Het is dubbele winst want op deze manier verkennen we het alternatieve pad voor deze rimboe met de geciviliseerde samenleving. Inderdaad is deze toegang vele malen geschikter voor een vijf-tonner dat het geotenpaadje wat we hebben gevolgd om hier te komen.

De middag is voor lanterfanten. Omdat ik altijd graag iets nuttigs doen, is mijn plan om op de scooter naar Kalo Nero te rijden om ter plekke polshoogte te nemen van de anti-camper houding daar. Het is nog korter dan de supermarkt. In de plaats aangekomen zie ik meteen dat het hier ook een stuk toeristischer is geworden ten opzichte van negen jaar geleden. Meerdere strandtenten, die geen van alle te klagen hebben over belangstelling. De mooie vlakke parkeergrond waar toendertijd een vijftiental campers stonden waaronder wij, is nu volledig bezet door personenwagens. Slechts 1 reiswagen heeft zich er tussen gewaagd. Met enige respect betreed ik de mulle plaat waar we destijds muurvast hebben gestaan en door een toevallig passerende Griek met een 4x4 weer van zijn bevrijd. Het zal verbeelding zijn maar volgens mij zie ik nog enkele zweetdruppels van mijn mijn voorhoofd in het zand liggen. En dat na negen jaar!

Bij het vallen van de avond genieten we maximaal van het prachtig rood ondergaan van de zon. Vanaf deze plek gebeurt dat in de volle zee.


Zondag 9 augustus

De reis gaat van west naar oost. Op een eerdere reis hebben we de 'vingers' bezocht. Nu slaan we die over. Het is een beste trip, dus is er een tussenstop ingelast. Al sturend en turend volg ik de aanwijzingen van Zenec. Beiden zijn we verrast door de bijzondere keuze van het toestel. Van een goede en redelijke weg worden we een binnenweg opgestuurd. Joke verondersteld dat we in een prive gebied terecht zijn gekomen, zo dicht staan de olijfbomen tegen het pad (onze weg) gezet. Door slingerend te rijden voorkom ik dat de Niesmann er met de zomeroogst vandoor gaat. Worden we eerst naar het zuiden gedreven, even later gaan we weer noordwaarts.

Tijdens de middagstop proberen zowel Joke als ik een logisch verhaal achter onze dwaaltocht te vinden, helaas, beiden slagen we er niet in. Als we weer op de rit zijn, kunnen we het wat beter volgen. Na een afslag rijden we zowaar op de snelweg. Dan valt het kwartje. Omdat ik Zenec heb bevolen uit de buurt van tolwegen te blijven, is het stuk techniek bezig gegaan om een weg te vinden die aan deze eis voldoet. Waarschijnlijk(?) heeft op de provinciale weg een tolpoort voor een brug of zoiets gestaan, waardoor we de bergen zijn ingestuurd. De Grieken zijn wat ruimhartiger dan de Fransen. Bij de laatsten ontkom je niet aan tol voor een snelweg omdat iedere op- en afrit is afgevangen. De ambtenaren hier vinden dat te veel gedoe. Ze zetten ergens op de weg een tolpoort, maar laten de diverse toe- en afvoer ongemoeid. Door slim te rijden kun je veel snelweg kilometers maken zonder tol, door tijdig de weg te verlaten. Het hele stuk snelweg wat wij hebben gereden is na de tolpoort.

De stop voor vandaag is in Sparta. Dit is historisch gezien een belangrijke stad in Griekenland. Duizend jaar voor Christus vochten de Spartanen met de Atheners om de heerschappij van Hellas.

We staan mooi onder de olijfbomen en een stevige wind zorgt voor koeling, zodat we de 36 graden kunnen doorstaan. Met mijn lief wandel ik naar het oude Sparta. Deze vrij te bezoeken site laat de resten van de oorspronkelijk belangrijke gebouwen zien. Van de Agora, Acropolis en het theater zijn voldoende delen bloot gelegd om in je fantasie er honderden Spartanen te zien rondlopen. Op een centrale plaats staat een standbeeld van Leonardus. Dit was de aanvoerder van een kleine groep Spartanen, 300 man, die een heel Perzisch leger wist tegen te houden in een bergpas.

Het huidige Sparta maakt geen indruk. Dus als ik een tip aan de Perzen mag geven: Probeer het nog een keer. Het is een klein plattelands stad zonder bijzondere gebouwen. Maar ze hebben hun verleden en daar kunnen ze nog eeuwen op teren


Maandag 10 augustus

Het meest verre punt van huis. Dit is niet de titel van een boek. Het zou een erg rare titel voor een boek zijn, want het is weinig prikkelend. Voor ons tweeën heeft het wel een betekenis want verder dan de plek waar we nu zijn gaan we deze reis niet. Zonder veel afscheidsceremonieel zijn we vanochtend uit Sparta vertrokken. Slechts 1 man heeft ons nagekeken en dat kwam meer omdat ik hem geen voorrang verleende, dan dat er een stukje weemoed achter zat. Via vrij goede wegen, de gaten niet meegerekend, leggen we ons traject vandaag af.

Onderweg maak ik een noodstop, zonder ernstige gevolgen, om bij een tankstation te kunnen komen. Op de route zien we de prijs van diesel dalen. Op een gegeven moment passeren we een aanbieding van 1,79. Echt nodig is bijvullen nog niet, maar ik spreek met mezelf af, dat als iemand onder die laatste prijs duikt, ik hem vereer met een bezoek. De gelofte is nog niet uitgekristalliseerd of ik zoef voorbij 1,78. Een man, een man. Een woord, een woord. Vandaar die noodstop.

Uiteindelijk bereiken we Monemvasia. Een plek waar je gewoon geweest moet zijn als je Griekenland aandoet. Op de vorige trips is het er niet van gekomen, we zijn in de buurt, dan wordt het nu tijd om de bovengenoemde slagzin eer aan te doen. De camper parkeer ik bij de jachthaven. De enige plek waar dit soort wagens mogen staan. Buiten raast een Noordwester. De vlagen gaan tot 8. De zee is ruw met dreigende schuimkoppen. Eerst hebben we de deur open, maar bij een volle vlaag komt het arme karretje helemaal bol te staan. De temperatuur is heerlijk, dankzij die vreselijke wind. Met de zon stevig op het dak loopt de binnentemperatuur echter op tot boven verantwoorde waarden. Daarom breng ik de scooter in gereedheid en tuffen we naar de oude stad. Voor de poort kan ik het ding wegzetten zodat we gelijk terplekke zijn. Scheelt een uur lopen.

Achter de poort ligt een openlucht museum. Zeer nauwe straatjes geven de vele toeristen net genoeg ruimte om  iets vooruit te komen. De oude pandjes zijn omgeturnd tot winkeltjes en cafeetjes. Niets is er groot of ruim. Trapstegen geven ons de kans wat lager of hoger de buurt te doorkruisen. Prachtige doorkijkjes naar de zee of de berg geven een extra tintje aan de schoonheid. Monemvasia, tenminste het oude centrum, ligt achter een hoge rots verscholen, die als een uitstulping in zee is gelegen. Het trekt wel volk. Meerdere nationaliteiten weten dit pareltje te vinden.

Na veel gestruin, zoeken we een terras met schaduw op en trakteren onszelf op een koel drankje. Inmiddels hebben de Griekse goden de wind weer wat tot kalmte weten te bewegen. Dat is een stuk prettiger. We dalen nog wat trappen af, bewonderen nog een spierwit kerkje en stappen dan weer op. Bij de camper is het zonder die harde windstoten een stuk gezelliger. We zetelen ons buiten en zien als toegift de bootbewoners allerlei onnodige activiteiten uitvoeren.


Dinsdag 11 augustus

De kop is gekeerd en vandaag toeren we noordwaarts. De ochtend in Monemvasia is nog onrustig. Al vroeg begint de wind weer op te steken. Luiken en deuren rammelen bij iedere vlaag. Maar ook Joke heeft wilde plannen. Haar huidige kapsel is uit de tijd, zo heeft ze het mij uitgelegd. Haar idee is om er een Griekse draai aan te geven. Ze heeft geluk. Hier zijn twee kappers actief. Dan moet het al gek lopen wil dat niet lukken vandaag. Beide salons bevinden zich in het centrum. Wij staan aan de haven en dan is het best een stuk lopen bij 33 graden. Dan is de scooter weer een uitkomst.

Gestaag tuf ik door de hoofdstraat, met mijn vrouw fier achterop. Zo komen we aan bij de eerste zaak. Het ziet er een beetje doods uit. Ietsje te doods. Tegen beter weten in loopt Jo naar de gesloten voordeur. De deur geeft niet mee. De gordijnen zijn dicht en niets wijst erop dat in deze situatie spoedig verandering gaat komen. De motorscooter wordt weer opgestart. Lenig klimt ze op haar positie. Als we in de juiste straat zijn aangekomen, bespieden we ieder pand op activiteiten met een schaar. Deze staat er echter niet tussen.

De digitale kaart wordt geraadpleegd. Spoedig komen we er achter dat we de verkeerde zijde aandacht hebben gegeven. Ik loop wel even terug, zegt mijn lief en paradeert weg. Met de nodige onhandigheid keer ik ons rijwiel. Ik stop voor een luxe opgang, waar het bord 'Hair&Nails' doet vermoeden dat hier vrouwen worden opgeknapt. Joke loopt al een paar straten verder maar met de nodige geluidssignalen weet ik haar aandacht krijgen. Resoluut betreedt ze de trappen en wil naar binnen, maar ook hier werkt de voordeur niet mee. Een bord legt uit dat de zaak om 9.30 uur opent. Samen rijden we terug naar de camper waar de koffiepot al klaar staat.

Ik wil Maps de schuld geven van onjuiste openingstijden, maar zie dat daar dezelfde tijd staat als op het bord. Dat hebben ze dan vannacht nog verandert, poog ik onder gezichtsverlies uit te komen. Onze tweede ronde start om 9.45 uur. De eerste zaak is nog steeds hermetisch afgesloten, zodat we weer bij de voorname trap uitkomen. Deze deur staat nu uitnodigend open en Joke glipt zonder helm stijlvol naar binnen. Geen tijd, ze zitten vol is haar bericht na een paar minuten. De Griekse krullen zullen op een later tijdstip gezet moeten worden.

We zetten koers richting Leonidio. Bij het passeren van zaak 1 zijn de gordijnen opgetrokken. Het gebied wat we nu doorkruisen is vrij bergachtig. Het is een schitterende route met veel fraaie uitzichten. De weg is gewoon 1 grote slinger, voorzien van niet al te best asfalt. Met een snelheid van 30 a 40 kilometer en om de meeste gaten heen rijdend, probeer ik zo weinig mogelijk te verliezen onderweg. Nu is 90 km geen grote afstand maar met de snelheid van een handkar doen we er uren over om op de plek uit te komen. Een kaart studie had ons een plek aan een brede rivier in het vooruitzicht gesteld. Een ideale plaats bij de huidige hoge temperaturen.

Bij aankomst stellen we vast dat de rivier inderdaad breed is, maar een andere eigenschap blijkt te missen. In de bedding is geen enkel spoor van water te ontdekken, zodat de verkoelende werking zal ontbreken tijdens ons verblijf. We slepen het meubilair onder een dichte olijfboom die op vijftig meter afstand staat. Daar genieten we van de fraaie aanblik van een stad die tegen een immens grote rots is aangebouwd.


Woensdag 12 augustus

Bij het opstaan is het al best warm in de camper, zo'n 32 graden. Midden in een stad staan brengt dat soort  ongemak met zich mee. Maar er is een aanmerkelijk groter probleem. Aan de oostkust van de Peloponnesos is niet 1 Lidl. Op zich valt daar nog mee te leven, ware het niet dat de voorraadkast leeg is. Zo worden we wreed uit onze comfortzone getrokken. Via uitstekend speurwerk ben ik een Griekse grutter op het spoor gekomen. Deze bevindt zich op 600 meter afstand van de camperdeur. Dit geeft ook weer een dilemma. De scooter is nu wel erg overdreven, maar  een zware boodschappentas zeulen bij 34 graden is geen pretje.

Toch is mijn vrouw onverbiddelijk, het wordt lopen. Daar sta je dan in een supermarkt vol met onbekende producten. Zo moet een kat zich voelen bij een sloot vol kikkers. Gelukkig herkennen we appels aan de vorm en voor de overige nood vinden we naar ons gevoel heel acceptabele alternatieven. Terug naar de camper delen we de last. Beiden hanteren we een lus van de tas.

Midden op een plein, met omzwervend verkeer, is het niet prettig buiten zitten. Negen jaar geleden hebben we in deze omgeving een schitterend plekje aan de zee  ontdekt, die hier niet ver vandaan moet zijn. Joke gaat akkoord. Dat wordt de koffie halte. Maps begeleidt de Nibi bij het vinden van de juiste uitweg. Dan slingeren we langs de berghellingen vlak langs de zee. Ergens is een ruime parkeerplek op de punt van een rots, zo'n 60 meter boven ANP. Het blijkt toch iets verder dan gedacht door mij. En de ochtend vordert al aardig. Bij mijn echtgenote begint het gebrek aan cafeïne al op te spelen. Kleine parkeermogelijkheden becommentarieerd ze al naar vervangende geschiktheid. Ik waan mij een oost- Indiër.

Het beloofde kwartier wordt een half uur, maar dan verschijnt de wonderplek na bocht. Wel is het een stuk kleiner dan de afdruk in mijn hoofd. Het is opnieuw een fantastische ervaring. Uitzicht van grote hoogte over de azuurblauwe zee. De reis gaat verder naar Paralia Astros. Ook weer een plek uit de herinnering. De zandplaat is er nog, ook is er nu weinig drukte. Alleen staan er wat nutteloze hekken, die geen hinder geven. Het winderige weer is uiterst aangenaam, samen met het geluid van een verse branding. De zon zetten we buitenspel door de luifel een stukje uit te draaien. Met deze omstandigheden kan de dag niet lang genoeg duren.

Ik ben een erkend pootje-bader. De roep van de zee kan ik dan ook niet lang weerstaan. Gehypnotiseerd laat ik mij door mijn gevoel het water inzuigen. Gelukkig heb ik wel de zwembroek aan. De eerste meters gaan perfect. Het zeewater klotst tot boven m'n middel. Dan merk ik plots dat de bodem onder mijn voeten ontbreekt. Voor een gerenommeerd pootje-bader een brisant moment. In mijn collectie vaardigheden zitten gelukkig ook een paar zwemslagen, zodat de strandwacht op z'n post kan blijven.

Als het avond wordt hebben we het hele strand voor ons alleen, samen met een camperaar helemaal op het andere uiteinde. Nog lang zitten we in het donker te genieten van de zwoele wind en de nimmer stoppende branding.


Donderdag 13 augustus

Wij hebben last van winderigheid. In de nanacht is het weer komen opzetten. Joke is er meerdere keren door opgestaan. Gelukkig heeft dit wel geholpen. Nadat ze de luiken steviger heeft dicht gedaan, is het rammelen tenminste over. Maar de wind blijft stevig doorwaaien met vervelende vlagen als toetje. Na het ochtend ritueel gaan we weer verder met onze vakantereis. Eerst rijden we nog langs de slingerkust, maar dan wordt het landschap vlakker en de wegen rechter.

Er speelt nog een onopgelost probleem. Joke's haren worden langer en daardoor ontstaat er kleurverschil in het haar. De oude lokken stralen een ondeugende jeugdigheid uit, maar de meer versere  kleuren neigen meer naar bedachtzaamheid en wijsheid. Ze wil graag dat de haardos weer uniform wordt qua tintuur. Een kapper zou deze zorg kunnen wegnemen. Dat is nu precies de reden waarom wij naar Eliniki rijden. Het is maar een klein plaatsje en de laatste kapper is rond 1930 vertrokken, zodat er niet direct opgetreden kan worden. Maar wel indirect. De hoop heeft zich gevestigd op Argos. Een redelijk grote stad met meerdere kapsalons. Tenminste volgens Google.

Maar de lastige kernvraag is altijd, waar laten we de camper. Het antwoord is; in Eliniki. Bij een raadselachtige piramide is een ruim parkeerterrein. Het ligt 8 kilometer van Argos, en wij hebben een scooter. Nauwelijks is de Nibi tot stilstand gekomen, of over de slechte weg hobbelen een man en een vrouw op een gemotoriseerd rijwiel richting de grote stad. Het adres klopt als een bus. Dat heeft de zoekmachine juist. Minder is dat de salon al jaren gesloten is. Deze informatie ontbrak. Op naar nummer twee. Omdat het eenrichting is, dreigt omrijden. Dan maar te voet, het is tenslotte maar een paar honderd meter.

Opnieuw blijkt de informatie te haperen. Dichte deuren en geen kapper te bekennen. Joke klamt een jonge vrouw met een verrassend goed kapsel aan. Waar krijg je dat voor elkaar, vraagt ze, wijzend naar de haardos. Het stel is aller vriendelijkst en geeft een adres door, waar nog wel geknipt wordt. Even later komt mijn vrouw hoofdschuddend deze zaak weer uit, geen tijd, al een week volgepland. Dit gaat niet werken, is haar goed te volgen conclusie. Ze gaat nu kappers aanschrijven, waar we over een week denken te kunnen zijn.

We verlaten de deels ingestorte piramide weer. Het bouwsel behoort zondermeer tot de oudheid. Archeologen ruziën over de leeftijd. De meesten denken aan 500 jaar voor Christus. Als functie twijfelen ze over grafmonument, militaire vesting of boerenschuur. 

De weg naar Korinthe gaat vlot. De camper parkeren we op 100 meter van de opgegraven historische stad. In de bijbel wordt deze stad al beschreven. De inwoners hadden het met apostel Paulus aan de stok. Met ons sterk ontwikkeld gevoel voor vroeger, heden en toekomst willen we hier rond zwerven, op zoek naar herkenbare wortels. De entree is 15 euro pp. Voor ons ligt een enorme bak met grote, grijze stenen. Sommige staan nog op elkaar, waardoor een beeld ontstaat van iets wat het zou kunnen zijn geweest.

Gelukkig hebben we de wijsheid in de hand, letterlijk. Boven alles uit torenen de vijf overgebleven zuilen van de tempel van Apollo. Ook lopen er over een geplaveide weg van zeker 2500 jaar. Dan denk je onwillekeurig aan de duizenden personen, die in de loop van de tijd hier een kuiertje hebben gemaakt. Voor de nacht blijven we op de parkeerplaats staan. Wie weet, komt de oude stad 's nachts tot leven.


Vrijdag 14 augustus

Na een kwartier rijden kunnen we de Niesmann gemakkelijk kwijt op een parkeerplaats. Fototoestel komt uit de kast en we lopen naar de brug. Hier zijn al hele groepen mensen samen gekomen. De 1 staart in de verte, de ander kijkt naar beneden, een derde kijkt de andere kant op. Met wat duwen en trekken bereiken we het midden van de brug. Dit geeft het beste overzicht. Onder ons ligt het kanaal van Corinthe. Een wereldberoemd kanaal. De ontwerper hield niet van krommingen. Met de liniaal stevig op de kaart gedrukt heeft hij een lijn getrokken. Zo van de golf van Athene naar de golf van Corinthe.

Al in de oudheid, toen Griekenland het meest ontwikkelde land was van een groot deel van de wereld, zijn de eerste plannen al bevroed. Slaven werden aan het werk gezet met hamers en houwelen. Het harde rots massief wilde echter maar moeilijk wijken. Toen na jaren er feitelijk nog geen meter gegraven was, heeft men de pet aan de wilgen gehangen. Pas in de negentiende eeuw toen er machinale hulp was gearriveerd, zijn de Griekse doorzetters weer verder gegaan. Het resultaat; een kaarsrecht kanaal van 6,4 kilometer lang. Compleet uit de rotsen gehouden, boven het water zijn de wanden 40 meter hoog, onder water nogeens 8 meter diep.

Zo vrolijk rondrijdend in dit land valt ons op dat Griekenland een broertje-dood heeft aan opruimen. Op onze route passeren we wel tien keer dezelfde spoorlijn. Alle overgangen worden goed aangegeven met andreaskruis en paaltjes met drie, twee en/of 1 streep. Het wegdek is bepaald niet glad gestreken met de rails. Schadevrij doorrijden kan alleen stapvoets. Maar erg ongerust dat we tijdens zo'n trage oversteek worden gegrepen door een aansnellende trein hebben we niet. Het spoor links en rechts afkijkende zie je vooral prachtige natuur. Frisse bomen, weelderige struiken en bloeiende grassen hebben het domein van de locomotief volledig ingenomen. Al zou er ergens nog een machinist rondlopen die nog 1 keer het traject zou willen boemelen, het is onbegonnen werk. Onze inschatting is, en dan doen we het vrij voorzichtig, dat de laatste trein 30 jaar geleden is gepasseerd. Maar de hele infrastructuur ligt er nog, alsof ze binnenkort weer gaan railen. De passages met het autoverkeer is een beproeving, maar kennelijk denkt niemand eraan de boel eens te gaan saneren.

Vandaag zijn we gestrand in Thebe. Eens een beroemde stad in Griekenland. Rond het jaar 400 voor Christus was deze plaats militair de baas in deze regio. Zelfs de Spartanen hadden ze weten te verslaan. Mooie artefacten uit deze tijd zijn hier echter zeldzaam omdat het moderne Thebe bovenop zijn illustere en oorspronkelijke basis is gebouwd


Zaterdag 15 augustus

We zijn er weer ingetrapt. Het is niet de eerste keer. Hoewel wij veronderstellen op de meeste buitenlandse verrassingen goed te zijn voorbereid en signalen vroegtijdig herkennen, is het toch weer misgegaan. Op de natuur heuvel midden in Thebe worden we in alle rust wakker. We hebben genoten van de absolute stilte, die hier 's nachts heerst, zonder het overigens zelf door te hebben gehad. In de schaduw laten we ons de ochtendkoffie goed smaken.

Al sinds zeven uur is een Griekse priester onophoudelijk bezig met gebeden door de luidspreker de stad in te strooien. Dit is een signaal, maar bij ons gaat niet een lampje branden. De afgelopen tijd hebben we al vaker op deze manier een gebed over ons heen gekregen. Ik wist niet dat de orthodoxen ook door de stad galmen, zeg ik tegen Joke. Deze ietwat opdringerige methode wordt tot zover mijn kennis rijkt, alleen door de Islam toegepast, voeg ik nog even toe.

Omdat we Delfi willen bezoeken en ook boodschappen moeten halen, pakken we even na tienen in. Met een strak schema is dat allemaal goed uitvoerbaar. De priester is geen moment stil geweest en heeft zelfs ondersteuning van een tweede stem gekregen. Ook worden er teksten uitgesproken zowel door een mannenstem als een vrouwenstem. Nog steeds wil het kwartje niet vallen. Voorzichtig rij ik de vijf-tonner de heuvel af. De weg is vrij steil zodat de remmen de klus moeten doen. Het is zeer rustig op straat, maar ook dat signaal is aan ons niet besteed.

Na wat gemanoeuvreer door de binnenstad neem ik de afslag naar de Lidl. Het wordt een beetje onrustig in m'n hoofd. Het is zaterdag, veel mensen halen dan boodschappen, maar vandaag niet, want de weg is vrijwel zonder verkeer. Met een fraaie stuurbeweging zwaai ik het winkelterrein op. Heel even zitten we beiden met ongeloof in de ogen naar buiten te staren. Het hele terrein is leeg en de winkel is donker: gesloten. Ineens begint het in mijn hoofd te flitsen, meerdere kleine gebeurtenissen worden aan elkaar gerijgd en dan ineens heb ik het helder: Maria Hemelvaart. In Zuid Europa is 15 augustus een dag waarop bijna alles is gesloten. Ik verontschuldig mijn onwetendheid bij Joke met de opmerking dat het in mijn kennis ontbreekt dat Grieks Orthodox nogal parallel loopt met Katholicisme.

We kunnen nu direct door naar Delfi. Geen vrachtwagens en weinig verkeer zorgt voor een snelle rit. In een dorp wat we passeren, is het superdruk met hier en daar een winkel open. Ik stop op de Griekse manier, gewoon camper aan de kant en alarmlichten aan. We scoren wat voedsel zodat we maandag moeten kunnen halen. Anderhalve kilometer voor Delfi parkeer ik de mobilhome op een brede parkeerstrook. Op de scooter gaan we richting Orakel. Voor 40 euro kan ik naar binnen en mag ik Joke meenemen.

Eerst struinen we door het museum waar diverse fragmenten, assescoires, gereedschappen en versieringen van 2500 jaar geleden worden getoond. Onvoorstel goed gemaakt, levensecht zijn de namaakdieren in brons gegoten. Dan lopen we de archeologische site op. Iedere stap is omhoog. Delfi is gebouwd op een zijflank van een steile berg. Ze wilden duidelijk de latere toeristen het lastig maken. Met een Orakel in de collectie wisten ze veel dingen vooruit. De schatkamer van Athene, de tempel van Apollo, het grote theater en het sportstadion liggen allemaal nog op hun plaats. Negen jaar geleden waren we hier ook. In onze herinnering was het toen veel drukker. Maar goed het is fijn alle ruimte te hebben. Na de bezichtiging rijden we naar Gravia, een uur verderop. Daar staan we op het dorpsplein van het rustige dorpje. Lekker bijkomen van een hectische dag.


Zondag 16 augustus

Om half acht 's ochtends dringt vredig gejemel langzaam door de geopende ramen heen. In de toestand van half wakker wil ik me er niet druk om maken. Om kwart over acht is mijn toestand opgewaardeerd naar volledig wakker. Het tweestemmige geluid is al die tijd onverminderd door gegaan. Nadat we de stemmen hebben uitgepeild, weten we dat het uit het kerkgebouw schuin achter ons komt. Uit de waargenomen setting kunnen we concluderen dat er niet wordt getracht het hele dorp te verontrusten.

Het lage gezang zit binnen de kerkmuren. Wel is er daar een versterker ingezet om wat kracht bij te zetten. Voor de rust in de omgeving is het beter de openslaande deuren dicht te laten, maar waarschijnlijk om het leefklimaat binnen aangenaam te houden, is er anders besloten. Omdat we er vanuit gaan dat er twee priesters bezig zijn met het warmdraaien voor de aanstaande eredienst, geven we er verder geen aandacht aan.

Omdat we besluiten ook de koffie hier nog naar binnen te werken, zet ik ons luxe buiten meubilair voor de camper neer. Het tweestemmige gezang is nog niet een moment onderbroken geweest. Joke werpt een blik in de kerk door de openstaande deuren. Hiermee bedoel ik uiteraard dat ze naar binnen gluurt. Anders zou het erg onbeleefd zijn geweest. Ze neemt waar dat het kerkgebouw vol met mensen zit. Serieus, het is half tien! Deze personen zitten al twee uur te luisteren. Ook tijdens ons tweede kopje blijft de voorstelling doorgaan.

Vandaag willen we weer een stuk noordelijker rijden, zodat ik voorzichtig en stilletjes de boel begin in te pakken. Om half elf rijdt de Niesmann langzaam achteruit. Nog steeds hebben de beide geloofsheren de volle aandacht van hun publiek. Drie uur zitten op een houten kerkbank luisteren naar een vrij eentonig en onverstaanbaar verhaal/lied, wat gebeurt hier? Zijn ze bezig een nieuw record te halen voor het Guinness Book of Records. De ware reden zullen we nooit weten, want de Nibi neemt ons mee naar de uitgang van het dorp.

Onderweg krijg ik het nog even Spaans benauwd. De wijzer van de tankinhoud-indicatie staat nogal laag. In Lamia vind ik vast wel een benzinepomp, is mijn interne geruststelling. De eerste pomp vind ik te duur. Jo deelt mijn mening. De tweede pomp bestaat niet meer en de derde is gesloten. Inmiddels zijn we Lamia voorbij en duiken de bergen weer op. Dilemma, terug naar de stad of gokken op toch nog een station. Terwijl ik nog aan het dubben ben, ziet mijn vrouw aan de overzijde datgene waarnaar we op zoek zijn.

Een dubbel getrokken witte streep probeert mij nog even te ontmoedigen, maar nood breekt wet en bovendien zijn we zowat de enigen op de weg. In Griekenland wordt je altijd bediend aan de pomp. Een oudere mevrouw komt naar buiten, wijst naar de juiste pomp en pakt alvast het vulpistool. Het worden 71 liters, waar er in totaal 80 inpassen. Na opnieuw de dubbele witte streep te hebben genegeerd, rijden we naar Domokos. Een tussenstop voor de kloosters van Meteora. Hier gaan we het de rest van de dag uithouden.


Maandag 17 augustus

Een flinke roedel straathonden inspecteert onze parkeerplaats op onwelgevalligheden. Nadat we sein veilig van de opperhond, een kruising van vier rassen, hebben gekregen, kunnen we weer naar buiten. Het is fris buiten, niet meer dan 17 graden. We vertoeven bovenop een kleine berg, dat maakt het er ook niet warmer op, natuurlijk. Voor vertrek gaan we nog even buiten zitten. De zon piept al een klein beetje over de bergtop heen.

Het gesprek komt terloops op de kapper. Voor Joke het sein om weer afspraken te willen maken. Informatie van de smartphone geeft aan,vast Domokos over een kapperszaak beschikt, en die is ook nog open. Dat laatste is tenminste wat Google beweert. Mijn lief fleurt helemaal op. Telefooncontact wil niet lukken, maar het is slechts zeven minuten lopen. Tas over de schouder en met een berg optimisme stapt ze moedig het plaatsje in. Met mijn stoel op de uiterste relaxstand zit ik het resultaat af te wachten. Mijn eerste gok is dat ze binnen tien minuten terug is.

Enigszins zenuwachtig tuur ik zo nu en dan naar de straathoek. Bij ieder loop geluid ben ik attent. Maar de tien minuten gaan zonder wederkomst voorbij. Zou het dan toch..? Juist dat ogenblik dat ik niet oplet, komt ze om de hoek. Veel tekort voor een geslaagde behandeling. Maar te lang voor een dichte deur. Als ze zit, vertelt ze de afloop. De zaak was eerst niet te vinden, maar met hulp van buitenstaanders op het goede pad gekomen. Slechts 1 bruine deur was alles wat van buiten te zien was. En deze zat op slot. Gelukkig wisten de straatgenoten een tweede zaak.

Eenmaal daar binnen heeft ze haar persoonlijke Babylonische spraakverwarring beleeft. Zoiets tref je zo nu en dan. Handen, voeten en knipgebaren over en weer leek de uitkomst te hebben dat er geen tijd was. Maar om een verdere onderbouwing te vragen leek nutteloos. Mijn schat is weer niets opgeschoten. Omdat de belcontacten met het kappers front uit Larissa ook stroef verloopt, neus ik nog even naar alternatieven. Warempel vind ik nog een optie. Wel gebeld, maar aangezien de zaak op maandag dicht is, wordt er niet opgenomen. Maar goed, dan morgen maar proberen.

De wegen naar Kalampaka zijn recht en af en toe heel slecht. De sinds zaterdag al noodzakelijk aanvulling van de levensmiddelen weten we te regelen in een Lidl langs de route. Voor de overnachting zet ik de camper op een royaal plein bij een voetbalstadion. Schitterend uitzicht op de markante bergen van Meteora is ons enige vermaak. Voor nu is het te laat om de kloosters op te zoeken. Bovendien waait het bij vlagen net te hard voor de drone. Ons leven bestaat voor de rest van de middag uit lezen, puzzelen, omhangen en prutsen. Die laatste slaat alleen op mij. Wel regelen we een eigen hapje en drankje. Nu de koelkast weer vol zit, is de rantsoenering weer opgeheven.


Dinsdag 18 augustus

Het is bewolkt. Voor Nederlanders een vertrouwd beeld. Maar we zijn in Griekenland. En het is zomer. Maar om ons heen merken we niets van enige paniek. Daarom proberen wij ook zo normaal mogelijk te doen. Toch blijf ik met verbazing naar de lucht kijken. Wolken, ik kan me bijna niet meer herinneren, wanneer ik deze voor het laatst zag. In het zuiden zit een stukje blauwe hemel. Een eerste straal perst zich door de vochtcondensatie. Het komt voor de camper terecht. Niet veel later gevolg door een tweede straal. Ik sleep de tuinset naar achteren, daar waar schaduw valt te verwachten. Net op tijd. De laatste stoel staat nog geen tien seconden, of duizenden stralen doen het laatste wolkje verdwijnen.

In deze omstandigheden begint Joke weer over haar wens om door een kapper onderhanden te worden genomen. Ik speur in mijn telefoon naar de gisteren gevonden haarstylist. Joke toetst het nummer in, en krijgt contact! Wat een spectaculaire ontwikkeling, een Griekse kapper neemt de telefoon op. Jo is er even beduusd van, maar weet zich kranig te herstellen. Nadat ze de best Engels sprekende medewerker aan de lijn heeft weten te krijgen, legt ze voorzichtig de vraag neer of er morgen heel misschien nog een gaatje in de agenda zit. Even is het stil. Op de achtergrond veel Griekse conversatie, de stem komt terug en meldt dat er om drie uur wel een plekje is. Er volgt wat gesteggel over de naam en wensen, het tijdstip wordt vervroegd naar twee uur, niet meer belangrijk, na een week teleurstellingen slikken, gaat dit super soepel. Zondermeer een Grieks mirakel. Mijn lieverd glimt van oor tot oor. Het is gelukt. Er komt een einde aan de tweekleurigheid.

Met nog steeds een zeer blijde echtgenote achterop pruttelt ons scootertje de berg op. Flink steil en dubbel gewicht zijn omstandigheden dat 125 cc niet heel veel is. Maar het trekpaard krijgt ons boven. Op het viewpoint is het behoorlijk druk. Voor auto's is al geen plaats meer, de gastenbusjes parkeren dubbel om hun passagiers te lozen, maar voor ons rijwiel vind ik gemakkelijk nog een plekje. Alle merken, typen en soorten camera's heb ik bij me. Vanuit onze veroverde hoge positie kijken we naar de bovenkant van een pilaarrots, waar precies een klooster op past. De architect had niet een metertje breder moeten tekenen, want dan was het project destijds niet door gegaan. Van afstand zien we hoe belangstellenden zich een trap op zwoegen. De weinige schaduw die hen wordt gegund staat overvol van uithijgende kloostergangers. Mijn camera legt dit alle genadeloos vast.

Prachtige beelden en vergezichten hier in Meteora. Wat een bouwkunst. In de veertiende eeuw al gerealiseerd. Meerdere platte toppen van de omhoog stekende rotsen zijn voorzien van zo'n bouwwonder. Via een echt lange trap is al het materiaal naar boven gesleept. Deze topprestatie wordt ook vandaag weer door talloze bewonderaars aanschouwd. Omdat we gezien hebben hoe zwaar het is een zeer lange trap bij 37 graden te beklimmen, laten we het bij uitzicht op afstand. We brommen weer terug naar de camper en ploffen in de schaduw neer met een bord boterhammen.

Als we zo lekker zitten na te genieten, komt een Griekse man op ons aflopen. Hij draagt een grote zak vruchten bij zich. Zodra hij bij ons staat pakt hij twee vijgen uit zijn voorraadtas en geeft die aan Joke, vervolgens reikt hij mij ook twee aan. We bedanken hem in het Engels, maar dat ontgaat hem volledig. Maar een vriendelijk gezicht met een gulle lach vertelt ons dat hij plezier heeft aan het contact met figuren zoals wij. Ik hoop dat hij de juiste uitleg weet van mijn opgestoken duim.


Woensdag 19 augustus

Om half elf start ik de moter van de Niesmann. Al onze bezittingen die rondom het voertuig lagen, zijn dan weer keurig binnen gezet. Ik volg de aanwijzingen van Maps om het juiste pad te vinden. Maar deze navi heeft niet alles op een rijtje. Na een paar bochten en een kruising sta ik voor een tolpoortje. En dat zou niet moeten kunnen. Beide systemen, die ik gebruik, hebben de tolwegen op uit staan. Puur door de consternatie chauffeur ik onze wagen voor de slagboom, die alleen gebruikt kan worden door auto's met een zendkastje. De slagboom blijft dan ook keurig perfect horizontaal staan. Ik frommel mijn bankpasje uit m'n broekzak, maar in dit vak heb je daar niets aan.

Een geluk bij een ongeluk is, dat we de enigen zijn in dit tijdslot, die via deze oprit toegang zoeken tot de snelweg. Nadat ik via de spiegels en achteruitrijcamera mij dubbel heb verzekerd dat ik vrij ben van achterliggers, rij ik een flink eind achteruit. Hier is namelijk een vrij lange toeleiding naar de doorrit gerealiseerd. De andere poort is geschikter voor mijn situatie. Hier staat een zelfbedieningskast met een gleuf voor bankpassen. Deze hele drukte heb ik moeten maken om uiteindelijk €2,45 te betalen. Inderdaad, Griekenland is niet duur.

Nu rest ons een lange en vrij rechte weg naar Larissa. Een behoorlijke plaats met meerdere kapsalons. In de zaak van Anthi Papadopoulos staat ene mevrouw van der Wier in de agenda bij twee uur. Ongetwijfeld zal de naam anders zijn geschreven maar de afspraak staat. Nadat de boterhammen op zijn, haal ik de motorfiets van stal. Het is een half uur lopen, maar dat kan ik niet over m'n hart krijgen. Het is tenslotte 35 graden. Joke neemt haar vertrouwde plaats in. Wat een zalige beleving bij deze temperatuur om licht zomers gekleed op een fel scheurijzer door de stad te racen. De harde verkoelende rijwind is meer dan welkom.

Helaas duurt de tocht maar drie kilometer. Bij een keurige zaak zet ik mijn dolgelukkige vrouw af. Anthi Papa staat haar al op te wachten. Knippen en kleuren hoor ik haar nog net zeggen tegen de vaardige kapper. Dan gaat de deur dicht. Mij rest de weg terug en wachten op het verlossende telefoontje. Ik dood de tijd met ijs eten en wandelen door het park. De grote fonteinen zijn uit gezet, waarvan ik vermoed dat dit niets met mijn bezoek te maken heeft. 

De telefoon gaat over. Ik kruis mijn vingers en neem op. Aan het andere eind klinkt een blijde stem, wat toch wel een opluchting is voor mij, want je weet het nooit met Griekse kappers. Opnieuw een heerlijk winderig tochtje op de scooter en mijn schat is weer thuis, met een heel mooi geslaagd kapsel. Het heeft even moeite gekost en we zijn half Griekenland doorgereden maar uiteindelijk is de missie geslaagd.


Donderdag 20 augustus

In het binnenland is het vier graden warmer dan aan zee. Het plan is dus terug naar de kust. Er wacht nog 1 klus. Het is alweer een paar weken terug dat we een was hebben gedraaid. Behalve de kalender, weet ook de wasmand ons er aan te herinneren. Steeds achteloos een shirt en broek er ingooien heeft consequenties. Gisteren heb ik tot vier maal toe een uitgedragen shirt er aan toe willen voegen. De mand gooide hem even zovele malen weer terug. Iets met maximum draagkracht en CAO werd mij verteld. Voordat we het verkoelende water op kunnen zoeken, wacht een rit door de stad.

In de ruime boodschappen tas zit nu onze halve kledingkast en ik hou deze veilig tussen mijn benen. Jo zit achterop en kijkt vrolijk om zich heen. Wel heb ik haar een taak toebedeeld. De telefoonhouder is kapot gegaan, met als gevolg dat mijn mobiel nu van een mooie ster is voorzien. Maar het werkt nog. Mijn lief is nu zo vriendelijk de defecte houder te vervangen, zolang het nodig is. Wanneer ik met hoge snelheid een kruispunt nader, komt automatisch van achteren het scherm van mijn toestel voor mijn ogen te hangen. Een blik en een knik om aan te geven dat de assistent weer in de rust kan. Slechts 1 verkeerde afslag levert dit systeem op.

De wassalon heeft nog geen publiek getrokken, zodat wij deze geheel in bezit kunnen nemen. Ik prop de witte was in een trommel, Joke redt zich met bont. Dan valt mij een stopcontact in de wand op. Meteen weet ik mijn fout. Vooraf had ik al gezegd mijn scheerapparaat mee te willen nemen, want het accuutje is zo goed als leeg. Ik scheer om de dag om zo het ding zolang mogelijk te kunnen gebruiken. Maar het moet aan de stroom, maar waar vind ik een stopcontact in de vrije wereld. Mijn gok is; in een wasserette. En nu vergeten. Na een extra geen en weer vlucht is ook dat weer opgelost. Even later knorren we door de stad met een tas vol schone en gevouwen was, plus een geladen scheerapparaat.

Na een rit over de tolweg parkeren we in Nei Pori. Op de eigenlijke plek staat het barstenvol met strandgangers, maar iets van de kust af is een braakliggend terrein met meerdere bomen. Ik schuif de Nibi geweldloos de schaduw in. Stoelen naar buiten en genieten van die heerlijke koele zeebries. Als de zon iets is gezakt maken we een wandeling over de boulevard. We zijn nu op de meest mondaine badplaats van de hele reis terechtkomen. De stoep is kilometerslang met aan de ene kant horeca en aan de andere zijde georganiseerde ligbedden. Het is er gezellig druk. Maar het volk kan dan ook ruim worden uitgesmeerd over een brede kuststrook. In de loop bewonderen we ook een prachtige Griekse kerk. Spierwit met een rood dak en met allerlei fraaie vormen gebouwd. Het is geen kathedraal, eigenlijk zelfs veel mooier


Vrijdag 21 augustus

Herrie in de late nacht. Terwijl ik mezelf wijs maak, dat ik nog slaap, hoor ik auto's vlakbij voor bij rijden. Er klinken stemmen, gepaard aan rinkelende metaal. En we stonden nog wel op zo'n mooie rustige plek, dachten we. Voor Joke is de ellende nog groter. Een grote vrachtwagen heeft zich gisteravond bij ons gevoegd. Keurig aan de kant en buiten ons zicht, niets aan de hand, dus. Maar er is iets mis met deze truck. De chauffeur laat om de drie uur de moter een uur draaien. Dag en nacht. 's Nachts heb ik daar geen last van, gelet op mijn comateuze toestand. Maar Jo slaapt vederlicht.

Voorzichtig doet ze de gordijnen open. Er is hier een markt, pal voor de camper, roept ze, nadat ze de situatie goed heeft geanalyseerd. Nieuwsgierigheid wint het van mijn luiheid en ik sla mijn laken open. Nu ik  pal voor het raam sta en het hele terrein kan overzien, sta ik versteld van de drukte. Op dit tijdstip staat een normaal mens op, maar de markt is in volle gang. Vele marktkramen met al honderden belangstellenden. Hebben die personen geen slaap nodig? 

We zetten ons aan het ontbijt. Het brood is van twee dagen terug, en dat is in dit klimaat net even te oud. Prachtige schimmels hebben op artistieke wijze zich een plaats weten te veroveren. Joke is gauw uit de brand. De markt, ik haal brood van de markt. Het lijkt mij ook wel interessant, dus ik ga mee. Kleding, tassen, groente en fruit en als klapper, levende kippen. Maar geen brood. Mijn creatieve vrouw weet direct raad, vers fruit met kwark is een prima ontbijt. De kippenboer raakt zijn dagwinst overigens kwijt aan de staat, want we zien even later dat hij door agenten wordt bekeurd. Waarschijnlijk is hij er illegaal gaan staan.

We trekken weer verder naar het noorden. Nu heeft de Griekse regering een idee gekregen om meer verkeer op de tolweg te krijgen. De provinciale parallel weg toont namelijk een bord met daarop de tekst: Verboden voor verkeer, zwaarder dan 3,5 ton, behalve voor gepermitteerde voertuigen. Voorzichtig kijk ik Joke vragend aan. Ze knikt. Ik kan nu met een gerust hart deze secondaire weg oprijden. Opnieuw zoeken we de kust op, maar het verschil met gisteren kan bijna niet groter. Toen een drukke, toeristische badplaats en nu staan we aan de zee zonder strand in een heel rustig dorpje met weinig verkeer. Wat er wel is, dat is de verkoelende zeewind. Dat in combinatie met de schaduw zorgt er voor dat het ook hier prima vertoeven is. Ik dwaal wat door de omgeving. Tegen het water aan staat een standbeeld van een stoere Griekse krijger uit het verleden. Als ik de zee over tuur, zie ik geen windmolens. Beelden die nog staan, zee die nog puur is, wat is dit toch een heerlijk land.


Zaterdag 22 augustus

Bij het wegrijden kijken we beiden naar de langzaam verdwijnende zee. Eerst een rij huizen, dan volgt een heuvel en daarmee is het beeld voorgoed weg. Eigenlijk is dit al afscheid van Griekenland, hoewel er nog honderdzeventig kilometers volgen. In verband met onfrisse moeras geuren heeft Joke aangegeven dat het koffiemoment elders moet. Direct van het dorp gaan we op de snelweg. Vandaag worden de tolwegen niet vermeden. Anders zouden we drie uur onderweg zijn, wat we nu in een krappe anderhalf uur kunnen doen. De parkeergelegenheden langs de Griekse autoweg zijn knudde. Een kleine smalle strook, met soms een toilet.

Zodoende denken we het verplichte ochtendvochr binnen. Bij Thessaloniki maakt maps de route een stuk spannender dan hij werkelijk is. Meerdere afslagen met een paar keer een scherpe bocht. Slechts 1 bocht zie ik over het hoofd, zodat er een lastige 'keren op een drukke weg' manoeuvre moet worden uitgevoerd. Feitelijk waren deze afslagen niet nodig, want we hadden gewoon dezelfde weg kunnen aanhouden. We stranden in Lefkonas. Voor vandaag willen we nog 1 stop in dit fantastische vakantieland maken. Morgen wacht dan Bulgarije.

Zo'n wens heeft overigens wel een prijs. Aan de kust werden we steeds door een verkoelende zeebries uit de hitte gehouden, maar dat zeewindje is niet in de bergen. De dagtopper is  eenenveertig graden, zowel binnen als buiten. Om wat wind te genereren pak ik de scooter voor een bezoek aan een Byzantijns kasteel in Serres. Joke ligt zo voor Pampus dat ze niet in staat is achterop te klimmen. Met een fles water aan haar mond, laat ik d'er achter.

Het genoemde kasteel heeft betere tijden gekend, zie ik bij aankomst. Feitelijk is het nu een decorstuk van een luxe wijnbar/restaurant geworden. Vanaf het terras heb ik een prachtig uitzicht over Serres. Waar het terras stopt, begint de ruïne. Een relatief klein vierkant blok opgebouwd met onlogische stenen, met hier en daar een gat. Alleen met een hele rijke fantasie kun je er nog een kasteel inzien. Het Byzantijnse tintje wordt echt lastig. Maar goed, ik loop een keer rond het kasteel, bezoek nog een aanpalend kerkje en stap weer op.

Weer een kwartiertje heerlijke rijwind. Bij de camper kan ik mijn echtgenote aanvankelijk niet vinden, maar de schaduw heeft haar in de bossen geduwd. Een verplaatsing van de reiswagen levert weer functionele ruimte zonder zon op. Met veel drinken en weinig bewegen proberen we de laatste dag in Griekenland te overleven.


Zondag 23 augustus

Wij vinden, dat als je ergens bent geweest en het is je goed bevallen, dat je dan je dankbaarheid moet tonen. Koud weggaan is geen stijl. Deze houding zorgt er wel voor dat we moeten nadenken over welke onuitwisbare herinnering we willen nalaten aan onze gastheren/vrouwen. Aanvankelijk zat ik te denken aan een mooi standbeeld van ons tweeën, uiteraard bescheiden van omvang, hooguit een meter of vier. Deze zou dan mooi passen bij de collectie van Delphi. Hoewel Joke het niet volledig afbrandde, gaf ze wel aan dat ze aan iets subtielers dacht. In het kader van een middenweg zoeken, zei ik dat ik 3,5 meter bij nader inzien ook wel genoeg vond. Maar na enig doorvragen bleek dat zij in het geheel niet aan zo'n stenen uitvoering dacht. Een klein gebaar zegt soms meer over de genegenheid dan een bombastische overdaad, waren haar woorden die mij tot inkeer brachten.

Alles is klaar voor vertrek. Het moment is aangebroken van onze erkenning aan de Griekse levensstijl. Het tuinmeubilair wordt weer vastgesjord in de garage. Ik stap in en langzaam rijden we weg. Het mooie terreintje verliest zijn enige bewoners. Maar, heel subtiel, in het hoekje waar zo pas nog een grote Niesmann stond, ligt, bijna onopvallend, een klein groen deurmatje. Een symbolische gedachte van ons om het land in de zomer ook enige vergroening toe te wensen. Ik weet vrijwel zeker dat deze geste zeer gewaardeerd gaat worden.

Op de laatste kilometer pakken de slimme Grieken nog een stukje winst van de bezoekers door daar een tolpoort neer te zetten. De grens met Bulgarije is open. Aan beide kanten geen controles meer. De eerdere bezoeken van ons ging altijd met paspoort controle, zodat we enigszins verrast zijn.


Het vervolg:

We rijden door Builgarije en komen in Roemenie. Daar krijgen we een ongeluk, wat een abrupt einde maakt aan de reis.